Categorieën
Verhalen van de berg

Twee zusjes revisited

Twee zusjes zitten voor het raam.
Eén leest. De ander luistert.
Haar handje schuifelt door het haar
Er is nog even samenhang
maar dan ontgaat haar het verhaal.
De duim blijft steken tussen mond en kin.
De oudste leidt met zachte dwang
haar zusje weer het sprookje in.

Dit gedicht (van Neeltje Maria Min) kwam tot leven als ik lang, lang geleden, mijn twee oudste dochters samen boekjes zag lezen. Dan kon ik zo gelukkig worden: het is gelukt. Wat ze verder ook uitspoken, wat ze ook mee gaan maken, deze basis hebben ze, deze liefde voor boeken.
Maar tijd gaat voorbij.

Ze lezen nog steeds, al is het niet meer wat ik ze aanbeveel. ‘Het schijnt een heel fantasievol boek te zijn,‘  zeg ik bijvoorbeeld over het kinderboekenweekgeschenk en ik krijg ‘hè gatver‘  als antwoord. De oudste leest sowieso alleen nog maar dystopische series – maar is daar dan wel heel vol van, dan MOET ze alle delen hebben, desnoods van haar zakgeld.
De jongste dochter is anders. Die heeft er de rust niet voor, voor lezen. Die skate liever, of ze fietst, of ze springt op de trampoline.
Maar nu is er ineens een nieuwe ontwikkeling: de zus van zeventien die haar jongste zusjes van elf al haar dikke series voorleest. Het begon met Harry Potter – alle delen- en nu doen ze De Hongerspelen. Uren – ja, uren- zijn ze er elke dag mee bezig. De oudste zet er zelfs al haar examenleerwerk voor opzij. Liever leert ze door tot vier uur ‘s nachts dan het voorlezen te missen. En daarmee heeft ze Dunya helemaal betoverd. Die vraagt de hele tijd aan haar grote zus wanneer ze weer… en nog even… en of ze alsjeblieft nog… ‘Laatst toen we deel twee van De Selectie uit hadden, begon ze spontaan te huilen,’  zegt Bloem. ‘Echt huilen dus hè? Heel hard en lang.’
‘Had het dan zo’n stom einde?’  vraag ik, want ik lees die boeken ook, maar in een wat normaler tempo.
‘Nee, helemaal niet. Maar ze vond het zó naar dat het voorlezen voorbij was.’

Categorieën
Verhalen van de berg

Alle meisjes lijken op Dunya

‘Ik lig in bed. Ik mis je heel erg. Ik heb zo’n zin in dat je terug komt.’

Dit soort berichtjes – in dit geval van mijn dochter van elf- blijven ergens rond zoemen aan de randen van je brein. En het was nog wel zo heerlijk om met niemand rekening te hoeven houden.

Tournee

Ik en mijn koffertje. Elke dag andere kinderen in weer andere uithoeken van het land. Ik zie ons kinderboekenschrijvers in de kinderboekenweek altijd als een soort dappere eenpersoonsbands op tournee. En dan ben ikzelf nog in de fijne situatie dat mijn man thuis in Spanje bij de kinderen is. Zodat ik niet hoef te koken, niet hoef  na te denken over iemand anders dan mijzelf en elke avond lekker in bed kan kruipen bij weer een andere vriendin. Je komt in een soort roes. Zo schrijf ik dit blogje op zomaar een woensdagmiddag in een stations-Starbucks midden tussen alle reizigers met hun koffers en hun laptops. On a tour of one-night-stands, my suitcase and guitar in hand…

Boodschap

De ene dochter mailt me helemaal niet, de andere één keer over een telefoonnummer van de gitaarleraar. Maar de jongste mist me echt, tenminste dat schrijft ze. Dat kan ik een week lang vrij makkelijk naast me neerleggen. ‘Voor je het weet ben ik weer bij je,’  schrijf ik terug. Maar sinds afgelopen maandag gaan ineens alle meisjes in al die klassen die ik bezoek op Dunya lijken. Ze hebben haar haar, haar stem, haar vragen. Ik ga die meisjes steeds vaker ‘schat’  noemen merk ik. En ze stiekem aanraken zelfs.
Dus het is maar goed dat ik bijna weer terugga naar de berg. Ook al weet ik inmiddels dat het missen onmiddellijk voorbij is op het moment dat ze me weer ziet. En moet ik ook wel heel hard lachen als Dunya’s mail vloeiend overgaat in een heel ander soort boodschap:  ‘Zou je voor mij (en de anderen) misschien wat lekkere drop mee kunnen nemen? En dan vooral dropveters, honingdrop en Engelse drop? Dat zou GEWELDIG zijn.’

