Categorieën
Verhalen van de berg

Waar de dingen zich bevinden

Mama, er is ineens geen kattenvoer meer. Mama help, waar zijn AL mijn onderbroeken? Mama, ik heb het nú nodig, waar is mijn verzekeringspasje? Mijn pianopartituur? En mijnmijnmijn…
In dat lelijke plastic doosje met de verpieterde visitekaartjes. Op de piano. Heb je al in die emmer bij de deur gekeken? (‘emmer? sinds wanneer hebben wij een emmer bij de deur? sinds wanneer hebben wij überhaupt emmers?’) In de kast bij je zus misschien? Dit zijn -in willekeurige volgorde- de antwoorden op de vorige vragen. Ik weet het best vaak. Dat maakt me idioot blij, ik kan er elke keer minutenlang van nagenieten.

Keizer zonder kleren

Zoals in telefoonverkeer 75% van de gesprekken gaat over het lokalisereren van personen (‘ik ben er al, waar ben jij?’), zo gaat de communicatie in een gezin voornamelijk over waar de dingen zich bevinden. Het helpt als je goed bent in Memory. Je moet op een of andere manier voortdurend filmpjes maken als je door het huis loopt. Zodat je later achteloos kan opdiepen: ’Ik had die poederbus gezien maar op een rare plaats…. Ja, ik weet het! Bij de wasbak van de wc.’ Ook moet je onthouden hoe het transport zich ontrolt, wie op welke dagen waar moet zijn of worden opgepikt en hoe dat soepel te combineren met maar één auto en geen fietsen. Tenslotte is het correct als je de agenda’s van de kinderen een beetje bijhoudt, zodat je ze kunt feliciteren met hun beste vriendin of op het goede moment succes wensen met hun proefwerk – en dan niet het verkeerde proefwerk.
Ik doe al die dingen! En elke keer als het me lukt, ben ik weer opgelucht. Mijn eigen chaos blijkt toch nog iets van logica in zich te dragen (over de keren dat het niet lukt een andere keer). Mijn brein is niet al te vastgeroest, ook altijd een hele opluchting.

En er is nog iets anders waardoor ik op zulke momenten wel kan juichen dat ik geen keizer zonder kleren ben. Elke keer dat het me lukt om de dingen te vinden of anderszins coherent en betrokken uit de hoek te komen, voel ik me zo’n MOEDER. Moeders weten alles, snappen alles, leven met alles mee. Kijk mij het nou eens goed doen, net echt!

Categorieën
Verhalen van de berg

Wreed

Het is zo waar als een cliché maar zijn kan: Spaanse meisjes zijn de allermooiste, maar zodra ze moeder worden verleppen ze razendsnel.

Ik weet niet of het met Spanje te maken heeft of meer met het platteland maar Spaanse vrouwen praten veel en makkelijk over de ‘menopausia’. Vapores, onrustige stemmingswisselingen, totaal onbekenden in winkels trakteren je rustig op hun hele hebben en houden. Zoals dat het vet verdwijnt op plekken waar dat leuk is, en zich allemaal ophoopt rond de taille. ‘Que se le puede hacer,’ besluiten de Spaanse vrouwen dan – wat doe je eraan? (maar dan zonder vraagteken). Fietsen doen ze sowieso niet over de te hoge heuvels. Op zijn best gaan ze wandelen. Niet rennen dus, wandelen, met van die langlaufstokken en een onflatteuze zonnehoed. Daarna natuurlijk uitgebreid lunchen.

Tien kilo zwaarder

We woonden twee jaar in Spanje en toen was ik ineens tien kilo zwaarder,  in de spiegel zag ik een gezellige jiddische moeke met (dat dan weer wel) enorme tieten. Heel geïntegreerd.
Dus toen ben ik opgehouden met mijn eigen legendarische taarten te eten. Met de tapas, met de fantastische Spaanse wijn (in ieder geval doordeweeks), met pasta, met rijst, met brood… moet ik nog doorgaan? En ik ben gaan gaan rennen. Nee, niet wandelen, ik ging als een lonely jogger voor de ogen van de verbijsterde boeren onze berg op en af crossen – net zolang tot ik mezelf een megablessure had bezorgd. Daarna ging ik zwemmen, als een te water geraakt katje eindeloos rondjes door ons niet al te grote zwembad. Maar het meest trouw ben ik aan de poweryoga, ook al in mijn dappere eentje. Elke ochtend werk ik me letterlijk in het zweet, soms sta ik er krankzinnig vroeg voor op maar ik sla het bijna nooit over.
Nee, nu ben ik geen jiddische moeke meer, maar zo slank als mijn dochters word ik nooit meer, het blijft een gevecht.
Sommige cliché’s zijn wreed.

