Categorieën
Verhalen van de berg

Betwixt

Ik had twee koffers. Mijn vrolijke gekleurde met mijn hele hebben en houden erin (computer, jurkjes, bloemen voor mijn haar).  En een spierwitte waarvan de inhoud een mysterie was.

In mijn droom stapte ik op Amsterdam CS in de tram en liet per ongeluk de gekleurde koffer achter, midden op het Stationsplein.
Ik wilde dat de tram stopte maar dat deed hij niet en de conducteur glimlachte alleen maar zwijgend. Dus zette ik de witte koffer neer en rende naar voren naar de bestuurder. Maar alles ging in slow motion en ik wist niet meer op welke knopjes ik moest drukken om de deuren te openen, dus uiteindelijk lukte het me pas bij het Rokin om uit te stappen.
En terwijl de tram wegreed en ik hem nakeek, realiseerde ik me dat de witte koffer er nog in stond…

Convectorputten

Was alles maar zo makkelijk te duiden. Ik ben zó halverwege. Tussen twee boeken (hoewel, er is iets aan het gebeuren…). Tussen twee landen. Terwijl we al een jaar weten dat we gaan verhuizen, zit er nog steeds geen paal in de bodem. Wel gaan er dagelijks duizend brieven en mailtjes heen en weer over vergunningen, procedures, bodemonderzoeken. Om maar niet te spreken van convectorputten en andere griezelige dingen die een mens zomaar nodig blijkt te hebben.
Hoe mateloos bewonder ik Ilco en Michel de architect die op elk nieuw probleem een oplossing lijken te weten. Ikzelf staar naar dit alles als een nachtelijk konijn naar de koplampen van een auto. Betwixt and between, net als Peter Pan. En net als hij een beetje warrig ervan.

Categorieën
Verhalen van de berg

Kom hier Chaia

Als Sita de flamenco danst vergeet je dat ze blond is.
Zo begint mijn boek Kom hier Rosa. En morgen danst mijn eigen Chaia de flamenco.

Het is weer bijna 8 maart, vrouwendag. De rest van mijn leven zal ik dat onthouden als de dag van de flamenco. Dan dansen ze in de feestzaal van Montefrio en maken de mannen daarna buiten op een groot houtvuur een enorme pan paella voor alle vrouwen.

Melancholie

‘Vergeet de fijne dingen van Spanje niet, je hebt het hier ook goed gehad.’  Dat heeft Chaia me laatst gevraagd.
Nee lieve schat, maak je geen zorgen. Als jij straks allang weer vol bent van een heel nieuw leven, droom ik nog van Spanje. Al zou ik het anders willen, daar zorgt die verdomde melancholie wel voor.

Alsof ik ooit zou kunnen vergeten
– hoe zoet amandelbloesem ruikt. En dat die altijd bloeit op mijn verjaardag
– hoe je paella maakt, amandeltaart, flan, gevulde octopusjes, langzaam geroosterde puntpaprika, gazpacho. Ik neem stiekem zoveel recepten mee uit Andalusie!
– hoe Spanjaarden naar het strand gaan: om geroosterde visjes te eten onder grote parasols, met hun voeten in het zand
– hoe ik eindeloos blij zumba heb gedanst op Bailando van Enrique Iglesias, ik kan nooit meer stilzitten op dat lied
– hoe de grote vuren oplaaien in de nog kille ochtendschemering als de boeren zoals nu hun dode olijftakken verbranden
– hoeveel licht de maan geeft. Zonder straatlantaarns of ander kunstlicht, koers je hier altijd op de maan. Bij volle maan kan je een boek lezen, echt waar, ik heb het geprobeerd
– de vallende sterren, de zee van Tarifa, altijd opnieuw, het zuidelijke licht, de vakantieachtige terrasjes met de hippiegitaristen van Granada.
– zelfs: de stilte van de berg, soms zo hard dat je je eigen bloed hoort ruisen. Ja, die heb ik gevreesd en gehaat, die stilte, maar ik heb ook geleerd om ernaar te luisteren, en er (heel soms) mee samen te vallen.
– en die dochter die de flamenco danst in een kille feesthal bij een krakkemikkige geluidsinstallatie, ook dat is iets dat ik nooit zal vergeten. Zo zinderend en gepassioneerd, helemaal niks blonds aan.