Categorieën
Verhalen van de berg

Mannen met messen en de bibliothecaresse

Ik raad iedereen aan om eens een paar dagen rond te trekken met een bibliothecaresse (lees verder).

De bibliotheracesse. Soms is ze jong en hip (n de Schilderswijk in den Haag bijvoorbeeld), maar meestal is ze vol overgave in de overgang – en niet te beroerd daarover te praten. Ondanks dat is ze eigenlijk altijd monter en onvermoeibaar, dol op lekker lunchen (ze eet veel, de bibliothecaresse, en daar drinkt ze vaak karnemelk bij) en ze heeft één grote liefde in haar leven. Het Boek.

Dromen

Bibliothecaressen wachten je op in hun Fiat Punto met een krat boeken achterin. Ze babbelen je de dag door. Met een beetje geluk ben jij hun snoepje van de maand: De Schrijver. ‘Heerlijk,’  zucht de bibliothecaresse. En ze is  altijd bereid om daarvoor een paar extra uurtjes over te werken. Als alle kinderen super onrustig zijn – grote groepen soms, van over de honderd- is de bibliothecaresse je baken.
Tussendoor krijg je van alles te horen over haar Hobby. De bibliothecaresse heeft altijd een verrassende hobby, die nooit fysiek is maar spiritueel. Ze is verhalenverteller. Of iets met mindfulness. Van de week ontmoette ik er eentje die een praktijk had als dromenuitlegger. ‘Dan moeten we altijd heel erg lachen. En ik doe het op intuitie he, ik leef me helemaal in in zo’n droom.’  Ik piekerde en piekerde of ik onlangs nog iets gedroomd had wat de moeite van het uitleggen waard was. ‘Je moet er niet om vragen he?’  waarschuwde de bibliothecaresse. ‘Een droom is een cadeautje.’

Testosteron

Wat doet de bibliothecaresse als het nacht is? Wat doet ze als ze niet droomt? Dan gun ik haar een circus vol met mannen met messen. Daar was ik eergisteren, het was het meest stoere en opwindende wat ik in tijden had meegemaakt. Mannen met messen! ‘No fear’  heette de voorstelling en er ging griezelig veel mis. Ook was het, na al die dagen mijn keurige best doen voor al die stromen kinderen, een heerlijke overdosis testosteron. De super romantische circustent stond ergens op een verre plek in Amsterdam en misschien kwam het daardoor dat het er helemaal niet zo druk was. Zet deze tent in Oost Gelderland, vlak naast de bibliotheek, en je bent alle dagen uitverkocht, zeker weten. De bibliothecresse op rij 1. ‘Zou ze daar niet van schrikken?’  vroeg de vriendin die met me mee was. Maar nee, de bibliothecaresse – en dat is nou juist zo fijn aan haar- schrikt nergens van. Die heeft alles toch al gelezen in een boek.

En dat zal je altijd zien: die nacht droomde ik heel spectaculair. Dat ik heel hard moest hoesten en ik hoestte zomaar een baksteen eruit. Een baksteen! Nu wil ik steeds maar weten wat die bibliothecaresse daarvan zou zeggen.

Categorieën
Verhalen van de berg

Wilde piano’s en echte fans

Ik ging een stukje schrijven over wilde piano’s die overal opduiken. In ieder geval niet over de kinderboekenweek en dus ook niet over dat ik weer in Nederland ben; wat valt daar over te zeggen, behalve dat ik dag in dag uit langs scholen trek?

‘Ik vind het opvallend dat je de enige schrijver bent die zijn eigen boeken niet de hele tijd loopt te promoten, die ze zelfs niet eens bij zich heeft,’ zei de bibliothecaresse vandaag. ‘Omdat het mij veel meer gaat om verbeelding in het algemeen,’ zei ik altruistisch. Omdat ik helemaal niks nieuws heb, dacht ik gefrustreerd. Omdat ik even niet weet hoe. Of waarom eigenlijk. Maar goed, daar ging ik het in dit blog dus niet over hebben.

