Categorieën
Verhalen van de berg

De gorillamoeder

Als de Chinese moeder een tijgermoeder is, zijn de Spaanse moeders gorillamoeders. Gorilla’s sjouwen hun baby’s eindeloos rond, ook als die allang zelf kunnen lopen. Bovendien geven ze hun kinderen jaren de borst en blijven de jongen op hun beurt eindeloos in het nest hangen, ook als ze daar eigenlijk veel te groot voor zijn.

Chaia was jarig en wil een slaapfeestje voor vier vriendinnen. We wisten vantevoren dat dat lastig zou worden. Wekenlang was ze haar vriendinnen al aan het bestoken, aan het vragen of ze het leuk zouden vinden en checken of ze wel zouden kunnen. Toen kwam het officiële uitnodigen. Dat moest ik doen, dat had meer gewicht. Dus ik belde vier moeders en vroeg ze in mijn beste Spaans of hun dochter misschien een nachtje mocht komen logeren. Aan de andere kant van de lijn bleef het stil. Toen kwamen de vragen. Of het niet lastig voor me was. Of ik hun kind kon komen ophalen misschien. En vooral: of het niet korter kon, gewoon een uurtje spelen. ‘Ik laat het je overmorgen weten,’  zei de moeder van Elena. Die moeder is een schat en Elena ook, maar ik kreeg niet uit haar waarom Elena niet zou mogen komen. Was het transport een probleem? Moest ze vroeg thuis zijn zondag of juist laat? ‘Je hoort het overmorgen,’  herhaalde de moeder.

Tranen

Die dag komt Chaia bijna in tranen thuis uit school. Elena heeft haar verteld dat haar moeder haar niet zo lang kan missen. ‘Want op zaterdagavond en zondag werkt ze niet en dan wil ze me dicht bij haar in de buurt hebben.’ Elena had er begripvol bij geknikt, maar Chaia snauwt mij dreigend toe: ‘Als jij dat óóit bij mij zou flikken!’
Nee, natuurlijk niet. Ik ben gek op mijn dochters, zonder hen zouden de avonden hier reuze saai zijn, zeker als Ilco er niet is (zoals nu). Maar ze mogen wel een eigen leven hebben! Graag zelfs.
Ook Estefania, notabene Chaia’s beste vriendin, laat weten dat ze ‘s avonds voor het eten zal worden opgehaald. ‘Die moeder is nog erger,’ zucht Chaia. ‘Die zegt gewoon tegen Estefania: ‘Als jij achttien bent moet je nog heel lang thuis blijven wonen. En na een paar jaar mag je, heel misschien, een keertje in je eentje weg, bijvoorbeeld met de trein naar Madrid.’‘
Judi kon ook niet, dus nu zitten we hier zaterdag alleen met Sandra. ‘Toch ook leuk,’ zegt Chaia dapper. Om er, wijs door eerdere ervaringen aan toe te voegen: ‘Als  dat doorgaat tenminste.’
‘We gaan het heel leuk maken, beloof ik monter, maar van binnen bries ik als een woeste moederstier. Spaanse rotmoeders!:

Categorieën
Verhalen van de berg

De gouden buis

Met dit stukje ruïneer ik mijn imago. En ook een beetje dat van Montefrio. Dat is niet zo zoet en liefdevol als ik het vaak schets. En ikzelf ben juist veel te braaf. Eigenlijk gewoon een enorme sukkel.

Er stopt een autootje voor de deur met allemaal officiële logos’ van de provincie erop. Drie mannen, ook al zo officieel gekleed, zeggen dat ze komen ‘voor het gas’. In Montefrio is geen gasleiding, alles gaat nog ouderwets met van die grote gasflessen. En daarvan komen ze nu de kabels controleren, want ‘gasaansluitingen die niet zijn goedgekeurd zijn levensgevaarlijk’.  En ja, we lopen hopeloos achter. Op de kabels staan vervaldata die allang verlopen zijn, dat zie ik ook wel, en de afvoerbuis bij Bloems kamer is van een raar soort plastic waar het eigenlijk staal of zoiets moet zijn. En heb ik wel een verplichte  gasverzekering?
Gelukkig hebben de mannen het allemaal bij zich, de papieren, de kabels en zelfs de stalen buis, en ze beginnen meteen druk te zagen en te boren. Een uur later is mijn huis weer helemaal op orde. ‘Dat is dan 540 euro.’