Categorieën
Verhalen van de berg

Altijd op zoek naar de blauwe dahlia

‘En de blauwe dahlia. Daar ben ik altijd en eeuwig naar op zoek.’
‘Bestaat die dan nog niet?’
‘Nee. En hij zal ook nooit bestaan.’

Van heinde en ver en vanuit onverwachte hoeken komen er gasten naar Villa Africa. Vandaag is dat een bloemenvrouw, die dahlia’s kweekt ergens in de bollenvelden. Ze praat als een scheikundige, een internationale zakenvrouw – en dan weer als een groupie.

Passie

Ademloos hang ik aan de lippen van deze stoere vrouw die nieuwe dahlia’s uitvindt alsof het snoepjes zijn en ze vervolgens exporteert. Je kunt er behoorlijk rijk van worden, dat is me wel duidelijk. En over de hele wereld reizen.
Ik word altijd blij van het luisteren naar iemand met een passie. Een polsstokspringer die eindeloos uitweidt over de meest perfecte polsstok. Een verstokte Bruce Springsteenfan die zo lang ik haar ken al haar tijd en geld spaart om haar held zo vaak mogelijk in concert te zien, opnieuw en opnieuw, en elke keer weer gaat stralen als ze erover vertelt.
En deze bloemenvrouw dus die over ‘kruisen’ praat als iets heiligs en wier grootste droom het is om ooit de blauwe dahlia te maken. Tegelijkertijd is dat bijna onmogelijk, dahlia’s zijn niet blauw en worden dat ook niet.

Je fortuin in een schoenendoos

‘Die blauwe dahlia gaat nog wel eens terugkomen in een boek van jou,’ zegt mijn dochter met kennis van zaken. Tsja, eeuwig op zoek naar de blauwe dahlia, ik zie er uiteraard een metafoor in voor het leven zelf.
Maar een nog spannender verhaal is eigenlijk dat het totale fortuin van deze vrouw zich op dit moment bevindt in een schoenendoos. Hoe groot en prachtig het straks ook zal zijn op haar velden, al die exotische, dure dahlia’s zijn op dit moment niks meer dan een handvol zaadjes.
‘Moet dat niet in een kluis?’ vraagt Ilco.
De bloemenvrouw haalt haar schouders op. ‘Ook een kluis kan gestolen worden. Tot ik weer thuis ben, heb ik mijn schoenendoos nu neergezet bij mijn dochter. Gewoon op zolder.’ Een schoenendoos! Dat doet me onmiddellijk denken aan die keer dat mijn rijke escortbuurmeisje ging verhuizen en al haar fancy designkleren bij tekort aan verhuisdozen maar even in vuilniszakken stopte. En dat toen de vuilnisauto langskwam.

Categorieën
Verhalen van de berg

Mijn reuzenhart

Mijn hart is een beetje groter geworden. Dat kan ik voelen als ik naar mijn kinderen kijk.

Nu de oudste ineens heel snel groot wordt (nog even en ze vliegt weg), herinner ik me weer hoe het was toen ik net moeder werd. Alsof je van een Citroen DS ineens overstapt in een Opel Corsa. Ik was hoofd communicatie van het leukste theater van Amsterdam, maar die baan combineerde niet met een en zeker niet met twee kinderen. Ik verhuisde vanuit hartje Amsterdam naar de weilanden – een prachtig dijkhuis, dat wel. Van al die baby- en kindernachten werd ik jarenlang moe. Ik ging veel minder uit. En nog steeds dateren de meest chique designkleren in mijn kast uit de tijd van voor de kinderen. Ineens keek ik in de spiegel en had ik overal rimpels.
Ik ben blij dat ik het allemaal niet wist van tevoren.