Speel mij

Ik wilde vertellen over hoe mijn oudste dochter deze zomer vanuit Parijs foto’s stuurde van de boekwinkel van haar en mijn dromen. ‘Kijk, er stond ook een piano en iedereen mocht erop spelen.’
Sindsdien zie ik ze overal, die piano’s in het wild. In de Amsterdamse boekwinkel Scheltema, waar je nu ook koffie kan drinken en bagels eten tussen de boeken. Of in de  aankomsthal van troosteloze winkelcentra. Alsof iemand dat ergens centraal zit te regelen: ‘Waar kunnen we nog allemaal piano’s zonder baasje neerzetten? Ergens waar het droog is, waar veel mensen voorbij komen en waar het het liefst goed galmt.’  Vaak staat er bij die piano een bemoedigend bordje met ‘speel mij‘  erop. En dat doen de mensen dan ook, daar kan ik bijna van huilen. Niet dat iedereen met zijn eigen muziekjes voorbijsnelt. Maar dat je aan komt lopen en je hoort al van verre die flarden en de mensen blijven staan, bevroren in hun dagelijkse gedoetje, samen gevangen in een moment van klanken.
En nu staat er ook ineens in het midden van het Centraal Station in Amsterdam zo’n piano uitnodigend verweesd te zijn. Ik kom er elke dag langs – als het nog donker is en als het wéér donker is. Soms klinkt het klassiek, soms is er jazz, soms staan er ineens allemaal mensen bij die piano te zingen.

Daarna kan ik alles aan. Dat is net zoiets als na weer zo’n dag op scholen in de middle of nowhere super moe en leeg je laptop openklappen en dan de volgende fanmail lezen: ‘hallo Anna ik ben 13 en lees alleen maar jou boeken kom hier Rosa vind ik het mooist wil je nooit meer stoppen met schrijven wand jou boeken zijn zo mooi’.

Categorieën
Verhalen van de berg

Requiem voor een daktent

‘Maar ik hou helemaal niet van kamperen,’  riep ik een jaartje of acht geleden, aan de vooravond van onze wereldreis. De Landrover stond volgepakt voor de deur, ons huis lieten we achter.
‘Waar dacht je dan dat die daktent voor was?’  zei Ilco geschokt.

Goed, laten we zeggen dat ik er even aan moest wennen. Jaren op wereldreis gaan door Afrika en het Midden Oosten en dan denken dat je steeds in gezellige pensionnetjes slaapt onderweg, is vrij wereldvreemd inderdaad.
Het goede nieuws is dat ik nooit ergens lekkerder heb geslapen dan juist  in die daktent.

Circusachtigs

Slapen in een daktent heeft niks te maken met kamperen. Het is een way of life, iets circusachtigs. Als je geen huis meer hebt, is dat stukje stof je veilige filter van de wereld. Van de wilde dieren ‘s nachts op de Afrikaanse steppe. Je hoort de hyena’s knagen aan de touwen, maar de daktent staat als een huis. Of die keer dat we de meisjes halsoverkop in het midden van de nacht uit dat zogenaamd leuke pensionnetje alsnog naar de daktent verhuisden omdat het krioelde van de schorpioenen. Niet in de daktent. Het is je filter van de woestijnstorm, niks zo onverwoestbaar. Van de wolken malariamuggen in West Afrika, niks zo ondoordringbaar. Hij sluit de zon buiten als het vijftig graden is – en zelfs de mensen. Als soms al die vriendelijke nieuwsgierigheid me teveel werd, was er altijd nog de daktent om in te schuilen. Je zit hoog, hebt het mooiste uitzicht van de wereld en verrassend genoeg ook het zachtste matras.
We dachten dat de Landrover de reis niet zou overleven maar hij bleek taai en trouw. En dus ook de daktent. Sinds we in Spanje wonen, zijn we elke lange zomer wel een paar weken met hem op pad gegaan, meestal naar de kust. For old time’s sake. Ja, dan stonden we op de camping, maar we voelden ons nog steeds een beetje Afrika. Wij waren geen kampeerders, maar circusmensen. Ook al wordt het elk jaar een beetje krapper daarbinnen. Als Ilco af en toe voorstelde om een caravan of iets dergelijks mee te nemen, werd hij weggehoond door de meiden. Dat nooit.
Deze zomer op Tarifa genoot ik meer dan ooit. Ilco en de meiden maakten plannen om straks als we weer in Nederland wonen, toch elk jaar weer terug te keren naar die daktent, maar ik dacht aan het juk van de Nederlandse schoolinspectie, de vakanties die we juist in de herberg moeten zijn en ook aan de onmogelijkheid van de lange reis met een oude vermoeide auto.
Eigenlijk wisten we allemaal best dat dit de laatste keer van de daktent was.

