Categorieën
Verhalen van de berg

Naakte vrouwen in de duisternis

‘Als dit een weblog was, dan heette het ‘naakte vrouwen in de duisternis’  zegt Bloem. En ik word meteen vrolijk: niet alleen om die titel, maar ook omdat mijn kind mij zo goed snapt.

Het is een soort afwijking. De dingen die gebeuren verkleven zichzelf in mijn hoofd meteen tot een verhaaltje en dan pas snap ik hoe het zit. Grappig, maar ook tamelijk onzinnig. Elke gebeurtenis heeft zoveel verhalen en waarom zou je daar eentje van kiezen – en zelfs opschrijven? Op wat voor grond? Voor je het weet is het sensatie. Of privé, of eigenlijk geheim. Soms krijg ik klachten van ‘slachtoffers’ of bekenden. Mijn vader schrijft wel eens: ‘Had je dat nou wel moeten publiceren?’ Ja, dus. De chaos is me anders te groot, echte paniek is voor mij: het verhaal niet zien. En dat er lezers zijn zoals jullie houdt me scherp.
Trouwens, jullie zijn zelf ook een beetje raar! Want de stukjes over grote en kleine drama’s worden veel meer gelezen dan de leuke. Mijn meestgelezen weblogje na dat van Chaia’s paardenongeluk is dat over de hertogin van Alba: de engste vrouw van Spanje. En nu maar eens kijken wat dit weblog gaat doen – of ik door die titel alleen al heel veel lezers ga krijgen. Want zo werkt het ook: op het moment dat Bloem het zei, bestond het weblog al. Ik moest het verhaal erbij alleen nog even zoeken. Maar hier komt het:

Gruwelverhaal

Het was in de Arabische hammam van Granada, een extreem exotische ervaring van geurige badjes en hete stenen en nisjes waar vrouwen in het rood aan de lopende band staan te masseren. Bloot in de sauna is ondenkbaar in Spanje, iedereen loopt in badkleding. Dat is een beetje besmettelijk: terwijl ik dit opschrijf vind ik het ineens raar en zelfs een beetje vies dat in Nederland de mensen in de sauna pontificaal bloot zitten te zweten. Maar goed, dat preutse (?) gaat dus door in de kleedkamers. Die zijn te klein en vooral te donker voor al die vrouwen. En ze werken met shifts, dus iedereen moet tegelijk naar binnen. Zodat er een soort kluwen van blote vrouwen ontstaat die allemaal in de schemerzone van douches en kluisjes op zoek zijn naar hun tas, hun föhn, hun onderbroek. En dat vind ik, maar dat zegt ongetwijfeld meer over mij dan over de hammam, nou een echt gruwelverhaal: al dat claustrofobische en onrustige gefriemel van naakte vrouwen in de duisternis.

Categorieën
Verhalen van de berg

Zoetzoetzoet uit Spanje

Ik wilde jullie vandaag een feestelijk Spaans recept geven, omdat Ilco jarig is. Nonnenkoekjes bijvoorbeeld – en meteen het verhaal erbij. Maar behalve wij is niemand echt in de feeststemming.

December feestelijk? Kerstversiering, kerstmenu’s? Elk jaar nodigen we de buren uit met kerstmis en elk jaar is het maar de vraag of ze komen. En als ze komen is het laat en zijn ze eigenlijk te moe. Want december betekent: olijven plukken, ook in het weekend en ook gewoon met kerstmis. Spaanse boeren hebben hun feestmaaltijden in de zomer, buiten, aan lange tafels met veel tapas en wijn. Nu werkt de hele familie mee, ook de kinderen (veel lege plekken in de klassen). En oma past op de kleintjes.

Lucratieve nonnetjes

Maar intussen maken al die oma’s dus wel brokkelige koekjes, in gigantische hoeveelheden. Mantecados heten ze en de nonnen in Andalucia zijn er mee begonnen. Dat deden ze om de Moren te paaien. Die misten hun zuidelijke zoetigheden en de nonnen verzachtten hun heimwee. Wel tegen betaling trouwens, het werd een lucratief handeltje aan de achterdeur van veel kloosters. Nog steeds schijn je bij de kloosters de lekkerste manteacados te kunnen kopen. Maar ook gewoon bij iedere supermarkt. En de buurkinderen brengen trommels vol, gemaakt door oma, bij ons langs.

