Categorieën
Verhalen van een Amsterdams leven

Alles beweegt

‘Dit is hét boek hè?’  Mijn zus  kijkt veelbetekenend als ik haar het pdf-je laat zien van de cover van mijn nieuwe boek. Hoewel ik niet precies kan benoemen wat ze bedoelt, knik ik al net zo gewichtig. Dit is het boek.

Door mijn raam aan het IJ zie ik in één blik treinen, boten, bussen, fietsers, veerboten, een vliegtuig. Hoe anders dan de beeldschone maar verstilde olijfheuvels die zich vorige week nog eindeloos en bewegingsloos voor mijn ogen ontvouwden.
Zelf beweeg ik volop mee. Ik ben een mol uit zijn zonnehol, een onzichtbaar persoon die ineens weer vorm heeft gekregen.

Parool

Morgen staan we met het Mandelahuisje op de cover van Het Parool. Dan begint ook de column die ik deze zomer schrijf over mijn leven als herbergierster.
En alsof dat nog niet genoeg is, ga ik in september na drie jaar héél hard werken in het najaar eindelijk mijn nieuwe boek presenteren. Daar heb ik al die tijd schimmig en vaag over gedaan, maar dit is het moment om een grote tip van de sluier op te lichten. Ik was bij mijn uitgever voor de laatste correcties, nu kan ik niet meer terug.
Dus. Dit is de flaptekst:

Een heel bijzonder meisje

Ze noemen zichzelf Casa Nostra en ze hebben hun eigen vakantie-eiland in Italië. Een groep succesvolle mensen die samen werken en feesten, verbonden door één vrouw: de mooie, onbetwiste leidster Sofía.
Alicia is elf als haar ouders zich aansluiten en vanaf dat moment begint haar dubbelleven. Onder de allesomvattende vleugels van Sofía leert ze de liefde kennen en het leven vieren – alles één groot avontuur. Dat er af en toe ook onverklaarbare en zelfs gevaarlijke dingen gebeuren bij Casa Nostra neemt ze voor lief.
Totdat haar wonderland van de ene dag op de andere ophoudt te bestaan. Alicia vindt zichzelf terug tussen de brokstukken van haar eerder nog zo perfecte leven. In haar gedachten schrijft ze Sofía een lange brief die de vorm aanneemt van een droomachtige stroom van herinneringen.

Omslag ‘portret met bloem’ van de geweldige Marc Suvaal.

Categorieën
Verhalen van een Amsterdams leven

A woman soon

’Deze man zit niet in het gemiddelde serieuze systeem van de mensen. Hij is voor sentimentici en fanatici, zoals jij, mensen die ergens anders wonen, from outer space.’
Dat zegt mijn vriendin Mylou en daarom durf ik het op te biechten: we gingen dit weekend samen incognito naar het concert van Neil Diamond.

Ik was niet gegaan -en zeker niet nu- als het niet per ongeluk de muziek van mijn nieuwe boek was. Een heel bijzonder meisje heeft zelfs een songtekst van Neil op de eerste pagina staan – en meteen ook zo’n beetje de ergste: ‘Girl, you’ll be a woman soon. Please come take my hand.’ Dat draaiden Mylou en ik toen we voor het boek naar Portugal gingen, dat had ik zelf vaak op staan bij het schrijven. Zulk soort muziek kiest jou in plaats van andersom.
‘Ik vind dat we moeten gaan,’ zei Mylou de avond voor het concert. ‘Hij hoort bij het boek. we zijn in Portugal begonnen en we eindigen met Neil.’
En dus gingen we, ook al was ik mijn stem kwijt van vermoeidheid en zat ik middenin een verhuizing.

Bejaarden

De mensen in de zaal zijn oud, opvallend saai gekleed – en ze hebben er zin in. Veel vrouwen van mijn leeftijd en ietsje ouder zie ik, die met hun ouders zijn gekomen. Voor ons staat een dochter met een grijze moeder, beiden in het wit gekleed. Het hele concert houden ze elkaar vast in een innige verstrengeling, af en toe wiegen ze een beetje mee op het ritme of wuiven wat met hun arm door de lucht. Als ik om me heen kijk, zie ik dat de meeste mensen half in trance zijn. ‘Ik ben benieuwd hoeveel nummers jij herkent,’ zegt Mylou tegen mij. Het antwoord is: allemaal. Ik zing ze net zo makkelijk en moeiteloos mee als sinterklaasliedjes.
Hot August Night was dan ook het album van mijn jeugd. Als klein kind viel ik in slaap met Jonathan Livingston Seagull beneden op de pick up. The Jazz Singer was de eerste film waarbij ik zo hard huilde in de bioscoop dat ik pas op durfde staan toen iedereen de zaal uit was. The first cut is the deepest – en toevallig was Neil daarbij. Dus is het voor mij de muziek van de troost, nog steeds. Ik draai Neil stiekem als ik alleen thuis ben. Mijn kinderen schudden kokhalzend hun mooie hoofdjes over zoveel lelijkheid, mijn man heeft de cd’s van Neil al een paar keer onsuccesvol laten verdwijnen uit zijn fantastische muziekcollectie.

