Categorieën
Verhalen van de berg

Groupie

Mijn allereerste concert was op Texel, mijn vader nam me mee naar de popboerderij Sarasani waar de Franse jongensgroep Les Poppys optrad. Ademloos heb ik voor het podium gestaan, vol van een nieuw soort verering: voor die ene jongen met die lange pony die steeds voor zijn ogen viel en die echt – ik wist het zeker- zijn onbegrijpelijke Franse liefdesliedjes helemaal alleen voor mij stond te zingen.

Dit soort gedrag gaat over, denk ik, als je ouder en wijzer wordt. Maar helemaal zeker ben ik niet want ik heb het nog steeds. Zo weet ik nog heel goed hoe Huub van der Lubbe van De Dijk (hm, ik hoop niet dat hij dit leest) toen ik een jaar of vijfentwintig was niet alleen Bloedend Hart maar een heel concert lang aan mij heeft opgedragen.
Misschien was het zelfs wel de reden dat ik bij het Amsterdams Uit Buro ging werken: altijd als eerste op de hoogte van concerten, altijd vooraan. Een huiskamerconcert van Lou Reed in de Beurs van Berlage. David Bowie in de schouwburg, zo dichtbij dat ik hem kon aanspreken: ‘Mister Bowie…’  En toen hij me inderdaad aankeek met zijn tweekleurige ogen (een bruin en een groen), schrok ik zo dat ik snel om een handtekening vroeg. En kreeg!
Heel veel later nog een keer James Brown in een geheim en per ongeluk gevonden clubje in New York. Ja, die heeft toen nog Sex Machine voor me staan doen…

Wonder

In dat rijtje hoort natuurlijk ook Stevie Wonder, alleen kan die jou niet aankijken. Maar wel aanraken – en precies dat is mijn man deze week overkomen. Hij stond naast hem in New York op een podium, ze kregen allebei een prijs. En Ilco vertelde hem razendsnel wat over MasterPeace, waarop Stevie zei: ‘Cool man’ en zijn hand pakte! Dat is nog bijzonder dan gezegend worden door paus, en zeker veel opwindender.
‘Waarom reageer je niet?’  vraagt Ilco als hij mij belt, een paar uur na de blessing en de stoere foto’s inmiddels overal op Internet staan.
‘Ik heb het super druk,’  zeg ik tegen hem. En dat is waar. Maar ja, nog waarder is: hoezeer ik het mijn man ook gun en hoe verdiend en terecht enzovoort, ik ben gewoon heel, heel erg puberachtig jaloers…

Categorieën
Verhalen van de berg

Kerstverhaal

Ik zit verstopt in een kabouterhuisje en ik wil er niet meer uit.

December is de drukste tijd voor de olijfboeren en de kerstsfeer is hier dan ook ver te zoeken. Ook met de kerstdagen wordt er stug doorgeplukt. Kerstbomen zijn niet te krijgen, winkels hebben hoogstens een sneu slingertje hangen. Er is geen kerstbrood en geen kerstdiner, je hoort nergens een kerstliedje. Komt op zich wel goed uit want ik schrijf mijn vingertoppen helemaal eeltig aan de deadlines. En ondertussen is het racen van de ene school naar de andere voor rapportgesprekken, schoolreisjes en andere hoogtepunten uit de overvolle agenda’s van de meisjes.