Hieronder het recept van mijn buurvrouw dat ik haar tussen het plukken door heb weten te ontfutselen en ook dat van twee andere decembertoetjes. Flan van mandarijntjes en een verrassend lichte kastanjecake (zonder eieren en zonder boter) waarvan ik het recept zomaar vond bij de kapper. Grand dessert uit Spanje! En wie hier vandaag op verjaardagsbezoek komt (jullie zijn allemaal welkom), krijgt er ook nog een stuk Nederlandse appeltaart bij.
Alle recepten zijn vertaald door Bloem.

MANTECADOS DE ALMENDRAS

Ingrediënten:
400 gram bloem, 250 g ongezouten, gepelde, amandelen (vliesje eraf stomen), 250 g poedersuiker, 250 g varkensreuzel (echt waar, kan je hier overal kopen… maar gesmolten boter kan natuurlijk ook), 1 lepel kaneel, 1 geraspte citroenschil, poedersuiker (om te garneren).

Bereiding:
Verwarm de oven op 200 graden en rooster 2/3 van de amandelen 20 minuten tot ze goudbruin zijn.  Maal alle amandelen (geroosterd en niet geroosterd) tot een fijn poeder (kan in de keukenmachine, de koffiemaler of zelfs in zo’n apparaatje dat suiker maalt tot poedersuiker).
Kneed alle ingrediënten. als het deeg te plakkerig is, voeg dan extra poedersuiker toe.
Maak er kleine rolletjes van (ongeveer zo groot als een lippenstift) en doe ze 20 minuten in de oven op 175 graden. Als ze zijn afgekoeld rol je zo door de poedersuiker en wikkel je ze als een snoepje in verschillende kleuren cellofaan papier.

LICHTE KASTANJECAKE

Ingrediënten: 250 g tamme kastanjes, 250 g bloem, 160 g suiker, 1 zakje bakpoeder, 1 kopje olijfolie, 2 theelepels vanillesuiker, 1 kopje melk, 1 pot kastanjepuree, poedersuiker (om te garneren).

Bereiding:
Was de kastanjes, snij een kruisje in de schil en kook ze 20 minuten. laat ze afkoelen en pel ze, snij ze fijn en zet ze apart. Verwarm de melk en mix met suiker, olijfolie, vanillesuiker in een kom. Voeg er de kastanjes aan toe.
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Zeef bloem en bakpoeder en voeg het met een garde aan het beslag toe.
Vet een cake-vorm in en doe het beslag erin zodra het losgeklopt is en zonder klontjes.
Zet de cake 50 minuten in de oven.
Haal de afgekoelde cake uit de vorm, snij hem doormidden en bestrijk de onderste helft met kastanjepuree. Leg de bovenkant er weer op en garneer met poedersuiker.

MANDERIJNENFLAN (5 personen)

Ingrediënten: 3 mandarijnen, 1 glas melk, 4 eieren, 80 g suiker, 3 biscuitjes of plakjes cake, 1 lepel brandy of sinaasappellikeur, olijfolie, karamel (flesje of zelf suiker smelten).
Bereiding:
Pel twee van de mandarijnen en was de andere heel goed. Doe ze alle drie in de blender (dus ook de ene met schil, je kan hem eerst in vier stukken snijden). Meng het verkregen sap met suiker en eieren die je heel schuimig hebt geklopt.
Verbrokkel de cake in een kom. Verwarm de melk en meng die met het eiermengsel en de cake. Laat even zachtjes inkoken. Voeg de likeur toe.
Vet een flan- of puddingvorm in. Smelt suiker tot karamel en bedek de bodem van de vorm van de vorm en giet daarna het beslag erover heen.
Zet de vorm in een bak warm water en zet die 1,5 uur in de oven op 175 graden.
Laat de flan een nachtje opstijven voor je hem uit de vorm haalt. Versier met stukjes mandarijn.

Categorieën
Verhalen van de berg

Sinterklaas in Spanje

We hadden borstplaat gemaakt en gevulde speculaas. Erwtensoep en rookworst ingevlogen. Er waren van die juten zakken en er werd op de deur gebonsd.

