Categorieën
Verhalen van de berg

Cut

‘Maar de stroom blijft het wonderbaarlijk goed doen,’ zeg ik tegen mijn oudste dochter.
Ze kijkt me geschokt aan. ‘Mam, klop af! KLOP AF!’

‘Kwamen we hiervoor nou naar Spanje’  jammeren de Engelse expats collectief tegen elkaar. We wonen dan wel in het zuidelijkste deel van Europa – maar ook in de bergen. Dus hadden we de laatste dagen sneeuw en ijs. En daar zijn de Spanjaarden dan wel minder goed op voorbereid dan in Nederland of Engeland

Parapanda

Dus glibber ik met de auto dwars door de sneeuw die in brokken op de wegen ligt. Rijden er geen bussen meer naar Granada – zodat ik nog meer glibberkilometers moet maken om mijn dochter naar haar vrienden te brengen. Sta ik te bibberen in onverwarmde winkels. Trekt het internet dat tot ons komt via de satelliet op de hoogste berg die Parapanda heet, zich bevroren terug in zijn hol.
Maar de stroom, normaal best gevoelig voor nattigheid, houdt zich kranig. En stroom, dat is ook de waterpomp (dus de douche en de wc), de verwarmingsoven, de telefoon.

Zout

Tot vanmorgen. Ik sta net in de keuken, de donkerste plek van het huis, als -pang- alles wegvalt. Daar is hij dan toch nog, de power cut. Het duurt idioot lang voordat ik de lucifers heb gevonden, nog langer voor ik ze aangestoken heb (dat komt door het winterse vocht dat ook het zout in de keuken tot water maakt) en dan heb ik een gasvlam van het fornuis – zodat ik een kaars kan zoeken. Nee, die ligt niet handig klaar, net zomin als zaklantaarns of extra flessen water.
Mijn dochters pakken inmiddels hun jassen en tassen met het licht van hun mobieltjes. ‘We gaan maar.’
‘Ik vind het leuk,’  juicht de jongste die nog zit te ontbijten omringd door alle kaarsen die ze zo snel heeft kunnen vinden.
‘Ik niet, want nu kan ik niet douchen,’  mopper ik.
Mijn oudste staat al bij de deur. ‘Sorry hoor mam, maar je weet toch wat je gisteren zei? Dus dat je dit helemaal – maar dan ook echt helemaal- aan jezelf te danken hebt!’ En weg is ze.

Categorieën
Verhalen van de berg

Blij met zigeuners

‘Mama, wat is schizofreen?’ legde ik kennelijk wat erg simpel en sensatie-achtig uit, want de reactie was ‘cool, ik wil later wel een schizofrene man.’
Nou ja, zelf heb ik ook twee totaal verschillende verschijningsvormen, met bijbehorende garderobes.

Zilveren sieraden, rode lippenstift en zo hoog mogelijke hakken. Dat is het imago wat ik zolang ik me kan herinneren heb gecultiveerd.
Maar dat houd ik hier niet vol. Op de campo in de regen wordt alles modderig. En als je dan ook nog dingen moet doen als smerige (natte) olijfzakken leegkieperen in de oven of sjouwen met houtblokken en andere dingen die rustieker klinken dan ze zijn… dan kost je dat dus echt je schoenen. En je mooie nieuwe jas.
Nu zou ik die nieuwe jas hier sowieso niet aandoen. Niet omdat ik er niet in wil lopen – dat wil ik wel!- maar omdat ik in mijn ouwe jas van twee winters terug al zwaar overdressed ben.  Er wonen hier vooral boeren en oude dametjes. En die dametjes staan – bijvoorbeeld- bij de slager regelmatig even een bloedworstje te kopen in hun duster en op sloffen. Dus.