Categorieën
Verhalen van de berg

Die zomer

“Ineens waren ze er, de vriendjes. Jarenlang hadden mijn grote zussen er met dedain en desinteresse over gepraat en was ikzelf degene die verkering had en voor het eerst een jongen zoende. Dat was toen ik negen was, in de schoolbus. Nu kon je geen zussenkamer meer inlopen of er zat er eentje te skypen die gilde dat ik weg moest, nu nu. Aftershave geuren walmden door het hele huis, vriendjes gingen alsof het de gewoonste zaak was mee naar het strand. Zelfs de trampoline kon je niet meer argeloos betreden.”

Zo’n soort boek wil ik nog wel een keer schrijven of nou ja, met deze sfeer en achtergrond. De zomer van de vriendjes – en dan vanuit het jongste zusje.

Processies

Mijn eigen perspectief is een stuk prozaïscher. Het heeft te maken met ruimte, met je eigen leven terug. Deze Spaanse paasvakantie zit de ene dochter de hele week in Nederland bij een jongen, de ander vertrok voor een paar dagen naar Granada om met haar novio de processies van de Semana Santa te bekijken. Zelfs een gezamenlijk paasontbijt valt amper in te plannen.
Per ongeluk oefen ik op de rol van schoonmoeder – die had ik nog niet aan zien komen. Maar het Spaanse vriendje doet erg zijn best, leert zelfs Nederlands. Als hij mijn dochter op komt halen voor de processies, komt hij speciaal nog even het huis binnen om mij te begroeten en me ernstig te verzekeren dat hij goed voor haar zal zorgen.
En hij wil met me op de foto! Kom erbij gebaart hij enthousiast, als hij staat te poseren met de jongste. Dat levert dit soort heerlijk ongemakkelijke beelden op. Mijn Spaanse schoonzoon, wie had dat nou gedacht.
‘Nog niet hoor, je schoonzoon,’  moppert de jongste dochter op de achtergrond. ‘Gewoon een vriendje.’

Categorieën
Verhalen van de berg

De leukste man

De leukste man die ik in Spanje heb ontmoet is kaal en zeker 15 jaar jonger. Hij zweet zo erg dat hij regelmatig zijn shirt uittrekt en het als een vlag boven zijn hoofd wappert in een regen van druppels. Daar lachen wij dan om en soms juichen we zelfs. Als ik weet dat ik hem ga zien, word ik altijd blij wakker.

Ik zit er dik drie kwartier voor in de auto en dan ook weer terug. Zingend. Dat ene uurtje zumba in Granada maakt dat ik niet helemaal wegzak in de ledigheid van het platteland, dat ik me toch nog stads voel en sexy.

Requeton

De zumbaman (ik ken niet eens zijn naam) krijgt elke weekend ruim honderd vrouwen en zelfs een paar mannen aan het gillen in de enorme spiegelzaal van de belachelijk dure sportschool. Jong, oud, dik, dun. Hij laat ons salsa dansen maar ook net zo makkelijk de cancan. Dan schoppen we in lange rijen onze benen om en om heel hoog de lucht in. Ik ook. En zelfs mijn dochters doen soms mee.
Maar het leukst zijn de requeton-liedjes: Spaanse opzwepende muziek over liefde en seks. Iedereen zingt uit volle borst mee terwijl we draaien en wervelen en fascinerende dingen doen met onze heupen. Als ik om me heen kijk zie ik overal extatische blikken, iedereen lacht.
Zouden Nederlandse vrouwen net zo hard meezingen, net zo schaamteloos van die stotende bewegingen durven maken, net zo stralen? En ondertussen olé gillen naar een ijdele kale nicht die steeds meer kledingstukken uitgooit?