Grootjes keuken

Maar dan beland ik dus in een kabouterhuisje in een vallei met een tuin vol oude rozen. Daar wonen een door tijd en wereld vergeten Engelse opa en oma.
‘Ik heb mince pies gemaakt voor je kinderen,’  zegt de vrouw trots en haar man glundert: ‘Misschien geeft ze je wel het recept.’
En zo val ik ineens terug in de tijd, in grootjes keuken. Het ruikt er zelfs zoals ik me herinner van heel vroeger, de geur van Franse boerenrestaurants, van echt eten dat urenlang heeft staan sudderen op een klein vuurtje.
Het is ook een verhaal van Charles Dickens want daar komt het vrouwtje al op de proppen met haar Christmas Pudding en haar Christmas Fruit Cake. ‘Hoe langer ze staan, hoe lekkerder.’ En de Mince Pies natuurlijk ‘maar die moet ik verstoppen, anders eet mijn man ze allemaal achter elkaar op en blijft er niks over voor de gasten.’  Stralend kijken ze elkaar aan, want zij zijn het zelf, de kerstgasten – en wat hebben ze een voorpret. Bij de haard staan hun beider leunstoelen (net zoals in de film Up). En hun gitaren, want als straks het vuur brandt spelen ze samen een kerstduet.

Weg is de stress die ik net nog had van het werken aan een sprookjesboek. Of misschien ben ik gewoon mijn eigen sprookjesboek in gerold, dat kan ook natuurlijk. Ik ga voor altijd in deze kerstige boerenkeuken blijven zitten en de allerlekkerste Mince Pies eten!
Of nou ja, laat ik dan in ieder geval het recept meenemen, ik mag het overschrijven uit een heel oud beduimeld schriftje.

Recept

Neem 30 gram niervet… oké, het mag ook met boter.
Smelt het in een pan met 100 gram bruine suiker, 100 gram rozijnen, 100 gram krenten, 100 gram pruimen in stukjes, sap en geraspte schil van 1 citroen, 100 gram cranberries, 1 appel in stukjes, een scheut amandelessence en een halve theelepel van de volgende kruiden: gemalen kruidnagel, kaneel, gember, nootmuskaat, zout. Voeg een kopje brandy toe en laat het een maand staan in een weckfles.
Voor de taart of taartjes maak je je eigen pastry-deeg, bij voorkeur een dag vantevoren, bijvoorbeeld van 225 gram bloem, 120 gram boter, een eigeel, zout en zoveel water als nodig is. Rol het uit en bedek er muffinvormpjes mee, vul ze met het mince-mengsel en bedek weer met deeg, beetje eigeel, suiker. 25 minuten op 180 graden.

Categorieën
Verhalen van de berg

Monumentje tegen de vergankelijkheid

Daar staat ie. Ik wist niet dat ik hem wilde hebben, totdat ik hem zag. Maar nu denk ik: hoe kan ik ooit zonder geleefd hebben?

Ik mopper met enige regelmaat op mijn ex-uitgevers die razendsnel al mijn boeken in de ramsj gooien zodat er niks meer overblijft. Ik heb notabene een beurs gekregen voor ‘oeuvrebouwers’ – hoezo oeuvre? Als de bibliotheek niet bestond, zou niemand ooit meer kunnen traceren dat ik met bloed, zweet en tranen vijftien prachtige kinderboeken gemaakt heb.
Maar zelf ben ik eigenlijk ook best erg.

Duizenden dikke spinnen

Als je een boek schrijft, krijg je er zelf ook een doosje van. Soms koop je er nog wat bij (altijd een beetje zielig, je eigen boek kopen), of je koopt een stapeltje weg van de versnipperaar (nog veel zieliger). Ik doe het niet teveel, geen zin om mijn eigen winkeltje te beginnen, maar inmiddels heb ik toch wel een behoorlijke hoeveelheid Anna van Pragen in huis.
Die bewaarde ik eerst in een mooie, fijne kast. Maar we wonen op de campo in een oud huis, dus die kast heeft als het regent schimmel op de muren, aan de binnenkant. Net voor al mijn boeken waren vergaan (ze roken al heel raar), haalde ik ze eruit en zo lag er al jaren een enorme boekentoren naast de tv. Maar we wonen dus op de campo enzovoort, dus stof, duizenden dikke spinnen… die boeken lagen daar langzaam te versterven. Elke keer als ik het zag, keek ik maar snel een andere kant op. Zo’n groot huis en geen plek voor mijn boeken.