Diamant

Natuurlijk, inmiddels gaan ook bij mij alle alarmbellen rinkelen en huiver ik in de Ziggo Dome van zoveel bombast en Amerikaanse lelijkheid. Het is heel makkelijk om te giechelen om Neil en zijn platte lyriek, om het toneelbeeld waarbij hij steeds in en uit een reusachtige, flonkerende diamant stapt. Bovendien is Neil inmiddels even oud als mijn vader en heeft hij een krom ruggetje.
Maar ook zie ik een man met een gitaar die hartstochtelijk gelooft in wat hij zingt. En wij, de zaal, met hem. Allemaal. Even vergeet ik de verhuizing, de drukte, alle zware verantwoordelijkheden van de herbergierster. ‘Kijk,’ zeg ik tegen Mylou als dat verschrikkelijke Girl you’ll be a woman soon begint. Ze kijkt naar mijn arm en we moeten allebei heel hard lachen: kippenvel.

Categorieën
Verhalen van een Amsterdams leven

Als je drie Spaanse meisjes verhuist naar Amsterdam…

Sommigen in ons gezin hadden er wat meer zin in dan anderen.

Kleine kinderen sjouw je met gemak de hele wereld over. Ik kan het weten want we hebben het meerdere keren gedaan. Maar vanaf de middelbare school worden het ineens mensen. Dan beslissen er vijf, dan ga je bijvoorbeeld naar allemaal surfspots op reis terwijl je zelf niet eens surft. En daarom is het ook een veel grotere ingreep om pubers terug te halen naar Nederland dan toen we diezelfde pubers -maar dan in miniversie- op een dag in een Landrover propten en zeiden ‘we zien wel waar en hoe lang.’

Vla

Dus.
Is er 1 meisje alleen maar aan het bloeien met baantjes en feesten en heur haar ineens geverfd (waar haalt ze de tijd vandaan? Ik krijg het mijne in alle hectiek amper gewassen) – en als enige haar telefoon al binnen een dag vloeiend omgeschakeld naar het nieuwe land.
Is er 1 meisje stilletjes en brave as hell haar nieuwe kamer blauw aan het schilderen zodat ze zichzelf terug kan trekken en veel kan skypen met de plek waar ze eigenlijk wil zijn: Spanje.
En is er 1 meisje haar originele zelf, waardanook. Die scheurt voorbij op rare rolschoenen alsof er nooit iets anders aan haar voeten zat. Die helpt de schilders en de bouwers met beitsen en sjouwen alsof ze altijd al… Die heeft op een of andere manier oneindig toegang tot onze geldbronnen zodat er elke dag een ander pak vla in de nieuwe ijskast staat. Vla is typisch Nederlands, als ik het zelf maakte in Spanje smaakte het toch anders. Maar dat je het hier nu hebt in zoveel smaken van bananenvla tot slagroomvla en frambozenvla en zelfs, zag ik net, perenijsjesvla – dat wist ik dan weer niet.

Categorieën
Verhalen van een Amsterdams leven

Gisteravond

Ik ben voor het eerst alleen in mijn nieuwe huis.

Met twee dochters en een een poes vlieg ik enkele reis Amsterdam. Ik dacht dat ik heel hard zou lachen. Dat ik heel hard zou huilen, zuchten. Dat ik het heel erg koud. Dat ik heel erg moe. Dat ik heel erg thuis. Dat ik.
Ik kijk alleen maar de hele reis naar het groen van de Transaviastoel voor me.

