Categorieën
Verhalen van de berg

Ik aanbid… Imme Dros

Mijn dochter Chaia (‘ik haat taal’) doet mooie dingen met woorden. Zo heeft zij het woord ‘luguber’  opnieuw uitgevonden. ‘Nee, niet de sla tegelijk met de lasagna op mijn bord, dat vind ik luguber,’  zegt ze bijvoorbeeld. Of: ‘Zit niet de hele tijd zo aan me te aaien, dat is luguber.’  Maar haar mooiste woord is ‘aanbidden’. In zinnen als: ‘Ik aanbid het als de poes ‘s nachts bij komt liggen.‘  Of ook: ‘Ik aanbid pasta met roomsaus. ‘
Ik pik dat woord vandaag van haar. Ik aanbid….Imme Dros.

Roosje

Haar naam alleen al. Imme is een naam uit een zeeliedje … en dan dat Texelse Dros erachteraan. Over twee weken is ze een van de kanshebbers voor de Gouden Griffel en, hoewel ik het betreffende boek niet eens gelezen heb, vind ik nu al dat Imme die griffel moet krijgen.
Alles wat ze schrijft is namelijk geweldig en lijkt o zo makkelijk. Natuurlijk, zo moet je dat zeggen! Zo heb ik al haar bewerkingen van Griekse heldenverhalen en mythes aan mijn meiden voorgelezen, en het was alsof ik een liedje zong.
En Roosje, ik aanbid ook Roosje! Vergeet Jip en Janneke met hun jaren vijftig getrut en hun als ‘lekker stout’  verpakte braafheid. Roosje is van vlees en bloed, een echt kind met al haar gevoeligheden en rare dingen. Net als die andere meiden uit Imme’s boeken over de ruziestoel, het roze van een zuurstok en lievepop/lappenpop. Boeken als eten en drinken.

Texel

Terug in mijn tijd: de trilogie die Imme over haar jeugd op Texel schreef is young adult avant la lettre (hm, drie Engelse en twee Franse woorden achter elkaar in een zin), zonder moeilijk gedoe. De zomer van dat jaar (alleen de titel al) is mijn ultieme troostboek, ik heb het toch zeker al een keer of twintig gelezen.
En nog langer geleden schreef Imme teksten voor Oebele, QenQ en Hamelen, series die mijn jeugd tekenden en het verlangen naar mooie woorden en verhalen deden aanwakkeren.
Ach, wat zou ik graag een dagje met Imme Dros naar Texel gaan en haar dat, op het strand en in de knusse kroegjes van den Burg, allemaal vertellen. Of liever nog: heel veel dingen aan haar vragen, aan haar voorleggen. Zo onaanraakbaar is ze niet, ik ben wel eens op haar afgestapt bij een of ander boekenfeestje, maar dan kom je toch nooit heel veel verder dan: ‘Ik ben een fan.’  Maar het is meer, veel meer dan dat. Nu Astrid Lindgren, Annie MG en Paul Biegel dood zijn, is zij, meer nog dan Tonke (of Dolf, Guus, Jacques, Toon), mijn voorbeeld en stiekeme leermeester.
Imme Dros. Maandag wordt ze 75. Ze heeft in al die jaren nooit de gouden griffel gewonnen. Geef haar die!

Categorieën
Verhalen van de berg

Een knoop in zijn ballen

Internationale dag van de vrede. Ilco staat in alle kranten: MasterPeace is nu ook officieel in de lucht.
En ik zit op de berg, nog steeds zonder geld. Zie je wel, ik word jong dement, mijn grootste angst. Want de vorige keer dat mijn portemonnee kwijt was vonden we hem – ongelogen- terug in de ijskast tussen de kazen. Had ik hem met boodschappen en al opgeruimd. Hoeveel raarder kan het nu zijn?