Nee, er waren geen oma’s en opa’s. Geen sinterklaasdingen op school, geen pieten in de stad, geen schoenzetten bij de supermarkt, geen hebberigmakende etalages of van die reclamefolders die stiekem best leuk zijn. Niemand hier snapte er iets van, al vonden de Spaanse vriendinnen al die cadeautjes en vreemd snoep (chocoladeletters!) enorm interessant.
Maar we hadden het niet nodig. Met zijn vijven hadden we de sinterklazigste avond ooit. Met liedjes en lange gedichten. Met Bloem die op jungletocht moest in het washok, waar alles groen was en vol lianen, met groen licht en dierenfoto’s en echte oerwoudgeluiden. Met het grote sprookjesboek van mijn leven waar echt alles in stond, inclusief een paar geheimen.
En nu liggen er nog overal vertrapte pepernoten en papiersnippers en emmers vol met zwart snot want er was natuurlijk ook een vieze surprise bij. En ik moet steeds maar denken aan Dunya, die nog zo heerlijk halfgelooft, tussen twee werelden in. Ze zong, ze sprong, ze stond op haar kop. En ineens zat ze doodstil op de bank en zei zachtjes: ‘Dit is zo leuk, ik moet bijna huilen.’

Categorieën
Verhalen van de berg

Mijn verschrikkelijke Tamagotchi

‘Als dit niet lukt, mama, vind ik jou zo zielig.’  En niet alleen dat, dan val ik schaamteloos door de mand als de stoere keukenprinses die ik zo graag wil zijn. Mijn taarten en toetjes zijn vrij beroemd en dat wil ik graag zo houden.

Brood is een probleem in Spanje. Was er ooit een tijd dat een wit stokbroodje iets feestelijks was? Als iemand nu een donkerbruin brood meeneemt uit Nederland wordt dat tot de laatste verdroogde kruimel verslonden. Mmmm!
Als ik een goede expat was, had ik kasten vol waldkornmeel om zelf te bakken, maar helaas. Er is een lieve vriendin die me af en toe een pak opstuurt, maar dat is na vier broden ook alweer op.
Dus nu had ik ineens iets bedacht: zuurdesem! Kan je zelf maken, geeft het meest knapperige, sappige brood en ook nog heel gezond.

Ja, ja het groeit!

Maar zuurdesem maak je niet zomaar. Je moet eerst een papje maken van volkorenmeel. Na lang zoeken vind ik in een verre supermarkt in Granada inderdaad een fabrieksvariant van volkorenmeel. Het komt nauw: geen metaal, afdekken maar niet verstikken – en dan maar wachten. Dagenlang. En elke dag moet er iets met dat papje. Omroeren. Bijvoeden. Nog een keer omroeren. De meiden raken helemaal in de ban: ‘Gebeurt er al iets?’  Want je moet belletjes krijgen en een zurige geur – maar ook weer niet te zuur.
De hele week draait om dat papje. Op een dag betrap ik mezelf  woest speurend op internet, waar het maken van zuurdesem hetzij als een soort thriller (volg het desem! – dag 4!) beschreven wordt of anders wel als een prille zwangerschap (ja ja, ik zie belletjes, het groeit, dit is een heerlijke dag). Mijn zus leeft vanuit de verte ook helemaal mee en stuurt mails met titels als ‘papje?’ Het doet me denken aan die enge speelgoedjes die je een tijdje had, Tamagotchi, die moest je ook steeds bijvoeden en vertroetelen en rust geven. Het begint allemaal enorm op mijn zenuwen te werken. Dieptepunt: stoeiende kinderen in de bijkeuken en ik die hysterisch aan kom rennen: ‘Niet zo hard schreeuwen naast mijn zuurdesempje!’