Uitbarsting

540 euro??? Dat heb ik helemaal niet in huis. Maar geen nood, de mannen rijden me wel even naar het dorp zodat ik kan pinnen. ‘Maar kunnen jullie dan geen rekening sturen?’  vraag ik ontdaan. Nee, dat kan echt niet want hun baas is streng en al die materialen hebben ze nu gebruikt en moeten worden afgerekend. Helaas is hun eigen pinautomaatje net stuk.
En nu komt het idiote. Want ik wéét dat er iets niet klopt. Maar ik voel me zodanig in de val dat ik het doe: meegaan. Pinnen. Als het eerste beste domme buitenlandse vrouwtje op de Spaanse campo.
Natuurlijk blijkt later dat dit een veelvoorkomende vorm van fraude is. Dat de materialen, inclusief de buis, hooguit een paar tientjes kosten bij elkaar. Dat die verzekering niet verplicht is. Dat ze ondanks al die logo’s niks te maken hebben met de provincie of de gemeente.  ‘Dat jij daar intrapt!’  zeggen onze Spaanse vrienden geschokt. Ilco krijgt een voor hem zeldzame woedeuitbarsting over ‘ die gouden buis van jou‘  en ikzelf ga helemaal dood van schaamte.

Autoriteit

Sommige mensen hebben er de oorlog voor nodig, een diepe crisis of iets anders dramatisch. Ik kom er nu al achter: ik ben een onwijze slappeling als het gaat om mannelijke autoriteit. Zwaai met papieren, doe gewichtig, verhef je stem… en, ook al zegt mijn intuitie totaal andere dingen: ik volg.
Goed, heb ik dan nu duur leergeld betaald voor dat inzicht en ga ik eindelijk wijs en volwassen worden? Zelfs dat niet, vrees ik. Want de dag erna staat er weer iemand op mijn patio. Andere man, andere firma (kennelijk is dit de tijd voor dit soort lucratieve zaakjes): ‘Ik kom voor het gas.’  ‘We hebben net…’  val ik uit. ‘Maar heeft u dan ook de juiste certificaten?’ vraagt de man streng. ‘Dat is verplicht: het officiële certificaat van het enige goedgekeurde gas.’
En je gelooft het niet – als ik dit zo opschrijf geloof ik het zelf niet eens- maar even later staat er weer zo’n vreemde man middenin mijn huis hoofdschuddend naar mijn gassituatie te kijken en te zeggen dat ik toch echt…

Categorieën
Verhalen van de berg

Is een uitgever een minnaar?

‘Vroedvrouw? Ik zie mijn uitgevers meer als liefdes,’  mailt een collega. Om vervolgens een sappige opsomming te geven die doet denken aan de ‘bedfellow recount scene’  uit de film Four weddings and a funeral.

Ik krijg Hugh Grant-achtige gevoelens van die opsomming (‘Wat heb ik al die tijd eigenlijk gedaan met mijn tijd? Werk, o ja. Ik heb heel hard gewerkt.’ ): ‘Nummer 1 was gewoon een eikel… Daarna volgde een hele degelijke, al na één boek waren we klaar met elkaar… Nummer 3: echte liefde, maar de royalties bleven laag. Toen vroeg ik nummer 4 en hij wilde mij!… Ik vond hem altijd al geweldig en was apetrots. Maar uiteindelijk bleek hij een nog grotere eikel te zijn dan nummer 1, al wist hij dat beter te verbergen. Ik ging weg en hij werd pas opstandig toen ik uitgever 5 vond… en daar wil ik oud worden.’