De regels van mijn moeder

Ja, de zumbaman laat zich graag toejuichen, filmen en fotograferen.  Hij heeft ook hofdames, maar daar hou ik me verre van. Laatst pikten zijn ogen mij er ineens uit tussen al die dansende vrouwen, dat vond ik al intiem genoeg.
Toch ben ik van plan om hem na allerlaatste les in juni een briefje te geven. Volgens de regels van mijn moeder: geef vaak en veel complimentjes, ook aan onbekenden. Ik zal de zumbaman schrijven dat hij een vrouw in Montefrio een paar jaar lang heel erg vrolijk heeft gemaakt. Dat hij af en toe zelfs mijn redding was, zeker in stille, koude wintermaanden. En dat ik hem ga missen.

Categorieën
Verhalen van de berg

Kus me

‘Even de regels,’ hoor ik Chaia uitleggen aan haar vriendin die over is uit Nederland. ‘Als je nieuwe mensen ontmoet, kinderen of volwassenen, altijd meteen twee zoenen geven, geen hand.’

Nog niet zo lang geleden kwam voor het eerst het Spaanse vriendje van diezelfde dochter bij ons thuis. Mij was geïnstrueerd vooral heel gewoon en ongedwongen te doen. Toen de jongen in kwestie binnenkwam, zat ik op de bank met mijn laptop. Ik stond dus niet op maar zwaaide vrolijk, terwijl ik wat ongedwongens naar hem riep.
Later zei mijn dochter dat haar vriendje het heel gezellig vond bij ons thuis. ‘Maar hij was wel een beetje in shock dat jij hem niet twee zoenen had gegeven.’

Leraren zoenen leerlingen

Ik had het niet verwacht maar het went razendsnel. Op school bij de andere dochter waar ik ben voor het paasrapport, zie ik het weer gebeuren. Alle leraren zoenen in het voorbijgaan de leerlingen, zoenen de ouders, gewoon op de wang. Ook als ze elkaar voor het eerst zien. Soms blijf je zo nog even staan praten met je hand op elkaars arm of schouder. Het is duidelijk, je weet meteen waar je aan toe bent  En ook gezellig. Ik begrijp steeds minder van het westerse handenschudden, wat een raar onpersoonlijk ding is dat eigenlijk. Als iemand in Nederland met uitgestrekte arm op mij af komt, heb ik de neiging om in lachen uit te barsten. Je wordt er veel aardiger van als je meteen zoent, heb ik ontdekt. Het gesprek is makkelijker.
Maar als ik dan in Nederland per ongeluk meteen een onbekende zoen, voelt het als een halve aanranding. Hoe ingewikkeld.
Dus kunnen we misschien afspreken dat als jullie mij ontmoeten, hier of in Nederland, dat we dan gewoon meteen twee kussen geven? Ook als je mij voor het eerst ziet. Twee dus, niet drie. Ook dat scheelt een hoop geschutter.

Categorieën
Verhalen van de berg

Kinderachtig

‘Jij bent nogal kinderachtig,’ zei iemand laatst tegen mij. Ik geloof dat hij het als een compliment bedoelde.

Tsja. Als ik Madness hoor op de radio krijg ik altijd zin om ska te dansen in een veel te groot mannencolbert. ‘Hey you don’t watch that…’  Wanneer ik iemand een megazak M&M’s open zie scheuren wil ik er eigenlijk ook in graaien, je hele mond volproppen terwijl je al weet dat je er misselijk van gaat worden. En dan toch dooreten.
Ook fijn: heel irritant de slappe lach krijgen met een vriendin. Je kleren niet opruimen maar gewoon overal laten liggen in bergen. Een piercing uit willen proberen op een rare plek, consequent een zomerjasje blijven dragen in de winter, nooit meer ophouden met huilen in de bioscoop totdat het TL-licht aan gaat. Daarna bij je moeder op schoot kruipen en dat het precies past.
En op straat hoop ik best vaak dat argeloze rokers mij een sigaret aanbieden als ik maar begerig genoeg kijk. Het is dat mijn kinderen mij zouden onterven, want anders…

Gênant

En dat is dus precies waarom ik dit stukje bijna niet schrijf: de walging op het gezicht van mijn dochters als ze dit lezen. Een moeder die danst, rookt, zich anderszins misdraagt, is zo’n beetje het meest gênante wat ze zich voor kunnen stellen. En terecht.
Maar aan de andere kant: gisteren was ik ook zo oud als zij, en toen kon het allemaal wél. Misschien is dat wel de grootste leugen van opgroeien: dat je moet ophouden met tien te zijn. Of dertien. Of vijftien. En dat de schoot van je moeder verschrompelt.

