Categorieën
Verhalen van de berg

Kom maar bij mijn vuur

Ik neem jullie even mee naar de ijle lucht boven Zuid Spanje. Naar bevroren bergen met daarop één golvende zee van olijfbomen. We zoomen in op één van die bergen: een heel groot boerenhuis met overal verdwaaltrapjes en kamertjes met balken aan het plafond en muren van een halve meter dik.
En in één van die kamers, daar gebeurt het.

Het kan koud worden in de bergen, zeker ‘s nachts. Of zoals mijn favoriete zigeuneromaatje zegt als ik haar in het dorp tegenkom: ‘La noche… es fatal!’
Niemand hier heeft centrale verwarming behalve wij. Er staat buiten een enorme Hans en Grietje- oven om alle radiatoren heet te stoken en die oven werkt op olijfpitten. Maar zolang de olijfoogst nog niet is begonnen, draaien de machines nog niet om al die maagdelijke olijfolie te persen. Dus zijn er ook nog geen pitten.

Leesschrijfkamer

Daarom doen wij nu wat iedereen hier doet: een stoof onder de tafel en grote houtvuren in de kachels. Als Ilco er niet is beperk ik me tot één vuur – in de kamer die we ‘de leesschrijfkamer’  noemen. Daar staan alle boeken, grote zachte banken en de tv. En die houtkachel dus.
Elke dag begin ik met daar bibberend een vuur van olijfhout te maken. De poes ligt dan al klaar op het grote kussen dat de meiden voor de haard hebben gelegd. En daar -op dat kussen en in de grote leunstoel ernaast, leven wij nu zo’n beetje. Ik zit er urenlang te schrijven al starend in de vlammen. En als de meisjes uit school en van de paarden komen, met bevroren handen en voeten, dan rennen ze naar dat kussen en die stoel. Daar doen ze huiswerk, checken hun media, daar eten we, lezen we voor, daar gebeurt alles nu.
Zin om er even bij te komen zitten?

Categorieën
Verhalen van de berg

Vervloekt!

Het wachten op de olijfoogst veroorzaakt een surrealistische stilte-voor-de-storm over de campo. Maar mijn verschrikkelijke woorden laten heel even de hemel openscheuren.

Je moet niet te vroeg oogsten want er kan altijd nog een buitje overheen gaan dat de olijven net iets dikker maakt. Te laat is ook niet goed, en teveel regen ook niet. En verder is het net als vroeger op het schoolplein al was dat toen met knikkeren: van de ene dag op de andere begint ineens het seizoen. Dan is er tractorfile op de weg, en overal dappere plukkers in de vroege vrieskou van de Spaanse bergen.

Dorpsheks

Vriendin Toñi is een van die plukkers. Dag in, dag uit. En dat terwijl ze helemaal nog niet zo lang geleden is bevallen en ‘s avonds nog een schoonmaakbaantje heeft. En ze is ook steeds ziek. ‘Dat komt door een vervloeking,’  vertelt ze. Dat heeft de dorpsheks van Montefrio haar verteld en Toñi weet zelfs van wie die vervloeking komt. ‘Mijn verschrikkelijke bazin haat mij op de een of andere manier en doordat zij mij vervloekt ben ik nu steeds ziek. En anders mijn kind wel’
En er is niks aan te doen, geen voodoo-achtige remedie helpt ertegen.

Ongeluk

Dat verhaal zit nog in mijn hoofd als ik hoor dat mijn oudste dochter met brommer en al van de weg is gereden. Bont en blauw is ze, schooluniform onder de modder, jas kapot. Het was een olijfboer die ze zo gauw niet herkende, vertelt ze geschrokken, en die zonder te kijken vanuit de campo met zijn vrachtauto de weg op reed – en weer door, hij stopte niet eens om haar uit de modder te helpen.
Woedend ben ik, ik tril ervan.
Worden wij niet allemaal tijgermoeders als ze aan onze kinderen komen? Misschien is dat een piepklein beetje een excuus voor wat ik nu doe.
Ik staar over de campo, verhef mijn stem en roep (ja ik roep het echt, en de bomen sidderen, de wolken rommelen, de grond onder Montefrio trilt ervan): ‘Moge de olijven van de boer die dit op zijn geweten heeft, dit jaar verschrompelen aan de bomen en zijn oogst totaal verpest zijn!’
Nee, daar ben ik niet trots op. Maar als het werkt weten we in ieder geval wel welke boer het was…

Categorieën
Verhalen van de berg

De logistiek van het geloof

Ze is tien jaar en ze gelooft nog. En volgens mij over tien jaar nog steeds.

