Categorieën
Verhalen van de berg

Herberg het Mandelahuisje proudly presents

Op 5 mei 2015, het prachtige oude, nieuwe logo, gemaakt door Marielle Loussot

Categorieën
Verhalen van de berg

Handjes

Ik denk dat er niet veel mannen zijn die een berichtje aan hun vrouw afsluiten met: ‘Inclusivity, samen, ubuntu, hug.’ En ook nog een verwijzing naar de ellende in Baltimore (waardoor ik snel en schaamtevol aan het googelen sla: wat is er daar ook alweer precies aan de hand….?)

Toen ik Ilco ontmoette was hij een slimme linkse idealist met een PLO-sjaal om. Alleen de PLO-sjaal is verdwenen.

Nelson en Anne

Dat was de tijd van de eerste edities van Bevrijdingspop. Als logo voor het festival had Ilco een plaatje van twee handjes gevonden, zwart en wit. We collecteerden -met die handjes als button op de revers van onze oversized colbertjes- voor het ANC en het is ongelooflijk maar de meeste mensen vonden Nelson Mandela toen nog eng, een soort terrorist. Dat collecteren was best griezelig af en toe.
Op 4 mei legden ze alle bouwwerkzaamheden voor Bevrijdingspop plat om op het veld de doden te herdenken. In mijn meisjeshoofd vloeide alles samen: Kristalnacht was Sharpeville, Nelson Mandela was Anne Frank (en ik een beetje Anne), kortom: racisme sluimerde om iedere hoek. Ik huilde hete tranen tijdens de minuut stilte. Maar op mijn linkerborst brandden die handjes: wij zouden de wereld beter maken.

Logo

Het is inmiddels ruim dertig jaar later en ik denk niet dat ik vanavond ga huilen. Maar er is wel weer een missie om de wereld een beetje beter te maken: Herberg Het Mandelhuisje. En het is geweldig dat de huidige voorzitter van Bevrijdingspop ons toestemming heeft gegeven om het oude logo van de handjes als logo voor de herberg te mogen gebruiken. Maar dan wel in een nieuw jasje. Er is een vrij briljante vormgeefster mee aan het werk gegaan en morgen presenteer ik hier feestelijk en trots het nieuwe, frisse logo.
Eerst nog even herdenken.

Categorieën
Verhalen van de berg

The male thing

‘We hebben een man nodig,’ zeg ik tegen Marije. Om onmiddellijk van standpunt te veranderen: ‘Nee, we gaan dit zelf doen. We hebben géén man nodig.’

Mijn moeder heeft me goed jaren tachtig opgevoed. Mannen moeten ook koken en vrouwen moeten hun eigen geld verdienen. Dat soort basisprincipes waar je ver mee komt.
Maar het was ook fijn om op een gegeven moment dingen te denken als: ‘Ik haat bandenplakken en ik doe het lekker niet.’ Of: ‘Vrouwelijke charmes zijn enorm handig als je met autopech langs de snelweg staat.’ Of zelfs: ‘Wat is er eigenlijk mis met de man als kostwinner?’
Ook met die principes kan je ver komen.

De feministische moederschoot

Maar eenmaal op de berg in Spanje was er niet altijd een man in de buurt op ieder cruciaal moment. Dus kan ik inmiddels gastanken vervangen, (lichte) stroomstoringen oplossen, een enorme olijfpittenoven draaiend houden, zware vuilniszakken sjouwen en voor de verbouwing in Nederland profi al het sanitair bestellen waarbij ik serieus woorden gebruik als ‘softclose toiletdeksel’.
Terug in de feministische moederschoot dus en dat wil ik op mijn beurt overdragen op Marije nu ze hier is. Marije is de vroegere nanny en zesde lid van de familie. Soms voelt ze als een vriendin van me, soms als een dochter. En in beide gevallen wil ik stoer overkomen als er in huis een geiser kapot gaat. Geen man nodig, wij fiksen dat zelf. En het coole is: we fiksen het ook! Bijna geven we op, maar dan ineens vindt Marije een verborgen mechanisme en hup, het ding brandt weer. Wat nou man nodig?