Gekkenhuis

We kwamen terug, MasterPeace barstte los en sleurde mijn man naar Nederland. Er zijn vier sterke mannen nodig om de daktent van de auto af te tillen, dat kreeg ik niet geregeld. Dus nu bij terugkomst zat die daktent er nog steeds op.
Ilco ging voor het eerst weer naar Granada, zijn hoofd nog vol van het gekkenhuis waarin hij de afgelopen maanden heeft geleefd. Hij reed gedachteloos een parkeergarage in.
Met een daktent ben je hoog, hoger dan twee meter twintig. Met een dramatisch gekraak werd de tent door midden gescheurd.
Ik ben blij dat ik er niet bij was, de ontreddering na een ongeluk met ernstige slachtoffers kon niet groter zijn. Niet alleen de tent maar ook mijn gezin kwam gewond terug.
Ach onze daktent. Hij heette Hannibal en hij kwam uit Zuid Afrika.
Hier vind je een collage of eigenlijk een hommage:
https://www.flickr.com/photos/12966304@N00/sets/72157607288457173/

Categorieën
Verhalen van de berg

Licht en water (en een dode kip)

Dunya’s moestuin is als een soort woest moeras over de hele patio gestroomd. En er ligt een dode kip voor de deur, groot en bruin en verig.
Verder is er niks veranderd hier in Spanje. Het licht is oogverblindend, de stilte oorverdovend

Die kip heeft de hond daar voor ons neergelegd als fascinerend welkomstcadeau: ik ontvang je met een dikke kip. In sommige Afrikaanse landen zou dat gelden als het summum van gastvrijheid. Maar de meiden op weg naar school en ik op weg naar het dorp lopen er liever met een grote boog omheen.

Olijfbomen plus Spanje

Het is fijn om na zes weken fietsen weer een stoere Landrover onder mijn kont te hebben. Google olijfbomen plus Spanje en alle afbeeldingen zijn mijn uitzicht. Niks nieuws onder de zon. Het zuidelijke licht is nog steeds fijn ook al is de zomer moe, de grond overal gebarsten. Bij de groenteboer klagen ze: er is weinig variatie in de winkel, want er valt te weinig regen. Zelfs de riviertjes staan droog. Misschien mis ik dat hier wel het meest: het water. Zeker na zes weken pal aan het IJ gewoond te hebben.
‘Kippetje?’ vraag ik aan de man die Bloems brommer na al die weken weer aan de praat komt krijgen. Hij kan er niet echt om lachen.
‘Het is nog zwembadweer,’ roept Dunya als ze even later verhit uit de schoolbus de berg op komt lopen. De kip ziet er steeds doder uit, er beginnen al vliegen om de kop te zoemen
Dunya gaat huiswerk maken in plaats van zwemmen en een uurtje begint het te rommelen in de lucht. We halen net op tijd de was van de lijn.
Dat het laat licht wordt en nu alweer vroeg donker, ook daar zie je aan dat de zomer ten einde loopt. We eten alweer binnen. ‘Mam, weet je dat er een dode kip voor de deur ligt?’

‘Heeft niemand die kip nou weggehaald? vraagt Ilco verbijsterd.
Nee, dat heeft niemand gedaan.

Categorieën
Verhalen van de berg

Zweven en scheuren

Voor even leefden we het leven van de glamour en de glorie, schijnwerpers overal, en Ilco leefde even het leven van Jezus.

Welk meisje van elf mag op de afterparty de hele tijd op het podium staan tussen alle artiesten en wordt geknuffeld en gezegend door Baba Maal? Welk meisje van vijftien runt een charity balie en wordt daarna het hof gemaakt door een jonge Congolese rapper? Welk meisje van zeventien mag stage lopen met een cameraploeg en dagenlang in kleedkamers rondhangen bij tientallen wereldartiesten?
Het MasterPeace Concert was het allemaal waard: al dat harde werk, al die jarenlange voorbereidingen, alle bloed, zweet en tranen. Het was een prachtige show en de zevenduizend mensen die erbij waren hadden stuk voor stuk het gevoel dat ze deel uitmaakten van iets heel bijzonders.