Nieuw en veilig

Totdat ik dus in een boekenwinkel in Granada die koffer zag. Een lekker grote soort hutkoffer die ruikt naar nieuw en veilig. Daar moeten mijn boeken in – ik wist het meteen. Het is een verjaardagscadeautje, dacht ik, toen ik het prijskaartje zag. Ik ben alleen nog lang niet jarig. Gelukkig had ik mijn oudste dochter bij me, die meteen zei: ‘Mam, dat moet je doen, straks is ie weg. Ik help je wel met sjouwen.’
Dus nu staat die koffer hier naast mijn bureau te getuigen van heel, heel veel labour of love. Ik hou niet zo van spullen, maar deze koffer… Als ik straks oud ben en er is echt nergens meer een boek van mij te krijgen (misschien bestaan de boeken dan helemaal niet meer), dan wil ik nog steeds die hutkoffer bij me hebben. Dan doe ik hem af en toe open en kijk erin. Anna van Praag, schrijfster.

Naschrift. Mijn oudste dochter leest dit blog en zegt geëmotioneerd: ‘Mam! Ik vind hem zielig. Voel je dat echt zo?’
Ik moet lachen en zeg: ‘Niet zielig, realistisch. En ik ben écht heel blij met die koffer, mijn eigen kleine monumentje tegen de vergankelijkheid.’
Maar die komt niet echt aan, geloof ik.

Categorieën
Verhalen van de berg

Stoerder dan George Clooney

‘Ga je die mannen verleiden?’  vraagt Dunya. Ik heb net gevraagd welke kleur bloem ik vandaag in mijn haar zal doen. ‘En deze ketting staat het leukst bij dit bloesje, toch?’
Dunya doet ondertussen de pop die ook onderdeel is van het charme-offensief mascara op en ik ben me scherp bewust van het totaal verkeerde voorbeeld dat ik geef .

Ik zie er al twee weken tegenop. Wat zeg ik -al twee jaar. De Spaanse autokeuring is een soort kermisrit. Je gaat naar een of andere loods – bij voorkeur ver en onvindbaar- en daar rijd je een ingewikkeld traject langs mannen en apparaten. Je krijgt een telefoon mee met ruisende, onverstaanbare plat-Andalusische opdrachten: ‘Rem. Gas. Lichten.’ Ergens anders word je dan gemeten en doorgelicht.
Onze Afrika-Landrover draait op liefde, verder is het één brok roest. Twee jaar geleden was het al een soort wonder dat hij door de keuring kwam. En toen heb ik dus kennelijk zo mijn best gedaan (kort rokje, kinderspeelgoed op de achterbank, en een uiterst irritant hulpeloos giecheltje waar mijn meiden – good for them– nooit tegen kunnen als ik dat doe) dat ze de auto van pure verbijstering voor twee jaar in plaats van één hebben goedgekeurd.

Ik Ben Een Stoer Wijf

Maar ja, dat was dus twee jaar geleden en de auto is er alleen maar doorleefder op geworden. Er is bovendien zo’n grote deuk in gereden (nee, niet door mij haha) dat er een nieuwe zijmotorklep of hoe heet zo’n ding uit Nederland moest komen (want hier niet te krijgen) en daar heeft de garage tot diep in de nacht nog aan zitten sleutelen. ‘Elke keer als ik er één schroef uithaal, verpulveren er drie andere,’  zei het garagemannetje somber. ‘Gaat ie nu door de keuring komen?’  vroeg ik, maar daar gaf hij niet eens antwoord op.
Dan is er ook nog de kwestie van het uitlaatgas dat te vies is en waarvoor ik van onze Spaanse vrienden instructie heb gekregen om er met een praktisch lege tank naar toe te gaan ‘en dan vlak voor je naar binnen gaat nog even heel hard gassen om het roet eruit te krijgen’. Van dat soort dingen word ik nogal zenuwachtig, dus ik stond vanmorgen op met een slachtbank-gevoel. Ik had zelfs geen repliek toen Ilco -die vrolijk met de taxi vertrok om naar New York te vliegen voor zijn prijs- en passant nog even meldde dat George Clooney ook bij de uitreiking zou zijn.
Ik ben een stoer wijf, had ik als mantra bedacht, gisteren al. Ik Ben Een Stoer Wijf.

