Categorieën
Verhalen van de berg

Querido Gabriel

Je hebt mijn leven veranderd, zoals geen enkele andere schrijver. En nu het ongelooflijke is gebeurd dat je dood bent, wil ik een paar woorden planten bij je graf.

Ik was een jaar of achttien en ik begreep niks van literatuur. Of nou ja ik begreep alles want ik had juf Mieke voor Nederlands gehad. Maar als ik echt wilde verdwijnen in een boek zoals ik mijn halve kindertijd was verdwenen in Nangiljala, Narnia of Katoren, dan pakte ik toch nog altijd die boeken. En niet Jan Wolkers ofzo. Totdat ik een boek vond naast het bed van mijn ouders (tussen de Sekstant en Fear of flying – tijdsbeeldje) met een mysterieuze titel. En daarin de zin die mijn leven zou veranderen.

Magisch

‘Vele jaren later, staande voor het vuurpeloton, moest kolonel Aureliana Buendia denken aan die lang vervlogen middag, toen zijn vader hem meenam om kennis te maken met ijs.’
Waarom die zin zo bijzonder was – alleen al door de drie verschillende momenten in de tijd die erin besloten liggen- zou ik pas later leren van een baardige hoogleraar Latijnsamerikaanse literatuur in Utrecht. Of dat het magisch realisme heette wat deze schrijver -jij was het natuurlijk- zo perfect in de praktijk bracht: het oproepen van een imaginaire wereld met de bravoure van ‘natuurlijk is het waar’. Want alles wat er gebeurt in het fijne Macondo is raar en toch zo logisch als wat. Natuurlijk zijn er geesten. Natuurlijk laait er een passie op tussen de fonkelende Amaranta Ursula en haar neef. Natuurlijk krijgen ze een kind met een varkensstaartje. Natuurlijk wordt de beeldschone Remedios op een dag opgenomen in de hemel – en dat tijdens het vouwen van de lakens.
En ik -meisje van achttien- werd volwassen met het bevrijdende besef dat je altijd in een toverwereld mocht blijven.

Liefde

De ongelooflijke maar droevige geschiedenis van de onschuldige Eréndira en haar harteloze grootmoeder heeft mijn manier van schrijven meer gevormd dan welk ander boek ook. Of De kolonel krijgt nooit post. Maar Liefde in tijden van cholera deed nog iets belangrijkers: het vertelde me wat liefde is. Nog steeds vind ik dat het meest romantische boek ooit geschreven, mooier dan de mooiste film. Elke keer dat ik het herlees raakt het weer een andere snaar die weerklank vindt in mijn ziel. Ja, dat is liefde, zo moet het zijn.
Door jou, querido Gabriel, ben ik eindeloos in Latijns Amerika gaan reizen. Door jou ben ik Spaans gaan studeren. Maar dat zijn maar zijpaden.
Ik heb je boeken er weer bij gepakt, Honderd jaar eenzaamheid bovenop, en vanavond ga ik beginnen met dat voor te lezen aan mijn oudste dochters, die inmiddels bijna even oud zijn als ik toen. Ik hoop dat ik het droog houd…

Categorieën
Verhalen van de berg

Sneeuwvlokje

Ze stuurt me een paar berichtjes. ‘Lieve Anna en jouw Angels. Dat wilde ik zó graag een keer opschrijven.’

Gewoon een meisje dat een van mijn boeken heeft gelezen. Maar dan wel eentje die op een of andere manier direct mijn hart binnenkomt, als was ze ook een engeltje van mij. ‘Ik vind het zo lief dat je je kinderen zo noemt op je site. En je man ‘mijn held’.’

De liefste mensen

Zelf heeft ze een ander verhaal. ‘Mijn vader is na 1 week na de geboorte weggegaan. Mijn mama heeft dat verschillende keren gedaan.’  Een heel boek zit er achter die twee zinnen. Maar het meisje doet niet dramatisch en ook niet overdreven stoer. ‘Ik woon vanaf de geboorte bij oma en opa/de liefste mensen en wij houden heel veel van elkaar. Oma kan de leukste feestjes verzinnen. Mijn project is na de meivakantie een boekbespreking van jouw boek Stop,hou op! Oma heeft het ook gelezen en oma vind het het leukste kinderboek en ik ook. Ik heb al veel plaatjes van jou gevonden op internet. Met je Angels.’ Lang leve de opa’s en de oma’s!
Poëtisch is dit meisje ook. Ze ondertekent haar berichtjes met Sneeuwvlokje.  ‘Zo noemt oma mij. Na de bevalling had oma mij vast en toen begon het te sneeuwen.’