Cliché’s

Gelukkig zijn er nog de zigeuners. Volgens de locale codes die mijn dochters perfect kennen, bemoeien ‘wij’  ons daar niet mee. Zigeuners zijn onbetrouwbaar en gevaarlijk. Dus als er een groepje zigeuners bij de brievenbus staat, dien je er met een boogje omheen te lopen.
Maar dat doe ik lekker niet. Ten eerste omdat ik nou eenmaal bij die brievenbus moet zijn. En ten tweede omdat zigeunermannen, totaal anders dan de boeren, schaamteloos broeierig naar je kijken, alsof ze je ter plekke willen ontkleden. Hm, ik ben ineens niet meer onzichtbaar.
Ik word ook altijd nogal blij van zigeuneroma’s. Die hebben geen gewatergolfd haar maar lange pikzwarte sliertharen en bontgekleurde rokken. Hun gezichten zijn verweerd bruin , hun tanden afgebrokkeld en hun stemmen te hard. Maar als er ergens een zigeuneroma binnenkomt, zelfs al is dat bij de slome slager, dan begint alles te zinderen. Alle cliché’s zijn keihard waar: ze lachen veel te hard, ze klappen in hun handen, ze zingen zelfs, gewoon in hun eentje… en het is alsof alles  en iedereen ineens ontwaakt uit een laaaaange winterslaap.  Ook ik, met mijn platte modderboots en veel te stoere (en veel te grote) skijack van mijn man. Mijn rode danslaarsjes, waar zijn ze – ik wil ze aan, nu!

Categorieën
Verhalen van de berg

Ha, ik heb een fonetisch brein

Het komt vast door mijn moeder maar mijn grootste angst is om jong dement te worden – afkloppen, afkloppen…

Feit is wel dat mijn hoofd raar werkt. Raarder en raarder eigenlijk. ‘Mam!’  gillen mijn meisjes als het antwoord op hun vraag weer eens met ernstige vertraging komt, of zelfs het antwoord op een totaal andere vraag is. En  ‘We hebben het hier laatst toch over gehad, waarom begon je er toen niet over?’  vraagt mijn man met iets van wanhoop over mijn soms extreem secondaire reacties.

Knikkerbaan

‘Mijn hersens zijn een knikkerbaan,’  probeer ik uit te leggen. Mijn jongste dochter had laatst samen met haar oom een geweldige knikkerbaan gebouwd vol belletjes, blokjes en obstakels. Net als de knikker rolt een gedachte door mijn hoofd, blijft soms hangen, en schiet dan weer plotseling keihard door, al dan niet met belletjes.
Creativiteit. Een browser met 2857 vensters open. De Hele Tijd, stuurt mijn man me door.  Ja dat ook.
En dan is er nog iets anders. Als ik doorlees wat ik schrijf, zie ik de laatste tijd (als ik het al zie) de bizarste verschrijvingen: ‘zag’ in plaats van ‘zakt’, ‘kauwt’  in plaats van ‘koud’. Wat is dat nou weer?

Saus gieten

Gelukkig zag ik een stukje van een collega schrijfster, Maartje Luif. Die moest schrijven (het ging over het goedkeuren van een zakelijke tekst): ‘het zou fijn zijn als je erop zou schieten’ of zoiets. In plaats daarvan werden de laatste twee woorden ‘saus gieten’. ‘Mijn brein staat soms heel fonetisch ingesteld,’  verduidelijkte ze.
Wat een heerlijke herkenning en ook opluchting. Ik word niet gek, ik heb gewoon een fonetisch brein – dat is nou wel weer cool!

Categorieën
Verhalen van de berg

Gips en taartjes

‘Ik zit zo lekker sereen te schrijven,’  had ik net gemaild. Toen ging de telefoon en hoorde ik mijn kind huilen. Op een manier waarvan je meteen weet: dit is niet goed.

Het enige geluid was dat van mijn nagels op mijn toetsenbord. Man in Istanbul, kids vertrokken met diverse schoolbussen en de olijfplukkers net weer doorgetrokken naar een volgend veld.
Maar ondertussen had mijn jongste dochter in het voetbalteam op school een bal gestopt met haar hand; en die bal was zo hard dat haar hand verkeerd om dubbelklapte tegen haar arm – op de manier zoals je dat in horrorfilms wel eens ziet. Dus was haar armpje gebroken.