Kern

Maar ik wist dus ook niet hoe het is om met oneindig veel zachtheid en bewondering te kijken naar drie van die prachtige vrouwen in wording. Hoe de jongste thuiskomt van de film en te hard en te enthousiast (al wil ze het eigenlijk heel cool brengen) losbarst dat ze gekozen is in het schoolvoetbalteam. Dat de middelste je een nachtzoen geeft bovenop je hoofd – dat is lang geleden, je voelt hem landen. En de oudste die zegt: ‘Mama, ik denk dat ik eigenlijk het meest van iedereen op jou lijk. Als je mijn dagboeken zou lezen, zou je zoveel herkennen.’ Kleine dingen, dingen van niks. Maar ze raken een kern, iets waar de tranen vandaan komen. En het geluk.

(foto: Ivonne Zijp)

Categorieën
Verhalen van de berg

Mannen en vrouwen van het water

Als ik hier in Spanje op de patio ga staan en heel hard schreeuw dan horen onze naaste buren het. Dat komt door het dal tussen ons in. Maar als ik er heen moet lopen ben ik wel een tijdje bezig, berg af en berg op.

Het heeft iets vrijs om geen buren te hebben. Maar ook iets eenzaams. Ook daarom verheug ik me op de verhuizing naar het IJ. Onze herberg ligt op een landtong, omringd door water. In dat water overal boten en bootbewoners.

Mislukte Lobke

Laatst heeft Ilco de herbergplannen gepresenteerd aan alle buren. En toen heeft onze huisfotograaf Janiek Dam al die mannen en vrouwen van het water gefotografeerd. Hoe hip en trendy het nu ook is om er te wonen, pas  als je naar deze mensen kijkt zie je de ziel en de kracht van Amsterdam Noord. Puur en eerlijk, ik moet aan Sil de Strandjutter denken. Dat moet ik toch al vaak bij het huisje, waar je aan alle kanten altijd lucht en water ziet en de wind soms genadeloos langs de wanden giert.
Ik ben natuurlijk zelf een totaal mislukte Lobke met mijn hakjes en mijn lippenstiftjes en blond ben ik ook al niet. Toch denk ik, nee weet ik, dat wij het goed gaan hebben met onze buren. Mensen van het water hebben lef, zijn eigenzinnig en voor de duvel niet bang. Maar ze wonen er niet voor niks, ze kunnen ook eindeloos over het water staren, de kleur van de lucht zien veranderen en weerkaatsen, het IJ dan weer spiegelglad en dan weer grauw en bruisend zien worden, altijd anders – en onweerstaanbaar. Mannen en vrouwen van het water zijn dromers, net als wij.

Categorieën
Verhalen van de berg

Hoe word je herbergierster?

Ik wilde altijd al schrijfster worden. Ik wilde moeder worden. Reizen wilde ik ook, zoveel mogelijk meemaken, misschien wilde ik een tijdje ook nog wel beroemd worden, onsterfelijk en onweerstaanbaar. Maar herbergierster???

Vandaag precies over vier maanden. Dan pakken we het vliegtuig, en deze keer is het enkele reis. Dan laden we ons hebben en houden uit bij het Madelahuisje, onze eigen herberg aan het IJ. Daar hebben we dan ineens en per direct een zomerterras te runnen en een eenkamerhotel (maar wat voor een kamer…). Daar ga ik biertjes tappen en dagschotels verzinnen, vijf taarten per dag bakken en dat ze dan voor theetijd al op zijn. Ik kan het me wel en niet voorstellen.