Schrijfsofa

Ja, het heeft iets intiems, de relatie met je uitgever. De gesprekken die ik vorige week had, waren ook niet het doorsnee-sollicitatiegesprek. Een uitgever wil vaak veel van je weten, ook allerlei persoonlijke details. En voor je het weet lig je op de schrijfsofa. ‘Zijn wij niet te lief voor jou?’  vroeg een van de uitgevers mij bijvoorbeeld toen ik binnenkwam. En een ander begon meteen over de wilde feesten waar ik mee naar toe kon.
Mijn allereerste afspraakje bij mijn allereerste uitgever herinner ik me ook nog heel goed. Ik had uren zitten praten, het was een behoorlijk opwindend gesprek – maar toen ik buiten stond, dacht ik verward: gaan ze me nou uitgeven of niet? En zo ja, wanneer? En hoe? Dat zijn van die trivialiteiten, daar heeft de uitgever het liever niet over. Of veel later pas, in een simpel berichtje. Eerst maar zien of het klikt. Of je in de stal past. In de familie, zoals een van de uitgevers het vorige week verwoordde. Hoewel een andere uitgever het juist liever wat afstandelijk hield. ‘Dat past meer bij deze tijd.’

Muurbloempje

En nu ben ik weer in Spanje, want het was echt een bliksembezoek. Behoorlijk ontregeld en behoorlijk verleid. De fijnste opsteker van al die gesprekken was toch wel: ze willen me! Mijn nieuwe en belangrijke boek -dat ik steeds maar met mij mee sjouw- hoeft geen muurbloempje te worden.
De ene uitgever zei: ‘Als je een bepaald soort boeken gaat schrijven, maak ik meer reclame voor je.‘  De ander formuleerde het slimmer: ‘Ik denk dat jouw kracht ligt in…’  En de derde zei: ‘We moeten werken aan je imago, je hebt een frisse make over nodig.‘ (o jee)  Net een echte relatie: het verandert je een beetje. De uitgever die ik kies zal zeker invloed hebben op de boeken die ik ga schrijven de komende jaren.
Dat maakt de keuze niet makkelijker.
(wordt vervolgd, alweer!)

Categorieën
Verhalen van de berg

Gif

‘Dit is zó erg. Als ik er echt over ga nadenken, moet ik heel hard huilen of overgeven,’  zegt mijn vriendin. Ik snap het, ook ik sta vrolijk champagne te drinken en te lachen alsof er niks is gebeurd. Maar nu, bijna drie dagen later, ontdek ik ineens dat er geen uur voorbij gaat of het schiet toch weer door me heen. En ik dacht nog wel dat ik niet meer zo gauw te choqueren was…

Nee, de uitgeefsoap is nog niet klaar en zodra het kan (ligt natuurlijk heel gevoelig), zal ik het hier allemaal vertellen. Maar er gebeurden nog wel meer dingen.
Omdat ik toch in Nederland was, ging ik naar het theater. Ik heb iets  haat-liefdeachtig met toneel. Dat is eigenlijk wel een ontboezeming voor iemand die zo’n zeven jaar in het theater heeft gewerkt.  Maar als het stom is, vind ik het vaak ook meteen heel erg stom. Een echt mooie voorstelling daarentegen, daar kan geen film of boek tegenop. Het zweet, de tranen, de gelijktijdigheid van maken en kijken, de kwetsbaarheid.
Zo’n soort voorstelling was het. De première van Kust van het RO Theater, geschreven door een Libanese schrijver, Waijdi Mouawad. Een jongen gaat zijn vader begraven in diens geboortegrond en trekt door een land dat nog aan alle kanten oorlog ademt. Onderweg ontmoet hij een bonte stoet kinderen die allemaal hun eigen oorlogsverhaal willen vertellen. Vaak gebruiken ze daar de dode vader voor, die voor even van iedereen de vader is.

Soldaten

Het spel, het toneelbeeld, de beeldschone teksten, het ultieme einde, alles klopt bij deze voorstelling. Maar het gif zit in de verhalen die de oorlogskinderen vertellen.
Echt, ik durf heel veel. Vroeger keek ik expres niet naar films als Shoah, tegenwoordig kan ik dat aan. Een boekenserie als Gone lees ik achter elkaar door, terwijl er gruwelijk en ontluisterend gedood en gemarteld wordt. Over lijken plassende soldaten, allesverwoestende tsunami’s, schietende types in winkelcentra, zelfs mijn kinderen haal ik daarvoor niet meer bij de tv vandaan.
Maar dit.
Dat oorlog zó vreselijk is. De mensen zo walgelijk. En de verwarrende manier waarop dat in jezelf resoneert. Vooral dat, vrees ik. Ik ga niet eens proberen het na te vertellen. Ga zelf maar kijken naar Kust van het RO Theater.  Als je durft.

