Categorieën
Verhalen van de berg

Lunchen met salades

Achttien was ik en ik zou volwassen gaan worden. Dus ik vertrok naar Parijs. Dat waren de jaren tachtig.
Zestien is ze nu, mijn oudste dochter. Volwassen worden interesseert haar geen bal, maar wel: spannende dingen doen.  Dus vertrekt ze vannacht… naar Parijs.

Goed, het is maar een zomerkamp van Bloem, maar toch. Een filmkamp dat ze zelf heeft gevonden, geregeld en zelfs betaald.  Ze durft het allemaal best alleen: met de nachtbus naar Madrid en dan naar Frankrijk vliegen. Maar toch ga ik haar brengen, even terug in de tijd.

Altijd een beetje hongerig

Ik was een studentje zonder computer, telefoon (jaren tachtig dus), zonder televisie en zelfs zonder boeken, en ik woonde op een piepklein kamertje met rose bloemetjesbehang (als je op je tenen stond kon je door het dakraampje de Eiffeltoren zien). Overdag verdween ik in de imposante collegezalen van de Sorbonne, waar iedereen opstond voor professoren die oreerden dat de Franse kunst/filosofie/taal de allermooiste en allerbelangrijkste ter wereld was.
Na college dwaalde ik eindeloos door de stad, zonder een cent op zak, altijd een beetje hongerig en starend naar succesvolle mensen die op terrassen aan mooi gedekte tafels lunchten met salades. Lunchen met salades… Ik kende alleen nog maar het broodtrommeltje dat mijn moeder altijd mee gaf naar school.
En ‘s avonds bezocht ik vage kunstenaarsfeestjes vol moeilijke existentialistische discussies en stokbrood en camembert en koppijnwijn. De meeste avonden zat ik trouwens alleen op dat kamertje, eindeloos brieven schrijvend naar Nederland.

Revanche

Pas later in Amsterdam begon mijn leven echt, met mij erin – of zo voelde het.
Maar toch, ik moet nog iets afmaken, lijkt wel, en dat is: met mijn prachtige oudste dochter die zo heerlijk blaakt van het zelfvertrouwen, naar Parijs.
En dan op een terras aan een tafel met een echt tafelkleed  lunchen met salades.

Categorieën
Verhalen van de berg

Dromen van Hans Klok

Volgens mijn zus heeft mijn oude moedertje een nieuw en groot idool: Hans Klok. Los van alle andere gedachten en associaties die dit bericht bij me oproept, moet ik ook meteen denken aan het kinderboek dat Hans ooit schreef. Ik doe het niet vaak, boeken slopen, maar dit boek heb ik met heel veel plezier in een sinterklaassurprise verwerkt.

Goed, Hans Klok had dus een kinderboek geschreven, zoals bekende mensen wel vaker doen: als statusverhogend speeltje tussendoor. Het was ook nog eens een ranzig soort dealtje met de CPNB waardoor wij het allemaal gratis kregen op het kinderboekenbal en Hans zelf voor ons optrad.
Dat optreden was geweldig, daar niet van.
Maar dat boek… Dat ging dus over Hans Klok. Of nog erger: over een jongetje dat ervan droomde om Hans Klok te zijn, een soort superfan. En toen ging hij hem eindelijk ontmoeten… en toen was hij zo blij. Zonder enige relativering, laat staan ironie.

Dromen van je schepper

Dit soort boeken staat bij ons thuis op de verboden lijst. Schrijvers mogen zichzelf niet in hun boeken stoppen, vinden mijn dochters en ik – en al helemaal niet ophemelen. Carry Slee heeft er ook een handje van. Dan droomt haar hoofdpersoon van een rol in de nieuwste film van… Carry Slee inderdaad.
Zelfs Francine Oomen heeft zich er wel eens schuldig aan gemaakt. Ergens in een Lena Lijstje boek een ander boek van haarzelf aanprijzen.
Als dat gebeurt, zijn mijn dochters onmiddellijk met één klap uit de magie van het verhaal en komen bij me klagen. En terecht.
Natuurlijk, schrijvers stoppen zichzelf de hele tijd in hun boeken. En hun kinderen. En hun vrienden. Mijn eigen Landrover staat op de omslag van Moord in de jungle, dat is al bijna een grensgeval. Maar wat Hans Klok doet, schrijven over iemand die zo graag Hans Klok wil zijn, dat is pure masturbatie, dat hoeven wij niet te zien. Toch?

