Categorieën
Verhalen van de berg

Official mision

Ik ga iets heel spannends doen. Enger dan duizend kinderboekenweekkinderen behagen. Raarder misschien dan Nooit meer lief schrijven. En zeker zwaarder dan koken en boodschappen doen voor vijftien gasten.

‘Ha, een snoepreisje!’  dacht ik, toen ik de uitnodiging kreeg van de Nederlandse ambassade in Rwanda. Lekker lang in een echt groot vliegtuig zitten en daarna een shot van de geuren, kleuren en smaken van Afrika. En dan vertel ik ook wel wat over mijn boeken, zelfs in het Frans – geen probleem. Zo blufte ik er vrolijk op los. En toen het visum kwam, liet ik het trots aan Ilco zien: ‘Kijk, er staat official mision. Heb jij dat ooit wel eens op een visum gehad?’ Het antwoord was nee, ha!
Maar toen zag ik pas hoeveel werk het was. Want het ging niet alleen om de Nederlandse school, maar juist om lokale scholen. Alle leeftijden, tot literatuurstudenten van een jaar of achttien aan toe. Een avond alleen maar voor Rwandese leraren. En een andere avond voor ambassade-relaties: ‘Kom en ontmoet deze warme en bruisende persoonlijkheid!’  Dat staat nu ergens op facebook (bruisend? warm??) Natuurlijk, ik heb mijn boeken, mijn reizen, en mijn Verhalenkasteel-trainingservaring. Maar dat is het probleem ook niet.

Sound/silence

Neem de Rwandese leraren die een avond naar een zaaltje komen om met mij over verbeeldingskracht te praten. Die kunnen mijn boeken niet lezen. Sterker nog, ze kunnen sowieso bijna geen boeken lezen omdat er geen geschreven (en een zeer beperkte orale) literatuurtraditie bestaat. Eén dappere boekwinkel is er, maar die eigenaar is niet voor niets een Nederlander. Hoe sla ik die brug? Dat vraag ik me nu steeds af. En de genocide? Het is een taboe-onderwerp, maar het is natuurlijk nog overal aanwezig. Dat herinner ik me nog goed van de laatste keer dat ik in Rwanda was. Sterker nog: het heeft zelfs met mijn bezoek te maken, denk ik. Rwanda is zichzelf opnieuw aan het uitvinden, zoekt naar nieuwe weerbaarheid en een kritische blik, waarin literatuur een rol zou kunnen spelen. Zo is het mij verteld tenminste. Ik heb ergens een workshop voor kinderen (!) die moet aansluiten op het thema ‘zelfkritiek bij kinderen in relatie tot hun omgeving – maakt dat deel uit van onze opvoeding?‘ (en dat dan in het Frans).
Ik wil helemaal niet zeggen hoe het moet. Dat kan ik niet eens. Mij interesseren de verhalen van Rwanda zelf. Maar hoe kom ik daar zo snel bij? Het is een beetje als bij die film over dat dove meisje en William Hurt. ‘Is there a place where we can come together – not in sound and not in silence?’ vraagt hij uiteindelijk tamelijk wanhopig.
Morgen stap ik in het vliegtuig. Denk aan me dezer dagen – dat helpt!

Categorieën
Verhalen van de berg

Jonge hondjes langs de weg zetten

‘Ik ben dol op kerstmis maar ik heb al tegen mijn man gezegd: we doen dit jaar geen boom,’  zei de bibliothecaresse en hierbij trilde haar lip hevig.

Daar zat ik vorige week de laatste ‘schrijver op bezoek’ te zijn in de kleine dorpsbibliotheek. ‘Ik ga heel veel foto’s maken,‘  zei de bibliothecaresse die daar al dertig (of misschien wel vijftig) jaar de scepter zwaaide. ‘Mijn scholen’  zei ze ook steeds over de buurtkinderen waarvan ze de meesten wel kende en precies wist wie er gek was op lezen en wie ‘druk, maar wel heel nieuwsgierig’. Of ‘mijn ouwetjes die hier altijd hun boeken komen halen’. Klein en makkelijk was het: een zaaltje in een buurtcentrum. Het rook er lekker muf naar oude boeken en de kinderen zaten gewoon op de grond. Het deed me denken aan mijn eigen buurtbibliotheek van vroeger. Ook zittend op de grond, verstopt achter een paar kasten, las ik daar alles wat er maar een beetje leesbaar uitzag. Het was de tijd van de probleemboeken over meisjes van wie de ouders gingen scheiden of het broertje een mongooltje was. O, wat verlang ik soms terug naar verhalen als Als je een negermeisje bent of Voor donker thuis. In dat laatste boek ging het op een bepaald moment over ‘De nachtelijke geur van zaad en zweet’ – hoe fascinerend vond ik dat, de woorden lichten nog steeds op in mijn hoofd.