Oesters en erwtensoep

Mijn eigen dag begon in het Ziggo Dome  bij de vip-ontvangst waar we konden genieten van oesters en erwtensoep. ‘Wat kortzichtig en ouderwets,’ vond Ilco, toen ik mijn twijfels uitsprak over die combinatie. Het waren gelukkig erg lekkere oesters en erwtensoep.
Op een gegeven moment kreeg ik de lange rij voor de entree in het oog die helemaal doorliep tot aan de Ajax Arena. Een foutje, hoorde ik later, omdat de repetities  zodanig uitliepen dat de zaal te laat open ging. Gelukkig wist ik dat op dat moment niet en kon ik allen maar verbijsterd staren en staren. Het is echt! Dat de vips komen is nog tot daaraan toe, maar al die bezoekers in een eindeloze rij, al die mensen Komen Echt!
Ik begon het concert op het balkon met een chique zitplaats, maar ging al na het eerste lied (Windows of hope van Oleta Adams) naar beneden voor het podium staan. Daar voelde je de vibe het beste, het zweet en de tranen spatten als het ware bovenop je. Af en toe zag ik mijn man, hij was geliefd alom. Mijn eigen publicitaire hoogtepunt van de avond was een onbekende die tegen me zei: ‘Ken ik jou niet van de Volkskrant?’ Zo scherp was dus kennelijk die foto waarop ik achter mijn man het tuinhekje dichtdeed!
Aan het einde van de avond telde dat soort dingen allang niet meer. We vielen allemaal samen, publiek, MasterPeacers en artiesten, we waren samen de muziek geworden, de emotie en de kracht. Dat was magisch, ik heb niet vaak zoiets meegemaakt.
Toen was er nog iets met een afterparty, heel veel champagne en jammende artiesten, wat ik allemaal heerlijk rustig vanuit een hoekje zat te bekijken want ik had nieuwe schoenen aan met superhoge hakken. En daarna een hotel met nog meer champagne, toen liep het inmiddels al tegen een uur of vier. Er was ook nog iets stressvols met Somalische artiesten die misschien zouden gaan vluchten maar ook dat werd getackeled.

Kater

De dag erna had ik meteen al een kater, letterlijk maar ook figuurlijk, ik kan er slecht tegen als dingen voorbij gaan, zeker dingen waar je zo lang naartoe heb geleefd. Ilco daarentegen hield gewoon op met zijn berichtjes te lezen, simpelweg omdat het er teveel waren: het leek wel alsof al die zevenduizend mensen plus alle andere tig duizend mensen van andere MasterPeace concerten over de hele wereld hem persoonlijk wilden eren en bedanken. Daar ga je een beetje van zweven. Niet voor niks had een journaliste op de tv hem de dag ervoor ‘een soort Jezus’  genoemd.

Maar ondertussen staan hier toch weer alle koffers en stapels rotzooi omdat we morgen met een scheurend geluid het IJ verlaten en terugvliegen naar Spanje, waar de school wacht en het Spaanse leven wat op zijn zachtst gezegd… anders is.

Categorieën
Verhalen van de berg

D-Day

Ik deed ‘een Volkskrantje’: een dagje mee met MisterPeace.