Kanjertraining

Dat ze op school een ‘kanjertraining‘  heeft gedaan schrijft ze ook nog, en dat lijkt me heel goed gelukt, zo dapper als ze is. Net zo dapper – nee, dapperder- dan het weinig weerbare meisje in dat boek van mij, dat het liefst op de rug van een zeeschildpad in de oceaan zou verdwijnen (maar het uitiendelijk niet doet).
Alsjeblieft Sneeuwvlokje, dit stukje is voor jou.

Categorieën
Verhalen van de berg

Enge winkels

Ik zou wel een prinses willen zijn en dat ik nooit boodschappen hoefde te doen. Van sommige winkels moet ik bijna huilen.

Soms is het fijn huilen, dan word ik enorm geinspireerd. Niet van winkels als Albert Heijn, van die overdaad word ik vooral zenuwachtig. Wok deze groente met deze saus en deze kruiden en dit vlees, allemaal op een rijtje.
Maar die ene vismarkt op dat achterafpleintje in Venetië… daar ging ik zachtjes een gebedje doen. Of voor Hartog, de ambachtelijke bakkerij waar mijn zus werkt en waar ze eigenlijk alleen maar een soort brood verkopen – maar wat voor een brood…

Gebruikte tandenstokers

Boodschappen die niet met eten te maken hebben zijn vaak naar. De dorpsbank, waar je uren moet wachten en dan word geholpen door de alleronsmakelijkste Spaanse man: in puilend ouwemannencolbert en te glad geschoren. Zo’n man die gebruikte tandenstokers op zijn bureau  heeft liggen en gemanicuurde nagels maar wel haar op zijn handen. Heel kort brillante-kapsel en teveel goedkope aftershave. En dan toch nog ruiken naar eten en oud zweet.
Het is heel persoonlijk. De elektriciteitswinkel vind ik heerlijk in al zijn onbegrijpelijkheid, van telefoonwinkels word ik chagrijnig. Maar de allerergste winkel is…

Schort

Onze wasmachine ging kapot en mijn man zei: ‘Jij gaat toch naar Granada, rijd even langs zo’n megastore en koop een nieuwe.’
Ik begon meteen te zweten. ‘Het ligt super makkelijk langs de snelweg, je rijdt zo in de parkeergarage eronder,’  zei mijn man die dat zag. ‘En binnen zijn overal bordjes en heel behulpzame mensen die je graag uitleggen wat het beste is.’ Dat maakte het er niet beter op. Het idee alleen al van zo’n te grote winkel waar je (of in ieder geval ik) pardoes verdwaalt tussen al die lelijke en reusachtige spullen die je wel en niet wilt hebben. Van die griezelig grote kassa’s. En medewerkers in winkelschorten die alles altijd beter weten. ‘Wil jij het doen, please?’ smeekte ik. ‘De supermarkt, het belastingkantoor zelfs, de slome slagerinnen die je een half uur laten wachten op een karbonaadje, ik kan het aan. Maar zo’n wasmachinewinkel…’ En toen mijn man nog steeds moeilijk keek (‘maar je komt erlangs’) gooide ik hem in de strijd: ‘Daar moet ik bijna van huilen.’

Categorieën
Verhalen van de berg

Het buswijf

In de beslotenheid van de Spaanse schoolbus heerst het recht van de sterkste. Van willekeur en intimidatie. Daar regeert het buswijf – met volle steun van alle ouders.

Je mag er niet snoepen. Niet een broodje eten of water drinken. Niet je huiswerk leren (maar sommige kinderen mogen dat allemaal wel). De dames die de schoolbussen begeleiden, zijn dol op het verzinnen van eigen wetten en regeltjes en tijdens het ritje van en naar school zijn ze even übermachtig. Als je protesteert zeggen ze rustig dat ze je de bus uit gaan zetten in the middle of nowhere, ze laten de chauffeur zelfs stoppen. Ze gooien ook dingen door het raam naar buiten (Pokemon-kaarten, een keertje de nieuwe pet van een jongetje).