Wel jammer trouwens, dat ik dat boek niet meer heb, had ik mijn moeder nu vast heel blij mee kunnen maken.

Categorieën
Verhalen van de berg

Met je baard in de wind

Hier in Tarifa leven ze van de wind, met de wind.

Je hebt er twee: de levante en de poniente en de surfers (even terzijde: de volle baard als fashion item is weer helemaal terug) praten erover als over oude vrienden. Soms komt de een, soms de ander. De levante is liever en zachter, maar ook veranderlijk en gevaarlijk: hij neemt je zo mee te diep de zee in. De poniente is fris en wild, komt vol op je af maar is heerlijk constant.

Stil

‘s Nachts lig ik te luisteren naar het klapperen van het tentzeil. Levante of poniente? Of ontmoeten ze elkaar? ‘s Ochtends weet ik het: de levante kietelt me wakker, de poniente fluistert naar me, hard en dwingend. Sta op, kom spelen…
Dus dan kruip ik uit de Landrover en ga schrijven, helemaal in mijn eentje aan een houten tafel bij de zee. Dan ben ik blij.
‘s Middags zwelt hij aan, wie het ook is, maakt mijn hoofd leeg en stil. Vrij. Overal dansen de kites in de lucht.

Ja, de wind is een krachtige minnaar, soms aait hij je, soms tilt hij je op.

Categorieën
Verhalen van de berg

Zilveren nagels

‘Ik ga een piercing nemen in mijn navel, hier, aan de zijkant.’
‘En ik, wat zal ik doen: een ringetje door mijn wenkbrauw? Of toch een piercing in mijn neus, zo’n klein steentje in de kleur van mijn ogen. Mag dat mam?’‘
Ja hoor schatjes, dat is allemaal prima.

De laatste jaren voel ik me wel eens een alien op vakantie met mijn gezin. Dan zit ik te schrijven, te lezen, in de zon te hangen – en dan zijn die andere vier de hele tijd weg in kano’s, met kites, op paarden… Wat moet ik met zulke extreem sportieve dochters?
Maar dit jaar snappen we elkaar weer helemaal.

Nagelstudio

Ben ik niet te dik? Kan ik dit topje wel hebben? Welke creme past bij mijn huid? Wat is gezonder om te eten: brood of muesli? Mag ik je bodylotion lenen, je haarspul, je mascara? Vind jij surfers ook de leukste jongens ter wereld?
Ja, dit soort teksten begrijp ik gelukkig heel goed. Ik ga ook zó met de een mee over het strand rennen en met de ander tweehonderd baantjes zwemmen om ‘strakkere spieren’  te krijgen. En gezellig in Bloems nagelstudio mijn nagels dan weer knalblauw en dan weer metallic zilver laten lakken. Zelfs Rihanna mag op met haar hysterische gehijg en dat Finn van Glee dood is vind ik ook erg…

Hoewel ik me ook heus wel op een keurige moederlijke afstand houd. Afschrikwekkend voorbeeld – voor hen en voor mij-  is nog steeds de moeder van Cristina  uit Bloems klas, die altijd mee uitgaat met haar dochter en de hele tijd van die vriendinnenfoto’s van hen samen post op facebook.
Trouwens, mijn dochters zorgen zelf heus wel voor de nodige distantie, vooral de altijd zo complimenteuze Chaia. ‘Mam! Jij hebt écht sterke spieren in je bovenarmen, voel dan! Van die echte spierballen! Nou ja, aan de bovenkant dan. Aan de onderkant is het gewoon lubberig, zacht vel…’

Categorieën
Verhalen van de berg

Taaaaaaaart!

Zes sterke mannen hebben de daktent weer op de Landrover getild en nu wil ik weer op reis.