Vriendinnen

Op Schiphol staan de vriendinnen van Chaia om haar op te vangen. Met een blije Ilco en heel veel tompucen proppen we ons in een  overbeladen trein en dan hup met het pontje. Ons huisje. Er lopen heel erg veel mannen. Schilders, elektriciens, iemand van het internet, aannemers, en nog heel veel meer mensen van wie ik geen idee hebben wat ze er doen. En zij op hun beurt hebben geen idee van het heugelijke feit dat hier de vrouw des huizes arriveert. De tuin is een en al zand en stenen. Er is geen pad voor de deur.
Ik ben net de serre-in-wording aan het bewonderen. als een journalist van Het Parool alweer voor mijn neus staat voor een interview.
Dan gaan we pizza eten met nog steeds al die vriendinnen van Chaia. Daarna gauw naar de buurvrouw de verhalenverteller om matrassen te lenen want de meubels komen pas over een week.
Er moet iets met fietsen, er moet iets met het paard gaan bezoeken in zijn nieuwe stal, de Spaanse poes moet een kattenbak en nodig eten, en waar zitten eigenlijk de lichtknopjes en oh shit handdoeken.

Dan is het ineens zover. De avond valt en ik ben alleen in het nieuwe huisje. Ik denk: ik ga op een bouwtafel zitten en gewoon maar een beetje om me heen kijken. Dit is mijn nieuwe droomhuis en ik geloof dat het heel, heel mooi is.
Ik kijk.
En het is zo.

Over het tuinpad zie ik ze alweer terugkomen van de paarden. En daarachter mijn beste vriendin met haar dochter die zomaar even komt buurten. Hoera, dat kan weer – eindelijk.

Ik spring op.

Categorieën
Verhalen van de berg

Een ruimteschip voor Pegasus

’Ik reed in het holst van de nacht naar huis over de smalle weggetjes langs de olijven. Ineens kwam er een gigantisch verlicht gevaarte op me af, het was zo hoog. Een ruimteschip? Een cruisesboat? Ik week razendsnel uit naar de berm. Toen zag ik dat jij er als een soort gids voor reed, in je Landrover.’

Je ziet het wel eens in Afrika, in de woestijn ofzo en dan is het geen fata morgana. Het rijdende hotel, noemen ze dat – in het Duits nog wel. Een tot hotel omgebouwde bus of vrachtwagen, gigantisch en bizar.
Als je dacht dat dat raar was… Sinds kort weet ik dat er ook zulke hotels voor paarden bestaan

Hoe verhuis je een paard?

We hebben hier dus onze Pegasus. En die gaat mee naar Nederland. Want anders gaat mijn dochter ook niet. Maar hoe verhuis je een paard? Je mailt eens wat, gaat met iemand in zee. Je verwacht een trailer. Je bent al lichtelijk verbaasd als het transport uren en uren op zich laat wachten. Als je wordt gebeld dat er ‘eerst nog even zes paarden in Marokko’ moeten worden opgehaald, en later ‘ook nog een paar hondjes’. ‘En nog een paard in Ronda.’
Het wordt later en later. Het wordt nacht. Er is hier thuis iets met een feest. Ik heb daar niks mee te maken, behalve dan misschien een beetje inkopen. Maar er komen kinderen van de school van de campodochter en van de andere dochter komen ze uit Granada. Heel veel kinderen – en ze blijven allemaal slapen. Ik ben verbannen naar de gastenkamer. Daar zit ik dan op het gastenbed en denk: dit dus. In Amsterdam zou ik nu al lang in de kroeg zitten met een vriendin. In de film, in het theater. Maar nee, nu zit ik suf met mijn devices te klooien, met op de achtergrond woeste feestgeluiden – en ik kan niet eens gaan slapen, want ja, dat paard.

Negertjes

Ik word weer gebeld. Ze kunnen de afslag Montefrio niet op, de trailer is te groot. Te groot??? Geen probleem, ze nemen een andere route. Uren later zijn de paardenmensen ‘ergens waar ze diep onder zich een heel mooi stadje zien liggen met een ronde kerk en een soort kasteel.’ Ja, dat is Montefrio en ik stap in de Landrover om ze te zoeken.
Ik cirkel en cirkel om de berg heen die Montefrio heet en dan… een warm bad van verlichte raampjes hoog boven de olijven uit. Iedere bocht is een enorm project. Toevallig voorbijrijdende dorpelingen schieten gehaast opzij. Het is helemaal geen trailer, het is een hotel, met tig paarden in heuse stallen. Onze kleine Pegasus is verbijsterd, nog nooit zag ze zoiets reusachtigs. Zoet en een beetje bang laat ze zich naast de grote briesende Marokkaanse paarden leiden. Chaia en ik kijken haar na… en dan snel weer terug naar het feest dat inmiddels zodanig is dat ik mijn eigen huis niet meer in durf.
Ik val toch in slaap, denkend aan Pega. Tien kleine negertjes zijn we. Eerst Ilco en Dunya. Zometeen rijdt de Landrover weg met zijn nieuwe baasjes. En nu vertrekt ook Pega naar het hoge noorden. Chiquer dan ze ooit had kunnen bevroeden. Dag lief paardje, zie je daar!