We vinden het allemaal té leuk, haar grote zussen voorop: het hele verhaal van Sinterklaas vol uitspelen. En tsja, er is hier natuurlijk verder niemand om haar uit de droom te helpen.

Voor het hoofd slaan

Het heeft zeker ook voordelen, zo’n ouwe gelovige. Neem nou de ingewikkelde intriges van het Sinterklaasjournaal – geen kleuter die dat snapt. Dunya daarentegen zit voor de tv al van tevoren te zuchten: ‘Wedden dat het zo weer mis gaat met die Paniekpiet en die staf?’ (om vervolgens, als de staf inderdaad in een vuilnisauto belandt, zichzelf in diepe frustratie letterlijk voor het hoofd te slaan).
Ze kent en herkent alle pieten van voorgaande jaren en snapt zelfs de zeldzaam ingewikkelde logistiek van het als Nederlandse gelovige wonen in Spanje. Want: Sint woont hier (Spanje) en daar gaat hij weg naar Nederland. Toch zal Dunya (die verder bijzonder weinig heeft met Nederland behalve een paar iconen als ‘Hema-worst’) uit volle borst meezingen met de stoomboot die aankomt en Sint Nicolaas brengt. Daar is hij eindelijk. Ja, daar! Nu mag ze haar schoenzetten – nee, niet daar, hier. In Spanje. En zelfs bonst hij hier op 5 december op de deur en brengt een zak cadeautjes.

Bejaarde benjamin

Soms denk ik dat ze allang niet meer gelooft maar er het nut niet van inziet om die gedachte goed door te denken. Zo lang je als benjamin het middelpunt bent van pakjesavond is het goed toch? Zelfs al ben je zolangzamerhand een vrij bejaarde benjamin.
Het is niet dat ze niet slim is ofzo. Want toen er tijdens de intocht even sprake van was dat Pakjesboot 12 de verkeerde kant op voer, terug naar Spanje, en wij daar samen met Dieuwertje enorm van zaten te balen, zei zij heel rustig: ‘Juist goed hoor. Laat die boot maar lekker weer terugkomen met alle cadeautjes. Hierheen, naar Spanje.’

Categorieën
Verhalen van de berg

Mijn glamourleven deel 2

Vriendin Esther stuurde een mail die ‘oneerbaar voorstel’  heette. En ik zei meteen ja.

Er was een tijd dat ik elke avond uitging, naar de film of naar het theater.
En daarna was er een tijd dat ik zeker één keer per week uitging.
Toen ging ik in een Landrover wonen en in Zuid Spanje is het leven rijk en bijzonder, maar uitgaan… nee.
Dus als Esther zegt: ‘Er is een voorstelling… heel bijzonder… nog niet ontdekt pareltje… ik moet erheen en eigenlijk wil ik met jou’, dan zeg ik meteen ja.
Ook al is die voorstelling helemaal in Brussel.

Decadent

Dus zo reis ik decadent van Istanbul door naar Brussel, alsof er niet hele oerbossen worden geruineerd door al dit soort onverantwoord heen en weergevlieg.
En dan loop ik ineens met Esther door barok Brussel, me als een goeie toerist te vergapen aan al die gouden gebouwen. Chocola en wafels en patat. En Esther, vooral Esther. Hoe heerlijk zijn de eilandjes in de tijd dat je met een goeie vriendin in een barok hotel in een net iets te klein bedje tot diep in de nacht het leven ligt door te nemen! Dat is niet decadent, dat is geluk.