Plaaggeest

Gelukkig heeft een Spaanse vriendin een andere verklaring. ‘Er is een plaaggeest in je huis gekomen.’  Ze weet zelfs welke: San Benato heet hij, de verstopper van van alles en nog wat. Maar er is een remedie: een heuse spreuk. Enorm gegeneerd is ze erover. ‘Ik geloof helemaal niet in die dingen. Maar elke keer als ik deze spreuk zeg, vind ik dat wat ik kwijt was binnen 24 uur terug.’
Ik ben dol op spreuken en ik geloof er bij voorbaat wél in. Dus zit ik even later met een witte zakdoek voor me. Drie knopen moet je erin leggen en bij elke knoop spreek je de pesterige heilige streng toe:
San Benato, los huevos te los ato.
Hasta que no lo encuentre, no te los desato.

‘Totdat ik het vind… bind ik je eieren vast?’  vertaal ik twijfelend.
Mijn dochters zuchten vermoeid: ‘Nee mam, leg je een knoop in zijn ballen.’ Aha, dat knoopt ineens toch heel anders!

MountainPeace

De hele dag gebeurt er hier niks (neem dat letterlijk). Als de meiden naar bed zijn en ik alle berichten over de spectaculaire lancering van  MasterPeace heb gespeld, houd ik een wat langer gesprekje met de heilige. Ik beloof hem een paar tegenprestaties. Ik ga niet meer zielig doen dat ik alle ‘ontroerende, betoverende, kippenvel’  momenten elders mis. Ik koester mijn eigen MountainPeace naast MasterPeace – maar dan moet wel die portemonnee terug!
Op datzelfde moment hoor ik een schreeuw uit het bed van mijn dochter:‘Mam! Ik herinner me ineens iets. Je liep de auto uit naar de keuken, met je portemonnee in je hand.’
In mijn hand? Maar waarom, ik ging toch niks betalen? Mijn portemonnee zit altijd diep in mijn tas.
‘Echt waar, ik weet het zeker. We moeten het pad volgen van de auto naar de keuken,’  zegt Bloem.
En ja, dan vinden we hem. Op de piano, waar ik nóóit mijn portemonnee leg. En waar we toch al echt meerdere keren hebben gekeken.
Vrede daalt onmiddellijk over mij neer. Nu gauw die knopen uit de zakdoek halen.

Categorieën
Verhalen van de berg

O heerlijke beta-golven van de stress

Je moet hier geen haast hebben, zeg ik altijd tegen gasten als ik ze meeneem naar het enige groenteboertje van het dorp. En ik wijs ze trots op het ouderwets ambachtelijke, de seizoensgroente, de liefde van de groenteman voor zijn zaak. ‘En kijk eens hoe goedkoop.’
Maar vandaag pas ik niet in mijn eigen plaatje. Helemaal niet zelfs.

Wazigheid

Ik word gek van mezelf en mijn eigen wazigheid. Zo is nu al twee dagen mijn portemonnee kwijt, wat in mijn hoofd iets enorms aan het worden is. Het kan toch niet dat alles gestolen is… dan moet mijn rijbewijs Spaans worden… en al die pasjes weer via Nederland aanvragen en dat kan niet digitaal… en dan moet ik dus…
Met geleend geld uit een kinderspaarpot ga ik naar de groenteboer, die, uiteraard, even mindful is als altijd. Hij laat de ene klant aan een paar perziken ruiken, plukt voor de volgende een handje druiven, sjouwt voor een oud dametje een zak aardappels naar haar auto. En als er een man twijfelt over de acht verschillende tomatensoorten in de winkel, gaat hij rustig naar het magazijn verderop in de straat om nog meer tomaten te zoeken. Ik heb daar écht geen zin in vandaag. Maar als ik zuchtend om me heen kijk op zoek naar medestanders, stuit ik op een haag van omaatjes en dikke huisvrouwen die gezellig meeleven met de keus van de juiste tomaat. Hun sociale hoogtepunt van de dag.