Lees mij, lees mij

Bibliotheken sluiten, ik vind het net zoiets als jonge hondjes in een doos langs de weg zetten. Wie doet er nou zoiets?!  Kom maar eens bij mij in Spanje kijken wat er gebeurt als je de literatuur niet in liefde bedt: alle kinderen hier, niemand uitgezonderd, associeren boeken met leren en dus met iets naars.
Soms wordt zo’n zwerfhondje ergens opgepikt. Diezelfde ochtend was ik nog in de stationsbibliotheek van Haarlem waar alles even licht was en mooi met boeken die je aan alle kanten verleidden als de appeltjes aan de boom in het sprookje van Vrouw Holle: lees mij, lees mij.
Maar Haarlem is lichtjaren verwijderd van het kleine dorpje waar de bibliothecaresse haar eigen requiem zingt. ‘En wat dacht je van mijn dames? Zeker twintig vrouwen die al die jaren alles opzij hebben gezet om hier vrijwilliger te zijn.‘  Ze haalt met een moedeloos gebaar haar schouders op. ‘Sommigen zeggen me: dit is me te abrupt, ik wil komen meehelpen met het onttakelen. Opruimen, boeken afschrijven. Het hele proces van afscheid nemen van dichtbij meemaken.’
Als de laatste kinderen de deur uit zijn, komt ze met het bibliotheekexemplaar van Vossenjacht naar mij toe. ‘Zou je hier misschien een handtekening…?‘  En dan, met plotseling venijn: ‘Die zet ik niet terug op de plank. Die hou ik gewoon lekker zelf!’

Categorieën
Verhalen van de berg

De dagen in villa africa

Overal harde muziek, overal beweging. Kinderen in het zwembad, kinderen in de zon. Een weeshuis van borden aan de lange tafel en net nog buiten eten. Zon. Blote benen en geen sokken. Koppijn.

De ene ontploffing volgt op de andere. Het is herfstvakantie,villa africa is vol gasten, met die van mij erbij zijn er alleen al negen kinderen. Ik bak twee taarten op een dag en voor ze ook maar een beetje zijn afgekoeld, zijn ze op. Er gaan achter elkaar 24 eieren doorheen en ik blijf maar broden uit de vriezer halen. Veel pubermeisjes lopen er rond die zich precies als zodanig gedragen. Vragen als ‘Tot hoe hoog scheer je je benen?’ ‘Wie heeft de cd van de black eyed peas gejat?’  Ze creeren rare kapsels en maken daar foto’s van die ze snel weer wissen. En waag het niet te zeggen dat ze een puistje hebben – en al helemaal niet dat je ze mooi vindt want ‘dat ben ik niet.‘

Gitaar

En dan komen er nog twee echte reizigers binnenvallen. Wijnand wandelt voor MasterPeace in twee jaar van Amsterdam naar Cairo. Alleen begrijp ik niet precies hoe want een paar maanden geleden was hij hier ook al, maar goed, zijn pad is kennelijk zigzag. Hij en zijn tijdelijke wandelvriendin zien er precies zo uit als je dat verwacht: met strohoeden, enorme rugzakken en een gitaar. Na dagen stil kamperen in de velden moet de kakafonie van de eettafel enorm voor ze zijn. Maar we hebben ook warm eten (op die velden hebben ze alleen maar uit blikjes gegeten), zachte bedden en een wasmachine.
En ondertussen hangen er in mijn mailbox nog zeker vijftig onbeantwoorde fanmails van de kinderboekenweek, die ook al geheel aan de verwachting voldoen (‘is het leuk om zoveel te reizen?’ ‘waarom heeft mijn verhaal niet gewonnen?’ ‘hoe heten uw dochters en heeft u ook huisdieren?… ik hoop dat ik antwoord krijg.’)