Categorieën
Verhalen van de berg

Is een uitgever een vroedvrouw?

Ik had een tijdje een vriendin die belangrijke boeken schreef. Op een dag ging ze trouwen en haar uitgever was getuige. ‘Dat is niet zo raar’  zei de uitgever in haar speech, ‘want als uitgever ben ik ook de vroedvrouw van al haar boeken.’
Niet veel later veranderde die vriendin van uitgever. Ze was enorm verbaasd dat haar oude uitgever woedend op haar was. Maar ik had zelf toen net een baby gekregen en dacht: je vroedvrouw sleept je langs de poorten van de hel, die ziet je op je allerzwakst en op je allersterkst en aan het eind ben je diep en hevig verliefd op haar geworden – die verlaat je toch ook niet zomaar voor een ander?

Mijn eerste uitgever was een lieve oude man en ik ben hem eeuwig dankbaar dat hij mijn eerste boek wilde uitgeven. Maar Jan, zo heette hij, vond alles goed wat ik schreef. Dat was drie boeken lang heerlijk, maar toen verlangde ik naar iemand die zei: doe dit niet en dat wel, die vragen stelde, die overzag waar ik zelf te dicht op zat. Toch een soort vroedvrouw dus.
En toen kwam Liesbeth op mijn pad. Van haar moest ik mijn boek ineens wel vijf keer helemaal opnieuw schrijven, en daarmee begon het echte werk. Maar toen Het heksenhotel eenmaal af was, was het wel precies het boek geworden dat ik al die tijd had gewild. En al die lange maanden leefde Liesbeth mee, soms streng, soms vrolijk, soms zei ze onzin en soms wijze dingen –  maar het belangrijkste: ze was er. Zelfs toen ik op reis ging, stuurde ze twee jaar lang elke week (elke week!) een mailtje naar me en het schrijven ging ondertussen gewoon door. Mijn olifantenboek heb ik zelfs aan Liesbeth opgedragen.
Dus ja, er zullen vast schrijvers zijn die een uitgever vooral, heel praktisch, zien als een makelaar van boeken, maar ik ben dat anders gewend.

Overspelig

Ik ging op een berg wonen en ik ging andere dingen schrijven. Nooit meer lief was het eerste boek dat helemaal nieuw was, ook voor mij, en toen was Liesbeth al met pensioen. Ik kreeg een nieuwe uitgever, zomaar cadeau. Een uitgever die goed was in vrolijke boeken in series. Van die boeken waardoor mijn royaltie-afrekening er aan het eind van het jaar toch nog best goed uitziet en waardoor steeds meer scholen mij uitnodigen om workshops aan kinderen te geven. Precies wat ik wilde. Een tijdje geleden dan.
Want hoe raarder ik ga schrijven, hoe meer ik ga verlangen naar een uitgever die ook een beetje raar is. Die het aanmoedigt als ik minder voorspelbaar ben en die mijn boeken vervolgens als zijn of haar kinderen ziet en er dag en nacht voor in de weer is.
Misschien bestaat zo’n uitgever helemaal niet. Toch moest ik het zeker weten. En daarom ben ik nu in Nederland, een beetje stiekem, bijna overspelig. Met mijn rode bloem in mijn haar drink ik sloten vol koffie met wel drie uitgevers. En tussendoor denk ik heel diep na. Is een uitgever, is mijn uitgever, een vroedvouw?
Wordt vervolgd!

Categorieën
Verhalen van de berg

Vuile dieven!

Het is weer eens zover! Ik ben in mijn leven al zo ontzettend vaak beroofd, je zou er bijna stoicijns van worden. Ligt het aan mij, of is de wereld gewoon slecht en gevaarlijk?