Satanisch

Ik geef mijn desem een extra dag. En nog een. Het ruikt inmiddels naar yoghurt, maar het bruist niet erg. En het is ook niet zo sponsachtig als volgens mij zou moeten. Vast geen goed meel natuurlijk. Dan komt toch het moment van deeg maken. Het rijst niet, dus ik ‘geef’  het een hele extra nacht en gooi dan de rare klomp deeg (die verdacht veel lijkt op het brood dat onze eigen bakker hier maakt) geirriteerd in de oven. Stomme bezigheidstherapie! Net zoiets als slow cooking: gedoe voor sneue koks met tijd teveel. Het restje desem (‘met een beetje bijvoeding meteen klaar voor een volgende keer’) spoel ik opgelucht en zelfs met satanisch genoegen door de gootsteen. Einde experiment!
Maar dan. Drie kwartier in de oven en ineens is het er: een heerlijk, knapperig, plakkerig brood. Zwaar en verrukkelijk, en dus, met die vijf broodfans hier in huis, in een uurtje ook alweer op. Ongelooflijk.
Ach, en had ik nu dat restje desem maar niet als een kind met het badwater weggegooid…

Categorieën
Verhalen van de berg

Schrijvers over schrijven

‘Schrijven over schrijven is zó vervelend!’  Dat zei Sylvia Witteman een keer, toen ik net mijn nieuwe site had waarop pontificaal stond ‘Anna schrijft over schrijven’.  Ik kromp in elkaar want ik heb vroeger jaren bij Sylvia in de klas gezeten en haar hoon maakt me nog steeds een beetje  bang.

Maar toch. Gisteren twee digitale berichten over schrijven. Collega Marjolijn Hof: ‘Soms is het een worsteling, maar een vriendelijke en geduldige worsteling, alsof we met elkaar stoeien, de woorden en ik. Soms wordt het even menens. ‘En nou is het afgelopen!’ zeg ik dan. Of: ‘Ik geef me over!’
En de dichter Ilja Leonard Pfeijffer nuanceert dat ergens anders weer door te stellen dat ‘het romantische ideaal is dat kunst een bevlieging is. Was het maar waar. Vroeg naar bed en morgen weer meters maken.’
Een bevlieging? De schrijfster Elizabeth Gilbert hield er niet zo lang een TedTalk over. ‘Wij schrijvers zijn geen genien, we worden erdoor bezocht.’  Alle schrijvers van hun voetstuk, volgens Elizabeth zijn we niets meer en niets minder dan een soort doorgeefluik voor verhalen die ons worden ingefluisterd door de kosmos – door muzen, zo je wilt.

Monsters

Ik hou wel van die gedachte. Zo heeft er jarenlang een essay van de schrijver Philip Pullman op mijn bureau geslingerd, dat heette ‘All around you is silence‘  (die titel alleen al spreekt mij hier op de berg natuurlijk enorm aan). Een schrijver, stelt hij, is een visser op een nachtelijke zee. Je zoekt de beste plek op, daar waar je vermoedt dat de meeste verhalen zitten, en dan ga je wachten. Soms bijten ze, soms niet, soms schieten ze weer van je haak af. ‘And the sea is very big, and the weather is changeable, and you really have only the most rudimentary knowledge of what things lie in the depths. There might be monsters there that could swallow hook, and line, and lamp, and boat, and you….’  Geweldige metafoor. Jammer dat de schrijver in kwestie toen ik hem ontmoette zo’n vervelende, zelfingenomen man was die deed alsof hij die hele oceaan al in kaart had gebracht – maar dat is weer een ander verhaal.

Genade

En dan heb ik altijd nog het citaat van de oude schrijfster Nel Verschoor van der Vlis. Een wijze dame (geen vrouw, een dame) die zondagsschoolboekjes schreef en nog heel veel meer (meest hilarische titel van de, ruim zestig, boeken van haar naam: Een neger in het dorp!). Ik heb haar gekend, de oude Nel, en zij zei altijd: ‘Schrijven is een worsteling en een genade.’
En dat, lieve Sylvia, is toch een soort troost als je je weer eens zit af te vragen waar je in godsnaam mee bezig bent.

Categorieën
Verhalen van de berg

So lonely

37 eenzame sokken. Wie doet ons dat na? Resultaat van een afgedwongen opruimactie op de kamers van de meiden. En nu weet ik niet zo goed wat ik ermee moet.