Reizende dolers en hobbits

Ik ben blij dat ons Mandelahuisje geen restaurant is en ook geen café. Een herberg is anders: een plek waar reizende dolers en hobbits even kunnen schuilen, waar Paul Biegel aan de toog zit en Tonke Dragt spannende plotjes smeedt. In een herberg kan je je verhaal kwijt, hoe raar dat verhaal ook is. Je kunt er weer warm worden, op krachten komen, de nachten zijn er vol geheimen en woeste, voorspellende dromen. Kom maar binnen, dan geef ik je een glas goede wijn, een groot en zacht bed -en ondertussen kijk ik, luister ik stiekem heel goed. Ik ben van plan om -na zes jaar bergverhalen- straks een heerlijke serie herbergverhalen te gaan schrijven, nu al zin in.
Dus dat ik eerst nog op mijn oude dag afschuwelijke dingen uit mijn hoofd moet leren over hygiënecodes en allergenen, dat we ons dapper een weg moeten banen door een woud van vergunningen, en dat ik -die al stresst van de supermarkt en de Ikea- toch echt naar de horeca-groothandel moet… die dingen neem ik allemaal voor lief.
En intussen zoek ik in oude sprookjesboeken naar de meest iconische herbergverhalen. Grimm? Moeder de Gans? Buiksloterbreekbekkikker…?
Zo word ik herbergierster.

Categorieën
Verhalen van de berg

Zingen in het donker

Wanneer heb je voor het laatst gezongen?
Wanneer heb je voor het laatst voor iemand gezongen?

Ik weet niet meer waar ik die vragen las. De eerste is niet moeilijk, ik zing elke dag, vooral in de keuken, in de auto en onder de douche.‘Ik hoor altijd in welk douchehokje van de sportschool jij staat,’ zegt mijn oudste dochter. ‘Mam, please, nu even niet,’ zucht de andere dochter intens vermoeid en gepijnigd (zij zingt zelf nog veel harder en vaker).
Maar wanneer heb ik voor het laatst gezongen voor iemand?

Vriendjes

Liedjes voor het slapen gaan. Mijn moeder zong ze voor mij en ik zong ze voor de dochters. Wiegeliedjes in oude talen en met zoete woordjes, ik ken er oneindig veel. Mijn oudste dochter hadden we er verslaafd aan gemaakt, die kon de eerste jaren van haar leven alleen maar in slaap vallen als we eindeloos zongen (Ilco en ik wisselden elkaar af, zongen soms urenlang). De tweede dochter wilde nog heel lang juist die liedjes horen als ze ziek was.
Dat is nu niet meer zo. De oudste meiden gaan naar bed met hun telefoon en de liedjes die daarop staan. En wat opvalt: de laatste tijd zijn het plotseling de vriendjes die ze als laatste een nachtkus geven, via skype of whatsapp.
Dat is leuk en logisch en soms ineens een beetje… kaal.

Maantje tuurt

Gelukkig heb ik Dunya nog, met haar elf jaar groot en klein tegelijk.
Ik lees haar nog elke avond voor, maar de wiegeliedjes doen we al best lang niet meer. Dus verras ik mezelf als ik na het voorlezen haar lampje uitklik en in het donker ineens begin te zingen. Maantje tuurt. Suze Naantje. Het poppenmamaatje. Natuurlijk ken ik ze nog.
En Dunya, de schat, reageert helemaal goed. Eerst timmert ze een tijdje vrolijk de maat mee op het kussen met een of ander lippenstiftje waar ze al de hele tijd mee zit te klooien. En als ik eindelijk zwijg, slaat ze haar armen om me heen en fluistert in het donker ‘Lafjoe mama’ in mijn oor.
Ik verstop mijn gezicht in haar haren. Helemaal niet nodig dat ze voelt hoe overdreven nat mijn wangen ineens zijn.

Categorieën
Verhalen van de berg

Liefde is als cholera

Terug in Spanje, waar alles nog rood en hartstochtelijk nagloeit van Valentijnsdag. Zelfs die kleine Dunya heeft een Valentijnscadeau gehad van een aanbidder: een tasje met fijne meisjesdingetjes en een kaart erbij die mij zelfs doet blozen.

Ooit ga ik nog eens een boek schrijven over de liefde, zoals ik eerder een boek schreef over vriendschap. Tot het zover is sta ik voor mijn boekenkast. Ik wil als tegenwicht voor al die hartjes en cliché’s (en al helemaal als tegenwicht voor die Vijftig tinten) iets echts over liefde lezen, wat zal ik kiezen?