Een overzichtje tot nu toe.
Gerold. In Amsterdam, heel klassiek een keer bij een schoenenwinkel in de Kalverstraat terwijl ik even naar de spiegel liep. Kom ik terug… tas weg. Of nog brutaler: bij de Hagendasz ijswinkel op het Leidseplein waar ik met mijn moeder een ijsje zat te eten en mijn tas onder de tafel vandaan gehengeld was. Scheen enorm vaak voor te komen, volgens de politie. In Madrid, nog helemaal niet zo lang geleden, in de metro naar het vliegveld, ook al zo klassiek. Kort daarna werd Ilco van zijn portemonnee beroofd in Barcelona. De creditcardmaatschappijen hebben hun handen vol aan dat blokkeren en deblokkeren van ons.

Kinderspulletjes

Uit huizen. Toen we nog aan de gracht woonden op één hoog. Toen was de dief door het raam naar binnen geklommen terwijl we lagen te slapen. In Durgerdam, twee keer geloof ik. En elke keer weer die slome verbijstering als je er heel langzaam achter komt: waar had ik nou toch mijn portemonnee… en waarom is die la eigenlijk open… en heb jij de deur soms niet dicht gedaan?
Op reis waren we nooit bang voor rovers. Toch is het een keer gebeurd: tas met kinderspulletjes uit auto in bij eenzaam bergrestaurantje in Turkije. In alle opzichten, voor de enorm verdrietige meisjes maar ook voor de dief, een sneue buit. Veel lucratiever en professioneler was hoe we tot twee keer toe werden geskimd (woord ter plekke geleerd). Terwijl wij lekker rondtoerden, plunderden criminelen in Kaapstad onze rekening met gekopieerde codes van pasjes. Kaapstad is daar berucht om, weet ik inmiddels. Maar goed, dat krijg je allemaal terug van de bank, dat is een troost.
En daar hoop ik nu ook op, want nu is er weer iets dergelijks aan de hand.

Brievenbus gehackt

De brievenbus van ons postadres in Nederland is gehackt. Iemand heeft de bankpost van ons (en anderen) eruit gehaald en op onze naam creditcards aangevraagd. En ook nog eens gewoon gekregen van de ING! Vervolgens natuurlijk als een gek dingen gekocht. Vliegtickets, merkkleding, voor duizenden euro’s. En misschien nog wel het naarste: terwijl deze zaak nog loopt en we dus officieel zelf nog steeds ‘verdacht’  worden van al die ellende, word ik net gebeld door de eigenaresse van de gehackte brievenbus dat er alweer een nieuwe creditcard rouleert en alweer 5000 euro is afgeschreven…
Het zal heus wel weer aangevuld worden, we kunnen echt aantonen dat wij het zelf niet waren, maar toch. Het voelt een beetje alsof je wordt aangerand, ik kan er wel om huilen. Blijf toch eens met je poten van andermans geld af, stelletje klootzakken!
(Hm, toch niet zo stoicijns als ik dacht).

Categorieën
Verhalen van de berg

Rupsje nooitgenoeg

‘Mama, mag ik brood met reuzel?’
In die vraag zat al mijn liefde voor verhalen. Want ‘brood met reuzel’, dat had ik net gelezen bij Ot en Sien. Dat vonden die kinderen daar het lekkerste dat er bestond. En ik wilde net als zij smullen van dat rare reuzel dat je vooral met grote happen scheen te moeten eten.
Ik weet niet wat mijn moeder me gaf (spekrandjes? boter?), maar dat ze niet iets zei als ‘Reuzel? Wat een onzin!’ was al genoeg. Ik kon de wereld van Ot en Sien ter plekke tevoorschijn toveren. Er was dus een dubbele brug nodig naar mijn eigen fantasie: eerst het verhaal, dan de smaak.