Op reis = geen afwas van twintig borden, geen tig kinderen die ik ‘s ochtends uit mijn schrijfkamer moet schoppen, geen tien kilo boodschappen per dag, geen afwas – geen gasten. En dus ook geen taarten bakken: taarten op verzoek (bijna altijd amandeltaart), troosttaarten (sticky toffee), uitslooftaarten (met schuim of een moeilijke Franse naam), zogenaamd slanke taarten van peer, citroen of sinaasappel, zogenaamd gezonde taarten, fatale taarten (chocola natuurlijk), heimweetaarten (vaak met appel), eindeloze taarten die vijf uur in de oven moeten en vluggertjes met vantevoren klaargemaakte bodems… noem mij een taart en ik maak hem voor je.
Maar nu even niet, want vannacht slaap ik weer in de Landrover.

Staren naar Afrika

We blijven aan deze kant van de zee en naar Afrika kunnen we alleen maar staren. Pas als we echt lang weg zijn, begin ik de taarten te missen.
Maar ja, hoe krijg je een echt lekkere taart zonder oven en met een minimum aan ingrediënten…
Nou zo dus. Ik geef jullie mijn geheime recept voor een supertaart die je op elke camping kunt maken, zelfs in de woestijn.
Waarschuwing: mensen worden echt WILD van deze taart, dat heb ik toevallig laatst weer ondervonden. Ze gaan er een beetje van kreunen en heel veel van je houden.

Slimme taart zonder oven

anderhalf pakje boter smelten boven een vuurtje
kopje suiker erbij, zo donker als je kunt krijgen
eventueel 2 eieren
al roerend laten koken
750 gram dadels ontpitten en klein snijden
in pannetje en door laten koken tot het een papje is (roeren)
van het vuur af een rol biscuitjes (in stukjes) erdoor roeren
het geheel aandrukken in een schaaltje met opstaande rand of desnoods het pannetje
een uurtje of twee laten opstijven. dan is de taart zo stevig dat je hem kunt storten

En voor wie niks heeft met taarten maar wel met Landrovers: zo leefden wij ruim twee jaar in onze auto:
http://www.flickr.com/photos/12966304@N00/sets/72157607288457173/

Categorieën
Verhalen van de berg

De kinderen van Montefrio

Als ik mijn dochters was, dan schreef ik later een boek over mijn Bolderburenachtige jeugd in Spanje.

Dan schreef ik over alle kinderen die hier altijd rondlopen, uit Nederland en Spanje, over eten aan lange tafels en bergen afwas die je moet zien te ontvluchten. Over superkleverige karamelcake bakken en dat die dan binnen vijf minuten op is; en heel hoog en gevaarlijk de boom in klimmen voor de lekkerste vijgen.

Watervalletje

Ik zou het perspectief van de jongste tomboy kiezen: omringd door al die grote meisjes in hun fancy bikini’tjes die de hele dag door piano spelen en je haar steeds met ketchup willen wassen tegen het groen van chloor. Maar dat je liever lekker groenharig met de jongens van het veel te hoge zonne-afdak in het zwembad springt of iets verderop van de rots bij het verborgen watervalletje. En dat je daarna gewoon in je onderbroek op je fiets de campo in stuitert naar een van je vele hutten waar je van alles heen hebt gesleept zoals servies, dekens, koekjes en boeken (niet dat je zoals de grote meisjes van lezen houdt, maar je houdt er wel van om lang en gewichtig met een boek voor je neus te zitten).

Trakteren op sla

Het grote verschil met Bolderburen is natuurlik dat het veel vaker en veel langer warm is hier, dus als je negen bent en je eigen moestuin begint, kan je drie weken later iedereen al royaal trakteren op sla en radijsjes. ‘s Nachts slaap je op de enorme trampoline onder de sterren – soms wel met acht kinderen als de spaken van een wiel.
Er zouden ook echt spannende avonturen te vertellen zijn zoals die keer dat je eieren gaat zoeken bij de heks van boven en dat de zwerfhond Floortje die altijd meeloopt onder het hek door glipt en terecht komt in een vossenklem (die je consequent ‘wolvenklem’ blijft noemen).