Nu zachtjes remmen

Ik verdwaalde maar twee keer en niet eens heel ernstig. En ik dribbelde dapper tussen alle mannen door de loods en liet me (rokje, kinderspeelgoed enzovoort) door niemand intimideren. Toen ik aan de beurt was, boog ik bevallig uit het raampje en wierp bewonderende blikken op de apparatuur die de uitlaatgassen moest testen. Ik liet ze aan mijn stuur draaien (naast mij reed een boer het gat in – dat was mij nooit overkomen), en voerde afleidende gesprekken: ‘Weet je dat zo’n keuring in Nederland helemaal niet zo grondig gebeurt? Wat, sluit dat portier niet meer? Wat gek. En dat mistlicht… o ja, dat gebruik ik eigenlijk nooit. Maar wat ik dus wilde zeggen: in Nederland….’ En alleen maar één keer gilde ik hoog en tuttig, toen ze zeiden: ‘Nu zachtjes remmen‘  en ik keihard remde en de auto met een enorme klap achteruit van het remtestding vloog (bijna – maar net niet- over de voeten de mannen die stoicijns de remlichten bleven checken).
‘Hier heb je de papieren,’  zei het liefste van alle keuringsmannetjes aan het eind. ‘Goedgekeurd. Twee jaar.’
Helaas lukte het me totaal niet om de verbazing uit mijn stem te krijgen. ‘Hoef ik niet eens terug te komen? Is ALLES goed?‘
En toen kwam hij toch nog, de vette knipoog. ‘Nou ja alles… Laten we zeggen min of meer.‘
Ik doe het ervoor. Zo’n ouwe afgeragde oldtimer in Spanje door de keuring krijgen, ja dat is stoer.

Categorieën
Verhalen van de berg

On the edge of glory

‘Somewhere, on a distant mountain…’ Zo zou de film van mijn leven beginnen – volgens mijn dochters dan.

Het is een of andere app: filmtrailers maken met filmpjes en foto’s van bekenden. Dunya is ermee begonnen en haar filmpje over Chaia (veel paarden erin) heeft als interessante titel: ‘On the edge of glory’.
Ik ben elke keer weer verbaasd over hoe perfect drietalig mijn dochters zijn en hoe makkelijk met taal, zelfs die kleine Dunya. On the edge of glory: een film over je zus die je adoreert en geweldig vindt en waar je tegelijkertijd het hardst mee moet vechten.

Too sexy

Het filmpje dat ze over hun vader maken heeft het liedje ‘I’m too sexy’  als soundtrack, ook al verrassend goed gekozen. Het combineert heerlijk met de vele trotse foto’s die Ilco alleen al op zijn facebook timeline heeft staan.
Goed, en dat filmpje over mij dus. Zelf doe ik niet anders dan scenario’s schrijven voor mijn leven. Niet alleen wensscenario’s, ook gewoon terwijl het gebeurt, dat leven. ‘Jij kan niet eens over straat lopen zonder dat je denkt: ‘Ik loop op straat‘  zei Bloem een keer verbijsterd. Klopt. Ik zie mezelf altijd bezig en ik verzin er het verhaaltje bij. Niet eens beroepsdeformatie, altijd al gedaan.
Wat natuurlijk heel anders is dan een verhaal dat anderen over je maken. Wat zien mijn dochters: een originele moeder, een chaotische, eentje die met enige regelmaat steken laat vallen?
Niet eens een moeder, zo blijkt. Mijn filmtrailer zou volgens hen dus beginnen met die bergen en dan langzaam inzoomen op een vrouw die daar zit te schrijven. Het bouwt op naar de cliffhanger, de zin waardoor je denkt: die film móet ik zien.
In dit geval, nog steeds volgens mijn dochters (en denk er een vette Amerikaanse voice over bij): ‘Will she ever write a bestseller?’