Volgende blog vanuit Nederland!!!

Categorieën
Verhalen van de berg

Iets van Dalí

Daar zit ik: in het café van de universiteit van Granada, een enorme campus verspreid over een paar heuvels. Terug in de tijd.

Bloem doet vandaag universiteitsexamens, tot diep in de nacht heb ik haar overhoord over Velazquez, Picasso en Dalí. Spaanse broertjes van de helden die ik zelf bestudeerde op haar leeftijd, aan de Sorbonne in Parijs.

Flamencorok

Verder vandaag op mijn alleen maar groeiende tot do- lijstje: Flamencorok van andere dochter tien centimeter langer laten maken voor optreden zaterdag. Paard op de trailer krijgen, gekeurd en alles. Vijf kilo chorizo-worstjes bestellen voor afscheidsbarbecue van de dochters, snel nog even wat in vier talen vertalen voor de herbergwebsite in wording, iets met een interview over skype…
Ik ben duidelijk nog in Spanje. En ook dit is duidelijk: ik kan niet tegen stress. Zo raakte ik vanmorgen nogal in paniek van het feit dat alle klokken in huis een andere tijd aangaven, inclusief die van mijn telefoon en computer (dat kan toch helemaal niet?). Ik rende chaotisch en verward heen en weer en zag ineens overal klokken. Het had – om in de sfeer te blijven-  wel iets van Dalí. Maar ik kon er niet om lachen. Maandag komt de verhuisauto al en ik moet nog zoveel… Ik ben hyper – of ik val subiet in slaap, niks ertussenin.
Dat wordt nog wat als ik straks een herberg moet bestieren.

De tijd bellen

Maar nu ben ik even omgeven door formica stoeltjes, glimmende tegelvloeren, lelijk licht. En studenten en docenten die ontbijten met koffie en tostada con tomate. Op de Sorbonne noemden ze dat baguette en de koffie ‘petit noir’. Ook daar zat ik vaak een beetje te schrijven in een opschrijfboekje om de tijd stuk te slaan. Alleen had ik die tijd toen nog in overvloed. En als ik even niet wist hoe laat het was, dan belde ik diezelfde tijd gewoon op. ‘002’ zeg ik tegen mijn dochter. ‘Dan was er altijd zo’n geruststellende stem die alles wist en zei: Bij de volgende toon is het tien uur, drie minuten en twintig seconden. En dan hoorde je die toon.’
‘Wat schattig, de tijd bellen.’
Ik vind het ook schattig. Maar vooral vind ik het jammer dat het nu niet meer kan. Het leven is er een stuk verwarrender op geworden nu de tijd niet meer rustig aan de andere kant van de lijn op je aan het wachten is.

Categorieën
Verhalen van de berg

Droomhuis te koop in zuid Spanje

‘Thuis!’  Dat schreef ik ruim zes jaar geleden.

In mijn handen: de gastenboeken van ons Spaanse huis, cortijo los gitanos. Op de eerste bladzijde schreef ik zelf iets, vol verwachting: ‘Na zo lang reizen eindelijk weer thuis. Wat zal hier allemaal gaan gebeuren, met wie zitten we onder de sterren, hoeveel avonturen, wijntjes, plannen, gedachten…’
Daarna komt een parade van blije berichtjes want ja, we zaten heel vaak onder die sterren en met heel veel mensen (sommige herinner ik me niet eens meer). ‘Ik kwam om te schrijven en zette hier 18000 woorden op papier ‘ ‘Ik snap helemaal dat je hier verliefd op werd’ ‘Een uitzicht zo mooi omstuwd door vertes’  ‘A dream come true’  ‘100 % geluk’ ‘Wat een warm huis’ ‘Fata morganahuis’ ‘Eftelinghuis’ ‘Droomhuis’… Veel lyrische teksten over vijgen, amandelbomen, olijven en een stuk of tig keer het woord paradijs en/of paleis.
Tsja, daar gaan we dus weg. Ik ben zolangzamerhand wel klaar met al dat afscheid, de melancholie voorbij – en misschien zelfs wel de tranen. De gastenboeken gaan NU in een doos en ik open ze pas weer als het heel koud is in Nederland. Maar terwijl ik dat doe, denk ik wel: huis, lief huis, blijf niet al te lang aan ons plakken, daar ben je veel te mooi en te goed voor…