Bitch

Is dit mijn leven? Ik lijk zelf eigenlijk ook wel een demente bejaarde als je telt hoeveel keer ik al onder de matjes van de auto heb gekeken op zoek naar die portemonnee. Zie je, dat komt nou van al die onthaasting. O, wat verlang ik ineens naar de heerlijke betagolven van de stress die maken dat je niet eens tijd hebt om honderd keer de matjes van je auto op te tillen. Of in zo’n winkel hangen. Ik heb toch wel iets anders te doen dan tomaten keuren en perziken besnuffelen, ik moet Belangrijke Boeken schrijven en een Interessant Leven leiden.
‘Wat is de prijs van de sinaasappels vandaag? En van die andere? Zijn ze lekker zoet? Welke geeft meer sap?’
O jee, ik voel een ouderwetse stadse ontploffing aankomen… Toevallig zie ik er vandaag ook heel stads uit met kinky hakken die zelfs voor mijn doen hoog zijn (‘Mam, trap alsjeblieft niet per ongeluk op een van de katjes met die moordwapens’). Misschien komt het daardoor? Maar ik verander ter plekke in een echte Amsterdamse bitch: nog voor ik aan de beurt ben, kijk ik nog eens demonstratief op de klok, zucht overdreven hard… en storm, nagestaard door alle geschrokken omaatjes en de verbijsterde zen-groenteboer, op hoge hakkenbenen de deur uit.

Categorieën
Verhalen van de berg

Money and a room of her own

A woman must have money and a room of her own if she is to write fiction. Dat mailt mijn schrijfpetemoei Mieke mij en zij citeert op haar beurt natuurlijk Virginia Woolf. Niks barre omstandigheden en gekwetste ziel – money and a room of her own! Zoals dat gaat met petemoeis (-moeien?) komen de woorden precies op het goede moment.

Veranda

Met dat geld zit het wel goed. Ik heb tenminste net een optelsom gemaakt voor de boekhouder en, hoera, weer meer boeken verkocht dan vorig jaar. Kan ik straks in Nederland weer wat nieuwe jurkjes kopen en met mijn snobdochter Chaia ‘ leuk even samen naar Bijenkorf, he mama?’
En die kamer… Ik durf zo mee te doen aan een wedstrijd van mooiste schrijverskamers. Het is er licht, overal lange planken vol kinderboeken, openslaande deuren naar de veranda waar nog steeds een warm zomerzonnetje schijnt, en in de hoek het oude bureautje van mijn grootje met daarop mijn witte MacBook.
Punt is alleen dat die kamer een beetje té fijn is. Er staan de zachtste banken, er is het fijnste licht, de tv staat er, de wifi-ontvanger, en al die boeken dus. Dat weten mijn dochters natuurlijk ook. De drie maanden dat ze vakantie hadden leefden ze dus zo’n beetje buiten – en in mijn schrijfkamer. Daar zaten ze dan met hun ipods en hun computers, hun schriftjes en boeken lief en stil te zijn – maar wel in mijn kamer.

Kat

Vandaag zijn eindelijk de laatste twee ook naar school en is mijn kamer weer van mij. Mijn grote verhaal zeurt allang niet meer in mijn hoofd, het krijst inmiddels om geschreven te worden. En dat begint vandaag.
Ik loop onwennig rond als een kat in de sneeuw. Hallo kamer. Wat ben je toch sereen. En stil. Ik kan de boeken horen zuchten, de muren ademen. Nu kan ik eindelijk weer hardop denken, veel te hard op de toetsen rammen zonder dat iemand daar een opmerking over maakt en uren dom voor me uit staren.
Ik doe de deuren dicht, negeer de barbie-school die verlaten over de hele grond ligt uitgespreid, zelfs de poezenkots daartussenin (welke vrouw doet mij dat na?) , neem nog een kop goede koffie – en ga achter dat bureautje zitten.

Categorieën
Verhalen van de berg

Wondergras

Onze buren zijn begonnen met gras eten.