Categorieën
Verhalen van de berg

Memory lane

Het is het weekend van Ilco en Nelson.

Er komt zomaar een wonderbaarlijk bericht van de Verenigde Naties binnen. Ilco en zijn maatje Mohammed krijgen een belangrijke prijs voor het vredeswerk van MasterPeace. Of ze nog deze maand even naar New York willen komen om die prijs op te halen uit handen van Ban Ki Moon himself. O ja, en Stevie Wonder zal er ook zijn.
‘Ik zou nog liever Stevie Wonder ontmoeten dan Nelson Mandela,’  zeg ik jaloers. Een paar jaar geleden zou Ilco voor zijn toenmalige project Dance4Life naar Mandela gaan (maar toen was hij al ziek en nam Desmond Tutu het over).
Ilco lacht met de bravoure van de winnaar. ‘Nee, Mandela boven alles. Die staat nog steeds bovenaan mijn bucket list.’
De dag erna is Mandela  dood.

Radio Freedom

Meteen ben ik dertig jaar terug in de tijd.
Ik was vijftien en Ilco was mijn held. En Mandela de zijne. Dus terwijl andere kinderen dates hadden in de bioscoop en gingen dansen op een feestje, reisden wij met de trein door het land met spandoeken en collectebussen.
We voerden actie voor het ANC, wat toen nog niet bepaald salonfähig was en voor Radio Freedom want toen al geloofde Ilco in in muziek als allergrootste wapen voor de de vrede. In die tijd begon hij ook met Bevrijdingspop – en ik smeerde de broodjes voor de artiesten.
Waar Ilco de kunst perfectioneerde van het mensen overtuigen voor een goed doel, haakte ik al snel af. De verschrikkelijkste verwensingen kreeg ik soms te horen als links meisje met buttons en collectebus. Het was voor het eerst dat ik ontdekte dat mensen helemaal niet zo leuk zijn -en ik ben de schok geloof ik nog steeds niet helemaal te boven.

Vijftig

De projecten van Ilco werden steeds groter en geliefder. Hoe lang geleden voelt het dat hij door de ordedienst van het CDA letterlijk -au- aan zijn haren een zaaltje uit werd gesleurd terwijl hij schreeuwde ‘Is dit nou democratie?’ (Er moet nog ergens een krantenfoto van zijn).
Maar ikzelf stapte ergens uit onderweg, bij de halte van het boekenschrijven.

Vandaag wordt Ilco vijftig -ook al zo ongelooflijk- en krijgt een vredesprijs en Nelson Mandela is dood. Ik kan niet precies uitleggen hoe maar in mijn hoofd vloeit alles samen.
(en ja dat zijn Ilco en ik op de foto)

Categorieën
Verhalen van de berg

Appeltjes

Schrijfmeschrijfmeschrijfme, roept mijn boek – gelijk de appeltjes van vrouw Holle die uit de boom geplukt willen worden en wel nú. En ik schrijf een ontmaagdingsscène parallel aan een allerzoetst sinterklaasgedicht – twee documenten naast elkaar open.

‘Wij schrijvers zijn kampioen in dubbellevens,’  zei mijn vriendin Jowi een tijdje geleden.
Toch wringt het aan alle kanten. Ik moet wel eens denken aan een andere schrijfvriendin, van vroeger: Maya. Zij schreef een boek (Met onbekende bestemming) waarin de hoofdpersoon, een kunstenares, uiteindelijk haar kind vermoordt omdat ze anders niets meer kan maken.