‘Hoezo hebben we geen fotograaf? Ik bel zelf de Telegraaf wel, hier heb ik het nummer van de fotoredactie. Jongens, ik heb wat voor jullie… Hoezo een mail sturen? Het is NU, er moet NU iemand naar het Rijksmuseum.’  Zwiep op de telefoon, volgende. ‘Regelen jullie intussen even Hart voor Nederland? Laat die exclusiviteit maar los.’ Zwiep. ‘Fuck, wat doet die tomton raar, (tegen mij) reset jij hem even?’ Zwiep. ‘Neem nou ohop!’ Zwiep. ‘Ha daar ben je. Ik heb hier weer tien berichtjes van de horror manager, de artieste is weggelopen op de repetitie gisteren. Check jij even of ze vandaag wel in de auto zit? Dank je.’ Zwiep. ‘Wat? Laat die man van het ANP mij  even bellen, dan loods ik hem naar binnen.’ Zwiep. ‘Jongens geef even door aan de artiesten dat ik een kwartiertje later kom. O, dat hadden jullie al voorzien?’ Mooi. Shit, die tomtom is echt op hol geslagen.’ Parkeert de auto in het gras langs de snelweg, graait de tomtom uit mijn handen. ‘Zo moet je dat doen.’
Hup, de snelweg weer op, slingerend met de telefoon aan zijn oor. ‘Rechts? Hier?’
‘Bestemming bereikt,’ zegt de tomtom in de middle of nowhere. Ilco parkeert op een bushalte alsof dat al die tijd de bedoeling was en belt Roel van Velzen. ‘Kom ook even naar het Rijskmuseum, daar zijn we met Oleta Adams en een topper uit Afganistan. Er is pers. Of zit je in de studio? O. Ah, je komt toch. Goed zo. Ja, nu.’

Paparazzi

Tussenstop: een van de vele MasterPeace Hotels waar MisterPeace een paar artiesten in het zonnetje intens hartelijk toespreekt. Ik doe, zoals hij: groeten met de de ene hand op je hart, terwijl ik me ondertussen een beetje bezorgd afvraag of de man uit Syrie moslim is (hoe zit dat ook alweer daar? Genant dat ik dat niet weet) en of ik hem dus uberhaupt wel een hand kan geven. Gelukkig blijkt hij een Pakistaanse sufi.
We stappen over in een cool MasterPeace-busje samen met de artiest uit Afganistan en halen snel Oleta Adams en haar man op bij het Okura en scheuren dan door naar het Rijksmuseum. Onder een spectaculair stralende septemberzon stappen we het busje uit en ja, er is pers: we worden meteen gevangen door een paparazzi-achtige stoet van fotografen.
Ook de mensen van het Rijksmuseum komen aangesneld. ‘Mogen wij u meenemen voor een speciale tour…’  Een haagje veiligheidsmensen in zwarte pakken komt onopvallend om ons heen en veegt en passant soepel alle mensen weg voor de Nachtwacht. Zo dichtbij zag ik hem nog nooit! Gelukkig is het publiek niet boos. Integendeel, ze houden allemaal hun telefoontjes in de lucht om te fotograferen hoe de MasterPeace-sterren voor ons eigen masterpiece worden gefotografeerd.  De Telegraaf voorop.

Geweer

Twee uur later zit ik te snikken bij het Metropole Orkest  in Hilversum. Niet om de nog steeds voortrazende hectiek om me heen die maakt dat alle MasterPeacers een beetje groenig zien en ik me duizelig voel, niet om de horror manager die ook daar weer rondloopt (‘mijn artiesten willen alleen maar eten in een eigen, aparte ruimte’) en zelfs niet om het tot gitaar omgesmede geweer van zanger Cesar Lopez wat door de veiligheidsmensen van Schiphol in beslag is genomen.
Ik huil om een podium vol muzikanten met stemmen als klokken die zingen vanuit hun tenen, met zoveel passie en kracht dat alle oorlogen waar ook ter wereld even hun kop houden. Ja, nu snap ik het weer. Alles.

Categorieën
Verhalen van de berg

Mrs. Peace

Er zijn van die dingen die je niet ambieert maar die toch op je pad komen, dat overkomt me de laatste tijd steeds vaker.

Herbergierster worden. Stond nooit op mijn bucket list, toch gaat het volgend jaar echt gebeuren als we Herberg In de veilige haven openen. Moet ik ineens achter de tap, mijn horecepapieren gaan halen. Waar ik me echt op verheug, is het beheren van de bruidssuite.
En ‘vrouw van’  worden, was ook nooit echt de bedoeling. Mijn opvoeding was nogal feministisch: als vrouw moet je evenveel verdienen als je man, even hard werken, even vaak op de voorgrond treden – in het kader van de gelijkwaardigheid.
Allemaal niet gelukt.