Heel speciaal gras is het, dat ze bij de dierenwinkel als zaadjes kopen en nu overal rond hun huisje groeit. ‘Er zitten achttien van de twintig benodigde voedingsstoffen in,’  vertellen ze enthousiast als ik ze de berg af zie komen wandelen (zij wonen nog veel hoger dan wij, een berg verder). Dat wandelen hoort er dus ook bij, dat is de detox. En als ze dan thuiskomen plukken ze het gras, stampen het fijn en drinken het op met water. Ook hun geiten en honden leven ervan inmiddels. ‘En ze zijn zo vol energie, ze springen steeds over alle hekken.’ Verder gaat reuma ervan over en voegt hun zoontje er nog enthousiast aan toe dat ‘alle voetballers van FC Barcelona het gebruiken.’ “je weet zeker dat het geen…’  begin ik, maar nee, het is gewoon gezond wondergras en ze hoeven nu nooit meer iets  anders te eten. Zomer en winter, dit gras is er altijd.

Zand met water in een soort hol

Toch zit er iets naars aan. Het gras komt wel op een fijn moment: nu ze eigenlijk failliet zijn. Hun kinderen eten in de noodkantine op school om kosten te besparen en hun elektriciteit is aan het begin van de zomer al afgesloten. Hoe moet dat straks in de winter? ‘We stoken gewoon vuurtjes,‘  zeggen ze. De koelkast was toch al een ‘ geweldige uitvinding’: ‘Zand met water in een soort hol, dat blijft altijd koel.‘  En hun eigen zonne-energiesysteem bestaat uit: ‘een lange zwarte buis waarin het water heerlijk opwarmt.‘ De wasmachine tenslotte is iets met fietspedalen.

Je kunt er om lachen en je kunt er om huilen. Maar op een bepaalde manier is het ook fijn dat er nog plekken zijn in Europa waar je er een rommeltje van kunt maken. Waar je ‘de moed erin houden’  tot kunst  kunt verheffen. Waar je zo overtuigd gras kunt eten (en o wat hoop ik maar dat het echt waar is van die achttien voedingsstoffen).

Categorieën
Verhalen van de berg

Hak af die staart!

Wij hebben hier een oude wilde poes met een halve staart. Geen idee hoe dat zo gekomen is. Maar nu zagen we laatst in het dorp nog zo’n halfstaartpoes. En nog een.

‘Ja, het is weer de tijd van het jaar,’  zegt een Spaans vriendinnetje. ‘Je moet je poezen nu binnenhouden, want de zigeuners hakken ze de staarten af. En die spijkeren ze dan aan de bomen – de staarten, niet de poezen. Ik zag vorig jaar een boom met wel vier stukken staart eraan.’
‘Wat? Maar waarom dan?’
Maar het meisje schudt haar hoofd met de afstandelijke blik die ze hier vaak krijgen als het om zigeuners gaat. Niet over praten, niet mee bemoeien.
Ik heb wel eens gehoord dat zigeuners bang zijn voor slechte geesten (interessant weetje: volgens hen kan ook de ziel van een dode terugkomen als vampier).  Dus hebben ze amuletten en bezweringsrituelen. Is het afhakken van een poezenstaart dat soms ook? Poezen hebben banden met Het Kwaad, dat weet iedereen (daar kwam in de Middeleeuwen de pest van, heb ik wel eens gehoord: er waren uit bijgeloof zoveel katten afgeslacht dat er teveel ratten kwamen).
Maar dat onschuldige staartje? Wat heeft dat er nou mee te maken?