Als Rupsje Nooitgenoeg at ik mij door mijn boeken heen. Heidi werd sterk van ‘dikke hompen brood’ met de gesmolten kaas van de geiten van haar grootvader. Tijdens een vakantie in een eenzaam bos verlangde ik ineens, samen met Sjakie, zo naar ‘de romige, volzoete, krachtige smaak van chocola die je hele mond vult’  dat mijn vader een uur is gaan rijden alleen maar om voor mij ergens een winkeltje met repen te vinden.
Misschien houd ik daarom ook wel zo van Astrid Lindgren. Ik kan nooit ‘gehaktballetjes in de pan laten dansen’  zonder aan Karlsson te denken. En met kerstmis verander ik ter plekke in de moeder van Emiel en mijn Spaanse keuken in een pandemonium van bakken en braden en inmaken – precies zoals ik dat altijd voor me zie bij het lezen van Bolderburen. Spanje? Zweden!
‘Het verhaal houdt niet op als het boek dichtgaat.’  Dat was het belangrijkste idee achter ons project Het verhalenkasteel. Vertaal het boek in knutsel-, schrijf-, muziek- en zelfs kooklessen – des te groter is de impact daarvan.

Latkes bakken, nu!

Het overkomt me nog steeds. Neem het boek ‘The help’. Elke keer als iemand verdrietig of boos is in dat boek, wordt er een karamelcake gebakken. Waardoor ik na dat boek aan niets anders meer kon denken. Dus ja, nu heb ik na een beetje zoeken het perfecte recept. En het leuke is: elke keer als ik die cake bak, zie ik weer scenes van dat boek voor me, krijg ik weer dat Help-gevoel.
Of Bruidvlucht. In dat boek (niet de film) raakt een vrouw geobsedeerd door het bakken van latkes, aardappelkoekjes. Haar gevecht met haar joodse achtergrond wordt een manisch gezoek naar het ultieme recept van haar dode grootmoeder. Ook al ben ik zelf maar voor een kwart joods, ineens leek het mij ontzettend belangrijk om goede latkes te kunnen bakken. Ik vind ze niet eens echt lekker maar af en toe speelt dat boek weer op. Latkes bakken, nu!
Dus toen mijn eigen dochter laatst ineens vroeg: ‘Mama, wil je polenta maken?’  zei ik niet: ‘Nee, lieverd, dat vind ik heel vies en ik weet absoluut niet waar ik hier in Spanje aan polentameel kan komen.’  Maar toen begon ik druk te zoeken en mensen in Nederland te vragen om dat meel naar mij op te sturen. Want mijn dochter had er namelijk net over gelezen in Levende bezems….

Dit stukje verscheen ook vandaag als column op Leesplein: http://leesplein.nl/LL_plein.php?hm=1&sm=2&id=81
Het recept voor karamelcake staat hier:  http://www.annavanpraag.nl/2010/08/karamelcake/

Categorieën
Verhalen van de berg

Ruiken aan een zakje

We pakken het zakje voorzichtig uit de grote doos. We geven het door. We openen het nog niet. We eten niet. We ruiken, dwars door het zakje heen. Ze zijn niet eens van de echte bakker, maar toch. Die geur! Dat verse, dat zoete.  We leggen ze nog even opzij. Nog niet. Misschien morgen.

Na onze laatste grote reis was het extreem aan de hand. Albert Heijn voelde echt koninklijk, de lichten zo mooi, het eten in die schappen zo schoon en gekleurd, de veelheid. Dat vooral.

Er is een tijd geweest dat ik elke week voor honderden euro’s boodschappen liet komen, met een chique bezorgservice. En dat ik dan nog klaagde dat ik niet wist wat we moesten eten die avond.
Maar als je hebt geleefd in de schaarste van west Afrika, vergeet je nooit helemaal hoe het is als er een heleboel dingen gewoon niet zijn. En dat gaat zelfs door in Spanje. Dat heeft inmiddels vooral met logistiek te maken. Ik ken expats die voorraadkamers vol hebben met dertig potten pindakaas, tien kilo waldkornmeel en toch algauw tien flessen ketjap. Maar dat krijg ik echt niet voor elkaar – en dat hoeft ook niet. De hagelslag bijvoorbeeld: meestal redden we het wel van de ene gast tot de andere. Iedereen vindt het leuk om zoiets voor ons mee te nemen en wij zelf niet, omdat we bijna altijd met alleen handbagage reizen. Nog niet zo lang geleden bracht iemand een rol beschuit en een pakje echte roomboter mee. Daar kan dan geen taart tegenop.