Cirkelzaag

Maar diezelfde middag doe ik het allemaal weer teniet als ik middenin de campo kans zie om mijn voorbumper muurvast te draaien in iemands in de grond verankerde tuinhek. Ik blokkeer meteen de ingang en iedereen is verbijsterd hoe me dat gelukt is. Vooral de twee toegestormde mannen. Ik heb mijn auto vol meiden, maar niemand heeft een clou hoe dit op te lossen (al gaat Dunya wel gewichtig onder de auto liggen kijken). Ikzelf denk vaag iets met ‘mannen’ erin – en dan heel specifiek garagemannen. Maar de twee mannen die er zijn kunnen het ook. Krom en grijs en misschien wel zeventig zijn ze. Maar niet veel later staan ze woest met lasbrillen op iets te doen met een cirkelzaag (waarvan Marije wel en ik niet weet dat het een cirkelzaag heet). Hek kapot, auto vrij.
Eenmaal thuis is er een mailtje van de Nederlandse aannemer: ‘Bedankt voor je sanitair-bestelling, Anna, goed werk. Je was alleen alle stortbakken vergeten…’

Categorieën
Verhalen van de berg

The black rabbit of Inle

’Bright eyes, how can you close and fail,’ zongen Bloem en ik keihard in de auto terwijl we bijna het zoveelste konijntje van de weg reden. Een kwartiertje later had dat liedje ineens een totaal andere lading.

Nog twee maanden voor de grote verhuizing en ik ben nu al bij vlagen zo hyper als Dunya die een zak snoep op heeft. Ik word elke ochtend idioot vroeg wakker en dan begint de computer die mijn hoofd is onmiddellijk te ratelen. Om zes uur zit ik al aan de laatste redactie van mijn boek te schrijven, dat is het enige rustige moment van de dag.

Grim

Precies nu is Bloems brommer definitief kapot gegaan, dus moet ik haar elke dag over de bergpas heen in de Landrover brengen naar de schoolbus. Nog nooit zoveel watership down konijntjes door de campo zien huppelen trouwens, ik krijg er spontaan heimwee van naar de film met het dramatische liedje van Art Garfunkel. Als ik dat liedje hoor, zie ik altijd voor me hoe het zwarte konijn verschijnt als de grim en door de lucht danst met een konijn dat gaat sterven.
Ik rij dit stuk nu zo vaak, ik kan elke bocht dromen. En op de terugweg ga ik extra hard terwijl ik de eerste klussen voor de dag alvast in mijn hoofd aan het voorbereiden ben.
Maar vandaag heeft het geregend. En er staan natuurlijk niet voor niks waarschuwingsborden bij elke bocht. Dit weggetje is berucht.
Ik ga te hard de hoek om, voel ik. Dus ik rem en terwijl ik het doe weet ik al dat dat dom is.

Slip

Nog nooit in mijn leven heb ik zo’n grote slip gemaakt. Ik en de Landrover tollen om onze as. In die korte tijd (tien seconden? tien minuten?) denk ik afwisselend ‘niks aan de hand’ en ‘daar ga ik – de afgrond in’.
Maar pal voor die afgrond komt de auto toch tot stilstand. Godzijdank is Bloem al afgezet, dus ik zit alleen. Heel langzaam rij ik terug, pas na een kilometer of twee kan ik een stukje veld in rijden om te keren. Mijn been trilt op het gaspedaal.
Later ben ik vooral opgelucht. Ik heb het zwarte konijn gezien, heel even. Maar hij heeft me weer los gelaten; en nu ben ik vrij.