Film

Ik verstop me in de keuken. Schalen vol patat bak ik en caramelcake en tapas van aubergine en gevulde inktvis. Heus niet alleen uit liefde. ‘Je ziel moet je nog inhalen’  zou mijn moeder zeggen. En intussen houd ik niet op met kijken naar een film waarin ik zelf niet meespeel. Of eigenlijk: waarin ik speel dat ik meespeel.

Categorieën
Verhalen van de berg

Het mooiste verhaal van de kinderboekenweek

Dit is een brief aan de bijna duizend kinderen die in mijn workshops deze weken heldenverhalen hebben geschreven.
Ik ben verdwaald geraakt in jullie verhalen. Ik heb gelachen, gegriezeld en zelfs een beetje gehuild. Net zoals ik jullie zelf heb zien schrijven: met rode wangen en wazige ogen. Ik heb het allemaal gezien, de tranen, soms, het gezoek, maar ook het plezier bij het schrijven.
Aan iedereen die zei dat het verder ging, dat dit nog maar het begin was: ga alsjeblieft door. Je mag me altijd meer verhalen sturen. Ik ben zo trots op jullie!

Uiteindelijk hield ik vijfendertig verhalen over die allemaal hadden kunnen winnen. De een had een geweldig idee, de ander een paar biljante zinnen, de volgende een prachtig begin. Het was afschuwelijk om daar een paar ‘winnaars’  uit te kiezen – ik wil nooit van mijn leven meer in een jury!
Ik zei dat ik misschien een winnend verhaal op deze website zou plaatsen als het echt heel erg mooi was. Dat ik anders al mijn lezers daar niet mee wilde lastigvallen.
Maar zo is het helemaal niet. Er zijn zeker VIJF verhalen die ik graag aan de hele wereld wil laten lezen. Al die vijf schrijvers krijgen begin november mijn nieuwe boek opgestuurd. (Ticho: mail me nog even je adres)
Daar komen ze:

Leven

door Emir Isovic uit Noordwijk:

Het begon zo. Mijn vader liep in Bosnie en liep en liep tot er een berg kwam. Hij wou van de vrijheid proeven, ruiken. Als kind heeft hij een vader gehad maar die ging dood.
De moeder was zo streng als een heks. Deze dag was ze doodgegaan. Mijn vader riep heel hard door de bergen: ‘Vrijheid’.
Ik kwam naar hem toe en hij viel van de bergen. Ik zag zijn hand.
Ik pakte zijn hand en zei: ‘Nee papa, alsjeblieft.’
Hij zei: ‘Zoon, ik heb zware tijden gehad, ik moet wel, laat me los.’
Ik zei: ‘Alsjeblieft papa, we beginnen een ander leven. Vergeet die moeder, ze is dood. Het leven is al zwaar genoeg. Denk aan mij en mama. Wij zouden honger lijden en pijn omdat jij dan dood bent. Doe ons dit niet aan.’
Toen tilde hij zich op en zei: ‘We beginnen een nieuw leven.’
Mijn vader is een held.

Bange Saartje

door Lobke uit ’s Heerenberg

Er was eens een meisje. Ze heette Saartje en ze was altijd bang. Ze speelde ook nooit met iemand op school en bleef dicht bij de meester.
Maar op een dag ging ze alleen naar de bibliotheek. Ze voelde zich daar zo veilig dat ze nooit meer weg wilde. En toen de bibliotheek sloot verstopte Saartje zich in een hoekje.
Maar toen iedereen weg was, gingen de lichten uit. Het werd donker en Saartje was zo bang. Het leek alsof alle boeken uit de kasten op haar af kwamen. Ze sprong op en rende naar de deur, maar die zat dicht.
Saartje rende naar het raam en probeerde dat open te maken, maar dat lukte ook niet.
Ze bouwde toen een groot huis van boeken. Daar zat ze veilig, dacht ze.
Maar toen kwam er uit een boek een grote gemuteerde spin en die beet haar…
Saartje was geen Saartje meer. Ze was superSaartje geworden. Ze kon gewoon door de muur heen de bibliotheek uit lopen. En nu hielp ze kinderen van hun angst af. Dat deed ze bij iedereen die haar nodig had.
En eenmaal thuis ging ze lekker naar bed. Want ook helden hebben slaap nodig.