Dus als die voorstelling dan uiteindelijk… nou ja, heus wel een pareltje maar dan wel erg verstopt in de schelp van de oester… dan is dat die paar oerbossen minder heus wél waard.

Categorieën
Verhalen van de berg

Doodenge kleuters

‘Ik doe geen kleuters,’ zeg ik altijd. Ik schrijf er niet voor en ik kom al helemaal geen lessen aan ze geven. Die korte spanningsboogjes, dat gedoe.
Maar ja, eigenlijk ligt het nog wat anders. Ik ben een beetje bang voor kleuters.

Een keer heb ik me toch laten verleiden en toen gebeurde precies waar ik bang voor was: geen enkele kleuter deed mee aan de door mij zo bloedig verzonnen sprookjesles. Zodat uiteindelijk hun aanwezige moeders bemoedigend stonden te dansen op elfenmuziek, terwijl de kleuters zelf huilerig toekeken (kleuters janken ook altijd zo) of ondertussen wegliepen.
Nooit meer, heb ik mij toen voorgenomen.

Te groot voor op schoot

Maar goed, nu hadden ze me helemaal overgehaald naar Istanbul en het zou best lullig zijn als ik de hele school plus de leraren lessen zou geven en dan de kleuters ineens niet.
Bovendien had ik ineens wél iets voor kleuters: het boek Te groot voor op schoot dat ik samen met Mylo Freeman aan het maken ben en dat dit voorjaar in de winkel ligt. Dat boek is me overkomen, in een toevallig gesprek met Mylo. Maar het krijgt de hele tijd vleugels: tijdens het schrijven en zeker ook tijdens het illustreren. Ik hou erg van het werk van Mylo Freeman, maar met wat ze voor dit boek maakt, overstijgt ze zichzelf.
Dus ik nam de tekst mee, en een deel van de illustraties die Mylo razendsnel had afgemaakt.

Pedo

Nou ja, lang verhaal kort: het was ook een lesje met vleugels. Betoverde kinderen, zowel door het verhaal als de tekeningen. En aan het eind hoorde ik mezelf roepen: ‘En welk kind durft er nu bij de schrijver op schoot te komen?’
Als ik dat later aan mijn familie vertel, kijken ze me verbijsterd aan: ‘Jij? Jij vroeg dat?’ En Chaia die nogal dol is op overdrijvingen, voegt er aan toe: ‘Mam, wat een pedo-actie.’
‘Ja en de helft van de kinderen durfde het,’  zeg ik trots.
Maar wat het natuurlijk vooral is: ik durfde het zelf. Het ziet ernaar uit dat ik eindelijk mijn kleuterangst heb overwonnen – al moest ik daar helemaal voor naar Istanbul reizen.
En dat boek schrijven natuurlijk.

Categorieën
Verhalen van de berg

Het glamourbestaan van een kinderboekenschrijver

Het ene moment zit je nog halfziek op een berg in Zuid Spanje, te lamlendig om je zweterige lakens te verschonen. En het volgende moment word je wakker in een vijfsterrenbed in een prinsessenkamer terwijl je uitkijkt over de Bosporus.

Is dit een koortsdroom? Nee, dit is gewoon één van de feestelijke dingen die horen bij het glamourbestaan van een kinderboekenschrijver.

Istanbul

Ik ben uitgenodigd door de Nederlandse school in Istanbul. Elk jaar halen ze een kinderboekenauteur over uit Nederland en grote schrijvers met donkere zonnebrillen gingen mij reeds voor. En nu dus ik. Ik ga -zoals ik dat ook in Rwanda heb gedaan- lessen geven aan alle kinderen die Nederlands-Turks, Nederlands-Engels of Nederlands-Pools zijn – en nog zo wat verrassend gemengde nationaliteiten. Van kleuters tot en met middelbare scholieren. Sommigen spreken vloeiend Nederlands, anderen totaal niet, het is nog wel een uitdaging. Plus een workshop voor alle docenten. Pittig klusje.
Ik ging niet. Of bijna niet. Ik heb een nieuw boek te schrijven, bloedjes van kinderen te verzorgen en ook nog iets uit te zieken. Ik vroeg nog: ‘Kan het niet later, een andere keer?’
Ik propte me vol met pillen en ging toch. In het vliegtuig zat ik opeengeperst tussen twee extreem dikke mensen, de airco deed het niet en we hadden eindeloos vertraging terwijl we er al in zaten.