Mannelijke woestheid

Zal ik het gewoon gaan vragen? Op het dorpspleintje hangen altijd wel een paar zigeuners rond: mannen met woeste krullen en gouden kettingen. Hoeden en zonnebrillen. Ze kijken me altijd vrij schaamteloos en doordringend aan, dus er is al een soort contact. Als ik nou gewoon eens op ze afstap…
‘Niet doen hoor mama,’  schrikt mijn dochter, al helemaal besmet door de zigeunerangst.
En nee, ik ben ook al teveel geindoctrineerd merk ik. Misschien is dat kattenstaartenhakken wel een geheim jongensritueel, een soort initiatie. En dan kan het natuurlijk niet dat ik er als buitenstaander zomaar over begin. Straks komen ze ineens mijn berg op stormen met al hun mannelijke woestheid. En voor je het weet spijkeren ze al onze lieve katjes aan de amandelboom, met staart en al!

Categorieën
Verhalen van de berg

Hoezo kaftcondooms?!

Snikkende kinderen op de betonnen trappen van de school. Ouders die voorbijsnellen zonder je aan te kijken. En een opvallend verslagen stilte op het schoolplein. Zo gaat het er vandaag aan toe op heel veel Spaanse scholen.

Net als vorig jaar kijk ik met verbazing naar de berichten van collega-ouders in Nederland. Ingeloot, uitgeloot? Zeven kilo boeken? Speciale kaft-condooms voor je boeken? Schoolcampus? Allemaal luxe die we hier op de campo niet kennen. Er is één middelbare school (een middenschool), en één piepklein winkeltje voor boeken en schriften. Daar krijg ik per kind een bescheiden stapel degelijke definitie-boeken vol formules (ook bij de boeken van muziek, kunst en zelfs gym) en al net zulke degelijke schriften. Kaftpapier: hard doorzichtig plastic (verplicht). Het meest luxe wat we kunnen doen voor onze dochters is nieuwe trainingspakken kopen. Want aangezien er geen kleedkamers zijn bij gym en ze dat twee keer per week hebben, loopt meer dan de helft van de school de hele dag in trainingspak.

Toekomstplan

‘In het toelatingsgesprek op het Vossius zei mijn zoon tegen de directeur…’  Nee, zo gaat dat hier ook al niet. Op deze school wordt iedereen toegelaten – zolang je cijfers maar kloppen. Vorige week donderdag en vrijdag waren er herexamens voor alle klassen. En vandaag is daar de uitslag van. Alleen voldoendes tellen. Bloems beste vriendin (hele vakantie bijles gehad) heeft vier onvoldoendes weg gewerkt, maar komt 0,4 punt tekort bij wiskunde. Zij blijft dus zitten en staat samen met haar woeste moeder te huilen alsof er iemand dood is. Kinderen die onvoldoendes hebben in hun vierde jaar hebben het helemaal zwaar nu: alleen met voldoendes mag je door naar het bachillerato en dus verder leren. Zoniet, dan eindigt je toekomstplan hier op het schoolplein: zestien jaar oud en ga maar werken (maar waar?).
Het had een feestelijke eerste schooldag moeten worden maar de bedrukte sfeer is besmettelijk. Gelukkig heeft Ilco een goed idee: hij rijdt drie kwartier naar een fancy sportwinkel en komt terug met drie meiden in strakke merk-trainingspakken. Stralend, alledrie. ‘En kijk mam, ik heb ook echte sportsokken!’

Categorieën
Verhalen van de berg

Zomergasten

Ergens onder zon een bed & breakfast beginnen – dat is een droom van veel mensen. Net zoals zwemmen met dolfijnen of ‘nog eens een kinderboek schrijven’. Eerlijk gezegd, het leek mij altijd vreselijk om een bed & breakfast te beginnen. Toch heb ik er eentje.