Categorieën
Verhalen van de berg

De jurk, de dochter, de beca

Ze waren rood, de becas. Wat een piepklein beetje jammer was want heel veel meisjes hadden voor een rode jurk gekozen. Maar Bloem was toch het mooiste, kijk maar op de foto’s hieronder.
Verder ging ik huilen toen ze op dramatische filmische muziek kwamen binnenlopen allemaal, maar dat was vooral omdat  Bloem zo blij en gelukkig keek.
Daarna duurde het lang natuurlijk, al die tongue in cheek Spaanse speeches.
Later waren er tapas en gekleurde drankjes buiten onder de sterren, met overal fakkels. Chaia was toen al vertrokken voor het jaarlijkse San Marco feest: met je vrienden eten en slapen in de Spaanse campo. Daarvoor had ik nog brownies voor haar gebakken en op mijn hoge hakjes fruitsalade staan maken. Ook Dunya peerde hem, die ging in het donker over de schoolcampus van Bloem dwalen (zwembad, voetbalvelden, basketbalvelden). En Bloem zelf ging de hele nacht dansen in een of andere fancy club bij het Alhambra.
Dus stonden Ilco en ik daar samen tussen al het Spaanse geroezemoes. Om de vijf minuten tegen elkaar te zeggen: ‘Wat is ze  mooi he?’ ‘Ja,’  zei de ander dan. ‘Wat is ze blij he?’ ‘Ja.’ En dan zuchtten we.

Categorieën
Verhalen van de berg

Daar gaat ze

Vandaag hangen ze mijn oudste dochter een sjerp om.
Hoewel de examens nog niet afgelopen zijn, is er vanavond op Bloems privéschool al de ceremonie van de graduacion, het eindexamen. Dat gaat er gewichtig en Amerikaans aan toe.

De Jurk hebben we al maanden geleden samen uitgezocht. De accessoires kocht ze vorig weekend met een vriendin. De hakken van tien centimeter zijn razendsnel ingelopen, de nagels gelakt en de kapster zit zometeen klaar om de speciale ‘watervalvlecht’ te maken. Al wekenlang is het het gesprek van de dag op haar school. Welke kleur is jouw jurk, hoe hoog jouw hakken en wat doe jij met je haar?

Zeventien jaar geleden

Zeventien jaar geleden-maar het kan ook gisteren zijn- schreef ik deze woorden: ‘Ik heb je net naar bed gebracht, mijn lieve Bloem, het was eigenlijk nog te licht buiten. De bomen aan de gracht worden nu heel voorzichtig groen. Alweer bijna de tweede lente dat jij bij ons bent!
Een vogel zong. Verder was het wonderbaarlijk stil. Je dronk een beetje melk, friemelde aan je popje en terwijl ik over je bolletje aaide, viel je zachtjes in slaap. Daarna heb ik nog lang zomaar bij je bedje gezeten.Pas toen het hele huis donker was, ben ik stilletjes je kamer uit gegaan.’
Ik lees de woorden terug, terwijl ik wacht tot mijn nagellak droog is. Ook de familie moet op chic vanavond, de mannen in pak. Als wij allemaal zitten, zullen onze kinderen in vol ornaat binnenschrijden en plaatsnemen op de eerste rij. Dan moeten we urenlang, schijnt, naar speeches luisteren en uiteindelijk toekijken hoe ze onze dochter die grote sjerp omhangen, ten teken dat ze bevorderd is en klaar voor de rest van haar leven.
Ik moet er nu al van huilen.

Categorieën
Verhalen van de berg

Is een pinda een noot?

Family trauma number one.
Zo noemde mijn licht-neurotsiche Amerikaanse tante het een keer: verhuizen.
En dan gaan wij ook nog eens van een megavilla naar een bescheiden huisje, van platteland naar stad. En remigreren, dubbel ingewikkeld. Vijf identiteiten uitwissen en opnieuw aanmaken 2000 kilometer verderop, dat is zelfs voor wie houdt van papierwerk een enorme puzzel. Wat nog meer? Een totaal nieuw schoolleven voor de kinderen in het verschiet (en eentje die sowieso geen zin in Nederland heeft).
En alsof dat nog niet genoeg is allemaal, scholen Ilco en ik ons zelf ook nog even om als herbergiers en stoppen al ons geld en meer in het (ver)bouwen van diezelfde herberg – wat gebeurt terwijl we ondertussen zelf nog in Spanje zitten.