Gedicht

door Ticho uit Didam

Er was een dag
ik werd wakker
ik kreeg te horen dat je in het ziekenhuis lag.
Ik dacht moet ik je gaan missen?
Ik kan nog even bij je zijn.
Toen was het zo ver
Je lag in bed.
Je lachte nog naar me, toen sloot je je ogen.
De dagen gingen voorbij..
het einde kwam in zicht…
de tijd was gekomen…
Crematie was aangebroken
Ik stond voor je, zei tegen je
ik hou van jou!
Toen kwam er muziek
Het einde het is voorbij.
Maar dagen daarna kwam ik je weer in mijn hoofd tegen
ik vond je nog heel lief.

Zonder titel

door  Romy van Wijk uit Berlicum

Ik wil wegrennen van mezelf maar het lukt niet. Steeds zie ik dat beeld in mijn hoofd als een bliksemschicht in de aarde. Met een bezweet hoofd ren ik door de smalle straten van afgedankte huizen. Ik ren naar die ene plek, ik zie het al, het bos. Ik ren er naar toe en kijk rond.
Waar is het? Ik kan het niet vinden. Ik klim in de dikke beukenboom naar mijn boomhut. Au! Opeens voel ik een lichte flits in mijn hoofd en dan zwart.
Ik word wakker. Het enige dat in mij opkomt is waar ben ik, wie ben ik en wat doe ik hier? Ik doe mijn ogen zachtjes open. Ik voel over de natte zompige grond.
Opeens hoor ik gekraak van bladeren, een zacht geritsel. Het komt steeds dichterbij. Weg! denk ik, ik moet weg van hier! Ik wil opstaan maar het lukt niet, mijn benen zakken in elkaar. De tijd dringt. Opeens voel ik iets nats en warms over mijn wang glijden. Ik schrik. Ik spreid mijn ogen wijder open.
Mijn hond! Hij is me gevolgd, helemaal hierheen. Ik weet nog steeds niet wie ik ben en wat ik hier doe, maar gelukkig is mijn hond hier, dat weet ik nog wel. Ik pak mijn hond vast en knuffel hem.
Dan barst ik in tranen uit.

Zonder titel

door Julie Verheijen uit Didam

Ik was in een oerwoud! Er waren heel veel bomen en planten en er waren vreemde bloemen. Een leek wel op snoep en de ander leek een soort gezicht. Ik kende dat gezicht: het was mijn moeder. Ik moest een beetje huilen want mijn moeder heeft een ongeluk gehad. Ongeveer een half jaar geleden ben ik haar kwijtgeraakt.
Ik heb de bloem van mijn moeder geplukt.
Ik nam hem mee naar huis en zette de plant in een vaas. Ik deed er water in en maakte een paar foto’s.
De dagen gingen voorbij en de boem van mijn moeder verwelkte.
Maar ik voelde mij wel een held want ik wist weer een beetje hoe mijn moeder eruitzag!

Eervolle vermelding

Geen boek maar wel veel applaus en een zoen van mij tenslotte nog voor de volgende tien verhalen:

Laat mij met rust van Rachella (bijna gewonnen)
De zwarte katten vallen aan! van Sofieke (zo grappig)
De komeetinslag van Guus (afmaken, dit verhaal)
Misdaad, moord en oplossingen van Isabelle Pladet (bijna een boek)
Geplaagd met suikerziekte van Sietse Mengerink (heel dapper)
Held van Jelle Zuidema (een van de betere anti pestverhalen- daar waren er veel van)
Het verhaal over het verlegen meisje en het verschrikkelijke snoepland van Elisa (raar en naar tegelijk: je opofferen voor je beste vriendin door zelf een spekje te worden)
De dappere held van Willem Beuk (gouden griffel gestolen, held -die net op de wc zat- vindt hem terug)
Die straat. Die verdoemde straat van Tijn Lourens (geweldig begin)
Max en ik van Sem (hier moest ik van huilen)

Super bedankt allemaal!

Anna

Categorieën
Verhalen van de berg

Kindervriend

‘Houdt u van kinderen?’ Het is een van de vragen in een ‘moeilijke’ klas. Iedereen kijkt me nieuwsgierig aan – volgens mij is het een soort test.