Spaanse makelaars

De verkoop zou op zich een makkie moeten zijn, maar Spaanse makelaars zijn nogal ondoorgrondelijk. En bovendien zullen het wel buitenlanders zijn die dit huis kopen. Spanjaarden zelf wonen liever niet zes kilometer buiten het dorp en die houden meer van kleine huizen dan van grote. Maar ergens in Nederland, Belgie, Engeland of misschien wel Scandinavie loopt dus een gezin rond of een stel met een droom van een bed and breakfast in Andalusie, dat weet ik wel zeker. En dat stel maar zoeken en zoeken… zoals wij zelf ook hebben gedaan zeven jaar geleden. Dit is een van de weinige momenten dat ik wilde dat mijn blog viral ging. Mensen, zoek niet verder, hier staat jullie huis te stralen! Kijk maar:
http://www.granadacountryproperties.com/home/properties/property/748-casa-africa-montefrio

Categorieën
Verhalen van de berg

So long mijn lieve zeerover

Ik zeg het maar eerlijk: ik was niet meteen verliefd op je.
Ik vond je te groot en te lomp, meer een mannenspeeltje. En eigenlijk dacht ik dat je na Afrika wel klaar met ons zou zijn. Geen flauw idee dat je zo lang zou blijven plakken, zelfs lid van de familie zou worden.

Vrij dramatisch ten onder

Man, wat heb ik het zwaar met je gehad. Zeker toen we net in Spanje woonden, zat ik regelmatig met zweethandjes, het gevoel dat jij de baas over mij was in plaats van andersom. Dat werd nog erger als het donker was, regende, of tijdens vroege ijzelige ochtenden. Ik geef het maar eerlijk toe: in heel wat angstige dagdromen zijn wij samen vrij dramatisch ten onder gegaan.
Maar je nam revanche – en hoe. Hoe meer uren wij samen doorbrachten, hoe beter we elkaar leerden kennen. We werden intiemer en intiemer, je werd -klef maar waar- een vriend, die er altijd was. Ik praatte tegen je tijdens de lange uren samen, ik zong voor je, heel hard. Ik wist blind hoe je rook: lekker. En ondanks dat ik je nooit echt helemaal onder controle kreeg, voelde ik me veilig bij je.
Je was huis en vrijheid ineen, de zigeuner -Dunya noemde je niet voor niets heel lang ‘Zeerover’ – die de hele familie nog steeds kon meevoeren naar wilde tijden en plekken. Die dat ook deed, tot de afgelopen dagen aan toe. De wilde kust van Tarifa is voor eeuwig verbonden met jou. Je bracht ons daar en je maakte er een schuilplaats in de nacht. Het ging regenen en niemand vond het erg. Het waaide wild en hard maar niemand viel om. Want jij hield ons vast.

Ik ga je schorsen

Je gaat niet mee naar Nederland. Of in ieder geval, niet met ons. Die keuze was snel gemaakt, het afscheid daarentegen… Je haperde, leverde nog een paar streken. Je hebt het door, dat weet ik wel zeker.
Volgende week ga ik je schorsen en ja, dat voelt als verraad. Nu heb je me eindelijk voor je gewonnen en nu moet ik je laten gaan.

Categorieën
Verhalen van de berg

Dag zee, dag Spaanse zee!

Wat heb ik vaak zo gezeten, precies op deze plek.

Het was de laatste pleisterplaats voor we ruim acht jaar geleden de enkele bootreis Afrika kochten. En wonderlijk genoeg (want we gaan altijd alle kanten op maar zelden terug) een plek waar we in de jaren daarna steeds weer terugkwamen, tussen alles door.