Tango centrum

Ik merkte er niks van. Ik sliep. En toen ik wakker werd stond ik on top of the world. Istanbul, nog steeds een van mijn lievelingssteden, een stad waar alles gebeurt en ook nog eens allemaal tegelijk. Waar mensen zeggen ‘Ik werk in Europa en mijn vrouw in Azie’  omdat dat dus kan, hier. Istanbul ligt op het snijvlak van allemaal werelden. Het is zo groot dat ik niet eens probeer om het te begrijpen. Winkels, banken, restaurants, auto’s, mensen, allemaal in mega-hoeveelheden… en -hoor ik net- het is ook nog eens het tango-centrum van Europa!
En ik? Ik zit in het hart, in een belachelijk duur hotel naast dat beruchte Taksimplein. Want de directeur van dit hotel is Nederlands en een fan van de Nederlandse school. Zodat er dus nu vóór mij, naast een schaal met fruit een persoonlijk briefje ligt om mij ‘een bijzonder aangenaam verblijf bij ons’  te wensen. Ha!

Categorieën
Verhalen van de berg

Doorleefd en afgeragd

‘Zou jij echt doodgaan zonder boeken?’ vroeg een interviewer een keer, ik geloof dat het Paul Rosenmöller was.
‘Welnee wat een onzin,’  zei ik – en er viel een ongemakkelijke stilte.

Ja, het staat in mijn bio, dat pathetische zinnetje, nog steeds trouwens. En wat ik natuurlijk bedoel is dat ik heel graag omringd ben door boeken. Daarom hou ik zo van hele grote verdwaalbibliotheken met meerdere verdiepingen en roltrappen. En daarom ga ik ooit nog eens een nacht in een boekwinkel slapen (ik weet ook al in welke, er ligt zelfs een uitnodiging).
En als ik schrijf wil ik heel graag mijn boeken om me heen hebben.

Canon

Mijn boeken zijn mijn vrienden. Daarom mogen ze ook lekker doorleefd en afgeragd zijn. Ze zijn geladen met de herinneringen aan het lezen ervan. Een boek vol met zand, van die eindeloze vakantie toen ik steeds maar weg wilde vluchten in dat verhaal. Een boek dat ruikt naar de lange doorrookte nacht toen ik het maar niet weg kon leggen omdat ik anders te hard zou gaan malen. Boeken met woeste strepen in de kantlijn van wat ik ooit (achossie) heel mooi en wijs vond, ezelsoren van het voorlezen. Boeken die openvallen op seksscènes, huilscènes, allemaal goed.
Daarom voel ik me ook niet geroepen om allerlei suggesties te roepen over ‘de canon van de Nederlandse kinderliteratuur’ die een groep dappere leesbevorderaars aan het maken is. Natuurlijk moet ieder kind eigenlijk dit boek… en dat… en dat…
Maar mijn lievelingsboeken zijn uiteindelijk super persoonlijk.

Hard core

Tussen al die planken vol boeken om me heen, is één kast met hard core lievelingsboeken. ‘Hoezo?‘  vroeg mijn dochter laatst. ‘Rode Zora, dat vond jij ook niet om dóór te komen toen je het voorlas. En wat voor raar boek is nou weer ‘De veer en de roos’?’
Maar Zora is een subpersoonlijkheid van mijn jeugd, net als (ook niet meer te lezen behalve door mij) Lijsje Lorresnor. En dat boek van die veer kreeg ik cadeau van mijn eerste uitgever, ik las het alsof het vol stond met persoonlijke boodschappen aan mij alleen. Afke’s tiental leerde me hoe een goede moeder moest zijn, Een zomerzotheid hoe je aanstuurt op je eerste zoen. En ik werd een idealist voor altijd van de boeken van Lisa Tetzner. Allemaal achterhaald, allemaal fout nu. En natuurlijk kan ik zonder ze.
Maar inderdaad, als ik later bijna dood ga en ik raak de dingen langzaam kwijt, dan heb ik die boeken wel heel hard nodig, net als – ja- vrienden.
Om te weten wie ik was.