Vacuüm

Ik heb mezelf een willekeurige deadline gesteld, de verjaardag van mijn ex-uitgeefster Liesbeth (‘geef me dat dan als cadeautje’) omdat het goed werken is in een vacuüm. Maar ja, daar zit ik zelf nu dus ook in. Ik bak speculaas en in mijn hoofd is het zomer en dansen er mensen op het strand, ik voer een goed gesprek met mijn man en dwars daar doorheen denk ik: ‘O god, hoe wordt dat meisje straks wakker en dan, wat gebeurt er dan?’
En dan is er nog het rennen voor een goede inval. Hoe vaak ik niet de auto in de berm knal, een gesprek halsoverkop afbreek, uit de keuken kom struikelen, supermarktbonnetjes volpen met dat ene zinnetje, dat ene woordje…
Ik ga niemand vermoorden, maar ik zou op dit moment niet mijn eigen kind willen zijn. Of mijn echtgenoot of eigenlijk iedereen in mijn buurt.
Schrijfmeschrijfmeschrijfme.

Categorieën
Verhalen van de berg

In and out of Montefrio

Voor goede tussenderegelsdoorlezers is het vast niet zo’n verrassing dat ik mezelf af en toe weer wegdroom uit Montefrio.

Vijf jaar wonen we hier nu en ik betrap mezelf bij vlagen op het idealiseren van grote, vieze steden, en de interessante ontdekking dat overal rust en ruimte je eigen onrust niet speciaal kleiner maakt.
Soms zit ik lang en verlangend naar die reis-Landrover voor de deur te staren. Ik wil zo vaak mogelijk in een vliegtuig -maakt niet uit waarheen- en laatst hoorde mezelf tegen Ilco zeggen (en het was maar half een grapje): ‘Zullen we in een hotel gaan wonen?’

Blessings

Nee, we gaan natuurlijk niet halsoverkop weg, dus ik tel mijn blessings.
Het hyperbewustzijn dat ik hier heb ontwikkeld bijvoorbeeld en dat af en toe lijkt op trippen: dat er water er uit de kraan komt en hoe het stroomt in mijn handen. De geur van goed eten in de boerenkeuken. Het geluid van vuur. Hoe de volle maan je nacht kan veranderen.
En dan is er uiteraard de omgeving, soms per ongeluk. Zo reed ik gisteren door de gouden heuvels waar de meisjes altijd galopperen met de paarden. Op savannen lijkend landschap, helemaal omdat ik er ook nog de muziek van Out of Africa bij op had. Kristalheldere lucht erboven. Perfecte stilte.

Categorieën
Verhalen van de berg

Zwarte zigeuners en orgaandieven

‘Heb je het al gehoord?’  Het lijkt hier Under Milkwood wel. Roddelende vrouwtjes op straat, de meest fantastische verhalen vliegen je om de oren.

Goed, ze lezen hier niet, ze zien geen films, geen theater, zelfs het surfgedrag gaat niet veel verder dan de provincie Granada (als ik de posts van mijn lokale facebookvrienden mag geloven) – hoe komen ze dan aan al die urban myths?

Kinderlokkers

Laatst was er weer zo’n heerlijk verhaal. ‘Ik mag niet meer alleen de schoolbus uit,’  zegt Dunya, ‘je moet me vanaf nu altijd komen ophalen, zodat de chauffeur het ziet. Want er zijn kinderlokkers gesignaleerd, die maar één doel hebben: je organen stelen.’
En als Chaia later uit school komt met precies hetzelfde verhaal, wordt ze woedend op mij als ik simpelweg weiger elke middag bij de halte van de schoolbus te staan. ‘Dan kan Dunya nooit meer thuiskomen, dan moeten ze haar in de bus houden. En als er dan toch iets gebeurt, is het allemaal jouw schuld.’
Ondertussen probeer ik me voor te stellen hoe zo’n obscuur orgaanziekenhuis er uit zou zien. Waar is dat dan? Ergens verstopt in een van de spookwijkjes tussen de olijven, in een urbanizacion muerte?
Wijs mij vooral zo’n geweldig geoutilleerd ziekenhuis in een omgeving waar je voor simpel gips om je pols al een uur moet rijden…