Ach, dat liefdevolle guesthouse in Zuid Afrika… De eigenaresse had allerlei kunstwerkjes van lokale kunstenaars aan de muren hangen – met de nadruk op hád, want het ene na het andere kunstwerk werd door de gasten gestolen. Terwijl je die kunstwerkjes notabene ter plekke kon kopen. En dan dat geklaag: de kamers te klein, het water te lauw, teveel muggen, de bedden te hard of te zacht… Ik heb ze vaak genoeg gezien: vertwijfelde bed & breakfasteigenaren die hun leuke kamertjes in rap tempo bezoedeld zagen worden door al die klagende en ondertussen reuze vieze toeristen (‘hadden ze een wond gehad ofzo: het hele matras onder het bloed en ook nog alle witte handdoeken’) . Overigens herinner ik me ook nog dat onze eigen Dunya een keer ergens een reusachtige stenen vaas omverfietste. ‘Geeft niks hoor,’  snufte de kindvriendelijke eigenaresse dapper terwijl ze de scherven bijeenveegde, ‘het is alleen… nou ja, dit was dus het afscheidscadeau van mijn moeder, dat ze mij op haar sterfbed…maar geeft niks, geeft niks… ’

Wuft

Ons huis was een b&b voor wij het kochten. Veel kamers en badkamers dus, die zich razendsnel vulden met gasten. Vrienden en kennissen natuurlijk, geen types die de kunstwerken van de muren stelen. Maar als ik mezelf zo zie lopen met stapels handdoeken, reusachtige ontbijten, en altijd maar weer die lakens aan de waslijn, dan denk ik wel eens: het is toch gebeurd. Hoe vaak heb ik deze zomer niet mensen staan uitzwaaien terwijl de taart voor de nieuwe gasten alweer in de oven stond? Hoeveel taarten heb ik eigenlijk gebakken (amandel, vijgen, bramen, druiven, limoen – met wat we maar van de bomen plukten), hoeveel brood, hoeveel kilo verse patat, hoeveel vissen op de barbecue? En ze maakten heus ook dingen kapot, onze lieve gasten: ze bliezen de versterker op met hun slechtgebrande cd’tjes, zakten door de hangmat en braken toch algauw een dozijn glazen en borden op de stenen vloer. Daarentegen lieten ze ook van alles achter: kleren en bikini’s in alle maten, heel veel zonnebrillen en diverse opladers voor van alles en nog wat. En je staat ervan te kijken wat een verrassend wufte onderbroekjes je vaak tussen de gebruikte lakens vindt (vooral bij vrienden waarvan je dat nooit had verwacht)…

En dan… stilte

Nu zijn, toch nog plotseling, de laatste zomergasten vertrokken. Vijf personen aan de grote tafel is ineens gek weinig, vooral als Ilco ook alweer zijn koffers gaat pakken. Toen waren er nog maar vier… De laatste vijgen ploffen kleverig op de grond, voedsel voor de laatste wespen, muggen, trekvogels. En er is de nacht die plotseling snel valt.
Als je goed luistert kun je het huis heel, heel diep horen ademhalen. Rust! Stilte! (Maar niet voor lang; over zes weken is het alweer herfstvakantie).

Categorieën
Verhalen van de berg

Mijn tien grootste helden

Helden, het thema van de kinderboekenweek. Ik word er nu al moe van – en het speelt pas in oktober. Maar bij wijze van voorbereiding, heb ik laatst een lijstje gemaakt van mijn tien superhelden uit kinderboeken. Ben ook benieuwd naar die van jullie (en niet allemaal Pippi Langkous zeggen)!

Helden/superhelden

Kees de jongen natuurlijk, held der helden. Om de eindeloze kracht van zijn fantasie (‘en de mensen die hem voorbijgingen wisten niet dat daar een jongen liep die alles zou kunnen, dachten dat het maar een gewone jongen was…’ )

Karlsson (van het dak). Omdat hij zo heerlijk schaamteloos om liefde (en krentenbolletjes) bedelt

De keizer uit het Andersen-sprookje De nieuwe kleren van de keizer. Omdat hij tóch trots doorloopt ook al is hij ineens bloot.

Daisy uit Hoe ik nu leef (van Meg Rosoff) omdat ze voor de liefde kiest terwijl alles en iedereen om haar heen dat niet doet.

Kruimeltje Leeuwenhart, andere protoheld. Omdat hij het hele boek lang (Gebroeders Leeuwenhart) alleen maar bezig is om zijn eigen angsten te bevechten. En omdat hij springt.