Altijd wind

Misschien komt het door de levante en de poniente, altijd wind hier in Tarifa, altijd hard en verraderlijk. Of door de wijde koude zee. Doordat je binnen een uur totaal onder het knarsende zand zit en de paar barretjes op het lange wijde strand te zanderig zijn voor al te hippe lounge. Of is het dat je Afrika ziet liggen aan de overkant en onze auto met opgelapte daktent erbij staat alsof we morgen weer verdergaan. Is het de zee die elke keer tegen je op spat als een te blije jonge hond?
We zijn er deze keer maar drie dagen, het is een soort afscheid. Meer vakantie zit er deze zomer niet in, niet met het terras en de herberg die we gaan runnen.
Maar drie dagen Tarifa is heel wat. Het is: dag en nacht het geruis van de golven en de wind. Ik word er zoals altijd vroeg van wakker. De obers van de strandbar zetten na al die jaren ongevraagd een cortado bij me neer, ook al zijn ze eigenlijk nog niet open. Eentje vraagt zelfs: ‘Wanneer komt er nou eindelijk een Spaanse vertaling?’
Ach ja, hoeveel boeken vonden hun bron hier, hoeveel brieven, verhalen, dromen ?

Het eindeloze niks

Vandaag heb ik niks te schrijven. Mijn hoofd is te vol met alles wat deze maand gaat veranderen, het nieuwe leven in Amsterdam. Toch zit ik hier. op mijn vaste plek bij het wakkerworden van de zee. Te wachten.
En ja, het gebeurt. Heel even, maar toch. Ik krijg de leegte terug. Het eindeloze niks van de wijde lucht – of eigenlijk van de wind die alles meeneemt, hoog en ver en nooit meer terug.

Categorieën
Verhalen van de berg

Ground control

Soms denk ik: we kwamen in Montefrio met een ruimteschip en zo vertrekken we ook. Ingedaald vanuit exotisch Afrika en nu uitgezonden naar de verre planeet Amsterdam (lees verder).

Ze is de zus van de twee broers die samen de dorpsgarage runnen. Zij doet daar de administratie en ze kan dertig zijn maar ook vijftig. Ik zie haar scharrelen met allerlei bonnetjes in haar met vage onderdelen volgestouwde kantoortje en ik laat me ontvallen: ‘Volgens mij heb je best een leuke baan.’
Ze staart me aan en begint te praten. Een uur later zit ik daar nog.

Zijn botten steken overal naar buiten

Dat door de crisis de helft van de klanten niet betaalt (ze haalt haar schouders op). Dat zij degene is die daar achteraan moet bellen, elke dag opnieuw (ze zucht een beetje). Dat de mensen hun auto komen halen en zeggen: ‘Ik rijd even naar de bank’ en dat ze dan niet terugkomen. ‘Wat doe je eraan?’
Dat haar twee broers desondanks geen uur zonder het bedrijf kunnen, ook al is de een doof geworden van de kou en ‘steken bij de ander zijn botten overal naar buiten.’ Dat ze nooit dicht zijn, nog geen week per jaar. Zelfs ’s avonds en op zondag wordt er doorgewerkt. Dat zij dus ook nooit vrij mag nemen, ook al is ze zo moe, zo moe. ‘Als ik thuiskom om een uur of negen wil ik graag een mooie film kijken, ik heb er een heleboel verzameld. Maar altijd val ik in slaap voor het einde, ik weet van geen enkele film hoe hij afloopt.’
Maar nu gaat er iets gebeuren (haar hele gezicht licht op en ineens zie ik dat ze mooi is) Ze heeft ze een ticket op zak! Helemaal naar Duitsland! In augustus gaat ze een week naar haar dochter, die woont daar, die heeft ze nog nooit opgezocht. Ze heeft er zo’n zin in, ook al mopperen haar broers de hele tijd dat het niet kan, dat ze niet mag. ‘Maar ik doe het gewoon toch, ook al is het natuurlijk een enorme administratie-puinhoop als ik terugkom. Ik heb nou eenmaal die ticket.’

Parkinson

Duitsland? In mijn eigen dromen figureren totaal andere locaties. ‘Hong Kong lijkt me altijd zo gaaf,’ zei ik laatst nog. Waarop mijn man iets mompelde over de Filippijnen en duiken. Of Hawaii. Hem kennende gaat dat zomaar nog een keer gebeuren. En regelmatig roep ik hoe ontzettend nodig ik weer naar Parijs moet, liefst dit jaar nog.  Of anders Berlijn wel, of nou ja New York of…
‘Mijn moeder is al acht jaar ziek,’ onderbreekt de garagevrouw mijn gedachtenstroom. ‘Ze heeft Parkinson en ligt alleen maar in bed, net een dode. Dat kan mij ook zomaar gebeuren, mijn oma had het ook. Maar als ik daar dan lig, dan kan ik in ieder geval terugdenken aan de ticket die ik kocht en hoe ik ooit een week zomaar naar Duitsland ging.’