Twee dikke matrones

En dan is het ver, het dichtstbijzijnde grote ziekenhuis. Ruim een uur het intens grauwe snoetje van je kind in de autospiegel en haar horen gillen bij elke hobbeltje van de ineens idioot hobbelige weg.
De ziekenhuizen in Zuid Spanje doen denken aan de jaren vijftig van de vorige eeuw. Grauwe gangen, niks aan de muur, het kale cement met af en toe een scheurtje. En in de gangen scharminkelige bijna-dode bejaarden in ziekenhuisbedden die wachten op… ja waarop eigenlijk? Er is niemand bij ze.
Maar de dokters daarentegen, zijn fantastisch. Binnen tien minuten zaten we bij de kinderarts, een kwartier later werden er al foto’s gemaakt en mochten we die weer naar de dokter gaan brengen. We hadden het breukje toen zelf al gezien.
De kinderafdeling is net zo functioneel als de rest van het ziekenhuis en aan prefab gips in coole kleuren deden ze ook al niet. Twee dikke matrones haalden druk babbelend grote lappen door een gipsbad in een emmer en iedereen raakte ondergespikkeld. Maar het werkte, natuurlijk werkte het. Vervolgens spoten ze nog een enorme injectiespuit vol ibuprofen leeg in mijn dochters mond en anderhalf uur later zaten we alweer vrolijk vieze Spaanse taartjes te eten in een fancy tearoom. Dat was eigenlijk enorm dierbaar en gezellig, zomaar op een doordeweekse werkdag.

Categorieën
Verhalen van de berg

Een hoofdstuk uit een boek

Laatst schreef ik iets over mijn moeder en daar waren een paar mensen nogal van geschrokken. En daar schrok ik op mijn beurt weer van.

Internet is een heerlijk en glibberig medium. Ik schrijf al zeven jaar blogjes, willekeurige fragmentjes uit mijn leven. Mijn beste vriendin vatte het waarschijnlijk goed samen toen ze zei dat dit laatste stukje over mijn moeder slechts een hoofdstuk was uit een dik boek over haar en mij. En over de rotziekte die Alzheimer heet.

Magic

There is magic in everything. And some loss to even things out (Lou Reed). Voor de balans even een andere scène uit mijn leven.
Gisteren belde mijn moeder me op, zomaar uit zichzelf.  Er waren tijden dat ze elke dag belde, maar dat is over nu ze in het tehuis woont. Dat is wel zo rustig want haar telefoontjes waren vaak zwaar en somber.
Zo niet deze keer. ‘Ik ben zo blij dat je opneemt,’  begint mijn moeder (ik neem altijd op).  En dan zegt ze het. Totaal onverwacht en op de lieve, intense manier zoals alleen mijn (een?) moeder dat kan.
‘Ik hou héél erg veel van jou.’

Categorieën
Verhalen van de berg

Shoppen

‘En toen waren we in de Primark en ineens kwam er zo’n beveiliger aan en sleurde me mee naar achteren. Zomaar!’

Volgt een ingewikkeld verhaal over een blousje dat echt even gepast moest worden ónder een trui. ‘Het was gewoon een grapje tussen mij en mijn vriendin. ‘Luister nou even,’  zei ik tegen die man, maar hij zei: ‘Ik ga écht niet naar jou luisteren’  en kneep keihard in mijn arm, er was nog een dag een blauwe plek. Later hebben mijn vriendin en ik een klacht tegen die man ingediend.’
‘Terecht,’  zegt haar vader, maar ik zeg: ‘Vertel ook even wat er in de Hema gebeurde.’

Bitch

‘Stond ik mijn nagels te lakken en mijn vriendin deed mascara op, kwam er zo’n man en die zei: ‘Staan die meisjes zich gewoon op te maken!’  Op zo’n verbijsterde toon.’
‘Maar misschien is dat ook niet echt de bedoeling,’  zegt Ilco. ‘Om meteen ál je nagels te lakken.’
‘Het was een tester hoor, duh,’  zegt Chaia.
‘En dan had je ook nog de H&M,’  zeg ik.
‘Ja, kwam er zo’n bitch – echt zo’n vrouw die geen zin heeft in haar werk of`zo- tegen ons roepen dat we niet met zijn tweeën in een pashokje mochten. Waarom in godsnaam? We hadden toch gewoon van die paskaarten gekregen. ‘Ik kan jullie zo niet in de gaten houden,’  schreeuwde ze tegen ons. Echt belachelijk, we hebben die kleren op de grond gegooid en zijn weggegaan.’