Chanel

En gisteren werd ik gewaarschuwd door de man van de ijzerwinkel. ‘Er reizen drie mannen met parfum door de campo, zigeuners. Ze laten je het ruiken en dan blijkt het een verdovend middel te zijn. Je valt in slaap en ze stelen je huis leeg.’
De enige mannen met parfum die ik zie zijn Westafrikanen met fake Chanel, op zich een vrij nieuw beeld in Montefrio. Maar dat zijn toch geen zigeuners?
‘Ik heb wel een tip voor als ze komen,’  zegt een vrouwtje samenzweerderig. ‘je zegt gewoon: ruik eerst maar eens zelf.’
Een gouden tip inderdaad. Dus daar zit ik nu goed voorbereid op de berg, te wachten op drie zwarte zigeuners die als een soort drie koningen met mirre aan mij voorbij zullen trekken. Bedwelmen zal ik ze!

Categorieën
Verhalen van de berg

De muziek helpt ons er doorheen

‘Je moet hier een blog over schrijven, ‘ zegt mijn lieve Chaia, ‘en dan heet het ‘De muziek helpt ons er doorheen’.

Heb ik al eens gezegd dat ik niet houd van autorijden? En vooral niet in de nacht, in de mist, in de regen, in de bergen met vorst aan de grond.
En dus moest ik laatst… precies.

Nachtblind

We vertrokken om een uur of zes, en waren pas om acht uur in Granada om Bloem op te halen, een reisje waar je normaal drie kwartier over doet. Het begon al met dat ik dacht: wat zie ik toch weinig. Ik ben een beetje nachtblind, maar zo erg…? Dat dacht ik al een dag of drie maar nu ontdekte ik pas dat de voorlichten kapot waren. Er scheen alleen één zo’n piepklein bijlichtje.
Gelukkig hielp de man van de garage me even uit de brand door iets onduidelijks bij te stellen onder motorkap. Echte stoere vrouwen letten dan op wat en hoe, maar ik stond er alleen maar bij te giechelen. Zodat ik tien minuten later -we waren inmiddels in dichte mist en ver voorbij een dorp of stad, dacht: ‘Ben ik nou gek of…?’

Afgrond

Zo ging dat licht dus naar willekeur aan en uit. En met groot licht door de mist rijden, bleek totaal geen optie (probeer het maar eens).
Mijn twee jongsten waren ondertussen allerliefst. ‘Rustig mam, heel goed. Daar komt een bocht naar links zie je, nu even extra langzaam, pas op voor die tegenligger, kijk uit daar is de afgrond.’
Tegen de tijd dat we in Granada waren, waren mijn handen ijskoud van puur angstzweet. Toen vervolgens ook nog alles opgebroken en afgesloten bleek voor een metro die al jaren nooit komt, kostte me dat mijn allerlaatste grammetje vrolijkheid.
‘Papa gaat hier altijd tegen de richting in,’  zeiden de meiden voorzichtig.
‘Hoe kan dat nou met die stroom tegenliggers,’  grauwde ik.
‘Papa gaat dan over de stoep en door dat parkje…’
‘En ik niet!’  gilde ik hysterisch en na het zoveelste zinloze rondje barstte ik keihard en onmoederlijk (wat is dat nou voor voorbeeld?) in tranen uit.

Tactiek

Toen we eindelijk bij Bloem waren, moesten we weer terug, met iets minder mist gelukkig, maar nog steeds met dat moeilijke licht in het duister.
Bloem had meteen een tactiek: ‘Jongens, we gaan Sinterklaasliedjes zingen.’
Nu ken ik – en Bloem ook- de meest obscure Sinterklaasliedjes uit mijn hoofd en van echt alle liedjes alle coupletten, dus daar waren we heerlijk lang mee bezig.
En daarna gingen we over op kampvuurliedjes, Streets of London, Suzanne, af en toe zelfs tweestemmig. Dunya viel er zachtjes bij in slaap.
Het werd een lange, loodzware, maar toch ook dierbare tocht door de nacht terug naar huis.