Braaf

De twee oudste dochters kiezen eieren voor hun geld en schikken zich braaf. Zo kan het dus gebeuren dat Bloem per dag twee uur doelloos voor zich uit zit te staren, terwijl haar nieuwe boek brandt in haar tas: lees mij, lees mij…
Maar de jongste is een beetje anders, om te beginnen is ze veel beweeglijker. Ze is super verontwaardigd over de voorkeursbehandeling of over de strengheid waarmee ze na een lange schooldag op haar stoel gepind wordt.
‘Trek je er niks van aan,’  heb ik al zo vaak gezegd. In Nederland zou je als ouders misschien gaan klagen over overdreven busregels, maar in Spanje werkt dat niet: iedereen die voor school werkt -al is het miss bus-  is oppermachtig volgens de ouders. Uit ervaring weet ik dat er toch niks gebeurt als ik naar de directeur ga, hij zou me amper begrijpen.
‘Laat je niet verleiden tot een gevecht wat je toch niet wint,’  adviseer ik mijn dochter elke ochtend. ‘De mevrouw van de bus is totaal onbelangrijk, toch?’

Ze eet kauwgum!

Maar vandaag word ik zelf ontboden. De busvrouw wenkt me naar binnen en schreeuwt ten overstaan van alle kinderen dat mijn kind onhandelbaar is. ‘Ze eet kauwgum! En ze zit niet stil, erger nog: ze stoeit met een ander kind.’
Ik moet eerst lachen, maar dan hoor ik mezelf toch ineens zeggen dat ik met mijn dochter zal praten. Waarom, waarom doe ik dat, als ik vind dat ze niks verkeerd doet?
Als de bus wegrijdt, zwaait Dunya niet door het raam zoals anders. Ze zit met haar hoofd in haar handen alsof ze zich schaamt.
Onmiddellijk slaat dat op mij over. Lafaard die ik ben, mijn eigen kind zo afvallen. Volgende keer sla ik dat buswijf in elkaar!

Categorieën
Verhalen van de berg

Eternal sunshine

Wintertenen, loopneuzen, regen die tegen de ramen slaat. ‘Ik dacht dat in Spanje de zon altijd scheen,’  schrijft een collega.

Terwijl jullie in Nederland op het strand zaten met zijn allen (dat is niet aan mij voorbijgegaan) bibberden wij ons hier door koud herfstachtig weer. Nee, in Spanje schijnt niet altijd de zon, zeker niet in de bergen. Nu schijnt ie inmiddels weer, maar daarvoor tien dagen niet, het huis is er nog koud van.

Veranda

In een van mijn lievelingsfilms Eternal sunshine of the spotless mind schijnt de zon bijna niet. De lucht klaart even op als Jim Carrey en Kate Winslet verliefd op elkaar worden, totdat het onweer losbarst en hun liefde ten einde loopt. Daarvoor en daarna is het grauw. De strijd tegen dat grauw, daar gaat die film over: Het verlangen naar groots en meeslepend, naar eindeloos verliefd, naar nooit saai. Wie kent dat niet?
Je kunt bijvoorbeeld in Spanje gaan wonen: altijd vakantie, veel meer zon. Middenin de week buiten op de patio naast het zwembad koffie drinken, schrijven op de veranda in van dat zuidelijke licht.
Is dat bijzonderder als je het net tien dagen gemist heb? Of als je weet dat het in Nederland regent? Dat is de moraal van de film: vreugde en leed zijn onafscheidelijk, wit moet naast zwart, anders wordt pas echt alles grauw.

Eigenlijk best calvinistisch. Wie wil er nou niet altijd zon?

Foto door mijn lieve ‘buurvrouw’ Prisca Sinay

Categorieën
Verhalen van de berg

Home alone

‘Mama, als wij met zijn tweetjes samen zijn, weet je wat ik dan het allerliefste wil?’

Er kwamen gasten en die gingen weer. Twee familieleden vertrokken samen naar Nederland. Eén dochter heb ik gisteren idioot vroeg naar de bus gebracht voor een schoolkamp in Budapest. En toen was ik ineens over met mijn kleintje. Nou ja ze is tien-en-een-half, maar zoals Ria Bremer (ja, de echte) tegen me zei bij haar geboorte: ‘Dit blijft altijd je kleintje, hoe oud ze ook wordt.’
Dunya en ik zijn nooit met zijn tweetjes dus ze mag lekker bij me in bed. Daar gaan we al vroeg naar toe met koekjes en voorleesboeken en lekkere dingen. ‘Paprika!’  zegt het rare kind enthousiast. ‘Dan gaan we de hele nacht knuffelen, goed? En mama, weet je wat ik ook heel graag wil? Samen The West Side Story kijken, die heb ik nog nooit gezien.’