Stukgelezen

Daar staat natuurlijk het stukgelezen Anna Karenina, het oerboek over smachten, dat kan ik alleen maar lezen als ik zelf heel sterk en vrolijk ben. The unbearable lightnesss of being over het idee van de liefde. Lolita over de allesverterende lust.
Zonder bloed van Alessandro Baricco is zo ongeveer het mooiste boek dat ik ken, of eigenlijk is het een novelle. Het gaat over de onverklaarbaarheid van de liefde (in dit geval van een meisje voor de jongen die haar vader vermoordde) en ook over de onontkoombaarheid ervan.
Maar wat ik pak vandaag is Liefde in tijden van cholera van mijn eeuwige held Garcia Marquez. Sinds hij dood is vind ik dat we met enige regelmaat zijn boeken moeten herlezen of in ieder geval moeten roepen hoe geweldig ze zijn.

622 vrouwen

In dit boek geen vijftig tinten spreidstangen maar ook geen rode hartjes. Alles wat er mis kan gaan in liefde en in seks, gaat ook mis. Meteen al in het begin wordt gesteld dat ‘de symptomen van de liefde dezelfde zijn als die van cholera.’ En in dit geval betreft het de onmogelijke liefde tussen Fermina en Florentino. Zij wordt door haar vader ver weg  gestuurd en de twee houden alleen contact via brieven. Later trouwt ze een dokter. Het huwelijk duurt meer dan een halve eeuw en in diezelfde tijd bemint Florentino 622 vrouwen.
Pas als Fermina’s man sterft, beginnen ze elkaar weer te schrijven, wat utiteindelijk leidt tot een bootreis waar de twee geliefden elkaar eindelijk vrij kunnen beminnen. Ze vragen de kapitein om de choleravlag te hijsen, zodat ze ongestoord heen en weer kunnen blijven varen.
En dan komt het einde waar ik altijd kippenvel van krijg:

De kapitein keek naar Fermina en zag aan haar wenkbrouwen de eerste fonkelingen van winterse rijp. Toen keek hij naar Florentino, diens onverschrokken liefde, en hij schrok van het vermoeden dat het eerder het leven is dan de dood dat geen grenzen heeft.
‘En tot wanneer denkt u dat wij kunnen doorgaan met dit verdomde heen en weer varen?’ vroeg hij hem.
Florentino had het antwoord al drieënvijftig jaar,  zeven maanden en elf dagen en nachten klaar.

‘Ons leven lang,’ zei hij.

Categorieën
Verhalen van de berg

Where the wild things are

Ik voelde me Max op weg naar zijn Maximonsters, in plaats van met een bed zeilde ik weg met een vliegtuig.

LINDA gaf een feestje voor alle freelancers en eigenlijk vind ik dat soort feestjes eng. Maar ik schrijf nu zo vaak voor ze, ik wilde Linda wel eens in het echt zien. Af en toe krijg ik via via te horen dat ze een stuk van mij mooi vindt. Of ze zeggen ‘Linda vond het einde van je verhaal wat te abrupt.’ Dan maak ik het snel minder abrupt.

Een man met nagellak

Ik dacht aan LINDA en vrouwen tussen de dertig en de vijftig en was dus verbaasd door de grote hoeveelheid mannen in het hippe popup restaurant. Totdat ik me realiseerde dat die mannen de fotografen en de stilisten voor LINDA waren. Bij binnenkomst botste ik tegen een man met roodgelakte nagels, dus dat begon goed (gelukkig had ik zelf ook veel werk gemaakt van mijn nagels). Toch was deze man niet gay of als hij het was dan niet heel storend want hij zei direct dat hij een kind van me wilde. Zo’n feestje dus. En daarna wist de nagellakman gelukkig wat de drink-code was in die tent: gin tonic, naar keuze opgevuld met komkommer, verse munt en nog wat dingen maar dat verstond ik niet door de harde muziek. Ik zocht Linda maar zag haar niet. Wel waren er overal een soort mislukte bruidsmeisjes in tutu’s, allemaal te dik, ze waren snoephartjes aan het uitdelen.