Verbaasd

‘Het is maar goed dat je op het rustige platteland van Spanje woont,’  zegt haar vader. ‘Anders zou je misschien wel bij zo’n school-gang belanden.’
‘Hoezo?‘  vraagt Chaia met grote, verbaasde ogen.
En het is pedagogisch natuurlijk totaal onverantwoord, maar ik zit stiekem te giechelen. Wat een heerlijke dochter is het toch.

Categorieën
Verhalen van de berg

Glamourmeisjes

Als je een kinderboekenschrijfster bent van 46 (ja, laat ik het maar keihard benoemen) ben je natuurlijk niet jong en glamoureus. Heb je dan ook nog puberdochters, dan rammen die het er anders wel in door kotsend weg te lopen als je begint te dansen op een feestje of door dagelijks het aantal grijze haren bovenop je hoofd te tellen.
Dus gingen we tóch glamourmeisjes spelen.

De ene vriendin (Jowi) had de andere twee vriendinnen waaronder ik uitgenodigd voor de high tea in het Amstel Hotel.
‘Prima,’  zeiden wij alsof wij dagelijks daten in het Amstel Hotel. En wij deden onze nieuwste jurkjes aan en bloemen in ons haar en stapten naar binnen (fiets stiekem om de hoek) als rijke wereldvrouwen. We deden het allemaal met verve, we zijn natuurlijk heus wel ervaren op heel veel fronten en zeker geen glamour-nitwits.
Maar het ging mis op de thee.

Vegetale afdronk

High tea in het Amstel Hotel wordt geserveerd in ‘gangen’. De eerste gang zijn de koekjes en de scones, de tweede gang de sandwiches, dan is er een ‘warme tussengang’ en daarna komen de taartjes.
Natuurlijk moesten we wel een beetje lachen om iets wat gewoon een lekker broodje kaas was en wat daar overdreven chic lag te doen. En dat het kleine hamburgertje kwam van ‘een Japans rund dat speciaal is gemasseerd‘  kwam voor twee van ons echt als een verrassing; Daniella bleek het wakyu-rund echter wel te kennen en liet ons niet door de mand vallen.Maar ja, die thee dus. Bij elke gang kwam een ander soort thee. En die thee werd omschreven als ware het wijn. ‘Dit is de champagne onder de thee. De halfgefermenteerde blaadjes worden handgeplukt aan de voet van de Himalaya en zo krijgt het zijn milde vegetale afdronk’. Of: ‘De Tibetaanse naam voor deze thee komt uit China en betekent ‘drakenbrand’ wat verwijst naar het vurige karakter wat op zijn beurt perfect past bij het koekje met steranijs en suiker.’
Het meisje dat ons deze informatie verschafte keek er bepaald paniekerig bij. En terecht, want mij lukte het gewoon niet om niet -heel onaardig en onbeleefd- in keihard lachen uit te barsten. En het kwam de gesprekken tussen ons drieën ook ten goede, ineens werd alles ‘vegetaal’.

Eetbaar bladgoud

En dan te bedenken dat ik niet eens van thee houd.
Na de derde gang hield ik het niet meer uit en vroeg bij de muffin met eetbaar bladgoud om een simpel kopje koffie. Dat kwam – en stond later niet eens op de rekening.
Wat dan wel weer chic was.

Categorieën
Verhalen van de berg

Doe eens iets geks

De geweldige Bert Klunder zei het al, vooral als je gewoon op straat liep: ‘Doe eens iets geks, Anna van Praag.’
Ik heb me voorgenomen veel gekke dingen te doen in 2014. En gisteren ben ik alvast begonnen.