Eerste keer

Ah, the circle of life. Hoe goed weet ik nog mijn eigen eerste keer West Side Story, ik moest zo hard huilen dat ik niet meer uit mijn woorden kon komen tot ver na de eindtune. The first cut is the deepest, ik las laatst weer dat hoe ouder je wordt en hoe vaker de herhaling, hoe minder je geraakt kunt worden. Dat weiger ik te geloven. Nee, ik moet niet meer huilen om The West Side Story, daar is inmiddels harder en vooral eigentijdser geschut voor nodig. Maar ik kan nog steeds heel goed ontroerd zijn, ook om dingen waar ik vroeger geen idee van had. Zoals dit: met mijn ongelooflijke knuffelmeisje van tien samen in bed paprika eten.

Categorieën
Verhalen van de berg

Wennr

En ik was nog wel de laatste kluizenaar zonder.

‘Hier mama, nu hoor je er eindelijk bij.’  Ongevraagd een smartphone krijgen van je dochter, hoe lief is dat? Iedereen hier in huis moet voortdurend weer een nieuwe, dus is er ineens een telefoon over. Ze heeft hem al helemaal voor me geprogrammeerd. ‘Kijk mam, je krijgt meteen al een appje.’

Nagels

Ik woonde jaren in een Landrover en daarna op een berg. Daar zit ik  alleen maar zo’n beetje te schrijven, het lukte allemaal ook wel met een Nokia. Maar een beetje wereldvreemd was het wel natuurlijk. En precies zo reageer ik nu. Om te beginnen kan ik niet op de nieuwe telefoon typen. Op de computer tik ik altijd op de toetsen met mijn lange nagels -iedereen hier is gewend aan het geluid- maar dat gaat niet op zo’n scherm natuurlijk. ‘wennr’  schrijf ik per ongeluk aan de vriendin die als eerste een berichtje stuurt (‘eindelijk, je hebt whatsapp’). Ik stuur haar ook nog de verkeerde smiley. ‘Eh, mama… Dat is alsof je verliefd bent.’

Laf

‘Ik vind het moeilijk en ik ben bang dat ik nu ineens heel veel voor het internet moet betalen,’  schrijf ik -laf via facebook- aan de andere dochter die op vakantie is in Nederland en mij ook al meteen enthousiast bedelft onder appjes. ‘Mam, doe normaal,’  krijg ik terug.
Goed dan.

Categorieën
Verhalen van de berg

Zoenen, twee keer

5 kilo sinaasappels, een kistje aardbeien, 3 kilo tuinbonen, 24 eieren, een hele kip in kwarten… Vriendin J gaat steeds geschrokkener kijken. ‘Daar doe ik thuis meer dan een week mee. ‘
Het zijn de boodschappen voor een dag of twee, drie.

We hebben al een herberg: op de berg en vol met hongerige kinderen, vriendinnen en aanwaaiende gasten. Als ik een taart bak, is hij binnen een uur op – deze week alleen al vier stuks. Daarom ben ik goeie vrienden met de plaatselijke groenteboer, de visvrouw en de twee slome slagerinnen.

Anita

Door de ogen van J zie ik de schattigheid van alles. Mijn favoriete zigeuneromaatje (geen tanden meer, maar haar haar is nog pikzwart) valt me bij de vis om de hals en blijft maar roepen hoe gaupa ik vandaag ben. De groenteboer vraagt advies wat te doen met een voor hem totaal nieuwe groente (alfalfa), de slagerin weet hoe ze mijn karbonaadjes moet snijden: ‘De hueso a hueso, Anita?’
‘Zoenen, twee keer.’  Ik hoor het mezelf J een paar keer in het Nederlands souffleren. Dat gaat nog raar worden straks in Nederland, als ik uit pure gewoonte de bakker en de slager twee kussen ga geven als ik ze weer zie.
En als J haar hak breekt op de schotsenscheve keitjes, is dat toevallig net voor de deur van mijn favoriete schoenmakertje. Met een ernstig gezicht analyseert hij de situatie en begint verwoed te lijmen en te slijpen. Als J haar portemonnee trekt, is hij beledigd. ‘Anita is een vriendin.’