Jildou

Hoofdredactrice Jildou pakte een microfoon en vertelde dat wij ‘de 195 beste freelancers van Nederland’ waren die samen het beste blad van Nederland maakten. Daarvoor alleen wil je wel komen overvliegen.
Daarna trad er  een singer songwriter op die heel beroemd ging worden want Giel himself had hem getipt. Alleen kon je dat niet horen want al die freelancers praatten te hard en te veel. Er waren ook oesters en dingen met tonijn. Ik vroeg me af of Linda nog kwam, keek af en toe tevergeefs om me heen. Daarbij ving ik steeds per ongeluk de blik van de beroemde fotograaf Carli Hermes. Niet heel vervelend, ook daarvoor wil je wel even overkomen uit Spanje. Er werden mensen best dronken. Ik bood aan om een boek voor LINDA boeken te schrijven. Geloof ik, want ik kan nou eenmaal niet zo goed tegen gin tonic. Ik praatte lang en intiem met Jildou alsof ze een erg goede vriendin van me was, ook al zag ik haar vandaag voor het eerst. Uiteindelijk kreeg ik een lift naar Haarlem waar ik logeerde en moesten we onderweg nog stoppen om wijn te kopen want, zeiden de ervaren collega’s, ‘na zo’n avond kan je thuis niet aan de thee gaan.’ Maar ik drink toch al nooit thee.
Linda zag ik ook bij het weggaan niet. Ik denk dat ze niet bestaat.

Categorieën
Verhalen van de berg

Chaos

‘Mam, doe even mee aan de moderniteit.‘

Gelukkig heb ik puberdochters en een hippe man. Dus heb ik een (door hen afgedankte) iphone, ingesteld voor bejaarden door mijn oudste dochter. En krijg ik enorm op mijn kop als ik bij app-jes verkeerde emoticons zet of ‘ok’ zeg. ‘Heel onaardig mam, dan skip je me uit het gesprek.’

34 onduidelijke briefjes

‘Nu moet je ook je agenda erop zetten.’
Ja, ik heb nog steeds een papieren agenda. Met allemaal losse blaadjes erin, nooit zin om dat uit te zoeken. Zo heb ik op mijn piepkleine bureautje ook zes notitieboekjes liggen (allemaal in gebruik) en een slordige stapel onduidelijke briefjes en bonnetjes.
In mijn portemonnee zwerven ook altijd van dat soort briefjes, op dit moment (even tellen) 23, dat valt mee. Los in mijn tas graaf ik daarentegen 34 papiertjes op, varierend van onduidelijke Spaanse belastingaanslagen die ik altijd nog eens moet checken, tot bankafschriften, oude boodschappenlijsten en briefjes met heel erg belangrijke schrijfaantekeningen. Twee onontbeerlijke opschrijfboekjes. O ja, en een zijvak met dingen die ik al héél lang moet uitzoeken. Ik zie daar in de gauwigheid oude boardingpassen tussen, een busticket naar Malaga van juni 2013, diverse facturen, iets over de schoolreis van mijn dochter en een brandbrief over waterpokkenvaccinaties (o ja, shit).

Varkentje

‘Heb je dan geen archief?’ Mijn man probeert orde te scheppen in de groeiende stroom mails rond het opstarten van de herberg. Het bureaublad op mijn macje is echter minstens zo erg als mijn echte bureau, er staan ook altijd zeker acht dingen tegelijk open. Maar dat is het gekke: hoe meer van dit soort chaos, hoe rustiger ik word.
‘Nee, en ik ga ook geen archief maken,’ zeg ik dus koppig. En die heerlijk overzichtelijke agenda op mijn telefoon gebruik ik ook niet.
Ik ben een varkentje dat rolt in zijn eigen modder.