(beeld Mylo Freeman uit ons boek Te groot voor op schoot. Nog steeds in de boekhandel)

Categorieën
Verhalen van de berg

Bijzonder

Na ruim drie jaar zweet&tranen en een heuse begrafenis, is er een soort wonder gebeurd.

Mijn boek is uit de as herrezen in zijn/haar meest pure vorm – en werd vervolgens unaniem omarmd door de uitgeverij. Toen ik het hoorde -via een mailtje met de titel ‘De nieuwe Anna van Praag’ – werd ik heel stil. En dat ben ik eigenlijk nog steeds.
Maar ik ben helemaal vanuit Spanje naar ze toe gegaan in Rotterdam – en het is echt waar. Mijn lastigste, raarste, kwetsbaarste, liefste verhaal heeft zich ontpopt als een novelle en verschijnt al in september bij Lemniscaat Literair. Meer durf ik eigenlijk nog niet te zeggen. Oké, de titel:

Een heel bijzonder meisje

Categorieën
Verhalen van de berg

Een wolk en een engel

‘Mag ik dan ook in de cloud?’ vroeg ik aan mijn dochter die mijn nieuwe computer voor me programmeerde. Dat leek me zo geruststellend: al je mails en verhalen voor altijd opgeslagen op een of ander magisch wolkje.

Een weekje in Nederland, vol als een maand. Voor de spits uit in de trein naar steeds een andere school of bibliotheek, bij terugkomst afspraken over de herberg, avonden met theater, weer andere mensen. Ik vergeet bijna te eten en te slapen. Lastiger is dat al mijn afspraken steeds schuiven of anders uitpakken. En dan ontploft ook nog de cloud.

Luchtcommunicatie

‘Is jullie wifi altijd zo sloom?’ heb ik net nog gevraagd. Dom, want in het journalistencafe zit iedereen om me heen verder vrolijk te werken, overal lichten de appeltjes op.
Pal daarop loopt mijn scherm als door onzichtbare handen bespeeld vol met berichten die volgens mij sms-jes zijn of misschien app-jes, in ieder geval, die op telefoons thuishoren denk ik – en niet alleen de mijne. Van de meeste berichtjes begrijp ik niks, andere verklaren waarom ik tevergeefs heb zitten wachten op bepaalde mensen op bepaalde plekken. Kennelijk heeft in een luchtledige parallelle wereld allerlei eenzijdige communicatie plaatsgevonden. Ik lees over mensen die vertellen dat ze ontslagen zijn (maar ik kan niet achterhalen wie), over urgente betalingen die nu dus niet gedaan zijn, over mensen die mij zochten op plekken waar ik niet was. En er verschijnen nog veel wonderlijker teksten die duidelijk niet voor mij bedoeld zijn. Bij deze, lieve lezers: pas op met de cloud, je bent er helemáál niet veilig!
En dan gaat mijn scherm zomaar op zwart. Hoezo gloednieuwe computer?

Vieren

Gelukkig komt er net op dat moment een engel binnen, in de materiële gedaante van mijn gepensioneerde juf Nederlands, die ik jaren geleden terug heb gevonden. Mieke slaat haar grote wijze vleugels om me heen en tilt me op uit al die chaos. Ze bestelt een goed bord eten voor me, luistert naar alle onrust, zucht en lacht op precies het goede moment en de goede manier.
En dan geeft ze me champagne (‘nee geen prosecco, gewoon het allerbeste’) want ja, dat zou ik  bijna vergeten: ik heb iets te vieren! Nog heel even en dan vertel ik wat.
Die nacht mogen mijn computer en telefoon lekker niet met me mee naar bed en wat denk je? Ik mis ze niet eens.

Categorieën
Verhalen van de berg

Een nieuw krasje op mijn ziel

Tranen met tuiten om een oude vrouw die haar gestorven zoon een meter voor ons de borst geeft.