‘Een korte spanningsboog. En nee, ze kunnen niet echt een verhaal schrijven.’  Zo voorgelicht vertrek ik vandaag nogal bezorgd naar een school voor speciaal onderwijs. Om schrijfworkshops te gaan geven dus. ‘Je kunt misschien leuk over je reizen vertellen,’  heeft de coordinator van de school als alternatief geopperd. Ik wil altijd wel over mijn reizen vertellen, maar een hele dag lang? Wat heeft dat dan nog met de kinderboekenweek te maken? Zo leuk vind ik mezelf nou ook weer niet. En – ernstiger- zo leuk vind ik kinderen ook niet.
Er staat deze week een artikel in Vrij Nederland over of alle kinderboekenschrijvers kindervrienden zijn. Het antwoord is natuurlijk nee. Alsof alle banketbakkers de hele dag taart zitten te eten (integendeel volgens mij). Nou ja in ieder geval is het antwoord voor mij nee. In de klas ben ik stiekem best vaak bang. Dat niemand naar me luistert bijvoorbeeld. Ik herinner me nog maar al te goed hoe ik zelf als kind kon zijn. Gisteren heb ik, moe als ik inmiddels ben, een vervelende jongen nog ‘Hou je kop’  toegesnauwd. Daar schrokken we allemaal van.

Handen en voeten

Schoolregel nummer 3: handen en voeten zijn bij jezelf. De tekst hangt dreigend op de deur. ‘Veel heftige gezinssituaties hier,’  fluistert een leraar mij in. ‘Waar niet?’  probeer ik vrolijk. ‘Politie-invallen, stelen, vechtpartijen,’  antwoordt ze somber.
En dan sta ik al binnen. ‘Hallo, ik ben Anna van Praag en ik schrijf kinderboeken.’
Het gaat goed, niemand lacht me uit, iedereen kijkt me aan.
En dat blijft zo. De hele dag. ‘De kinderen zuigen je op,’  zegt een juf opgewonden. Ik voel me niet opgezogen, maar er gebeurt inderdaad iets magisch. We praten over Nooit meer lief, maar ook over olifanten. Over verbeeldingskracht en hoe sterk dat je maakt. En ze schrijven wel degelijk verhalen – hoezo kunnen ze dat niet?! Lange, dyslectische, prachtige heldenverhalen worden dat. ‘Ik wou dat ik de hulk was. Dat ik sterk was en stoer en dat ik alles kon. Tegen de nare dingen vechten. Vrienden maken. Verdrietige mensen helpen. O ik wenste ik wenste dat ik de hulk was.’ Een ander kind zegt: ‘Ik werd heel erg gepest, maar nu bent u mijn voorbeeld.’
En dan komt dus ineens die vraag:‘Houdt u van kinderen?’ Ze kijken me allemaal aan.
Als ik nu niet eerlijk ben, slaat deze hele dag nergens op, denk ik. Dus ik schrik maar heel even en dan zeg ik nee. ‘Nee, ik houd niet van kinderen. Ik zal blij zijn als ik straks weer lekker rustig achter mijn computer zit. Maar ik hou wel van jullie.’

Categorieën
Verhalen van de berg

Supermama

‘Met zijn vingertje en zijn duim…’  zingt mijn moeder vrolijk en natuurlijk eigenlijk te hard door de volle trein. Ze is blij want vandaag mag ze met mij mee op kinderboekenavontuur.

Ik ga heldenworkshops verzorgen in een mooi oud theater.  Het ziet er bemoedigend uit: theater vol, stapels van mijn boeken en ook nog eens de twee mooiste bibliothecaressen van Nederland. Ook de kinderen zien er slim en lief uit. ‘Gelukkig geen kutmarokkanen’  constateert mijn moeder tevreden en ook alweer net iets te hard bij binnenkomst. Ze is nog steeds blij, want iedereen zorgt een beetje voor haar: de een geeft haar koffie, de volgende een zakje chips en de derde loopt mee naar de wc. Bij het zaalprogramma zit ze pontificaal vooraan (en valt vervolgens al even pontificaal in slaap maar ook dat vindt niemand erg). Alleen tijdens mijn workshops is ze een beetje van slag. Nu zit ik ook wel in een extreem lawaaiige foyer, waar zelfs de harde heldenmuziek die ik bij me heb niet te horen is. Daarbij moet ik ook nog eens later beginnen en eerder ophouden vanwege het zaalprogramma. Maar het ergste zijn de ouders die met de kinderen zijn meegekomen en gezellig door mijn verhaal heen zitten kletsen. Mijn moeder is woest. Hard sssst-roepend zit ze om zich heen te kijken en bonkt zelfs een paar keer dreigend met haar wandelstok op de grond.