Behind every great man

‘Je mag nooit in een of andere speech zeggen dat je zoveel te danken hebt aan je vrouw, geen wind beneath my wings-gedoe,’ souffleerde ik Ilco nog niet zo lang geleden. Inmiddels is er geen houden meer aan. Zo stond ik gisteren nog megagroot met foto en al in de Volkskrant, achter Ilco die als Mister Peace de hoofdrol speelde van het artikel. Ik was vooral opgelucht dat ze niet de foto hadden gekozen dat ik mijn voorbijrennende man een bordje eten overhandig. Ik weet niet precies waarom ik dat niet wil, want ik ben er publiciteitsgeil genoeg voor en supertrots op Ilco. Maar het voelt ongemakkelijk om Mrs Peace te zijn (dat klinkt ook veel minder goed, toch?)
Uiteindelijk betrapte ik mezelf wel op twee hardnekkige gedachten. De eerste: mooi zo, nu weten alle Ilco-groupies en -fans weer dat hij getrouwd is. En zelfs: wat zien we er schattig uit samen met onze crèmekleurige, halflange jassen. en wat staat ons uitzicht aan het IJ er cool op.

Ingewikkeld

Dingen die je niet ambieert maar die toch op je pad komen houden het leven spannend.
Het omgekeerde is ingewikkelder: dingen die je wél ambieert maar die op een of andere manier steeds maar niet lukken.
Daar gaat mijn week over – in die kleine stille ruimte die overblijft als alle MasterPeace-hectiek even wijkt. Na ruim twee jaar fulltime schrijven had ik zó graag de wereld in willen schreeuwen dat mijn nieuwe boek er eindelijk aankomt. Hoeft niet voorpagina krant te zijn, een stukje op dit weblog was al genoeg.
Maar goed, dat staat er dus niet zoals je ziet. En daar is niets vredigs aan.

Categorieën
Verhalen van de berg

Hard

‘Er komen zo ijsjes voor alle kinderen,’  roept Dunya, we zijn op een familiefeest. ‘Mmm,’  roepen haar zussen. De ijsjes  zitten in Micky Mouse-hoofden en er steken kleurige parasolletjes uit. Maar de zussen krijgen ze niet.

‘Hard,’  vinden ze – als het tot hun doordringt. Maar met vijftien en zeventien ben je in dit restaurant te oud voor een kinderijsje. ‘Dat is weer zo’n moment dat je je realiseert dat alles voorbij is,’  zucht de oudste. Volgt een melancholiek gesprek over ‘de kindertijd’.

Grobbebolknufflel

Samen met hun ook al zo oude nichtje beginnen ze aan een trieste opsomming.
‘Dat je geen cadeautje meer krijgt in het vliegtuig. Ik wilde ook zo graag een dekentje en een grobbebolknuffel.’
‘Dat mensen in winkels ineens mevrouw tegen je zeggen.’
‘O ja, dat doet echt pijn.’
‘Of dat ze zeggen: jullie zijn toch al groot.’
‘Geen Happy Meals meer. En ik was altijd zó blij met dat lelijke speeltje.’
‘Dat je het niet meer kunt maken om in de draaimolen te gaan, terwijl je het stiekem nog wel heel leuk vindt.’
‘Dat geldt voor alle speeltuinen. Het ballenbad!’
‘Omdat je er niet meer in past. Met mijn filmvrienden in Parijs hebben we ons in Eurodisney nog één keer met heel veel moeite in die draaiende theekopjes gewurmd, gewoon omdat we er allemaal zo sentimenteel van werden. We puilden eruit aan alle kanten.’
‘Wat die peuters daar doen: op je zij van een heuvel afrollen. Dat wil ik nog steeds, maar het is niet meer cool.’
‘En in de slee pas je ook niet meer.’
‘Of je als je ‘s nachts een nachtmerrie hebt, dat je dan niet meer verder gaat slapen bij je moeder in bed.’

Mickey Mouse-hoofden

Achach wat voel ik met ze mee, met deze plotseling volwassen kinderen, ik zou spontaan ijsjes in Mickey Mouse-hoofden voor ze gaan halen.
‘Dat je bij alle dierentuinen het volle pond moet betalen,’  zegt er een en ik knik begripvol want daar heb ik ook last van – op een andere manier dan.
Dan draait het schatje in kwestie zich naar me toe. ‘Maar dat je ook nog geen ouwemensenkorting krijgt. Dat is ook zo’n cruciaal moment, denk ik. En dat zit er nu aan te komen voor jou en papa.’
Hm. Toch maar geen ijsje.