Appie

Een maandje of twee geleden ontdekte ik een winkel bij Barcelona en die heet, ik lieg dit niet: Appie Hein. En die bezorgen dus Nederlandse dingetjes door heel Spanje. Gisteren had ik voor de tweede keer iets besteld. Zo feestelijk: komt er een doos met alleen maar vruchtenhagel, ontbijtkoek en Liga Evergreen (‘Mam, bestel nog een pak alleen voor mij. Ik betaal het zelf van mijn zakgeld.’). En krentenbollen.
‘Vanmiddag bij de thee, dan gaan we ze eten,‘  beloofde ik de meiden vanmorgen in een vlaag van opperste Nederlandse gezelligheid (want thee drinken is ook al helemaal niet Spaans).  ‘En heb je er dan heel misschien ook een beetje Nederlandse kaas bij?‘  vroeg er eentje hoopvol. Maar nee. Er moet  natuurlijk wel wat te wensen blijven.

Categorieën
Verhalen van de berg

Huis met geesten

Ons huis is oud, er is al van alles in gebeurd voordat wij kwamen. Er woonden boeren met geiten, een schijnbaar keurig Engels stel had er een bed&breakfast, en er heersten excentrieke dametjes, zoals de in Montefrio nog steeds legendarische Victoria. En dan heb je nog al die mensen die allang vergeten zijn. Of niet helemaal, want sommigen zijn er nog. Dat weet ik want ik zie ze bijna dagelijks. En mijn dochter ziet ze ook, ontdekte ik laatst.

Ik ben eraan gewend geraakt dat ik in de keuken sta of achter mijn computer zit en ineens iemand achter me voel. En dat je dan omkijkt en er alleen nog een soort schaduw is aan de rand van je blik. Soms zijn het mijn ‘eigen’ geesten: mijn oma, mijn neefje. Misschien denk ik ze om me heen, dat zou zomaar kunnen.
Maar hoe zit het dan met die anderen? Er zwerft hier van alles door het huis, volgens mij. Vaag en vriendelijk, over het algemeen. Oké, het kan heel goed zijn dat de vele eenzame schrijfuren een wat te grote impact hebben op mijn fantasie – of dat ik teveel heksenboeken heb geschreven. Maar hoe verklaar je dan dat mijn dochter er af en toe ook over begint?
In haar kamer woont ‘Belle Hélene’: een meisje met bruin haar dat zijzelf was in een vorig leven. Dat klinkt creepy, maar mijn dochter vertelt het heel terloops, zoals je een droom vertelt. Ook ‘De Schrijver‘  ziet ze af en toe en soms zit  ‘Sorrow’ aan haar bureau. Maar daar is ze een beetje bang voor, dan moet ze snel naar haar bed rennen want daar is ze veilig.

De vloekenman

En ineens moest ik denken aan de tijd, lang geleden, dat diezelfde dochter elke nacht gillend wakker werd van de nachtmerries. Dat heeft maanden en misschien wel jaren geduurd en in mijn moederlijke wanhoop belandde ik uiteindelijk, via via, bij een rare man in Zandvoort. Hij zag eruit als een ambtenaar en was een beetje groezelig gekleed. Zijn huis was bepaald niet zweverig en de radio stond keihard aan, terwijl hij met mij praatte. O ja mijn dochter, hij zag haar toen ik binnenkwam al voor zich, die was enorm ontvankelijk voor van alles en nog wat. En in dit geval hadden de nachtmerries te maken met oude familievloeken en vloeken die al tientallen jaren in ons toenmalige huis zaten. ‘Maar’ zei de vloekenman terwijl hij een beetje friemelde aan iets dat eruitzag als een rozenkrans (hij had les gekregen in Suriname, van de bosjesmannen, dat was ik nog vergeten te zeggen), ‘dat is nu allemaal opgelost.’
Nogal beledigd stapte ik naar buiten: hoe kon dit vage praatje nou effect hebben op al die eindeloze nachtmerries van mijn kind?! Maar die nacht sliep ze door. En de nacht erop ook, en de volgende en de volgende.