Ik was met Astrid en onze jongste dochters naar de familievoorstelling van het RO Theater. Astrid is niet alleen een van mijn liefste vriendinnen, ze kijkt ook nergens van op. Ik ken geloof ik niemand die zo vrij is van vooroordelen en (half vanuit naïviteit) zo heerlijk schaamteloos. Dus toen ze uit die propvolle zaal vrijwilligers zochten voor op het podium en Dicky van den Toorn tegen Astrid en mij fluisterde: ‘Jullie?’… Toen lachte Astrid vrolijk en stond op. En tsja, ik dus ook.
Allemaal heel leuk natuurlijk – als je actrice bent. Maar nee, ik hou niet van die spotlights. Het was bijna net zo erg als die keer dat ik me had laten verleiden om voor een zaal vol popmuzikanten Abba-karaoke te doen (oké, dat was nóg erger).
En alle gruwelijke dingen gebeurden ook. We moesten gigantische satijnen baljurken met hoepels aantrekken waardoor we eruit zagen als bonbons. En we moesten samen walsen op het midden van het toneel, terwijl ik dat niet kan. Maar goed, allemaal manmoedig en zelfs met flair gedaan in de armen van mijn lieve Astrid.
En natuurlijk maakten onze dochters er stiekem foto’s van. Ja, ik ben die vrouw in de roze jurk daar ergens achter. Laat je er vooral door inspireren: doe eens iets geks in 2014!

Categorieën
Verhalen van de berg

Spaanse dochter

Het is kersttijd en ik neem mijn oude moedertje feestelijk mee uit eten. ‘Je moet het koesteren,’  zeggen mijn vrienden. ‘Wees in het moment. Probeer er ondanks alles van te genieten.’

Had ik al geschreven dat ik in Nederland ben? Zo ongeveer de eerste afspraak die ik maakte was met mijn moeder. De vorige keer dat ik met haar ging eten, liep uit op een soort miniramp. Het Spaanse restaurantje waar ze gereserveerd had ‘zo leuk en lekker en ze maken alles zelf. Ik heb ze al verteld dat ik met mijn Spaans dochter zou komen’  nou goed, dat restaurantje dus, bleek onvindbaar. Zeker een uur hebben we rond de Nieuwmarkt gezwalkt, terwijl mijn moeder iedereen – zwerver, red light toerist, pakketbezorger op brommer – aanklampte; ‘Kent u misschien een Spaans restaurantje, zo leuk en lekker en ze maken alles zelf?’
Uiteindelijk strandden we bij een prima eetcafé, maar mijn moeder bleef pruilen. ‘En ik had ze al verteld dat ik met mijn Spaanse dochter zou komen.’
‘Ik ben blij dat ik eens niet Spaans eet,’  zei ik nog – maar die kwam niet aan.

Twee zielige klapstoeltjes

Deze keer is mijn moeder beter voorbereid. Ze staat me op te wachten en slaat linksaf in plaats van rechts. ‘Kijk, hier is het al.’
Het is geen restaurantje, het is een ijskoude ruimte die lijkt op een snackbar. ‘Kijk hoe leuk die stenen muren,’  zegt mijn moeder bibberend, maar dat is plakplastic.
In arren moede gaan we op de twee zielige klapstoeltjes zitten. Ik loop naar de toonbank. Er is kaas en worst en dat is het. Manchego-kaas en chorizo, dat wel. In een vrij treurige  poging om met mijn moeder mee te spelen zeg ik vrolijk tegen de jongen achter de toonbank: ‘Nou, het is net alsof ik in Spanje ben.’
‘Echt waar?‘  zegt de jongen. ‘Daar ben ik zelf nou nooit geweest.’
‘Jullie maken alles zelf,‘  zegt mijn moeder. ‘Zo leuk en lekker.’
‘Nou,‘  zegt de jongen. ‘Mijn oom heeft een groothandel en we komen zelf uit Turkije.’
Ik bestel kaas en worst en mijn moeder vraagt om een vork, een mes (‘mijn gebit is namelijk….’), een servetje, een glas, een rietje, een tandenstoker. Ze propt het eten in het servetje en dan in haar tas. En ze blijft maar staren naar een reusachtige chocolademuffin in de etalage. Ik geef haar die, ze verkruimelt hem over de vloer, harkt de kruimels daarna woest op met haar wandelstok. En eet ze op.