Rijstebrij

Als ik het zo opschrijf denk ik: we zijn helden dat we nog steeds zoveel lachen. En voorpret hebben. Nog steeds taarten bakken voor de vrienden die hier nu weer elke week komen. Dat ik leuke kleren aantrek een bloem in mijn haar. En dat we ons elke dag weer monter door de rijstebrijberg heen happen.
Gisteren ging het even mis. De hele dag door bleef ik maar rottige berichten krijgen van de Spaanse belastingen die ons een soort oprot-naheffing willen geven. Ondertussen ploeterde ik me door de zoveelste horecaccursus heen. Was de cursus allergenen eerder nog aanleiding voor veel hilariteit hier in huis (strikvraag: is een pinda een noot? Nee, een peulvrucht! Wie wil er nog een lekker peulvruchtje?), de cursus hygienecode slaagt erin al mijn plezier in het koken te vernietigen. Dieptepunt is wel dat ik al mijn leuke houten snijplanken schijn te moeten inwisselen tegen een rode voor rood vlees, een witte voor brood, een blauwe voor vis etcetera. Dat je daar controle op kunt krijgen en dan een boete.
Toen ik eenmaal zover was met studeren heb ik die klotemap van de berg af gegooid.

Categorieën
Verhalen van de berg

Shit

‘Ik denk dat het  pruimtabak is,’ heeft Ilco monter gezegd over Dunya’s spannende vondst.
Terwijl zij nog dagelijks over de Spaanse campo zwerft en met haar vriendje fikkies stookt en hutten bouwt, worden wij even hard geconfronteerd met de ellende van de grote stad.

Richard de Derde

Er is een lijk gevonden bij ons in het IJ. Een wat? Ja, echt. Politietent in de tuin, vertraging bij de bouw, Parool erbij. Ilco de enthousiaste historicus denkt eerst aan iets ouds. Net als in Engeland, waar ze onlangs Richard de Derde terugvonden, zomaar onder een parkeergarage. Spannend, wie zou dit zijn? Maar nee, deze Richard is vers, iets met een Italiaan en een caféruzie. Het schijnt wekelijks te gebeuren, weet ik inmiddels, lijken in de grachten. En door de stroming bij de sluizen dobberen ze vaak het IJ op. Dat maakt het gek genoeg ietsje minder erg maar nog steeds niet voor onze harde werkers die het vonden bij het beschoeien. Dat zijn ook maar frisse, argeloze jongens.
Het is het rottige van de stad. Net als dat er laatst was ingebroken bij ons huisje en we nu camera’s en alarmsystemen moeten gaan plaatsen. Dat past allemaal zo niet bij het (mijn) romantische, veilige gevoel van een herberg!

Een mysterieus doosje

Maar goed, op de campo wordt heus ook wel ingebroken, af en toe trekken hier genadeloze gangs voorbij. En de argeloos spelende Dunya vond dus laatst, goed verstopt in een olijfboom, een mysterieus doosje. Ze had het zelfs vrolijk mee naar school genomen: kijk wat ik heb gevonden. Alleen is dit geen pruimtabak maar wiet, ik heb lang genoeg in Amsterdam gewoond om het te herkennen. Een gram of vijf, schat ik zo in. Ik wilde het al weggooien maar toen kwam mijn oudste (onmiddellijk…) op de proppen met de Spaanse straatwaarde en dat was behoorlijk. En de boeren zijn hier al zo arm. Dus nu staat dat ding nog steeds hier op tafel als een soort bewijs van ‘shit happens everywhere.’ Misschien moet Dunya het in de boom terug verstoppen?