Sorrow

Het is die Sorrow. Die bevalt mij niet, geloof ik. En toen herinnerde ik me wat de vloekenman toen ook nog had gezegd: ‘Je dochter blijft dit doen in haar leven: oude vloeken bevechten, voor zichzelf en voor anderen. Daarom kom je nog wel een keer bij mij terug.’
Ik hoop het niet. Dit soort dingen wil ik eigenlijk zo min mogelijk benoemen. Zo’n stukje als dit is me eigenlijk al teveel.

Categorieën
Verhalen van de berg

Aardbeien in de winter

Auberginekoekjes, auberginesaus, auberginegratin, auberginemedaillons, auberginesalade… soms ben ik het zo zat! Wat nou seizoensgroente, wat nou leuk van het land, doe mij iets heerlijk verwerpelijks uit de kas.

Vaak is het een sport. Zie ik iets raars in de groentewinkel en ga het meteen uitproberen. Dan zijn het meestal ouderwetse, in Nederland uitgestorven groenten. Kardoen bijvoorbeeld, dat is een soort bleekselderij, alleen smaakt het veel zachter. Of pastinaak, een witte wortel. Je kunt er chips van maken, of ze gestoofd in boter eten, niks mis mee. Ik had een tijdje geleden ook een soort groene bollen gekocht, waarvan we geen idee hadden wat het was. Na heel lang zoeken kwamen we er achter dat geen groente was maar fruit en wel: custardappel. Iets tropisch uit Peru, dat, net als de maki of de kaki of hoeheethet, ook in Zuid Spanje wil groeien. Je moest ze schillen en dan schenen ze, als een soort snoepje uit Willy Wonka’s chocoladefabriek, tientallen smaken tegelijk te hebben, van yoghurt tot ananas. Niet waar! Hard en raar en zuur smaakten die nepappels, zelfs toen ik er een shake van maakte met sinaasappelsap. Niemand dronk het op, experiment mislukt.

Zwarte tomaten

Maar er is ook veel niet. Ik kan zo verlangen naar venkel. Naar witte asperges, naar echt lekkere spinazie, naar zuurkool (jaaaaa, daar droom ik van… en nu niet zeggen dat je dat zelf kan maken want er zijn grenzen aan mijn kwaliteiten als keukenprinses), boerenkool, peultjes… Of naar aardbeien in de winter en naar alles wat Aziatisch is zoals tauge of paksoi. In plaats daarvan kom ik negen van de tien keer van de groenteman terug met tomaten en aubergine. Ik houd niet echt van tomaat, al heb je die hier in zo’n tien soorten, van groen tot zwart, en heus wel van aubergine, maar ik mis, bijvoorbeeld, verse erwtjes. ‘Kun je die dan niet gaan verbouwen?’  vraagt iemand af en toe. Maar nee, al dat gewroet in de aarde en dat onkruid, ik word al zenuwachtig als ik er aan denk. Ik kan niet eens een plant in huis aan en als Ilco weg is, vraagt hij de meisjes de bloemen buiten water te geven want anders zijn ze dood als hij terugkomt.
Maar nu is Ilco er gewoon en vanmorgen ging hij naar de stad. ‘Neem wat lekkere groente mee,’  had ik gezegd. Deze week al twee keer aubergine gegeten dus ik dacht: hij snapt het wel. Maar nee. Kom ik in de keuken is het eerste wat ik zie: tomaat. En weer die fucking aubergine!

Recept: auberginekoekjes

Pond aubergines schillen, in plakken en even koken tot ze zacht zijn. Water eruit knijpen en fijnhakken. Mengen met half pond gehakt (of een deel met anjovis, als je, zoals ik, ook vegetariers in huis hebt), een losgeklopt ei, teentje knoflook, vier eetlepels geraspte kaas, nootmuskaat, zout, peper, gehakte peterselie en broodkruim, totdat het glad is. Platte koekjes maken en op niet te hoog vuur in de olijfolie bakken. Koud ook lekker (goed voor een picknick).