Categorieën
Verhalen van de berg

Toverschool

Zegt de vriendin uit Granada: ‘Ik baalde echt dat er geen gids was in het museum. Zoveel fijner als je uitleg krijgt bij wat je ziet.’
Dit meisje is zestien en ja, we hebben ze gevonden: de culturele elite van Zuid Spanje.

Of eigenlijk heeft Bloem ze gevonden. De vriendinnen van haar nieuwe school wonen in de prachtigste villa’s. In elk huis staat wel een piano, er zijn boekenkasten en ‘leeshoekjes’  met zachte kussens. Er hangen schilderijen aan de muren en er worden buitenlandse films gekeken in de -o wonder- niet-nagesynhcroniseerde versie. Sterker nog, ook zonder ondertiteling.

Meditatie

Ook de school zelf is hyper-verantwoord. Ieder weekend krijgen de leerlingen een overpeinzing in hun mailbox van de filosofieleraar waar ze over na kunnen denken. Bloem kreeg een examen terug met de woorden: ‘Je hebt een zesenhalf, hoewel je alle antwoorden goed had. Iemand anders had dan ook een negen of een tien gekregen. Maar van jou verwacht ik dat je er over nadenkt, dat je je eigen interpretatie aan de stof toevoegt. Dat kan je en daarom denk ik dat je aan het eind van het jaar alsnog die negen hebt.’
Of wat te denken van de mentorles deze week. De kinderen komen de klas in en er liggen alleen maar luchtbedjes. De leraar doet een meditatie die begint met: ‘Stel je voor dat je nog maar één dag te leven hebt. Wat is het eerste gevoel dat bij je opkomt?’  Gevolgd door: waar heb je spijt van, wat wil je nog meemaken, etcetera.
De rest van de dag komt de mentor steeds even een kind uit de klas halen dat bij de oefening in tranen is uitgebarsten (en wie zou dat niet doen?). Zo komt onder andere boven tafel dat het stilste meisje van de klas deze zomer haar vader is verloren maar -tot nog toe- weigerde om erover te praten.

De wereld niet

‘Je weet toch zeg dat dit de wereld niet is en al net zo uitzonderlijk als het leven hier op de dorpsschool?,’  zeg ik tegen Bloem.
Ze weet het. ‘Maar dit vind ik wel een stuk leuker.’

Categorieën
Verhalen van de berg

Drie tompoucen in een broodtrommeltje

‘Vandaag is het pakket op de post gedaan,’  zegt mijn zus.
En nu ben ik een kind dat wacht op sinterklaas.

Het blijft moeilijk voor voor een stadsjunk: je kunt hier niet alles kopen. En dan bedoel ik niet dat je alleen maar groente van het seizoen hebt… of dat er geen boekwinkel…. geen bruin brood en geen kaas…. en geen Hema natuurlijk, dus ook geen panty’s, kinderonderbroekjes, gezellige theedoeken. Ook bedoel ik niet de typische expat-dingen als pindakaas, hagelslag, sambal. Maar zelfs iets simpels als niet-druipende kaarsen of een leuk hoeslaken voor een kinderbed is ingewikkeld. Dan moet je naar Granada, of zelfs naar de Ikea – maar die zit dan weer een kleine twee uur verder, in Malaga.

Pepernoten

Daarom zijn postpakketjes zo bijzonder. Een vriendin stuurde een keer een ontbijtkoek op, daar denk ik nog steeds wel eens blij aan terug. Een andere vriendin stuurt met enige regelmaat een stapel oude Kidsweeks naar mijn dochters, dat is ook feestelijk om op te halen bij het postkantoor. Oma stuurt de Donald Duck en paardentijdschriften. Chaia’s beste vriendin komt jaarlijks onze kant op met in haar koffer een trommeltje met drie tompoucen, een echte schat. En dan zijn er  nog vrienden en bekenden die met pasen een zakje paaseitjes in een envelop doen, of pepernoten in december (ja hoor dit is een hint), en daar gaan we dan mee om alsof die eitjes of die pepernoten van goud zijn. Ook superfijn (en ook een hint): uitgevers en ex-uitgevers die af en toe een stapeltje nieuwe boeken op de bus doen, mind food is dat.