 Speltvlokken

Vooraan zit breeduit een behoorlijk dikke vrouw. Een moeder? Oma? Ik kom er niet uit, bij sommige mensen heb je  dat. Dat er een workshop aan de hand is, vindt ze zo te zien vrij hinderlijk voor het gesprek dat ze voert met haar… dochter? zus? In ieder geval begint ze steeds harder te praten. En precies op het moment dat ik alle kinderen even doodstil laat zijn, zegt ze keihard tegen haar buurvrouw: ‘Ik heb net nog biogarde met speltvlokken gegeten.’
Dat bericht is voldoende om me totaal af te leiden. Een speltvlok, wat is dat, hoe ziet het eruit?
Mijn moeder op haar beurt interpreteert mijn afwezige blik als wanhoop en springt als een echte moederkloek woedend overeind. Er valt een stoel om. Iedereen draait zich om naar mijn moeder, ook de dikke vrouw. Mijn moeder kijkt keihard terug en prikt haar wandelstok dreigend in haar richting. Dan  schreeuwt ze keihard: ‘Zo! En, wanneer komt de baby?’

Categorieën
Verhalen van de berg

Kill MegaMindy

Er is een leger van schrijvers. Elke ochtend, als ik in de trein zit naar weer een andere school of bibliotheek, dan zie ik voor me hoe op datzelfde moment tientallen (honderden?) andere kinderboekenschrijvers ook op pad zijn voor de kinderboekenweek. Allemaal helden op een missie.

Nog niet eens op de helft ben ik en nu voel ik al een diepe haat richting MegaMindy en haar mannelijke gemantelde heldencollega’s. Die iconen zitten zo vastgebeiteld in die kinderhoofdjes dat ik zware vormen van gedachtenmanipulatie moet inzetten om ze hun eigen heldenverhalen te laten vinden. Want dat doe ik dus deze dagen: verspreid over twee weken duizend kinderen hun heldenverhalen laten schrijven. Door het hele land. De ene dag ruik ik de zee, de volgende dag proef ik Duitsland. Ik kom op scholen en in bibliotheken, in theaters en boekwinkels, gewapend met mijn knalgroene signeerpen en spannende heldenmuziek. Soms voel ik me een vervelende juf: ‘Jongens, als dat gedoe daar in die hoek nu niet ophoudt, ga ik jullie uit elkaar zetten.’ Soms ook een sneue leesbevorderaar: ‘Goh, hebben jullie anders op dit uur altijd gym en gaat dat door mij niet door? Ja, dat is zeker pech.’ En soms lukt het ook wel. Zoals dat meisje dat gisteren op me afstapte en zei: ‘Je hebt me helemaal aan het schrijven gekregen. Nu ga ik vanmiddag thuis meteen verder.’ Of vandaag: een jongen en een meisje komen me na de les opgewonden vertellen dat ze samen een boek gaan schrijven, ze hebben de plot al te pakken. Makes my day.

Verhalenforens

Vandaag voelde ik me zelfs als verhalenforens een soort tovenaar. Want ineens zag dat er in Amsterdam ook een heus Zweinstein-perron is, dat wel en niet bestaat. Nee, het heet niet 9 3/4, het is gewoon perron 2B. Daar staat, zag ik ineens, een soort kunstwerk met een gigantische tekst erboven: 2B or not 2B. Echt waar, ga maar kijken. Nu ik dat heb ontdekt, probeer ik natuurlijk  de rest van de kinderboekenweek zoveel mogelijk vanaf 2B te reizen. Want stel je eens voor dat je per ongeluk een keer vertrekt vanaf NOT 2B. Op wat voor heldenschool kom je dan?

Categorieën
Verhalen van de berg

Assepoesters dagboek

Met mijn dochters naar het kinderboekenbal. Dresscode: superheld. Hier een verslagje voor wie, net als ik, niet was uitgenodigd (en ook nog eens geen pompoen ter beschikking had).  