En dan betaal ik voor zes volle tassen groente ook nog eens minder dan vijfentwintig euro. Ach, Montefrio…

Categorieën
Verhalen van de berg

We gaan op reis en we nemen mee… een paard!

‘Als Pegasus niet mee mag, dan ga ik ook niet’.

Dat mijn middelste dochter een paard heeft, is gebeurd toen ik even niet oplette, ik geloof tijdens de kinderboekenweek. Ik snap het wel: geef een paardenmeisje een paard en je geeft haar de zon. Elke dag sjokt ze drie kwartier de volgende berg op waar ‘Pega’  staat, weer of geen weer, en is ze urenlang bezig met voor haar doen onvoorstelbaar geduld om dit mishandelde halfwilde paardje te temmen en te koesteren. En ach, het kost mij, mislukte boerin die niet van dieren houdt, niet al te veel tijd (hoewel ik verrassend vaak toch ineens de Pegataxi ben).

Extended

Maar ja, een paard aan het IJ… En als het aan Chaia ligt gaat ook de zwerfhond mee en alle zwerfkatten (er zijn er weer twee zwanger). Gesprekken daarover tussen haar en mij lopen steevast uit op teksten (van mij) als ‘Maar je kunt toch niet…’ ‘En als je maar niet denkt dat ik…’ en een razendsnel oplopende irritatiegraad van haar.   Ik heb maar steeds visioenen van dat het kind op een gegeven moment uit huis is en dat ik daar dan zit met al die beesten. Gelukkig heeft ze een tomeloze vader die bij alles altijd ‘waarom niet?’  of ‘natuurlijk’  roept – en die wél veel van dieren houdt. Dus nu lijkt het er ineens op dat hij een plekje voor Pegasus heeft gevonden, vlakbij het Amsterdamse huis.
Hoewel ik het nog steeds niet helemaal kan geloven (‘maar wat kost dat dan?’) ben ik ook langzaam blij aan het worden. Bij onze extended family hoort ook Pega  – en wie wil zijn kind de zon afnemen?

Dat was gisteren. Vandaag kwam Chaia ineens stralend op mij af. ‘Heb je het al gehoord? Als Pega daar in dat weitje kan staan, mag ze in de lente ook een veulen. Ja echt. Papa zei: waarom niet?’

Categorieën
Verhalen van de berg

Een woest onaantrekkelijke afwerkplek

Er is een lentefeest in Granada. Klinkt dat niet als het begin van een lyrisch gedicht van García Lorca?

Maar de fiesta is een ‘botellón’. Dat hebben we in Montefrio ook wel eens. Kort gezegd betekent het dat een woest onaantrekkelijke afwerkplek wordt uitgekozen – in dit geval de parkeerplaats aan de snelweg naast de Hipercor, een hypermarché – en dat daar iedereen met zijn auto heen gaat. Achterklep open, muziek aan en vooral: drank! Zuip zoveel mogelijk flessen leeg met elkaar en je hebt een botellón. Drinken, lekker veel en goedkoop en dan héél dronken worden, dat vinden de mensen leuk en het toppunt van uitgaan. Iedereen heeft het erover, iedereen gaat erheen, wel tienduizend mensen, meer dan de helft van de klas van mijn oudste dochter blijft leeg op 21 maart.

Droomleven

‘Jullie gaan toch niet écht verhuizen naar Nederland?’ Dat is met stip de meestgestelde vraag van de afgelopen twee weken. Impliciet: ‘ Je zou toch wel gek zijn om dat droomhuis en dat droomleven in Spanje op te geven?’
Daar zijn veel antwoorden op, dit is er eentje.
Als je op vakantie bent in Spanje en je belandt per ongeluk in de botellón van een lentefeest, heeft dat iets exotisch. Misschien ga je wel lekker meezuipen voor een keer, een avondje nieuwe vrienden maken. Of zoals mijn überoptimistische man zegt: ‘Toch leuk dat ze de lente vieren.’
Maar ik merk dat ik het vermogen aan het verliezen ben om zo te kijken, een beetje zoals na een tijdje de glans van een verliefdheid af gaat. Ik vind de botellón lelijk, gevaarlijk, je staat stom in de file als je er per ongeluk langs moet. Ik snap de lol niet, ook niet na vijf jaar.
En dan mis ik ineens het Amsterdamse uitgaan met mijn Amsterdamse vrienden.