Weggooien? Het zijn nog heel goede sokken, gestipt en gebloemd en in fijne meisjeskleuren. De kindertjes in Afrika zouden… En stel dat we toch ineens die andere helften tegenkomen. Ik weet eigenlijk zeker dat ik op het moment dat ik ze weggooi, al die andere sokken ga vinden. Naast de wasmand. Tussen de onderbroeken. In een oude gymtas. Achter de radiator. Sterker nog, ik geloof dat ik al een keertje eerder zo rigoreus en harteloos ben geweest. En als ik toen, minder ongeduldig, me wat had ingehouden en al die verloren sokken wat meer rust en ruimte had gegund, was dit probleem nu veel kleiner geweest. Hoewel, ik zie toch ook wel een paar gloednieuwe sokken in het rijtje, nog nostalgisch (voor ons dan) ruikend naar de Hema waar we in oktober waren voor onderbroeken en, ja, sokken. Hoe kan het nu zo snel alweer zo mis zijn gegaan?
Ok, Dunya verknipt nog wel eens een sok. Dan krijg je namelijk een ideaal wollen barbiejurkje, heeft ze ontdekt. Is ook zo (probeer maar eens). Maar 37 barbiejurkjes? Dat was me dan heus wel opgevallen. En er zijn heus grenzen aan mijn moederlijke vertedering.

Klaagmuur

‘Klaagmuur van eenzame sokken’. Zo heet een kunstwerk in de Tweede Kamer, helemaal gemaakt van… ja, inderdaad. Maar ja, daar zijn onze 37 sokken te laat voor. Al dagen liggen ze op de rand van de bank slachtoffer te zijn van mijn besluiteloosheid. Heel goede sokken dus, met stippen en bloemen en zonder een gaatje erin. Niet verwassen, heerlijk zacht. Sokken die er nog echt zin in hebben. Die vol verwachting in de Hema of op de markt hebben liggen uitkijken naar welk lief meisjesvoetje ze zouden mogen verwarmen. Iemand heeft ze ontworpen, iemand heeft ze gebreid, iemand (wij) heeft ze uitgekozen – en toen begon hun avontuur.
Dat heeft niet lang geduurd. Een sok zonder wederhelft is als een boek zonder lezers of een nieuwe winkel zonder klanten. Bijna niet te verdragen zo treurig.
Zullen Dunya en ik dan maar een winkeltje in wollige barbiejurkjes gaan beginnen?

Categorieën
Verhalen van de berg

Maar straks wacht de soep van varkensoortjes

Alsof de pest heerst in Montefrio. Uitgestorven straten, overal parkeerplaatsen vrij. Geen rijen bij de enige groenteboer, de slager, de bank. Wat is er aan de hand? Heeft mijn moeder dan toch gelijk? Ze belt me bijna elke dag op omdat ze bang is ‘dat het misgaat in Spanje.’  Occupy, Tahirplein, zelfs dat het sinterklaasjournaal gehackt is… in mijn moeders wereld komt dat allemaal door het geniepige monster dat ‘crisis’  heet en dat haar terug smijt naar de verbeten armoede van haar jeugd.

Maar Montefrio leeft! Nu meer dan ooit. Want alles speelt zich af in de velden, de campo. Zodra de zon op is, begint het al. Tractors met boeren erin die anders kijken dan normaal: krachtiger, stralender. Erachteraan kachelen busjes vol jolige Marokkanen, onze plaatselijke gastarbeiders. Er worden dikke zwarte zeilen uitgerold onder de bomen en dan begint het grote plukken. Is Montefrio niet het kloppend hart van olijvenland Spanje? De komende maanden bewijzen het. Vorst aan de grond, bevroren vingers en spierpijn overal – maar straks wacht de cocido, de hete warme soep van linzen en varkensoortjes.
Crisis? Olijfolie is het vloeibaar goud van dit land. Ze smeren het op brood, ze bakken er al hun eten in (zeg maar gerust frituren), zelfs koekjes en taarten maken ze ervan. Boter is hier bijna niet te krijgen, maar van olijfolie heeft de supermarkt een heel schap vol. En anders koop je het wel bij de fabriek, je houdt gewoon een fles onder de grote machines. Koude eerste persing, groener dan groen (gele olijfolie is oud en dus inferieur!) en je betaalt misschien een euro per liter.