De vrouw van de kinderboekwinkel zag het al helemaal voor zich. ‘Dan doe je een leuk oogmaskertje op en een kleine cape.’ Een seconde serieus over nagedacht, maar nee. ‘Zou er echt iemand van die schrijvers dat doen?’ vragen we ons vantevoren af. En warempel. We spotten een heuse supermummie (gewikkeld in doeken) en een Sheherazade (ook gewikkeld in doeken, maar dan anders). De winnaar van de griffel loopt rond met dode kippen en rozijnen aan zijn riem. ‘Dat is Daantje de wereldkampioen,’ weet Chaia meteen. Want die kippen ‘zijn natuurlijk fazanten.’ Ik staar haar vol bewondering aan (helemaal kwijt, dat boek. Heb ik het eigenlijk ooit wel gelezen?) Onze eigen Dunya heeft haar Pippi-jurkje uit de verkleedkist gehaald en wordt, tot jaloezie van haar zussen, meteen een ster. Vooral als we binnenkomen, zwermen de fotografen op haar af. ‘Ha gelukkig, daar is er eentje!’

Ranzig

Dan begint het programma. Wat kan ik daar over zeggen zonder de kans op ooit nog eens een echte uitnodiging voorgoed te verspillen?
Het duurt lang, het is niet voor kinderen, en –gek genoeg- ook niet voor volwassenen. Wel zien we verrassend ranzig toneel waarbij een decadente koning een vieze koningin aanrandt onder het zingen van Engelse liedjes die onsynchroon worden boventiteld. Naast mij beginnen de keurige uitgevers ongemakkelijk op hun stoel te draaien, de kinderen zijn vooral erg verbaasd. Dan komt er iets acrobaatachtigs dat er (vrij funest) niet moeilijk uitziet. En een strijkje dat heldenmuziek speelt van tv-series die zo oud zijn dat zelfs ik ze niet ken. Maar goed, we zijn erbij en dat is al heel wat. En we zien hoe een enorm blije  Simon van der Geest de gouden griffel wint. Met de gouden kalveren nog in mijn achterhoofd, verheug ik me op zijn dankwoord, maar de uitreiking is zo ingewikkeld georganiseerd met een filmpje en zogenaamde aliens op het dak en heel veel mensen op het toneel dat juist dat dankwoord er bij inschiet.

Verdwalen 

Later staan we samengedromd in de ongezellige wandelgangen van het muziekgebouw (waarom is dit bal toch ooit vertrokken uit de schouwburg?) waar iemand ook nog eens zeldzaam stomme countrymuziek op heeft gezet. Dat wordt een bal zonder dansen.
Ineens staat de griffelwinnaar naast me. ‘Wat had je als dankwoord willen zeggen?’ vraag ik.
‘Durf te verdwalen,’ zegt Simon meteen. ‘Als ik zou winnen, wilde ik dat zeggen over mijn boek. Juist in tijden van starheid en rechtlijnigheid: durf te verdwalen.’
En de klok slaat twaalf.

Categorieën
Verhalen van de berg

Bijenkoningin

Mijn dochter fladdert door de Bijenkorf als een zenuwachtige vlinder. Opgejaagd door de hysterie van de Dwaze Dagen en de overvloed die die ze in Spanje niet kent, draait ze her en der lipsticks open en wijst me op kwastjes, blushers, ogenschaduw. Als er een stapel mascara’s door haar toedoen over de vloer rolt, snap ik dat hier een Plan nodig is.

Ik snap heel goed waarom Chaia blij wordt van de Bijenkorf, ik word het zelf ook. De geuren alleen al. Parfum en chocola en gloednieuwe kleren. Ooit ging ik elk jaar een keer met honderd euro in de Bijenkorf ‘onbeperkt’ winkelen. Dat geld had ik dan expres bewaard van diverse studentenbaantjes. Met honderd euro de Bijenkorf in – en het moest op. Decadenter en rijker heb ik me zelden gevoeld.
Daarom was het ook een behoorlijke deceptie toen ik een tijdje zelf in de Bijenkorf ging werken. Achter al de glitter en glamour bleek een keiharde personeelswereld schuil te gaan van strikte hierarchie. Zo mocht – in ieder geval in die tijd – in de personeelskantine niemand plaastnemen aan de tafel van de parfumdames. Toen ik dat op de eerste dag per ongeluk toch deed, kwam snel een van de banketbakkers mij redden. Want  alleen de banketbakkers waren vrienden met iedereen.  Ook met mij, ik at elke dag minstens een slagroomtompouce… Maar verder ging ik vaak genoeg huilend naar huis, alleen al door de enorme pijn in mijn benen van al dat staan. En door de klanten die verwachtten dat ze door ons, personeel van de Bijenkorf, als absolute bijenkoningin behandeld gingen worden.  Achter hun rug om werden ze door het personeel gehaat en belachelijk gemaakt. Iedereen daar (en ik overdrijf echt niet) had een gruwelijke hekel aan zijn baan en iedereen was van plan zo snel mogelijk weg te gaan. Niet dat ze dat ooit deden trouwens.