Super

En nu was ik laatst een beetje ziek en deed mijn foody-zus mij een aryuvedisch eetadvies cadeau. Na een grondige analyse kwam ze met een lijstje, wat begon met ‘eet nu even geen granen maar spelt, gierst, gerst en kamut.’
Hm, niks van te krijgen hier.
‘Eet volle biograde of kefir.‘
Tsja, met wat geluk vind ik doodgewone yoghurt die ongezoet is, daar ben ik dan heel blij mee.
Rauwe cacao? Er is niet eens gewone cacao, dat moet ik invliegen. En van de superfoods die ik van mijn zus ook echt moet eten, weet ik niet eens wat het is, zo lang ben ik al weg uit de echte stad. Maca? Chia? Spirulina?
Gelukkig heeft mijn zus nu een soort heksenpakket samengesteld met al die tovermiddelen. En daar wacht ik nu op, met kloppend hart.

Categorieën
Verhalen van de berg

Guilty!

Guilty pleasures, zo heet een nieuwe rubriek van De wereld draait door. Iets met hele foute muziek die je stiekem toch leuk vindt. Ik ben er nu al fan van. En het kan altijd nog erger.

Ze hadden laatst een liedje van Kiss en ook de titelsong van Titanic. Oké, enorm mainstream en niet al te vernieuwend, maar guilty? Zoals iemand anders verzint wat hij of zij voor briljante fragmenten zou laten zien in Zomergasten, kan ik uren zoet zijn met bedenken wat voor wansmaak ikzelf tentoon zou spreiden als guilty pleasure.

Melkmeisje

Het geldt niet alleen voor muziek. Zal ik jullie bij deze verklappen dat ik Het melkmeisje van Vermeer heel groot als reproductie in mijn keuken heb hangen? Geen idee waarom, maar het doet me enorm denken aan mijn moeder, ik vind het een veilig schilderij.
En nee, ik lees lang niet alleen verantwoorde boeken. Niks zo heerlijk als de Afrika-trash van Kiki Gallman, om maar eens iets fouts te noemen. Dit soort camp heeft iets zeldzaam troostends. Foute thrillers op vliegvelden, liefdes-chicklit als je verdrietig bent. En vampiers! Ik kan enorm meegesleept worden door vampiers.
Als films dus ook Bram Stroker’s Dracula en The exorcist. Maar ook Bridges of madison county en sowieso slim gemaakte Amerikaanse huilfilms waar ik bij volle bewustzijn intrap zoals Terms of endearment, Chariots of fire…

Maar als een man…

En muziek dus. Alle liedjes van Grease, maar dat is gewoon  jeugdsentiment, dat telt niet. Pas echt erg en guilty is het om te zeggen dat je stiekem best houdt van Seasons in the sun en andere liedjes met een dramatisch verhaal erin, zoals  (wie kent hem?) I don’t wanna die in an air disaster. Of het Franse vakantieliefdesliedje ‘Une belle histoire’, heerlijk om de volgende woorden keihard mee te zingen: ‘Ils se sont cachés, dans un grand champs de blé, se laissant porter par le courant. Se sont raconté leur vie qui commenait, ils n’étaient encore que des enfants,’
Nog erger? Het werd zomer, van Rob de Nijs: ‘Maar als een MAN zag ik de zon weer opgaan…’
En verder luister ik nu al de hele week -tot afgrijzen van mijn man die af en toe even binnen loopt (en dan weer razendsnel naar buiten)- naar Neil Diamond. Guilty genoeg? Aan de andere kant, Neil heeft -op een ingewikkelde manier- alles te maken met het boek dat ik nu aan het schrijven ben, ik heb eindelijk eens een excuus.