Langer leven

Zo lang er Spanjaarden zijn, zal er ook olijfolie zijn. Het is goed voor je hart, voor je huid – en je leeft er ook nog langer door. Hé mama daar in de verte, kom maar eens kijken hoe Spanje leeft en bruist. En dan kan je er, in plaats van altijd maar weer die armoe,  meteen een ander plaatje uit je jeugd voor schuiven. Wat dacht je van onvervalste, ouderwetse boerenidylle?

Categorieën
Verhalen van de berg

Bestseller

Welk kinderboek kom ik het vaakst tegen in de wereld? Nee, niet Harry Potter en ook niet door Disney verkrachte verhalen van Sneeuwwitje en haar vriendinnen – al zijn dat goede tweede.

Wij hebben een geheime kamer in ons huis. een kamer die wel en niet bestaat. Nee, ik heb het nog steeds niet over Harry P. En ook niet over de verhalen van Narnia, al moet ik daar soms wel aan denken.
De geheime kamer grenst aan onze slaapkamer, maar er zit een muur voor. Toen wij hier kwamen wonen, kropen de klusjesmannen via een dakraam die kamer in. En ontdekten een nest jonge poesjes, precies op die dag geboren. We wilden de poezenkamer bij onze slaapkamer trekken, als een soort inloopkast, maar dat bleek om een of andere reden (die ik meteen ben vergeten) te ingewikkeld. Dus toen hebben de klusjesmannen uiteindelijk de poezen verplaatst en het raampje dichtgespijkerd. Zodat er nu dus niemand meer die kamer in kan. Of uit.
Er staat een grote, zware kast voor met kleren van Ilco. Laatst ruimde ik daar iets op en toen zag ik die haag van donkere pakken en colbertjes. En in flits dacht ik zelfs dat er geen achterwand was, voelde ik de tocht van een andere wereld. Zo moet Narnia zijn ontdekt.

Schuilplaats

‘ s Nachts in bed kan ik die kamer soms voelen. Ik vind het een veilig idee dat wij een stiekeme schuilplaats hebben achter een kast. Een achterhuisje, inderdaad. En dat is dus ook het boek dat ik altijd maar weer tegenkom. Nu ook: de verplichte literatuurlijst op de middelbare school in Spanje bevat maar één niet-Spaans boek: La casa de atras. Het verhaal van ‘Ana Frank’. Niks tegen dat boek. Integendeel, mijn halve jeugd gespeeld dat ik zelf Anne was. Maar een beetje raar is het wel. De wereld staat in brand, oorlog aan alle kanten en tegelijkertijd zijn er overal jeugdboeken die daar op allerlei manieren naar verwijzen. Maar Het achterhuis verslaat ze allemaal, nog steeds. Omdat het al zo lang bestaat? Om het gruwelijke einde dat niet in het boek staat? Om die paar prachtige citaten en het eerlijke meisjesgetob?
Of toch om de romantiek van de , nog steeds te bezoeken, geheime kamers?

Categorieën
Verhalen van de berg

Schuld en boete

‘Hijo de puta’.  Dat heeft een jongen uit Bloems jaar tijdens een schoolreisje tegen een oude man geroepen. De oude man heeft geklaagd bij de school en de directeur komt in alle klassen: als de jongen niet bekent, mag er niemand meer op schoolreisje.

Ik heb iets tegen opbiechten, steeds meer eigenlijk. Het is volgens mij ook heel westers. Ik weet nog dat we in Afrika een keer bestolen waren: drie popjes van de meisjes waren door het open autoraam verdwenen. Nu waren die popjes op dat moment enorm belangrijk voor ze, dus we wilden ze per se terug. Dat lukte ook, toen we een beloning uitloofden. ‘Kan ik de dader spreken?’  vroeg Ilco (ik weet niet meer wat hij van plan was, waarschijnlijk uitleggen waarom die ouwe popjes zo belangrijk waren). Maar terwijl iedereen wist wie het had gedaan, weigerden ze dat aan ons te vertellen: ‘Je hebt ze toch terug?’ ‘Maar wie…?’  Nee, dat verstonden ze ineens niet meer.
Later zei iemand dat het in Afrika vaak zo gaat: iedereen weet wie de dader is van iets. Ze lossen het onderling op, maar er wordt geen openlijke boetedoening verwacht. Want dat is pas echt een vernedering.