Dwaze pilaar

Misschien is het inmiddels beter, maar ikzelf heb alweer genoeg afstand om het leuk te vinden in de Bijenkorf. Helemaal als ik mijn dochter haar eerste make up-advies kan laten geven door een lieve Mac-dame, die snapt hoe het is als je twaalf jaar bent en je nog moet leren wat subtiliteit is. Omdat het zo’n feestelijk moeder-dochtermoment is, mag Chaia van mij na afloop de gebruikte lippenstift en ogenschaduw ook echt kopen. Ze omhelst me zo hard – onder de ontroerde blikken van al die Dwaze Dagen-omstanders- dat de helft van haar lippenstift alweer op mijn witte jasje belandt.
‘Zullen we nu boven op het terras samen een broodje gaan eten?’ stel ik voor om het af te maken.
Maar daar belanden we nooit. Want onderweg ziet Chaia in het speelgoedparadijs de speelgoedpaardjes. ‘Mama, daar ga ik even eentje voor Dunya van kopen. En ook eentje voor mijzelf.’
Een half uur later zit ze nog steeds op de grond tussen de paardjes,make up al een beetje uitgelopen.
‘Welke zal ik nou kiezen mama? Deze is ook lief he? Welke vind jij mooier? En welke zal ik voor mijn verjaardag vragen?’
Ik hang uitgeput tegen een dwaze pilaar, de hoop op koffie allang opgegeven.
Want  zo is het dus als je dochter twaalf jaar is.

Categorieën
Verhalen van de berg

De engste vrouw van Spanje

Vergeet de griezelige hertogin uit Alice in Wonderland die haar kin in je schouder boort als ze naast je staat. Zij is geincarneerd in de meest bizarre, engste vrouw van Spanje: de hertogin van Alba. Zo iemand die ‘s nachts ineens als een halfdode geest op je voeteneind komt zitten

Inburgeren betekent natuurlijk ook roddelbladen lezen. Onze Maxima heet Letizia en is vergelijkbaar knap en werelds. Ook zij heeft dikke blonde prinsessenkindjes. De Spaanse Carice heet natuurlijk Penelope en zij en Javier – en hun zoon Leo – zijn de kurk waarop de bladen drijven. Gespot in een restaurant in Madrid! Aan het strand bij Barcelona! Op bezoek bij de president! Voetballers en bijbehorende vrouwen hebben wij hier in Spanje in overvloed, zowel bij Real Madrid (nee, ik zeg niks over gisteren) als Barcelona. Maar bovenal hebben wij de hertogin van Alba.

Niet knielen voor de paus

Komt de naam je bekend voor: ja, ze is familie van die goeie ouwe hertog van Alva, die verschrikkelijke dingen deed tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Ze is sowieso enorm adellijk en verbonden met zo’n beetje al het oude geld van de oude wereld. Daardoor heeft ze fascinerende privileges zoals dat ze niet hoeft te knielen voor de paus en met haar paard naar binnen mag rijden in de kathedraal van Sevilla. In haar twaalf kastelen hangen talloze schilderijen van Goya en Velazquez. Zo’n vrouw dus. Als je foto’s van vroeger ziet is het nog best een lief meisje ook. Schijnt dat zelfs Picasso op haar viel.
Maar nu is ze 85 en als ik soms droom over botox en andere wanhoopsingrepen hoef ik alleen maar even bij de tandarts of de kapper een tijdschrift open te slaan. Nee!!! Bij de hertogin is zo’n beetje alles misgegaan wat maar mis kon gaan. Een soort omgekeerde Michael Jackson: hij is gladgetrokken zij is uitgerekt. Een karikatuur van een hertogin. Zo eng dat je ervan schrikt. Nog een keer kijken, help!
Wat haar er overigens niet van weerhoudt om binnenkort te gaan trouwen met een knappe, eenvoudige man van vijftig.  ‘Ze is zo lief,’  zegt hij tegen de journalisten en de woeste familie. Tsja.