Ik ben een weekje in Nederland om scholen en bibliotheken te bezoeken en het komt zo uit dat ik vier keer naar het theater ga. Elke keer als iemand zegt: ‘Ga je misschien mee naar…?’  roep ik heel hard ja. Zo’n cultuurhonger krijg je op een berg in Zuid Spanje, vergelijkbaar met de drang om te gaan stappen nadat je een tijd uit de running bent geweest door een baby. Film, tentoonstellingen, theater dus, ik wil ik wil ik wil!

Een dementerende Hilary Clinton

Gisteren was ik bij Koningin Lear, de tekst van Tom Lanoye, met Frieda Pittoors als de koningin. Niet heel veel zin in deze Shakespeare, eerlijk gezegd, wel nieuwsgierig naar wat Toneelgroep Amsterdam ervan had gemaakt.
Dus zaten we daar in de mooie nieuwe zaal van de schouwburg die in mijn afwezigheid zomaar even was gebouwd. Eigenlijk iets te vol, te warm, te speedy. En ja, voor de pauze raakte ik regelmatig het verhaal kwijt, hoe stoer en modern het ook was gemaakt: koningin Lear als een soort dementerende Hilary Clinton.
Na de pauze dementeerde ze nog meer. Misschien was ik er extra gevoelig voor omdat ik net nog bij mijn eigen moeder in het tehuis langs was geweest. Of om de mailtjes van mijn jongste dochter in Spanje die mij nogal mist. In ieder geval, met een vaart die ik niet aan zag komen, werd ik plotseling bij de lurven gegrepen door het verhaal van die aftakelende zakenvrouw voor wie uiteindelijk nog maar één ding echt belangrijk was: de liefde voor en van haar zoon.
En toen ging die zoon dus dood.

Havenliedjes

Ik vind het lang niet altijd fijn, theater. Maar áls een voorstelling echt goed is, dan overtreft het ook alles: film, boeken, muziek. Als je van zo dichtbij de tranen en het zweet ziet en zo’n hartverscheurend beeld van een oude moeder met losse grijze haren die havenliedjes zingt met die volwassen, dode man aan haar borst – dan is daar niks tegen bestand, in ieder geval bij mij niet.
Dus stond ik vanmorgen op met een nieuw krasje op mijn ziel.

Categorieën
Verhalen van de berg

Maart in Granada

Vergeet Parijs.
Ga naar Granada, op een per ongelukke zomerdag in maart. Doe dat gewoon doordeweeks, niet in de vakantie.
Ga de Moorse wijk in, het Albaicin.

Stap naar binnen door een poort, er zijn er meerdere. Loop omhoog en omhoog over de afgesleten kinderkopjes. Struikel en zweet een beetje, doe je jas uit.
Passeer smalle stille straatjes met huizen in afgebladderde pasteltinten en verstopte binnenplaatsjes. Sommige zijn juweeltjes van moorse paleisjes, andere zo aftands en klein dat je maar een kamer hebt. Lees de graffiti overal, die nog ouderwets rommelig is en strijdbaar. Aborto libre. Lucha mujer.
Hoor een duif koeren achter de muren. Zie de sinaasappeltjes overal in de bomen.
Ruik de Spaanse geur van gefrituurd eten die naar je toe komt kronkelen.

Hippies met gitaren

Ga niet naar het uitkijkpunt dat in alle reisgidsen staat, maar gewoon naar een willekeurig pleintje met een fruitstalletje.
Ga daar zitten met je favoriete terraspartner. Drink bier. Realiseer je dat er geen enkele toerist is maar des te meer Granada-hippies met baarden en slippers. Allemaal hebben ze een gitaar.
Luister naar onwaarschijnlijk goede flamenco. Bestel nog een biertje.
Neem er wat te eten bij, iets wat exotisch klinkt maar wat toch weer iets gefrituurds blijkt te zijn. Eet het toch op. Spoel het weg met een kopje sterke cafe cortado. Praat zachtjes in de zon, doe af en toe je zonnebril even omhoog om  het oranje van de sinaasappels te zien, het blauwblauw van de lucht, de gekleurde huizen met hun balkonnetjes waar de was te drogen hangt en, nog hoger, de verstopte dakterrasjes. Kijk jaloers naar de blote voeten van de hippies.
Hou op met praten. Doe heel even je ogen dicht, het is makkelijk.
Zucht. Voel. Adem in.