Sensatiezucht

Ik snap dat. Neem die jongen van Bloems school. Zo’n openlijke bekentenis is misschien bedoeld als afschrikwekkend voorbeeld, maar in de praktijk bevredigt het vooral de sensatiezucht van de andere leerlingen. En het stimuleert klikken: toen de jongen na een paar dagen nog niet had opgebiecht, maakten een paar meisjes bekend dat als de jongen niet snel naar voren zou komen, zij zijn naam zouden noemen. Want natuurlijk wist iedereen allang wie het had gedaan.
Toen moest de jongen wel en hij werd gestraft met een schorsing. Was dat eigenlijk niet al genoeg?
Hier thuis ben ik ook afgestapt van het opbiechten. Heerlijk, ik kan het iedereen aanraden! Meestal weet je toch wel wie die rol dure koekjes heeft opgegeten of dat slingerende tientje  ‘opgeruimd’. En soms weet ik het niet en dan zeg ik dreigend: ‘Ik hoop dat degene die dit gedaan heeft zich nu heel lullig voelt.‘ Schuldgevoel kweken, ook erg. Maar toch iets minder erg dan al dat opbiechten. Vind ik.

Categorieën
Verhalen van de berg

Wim

‘42.500 euro!‘  sms-t Ilco. Dat hebben ze vannacht bij elkaar gezongen en gespeeld in Haarlem. Voor Wim en tegen kanker. Ik ben blij, natuurlijk, maar hier, ver van de feestelijke euforie, ook ineens weer heel verdrietig.

Wim Rigter is nu zeven jaar dood en daar snap ik nog steeds helemaal niets van. Mannen van nog geen veertig moeten niet dood gaan. Zeker geen mannen die net een klein kindje hebben en ook nog eens verschrikkelijk verliefd zijn. Want dat was Wim. En hij was een van Ilco’s weinige vrienden en daardoor ook een vriend van mij.
Wim was van de muziek en van 3FM dat toen nog Radio 3 heette. Je kon heel erg met hem lachen en slap met hem lullen. Hij was een van de leukste, meest ontspannen radiomakers die ik ken en, zelfs toen zijn ene stemband het al niet meer deed, had hij de lekkerste stem van de wereld. Hij presenteerde de Arbeidsvitaminen toen ik elke ochtend met mijn autootje in de file stond en dat was altijd gezellig. Wim en ik in de regen op de A4.

Elk jaar een verjaardagskaart

Wim is tot het einde ontzettend boos geweest: op de kanker, op God -die dus ook niet kon bestaan volgens hem- en op de vuile truc die het leven hem flikte. Maar hij deed ook de meest geweldige dingen in die laatste maanden. We gingen met zijn vieren eten in een restaurant met twee michelinsterren omdat hij dat altijd nog eens wilde meemaken. Hij kon al geen hap meer door zijn keel krijgen, maar ik herinner me vooral dat we zo ontzettend gelachen hebben. Wim ging ook nog trouwen en ik regelde in 1 dag een echte bruidstaart (‘Mevrouw, dat moet u weken vantevoren door middel van een formulier…’  ‘Die tijd hebben we niet. Hij gaat namelijk nu dood.’  ‘Aha, in dat geval…’) En heel kort voor zijn dood gaf hij een enorm afscheidsfeest op het strand. Vond ik trouwens niet leuk, dat feest. Ik stond maar steeds te huilen, stiekem, want Wim wilde dat we plezier hadden. En al zijn muzikantenvrienden traden op. Een paar dagen later ging hij dood en Ilco was daar bij. Niet vaak mijn man zo verdrietig gezien als toen. En Wims vrouw Monique, die rouwde als een beest. Zijn dochtertje, die er niks van begreep. Tot haar achttiende elk jaar een verjaardagskaart heeft Wim voor haar achtergelaten.

Wim en Jip

Maar vannacht dachten we allemaal aan hem. ‘ Rigter Live’  is een begrip geworden. Al zijn muziekvrienden spelen voor hem, gratis, want de opbrengst is voor de bestrijding van kinderkanker. En dat is mooi en goed – maar voor Wim is het te laat.
Ik hoop dat hij niet meer zo boos is, daarboven. Want ikzelf raak het nooit helemaal kwijt.
Verdomme Wim, ik mis je!