Poep

Nadat we tien keer hetzelfde gesprek over de kleinkinderen hebben gevoerd, wil ze naar het tehuis terug. ‘We hebben zo leuk en lekker gegeten, mijn Spaanse dochter en ik,’  zegt ze tegen iedereen -maar dan ook echt iedereen- die we onderweg tegenkomen.
Haar kamer stinkt naar poep en ik deins even achteruit. Maar ze klampt zich aan me vast en zegt gespeeld-zielig: ‘Je mag nu niet weggaan, ga niet bij me weg.’
Ik knik, ga op de bank zitten, voer nog een keer hetzelfde gesprek over de kleinkinderen, terwijl ik probeer niet aan poep te denken. Ik begin haar zelfs iets wezenlijks te vertellen over mijn leven, iets waar ik mee worstel.
Maar dwars daardoorheen zegt mijn moeder: ‘Ik ga mijn pyjama aandoen en lekker in bed tv kijken.’
Ik sta weer op en deze keer lijkt ze tevreden. Ze zwaait me uit en dan zegt ze nog: ‘Je hebt me even heel gelukkig gemaakt.’

Daar zou ik kunnen eindigen, heel ontroerend.
Maar zo eindigt het echt: ik ga steeds sneller lopen en in de lift spuit ik alles onder de parfum, inclusief een of andere lispelende gnoom in een rolstoel die er al in staat. Koesteren, genieten? Op het sputterende ritme van de gnoom sta ik onafgebroken en niet eens zo heel zachtjes te vloeken.

Categorieën
Verhalen van de berg

Geen kerstverhaal

‘Mam! Er staat iemand voor de deur met meloen en kip. Willen we iets kopen?’
‘Ach, doe maar wat kip,’  roep ik argeloos.

Wie wil zien hoe crisis eruit ziet, kan op het platteland van Zuid Spanje komen kijken. Het schijnt dat de prijs van de olijven nog steeds omlaag holt en alle andere prijzen (zoals gas) omhoog. Dus de mensen hebben het armoedig. En sommige scharrelen er wat bij. Helaas niet al te inventief, zo heb ik deze week al drie keer boeren met meloenen te koop aan de deur gehad – terwijl onze eigen tuin ook nog vol zit. En niemand bij ons eigenlijk van meloen houdt.

Scharrelkippiger

‘Mam! Het zijn echte levende kippen die hij in zijn auto heeft! Hij werd er helemaal wild van dat we er eentje willen kopen. Wat nu?’
In een split second geef ik mezelf een brainwash: kom op, je woont op het platteland of niet. Scharelkippiger kan je het niet krijgen.
‘Eh, zeg maar dat we een kleintje willen. Maar wel schoongemaakt, dan moet hij dat morgen komen brengen ofzo.’
Kijk nou hoe profi ik dit aanpak, denk ik nog.
Maar twintig minuten later komt mijn dochter alweer aanhollen. ‘Mam! Hij heeft die kip geslacht voor de deur en nu staat hij daar. Nu moet jij echt komen! Nu, mam, nu!’

Killer

Tsja en dan sta ik ineens tegenover een vreemde boer met armen tot over zijn ellebogen onder het bloed als een serial killer. De kip als een trofee vast aan de kop.
De boer is inderdaad wild, zoals mijn dochter zei. Superblij dat ie weer eens een klant heeft, geld om boodschappen te doen, weet ik veel.
Maar terwijl hij straalt en kletst en nog meer kletst, zie ik alleen maar dat bungelende warme lijfje.
Het is een meisje. Die kip. Een klein bloot meisje.
Ik denk aan de andere dochter, de vegetariër en dierengek, die natuurlijk gaat huilen als ze dit blog leest. Tegelijkertijd staat de boer voor me te glunderen en te stralen als een kerstboom met zijn arm uitgestrekt. En iemand moet die kip aanpakken.