Sneep uit Harry Potter. Omdat hij zo prachtig verscheurd wordt tussen goed en kwaad. En omdat hij zo lekker vervelend durft te zijn.

Rifka uit De noordewindheks van Daan Remmerts de Vries. Omdat ze zo geruststellend en zelfs troostrijk doodgaat.

Ma uit de boeken van Het kleine huis. Omdat ze uit niks nog heerlijke maaltijden kan maken (appeltaart van groene pompoen) en zelfs als de hele familie ernstig is ingesneeuwd nog gekleurd kerstsnoep en kerstcadeautjes tevoorschijn tovert.

Vitalis (nee, niet Remi) uit Alleen op de wereld. Omdat hij echt vrij is  – en zo glorieus omgaat met de eenzaamheid die daarbij komt.

En natuurlijk: de kleine kapitein uit het gelijknamige boek van Paul Biegel. Omdat hij met al zijn stoere mannelijkheid mijn eerste grote liefde was (‘De kleine kapitein stond achter het roer, wijdbeens, zijn ogen op de kim…’ ).

Pfff… Wie durft er nog te zeggen dat kinderboeken niet belangrijk zijn?

Categorieën
Verhalen van de berg

Het mosterdmonster

Oooooo die lange Spaanse schoolvakanties! Drie eindeloze maanden zijn de kinderen hier vrij en pas over ruim twee weken wordt het huis weer stil en rustig. En dan vertrekt hopelijk ook het mosterdmonster.

Liegen

Het mosterdmonster heet zo vanwege het mosterdincident. Dat ging zo. Ik breng Dunya en haar vriendin naar bed. En daar blijkt ineens Dunya’s bed keurig opnieuw opgemaakt te zijn, met nieuwe lakens en kussenslopen en zelfs een fris nieuw onderlaken. Ik verbaasd, Dunya verbaasd, vriendinnetje verbaasd.
Maar het wordt nog raarder als we onder haar bed het oude beddengoed vinden, in een slordige prop. En dat blijkt vol te zitten met mosterdvlekken. Mosterd! Hoe komt dat daar? Van alle dingen die je in een bed kunt aantreffen… Er zijn op dat moment zes kinderen in huis en die komen allemaal kijken. Maar niemand voelt zich aangesproken. ‘Wie heeft dat nou gedaan?’  vragen ze stuk voor stuk, met grote verbaasde ogen.
Je zou kunnen zeggen dat mijn kinderen kunnen liegen alsof het gedrukt staat. Maar het kán natuurlijk ook het mosterdmonster geweest zijn.

Onderbroeken

Het mosterdmonster doet veel meer. Nare dingen (de spaarpot van Dunya zomaar laten verdwijnen) en rare dingen (onderbroeken van een argeloos vriendinnetje laten opduiken in koffers van gasten). Veel rommeldingen (mijn wedgewood-bordjes gevuld met zandkoekjes achterlaten bij de bron, lievelingsboeken die iemand net nog zat te lezen verstoppen en ook heel veel schoentjes en bikini’s). Het maakt alle pakken koek tegelijk open en eet overal één koekje van. Of het halveert een worst die decoratief aan een spijker in de keuken hing. Mijn goed-verstopte chocola extra puur die niemand lust: ook al weg. ‘Wie o wie… ?’  Alle kinderen schudden geschokt hun hoofd. Nee hoor, dat monster weer.
Het is bijna onmogelijk om te werken met een mosterdmonster in huis. Zit je net geconcentreerd middenin een moeilijk hoofdstuk, klinkt er weer een gil uit een van de meidenkamers. ‘WIE heeft mijn nagellak niet dicht/mijn barbiehoofd eraf/alle wcpapier in de wc/mijn favoriete haarelastiekjes om de staart van de poes, mijn…’
En daarna doodse stilte. Het mosterdmonster is een stomme lafbek.