Categorieën
Verhalen van de berg

Vriendinnnen

All that we needed tonight
Are people who love us and like
I know how it feels to need
Oh when we leave here, you’ll see

Er klonk steeds pianomuziek want Mylou moest oefenen voor een optreden. Soms was ineens de afwas gedaan, dan was plotseling alle wijn aweer op. Ze zaten op mijn patio, samen met mij gezusterlijk op één yogamatje, ze lazen mijn boeken, we keken met elkaar Pulp Fiction en we flaneerden door Granada en shopten ons duizelig (voor mooie zomerschoentjes, kom NU naar Spanje). Zelfs een bezoek aan de slome slager werd ineens een heerlijk uitje.

Als je in een ander land woont, zie je je vriendinnen minder vaak, maar als ze komen, dan meteen lang en intens. Maar ja, nu zijn ze weer weg en nu is er bijna letterlijk een gat in de zuivere lucht om me heen. ‘Volgende keer dat we elkaar weer zien, woon je in Nederland.’ Dat is al snel, maar zo voelt het nu even niet. Wel als je zelf teruggaat naar de chaos en de drukte van Amsterdam. Mylou somt al haar afspraken op voor de komende week. ‘Geen enkele avond meer vrij.’  Ze zegt het met iets zorgelijk in haar stem. Mijn eigen  maagdelijk lege agenda is iets om te koesteren, ik zal er nog zó naar terug verlangen.
Nu op dit moment vul ik de stilte met Moby. Hold on to people, they’re slipping away. Hold on to this while it’s slipping away.
Dat slaat ook natuurlijk op mijn Spaanse leven.

Categorieën
Verhalen van de berg

Huisje in puin



Een diep geluksgevoel stroomt door me heen, het is gelukt, eindelijk. JAAAA mail ik Ilco extatisch (want ons huis is zo groot, wij mailen elkaar van zijn studio naar mijn schrijfkamer en vice versa), we moeten het te vieren, nu!
Wie had ooit gedacht dat ik zo intens blij en zou worden van…

Ik heb dus (tromgeroffel) een horecavergunning voor onze herberg aangevraagd. Nee, dat is te snel door de bocht, ik heb de drie betreffende formulieren gedownload. Nu moet ik nog acht bijlagen zoeken (met onheilspellende namen als ‘kopie van het het aandeelhoudersregister’). Dan moet ik nog even naar Granada rijden om toner te kopen en dan naar het postkantoortje en dan kan hopelijk ergens de komende dagen al die shit per postduif naar Amsterdam. Dit hele grapje heeft me een week van diepe frustratie gekost en ik ben, vrees ik, onuitstaanbaar chagrijnig geweest tegen de lieve Bianca van de gemeente, die almaar herhaalde: ‘Heeft u de veertien vragen ingevuld?’ Ja, Bianca, een keer of vijfentwintig – en het kwam maar niet goed op mijn scherm.

Ruige mannen

Het is maar een piepklein onderdeeltje van de megaklus die Herberg Het Mandelahuisje heet. Ik en vooral Ilco werken ons het leplazarus, liggen er af en toe wakker van.
Je zou bijna vergeten dat het echt bestaat, het huisje, dat as we speak allerlei mannen heel hard aan het breken en bouwen zijn. Het is bizar om daar niet bij te zijn.
Onze huisfotograaf Janiek is er gelukkig wel en stuurt een wetransfer-bestandje. In verbijstering staar ik naar al dat puin, al die machines, allemaal ruige mannen waarvan ik de meesten niet eens ken en die zo hard voor ons in de weer zijn.
Ik geloof niet dat dit echt gebeurt. En bovendien werkt het niet bepaald kalmerend nu om al dat breken en slopen te zien. Ach ons lieve huisje…
Gelukkig heeft de alziende camera van Janiek temidden van al die zooi ook dit ontroerende nestje gespot. Bij die foto blijf ik een tijdje hangen.

(nog meer bouwfoto’s op de facebookpagina van het Mandelahuisje). https://www.facebook.com/mandelahuisje