Ach, het zou met gemak een serie kunnen worden omdat het een eindeloos verhaal is en je nog maar moet zien (maar dat denk ikzelf dan weer, glurend achter mijn computer) of je daar later ooit, ooit nog overheen komt…

Categorieën
Verhalen van de berg

Bedorven octopus en kattengejammer

Wat is het heerlijk koel in huis, denk ik. Ik kijk op de thermometer: het is binnen nu 28 graden…

Hoe je leeft in de hitte: traag als een langzaam smeltend ijsje. Niemand gaat de deur uit tussen 12 en 5 – wat dat betreft lijkt het de Sahara wel; al het sociale speelt zich af aan de randen van de nacht, zowel ‘s avond als ‘s ochtends.
Ik hou van dit hete leven, van het zweet en het bloot. Alle ramen en deuren open en slapen onder een heel dun lakentje. En de hele nacht het gezoem van de ventilator.

Pootjes

Wel jammer: waar eerst nog wilde bloemen stonden, is alles nu dor en bruin. En we leven in een soort permanente hondsdagen. Zo had ik gisteren een enorme bedorven octopus in mijn keuken; van alles wat je in een keuken wilt tegenkomen… hij wandelde al bijna zelf weer naar buiten, op zijn paarse octopuspootjes.
Ach.
Iedereen mag komen zwemmen in ons zwembad, tot diep in de nacht blijven zitten aan onze lange buitentafel. De deuren van onze patio staan altijd open en de wijn is altijd koel.
Maar als ik mocht kiezen… dan was ik nu een van onze vele zwerfkatten, bij voorkeur een van de katers. De hele dag op de sloomste plekjes niks liggen doen, onder de amandelboom, de mispel, of midden op het stoepje bij de deur, schaamteloos languit met één oog open, een beetje superieur zwiepend met je staart.
En dan, zodra de zon onder is, hup het dak op en op zoek naar de vrouwtjes.
Ja hoor, bingo! Met zoveel wilde katten is er altijd wel eentje krols. Vanuit mijn bed hoor ik ze juichen.

Categorieën
Verhalen van de berg

Campamento de verano

‘Mam, als je echt wilt dat ik wakker word ‘s ochtends, moet je je heel gek verkleden, als clown of als aap. En keihard zingend mijn slaapkamer binnenkomen. En als ik dan nog niet wakker word, moet je een emmer water over me heen gooien.’

Nee, ze is niet naar het circus geweest, mijn negenjarige dochter, maar in een Spaans zomerkamp. De vakanties hier zijn zo lang, wel drie maanden, er valt van alles te doen om dat een beetje te breken. En met subsidie van de regio Andalusie voor de zielige kindjes die zo enorm van alles verstoken zijn op het platteland, kunnen ze dus ook op zomerkamp. Met Bloem als promotor, die geloof ik het liefst in een zomerkamp zou wonen, gaan haar zusjes nu dit jaar op kamp in de Sierra Nevada. Niet tegelijk natuurlijk, dan is de lol eraf.

Zingend

Vandaag halen we een schorre, bleke, wazige Dunya op. Zingend komt de bus aan, zingend leveren de kampleiders haar af. Dat zingen is echt een ding, zelfs de ene keer dat ik Dunya in het kamp opbel (dat mag tijdens het eten – wat in Spanje wil zeggen: om half tien ‘s avonds), zingt de kampleider haar naar de telefoon toe. En de hele zaal zingt mee dat ‘Dunya tiene noticias, Dunya tiene noticias’ (Dunya krijgt nieuws).
Zingen voor het eten, zingen tijdens het eten, zingen bij alle spellen, het fietsen,  het klimmen en het rollen door de sneeuw. ‘Het dove meisje werd soms niet wakker van het zingen, die kreeg dan een emmer water over zich heen.’

Inwitte koppie

Om half tien ligt Dunya in haar fris opgemaakte bedje, lekker weer thuis bij mij. En om half twaalf is ze er weer uit – met een van de jonge poesjes in haar armen. ‘Door hem kan ik niet slapen.’
‘Je hebt die poes zelf je kamer ingesleept, nou terug naar bed, meteen!’  snauw ik, een beetje bezorgd om dat inwitte koppie.
Dunya begint te huilen en Bloem springt op. ‘Ze heeft kampheimwee mam, snap je dat niet eens? Ze is eenzaam omdat ze nu weer helemaal alleen moet gaan slapen.’
‘Ja en als ik dáár ‘s nachts mijn bed uitkwam,’  snikt Dunya dramatisch, ‘weet je wat ze dan deden? Dan begonnen ze allemaal te zingen!’

Categorieën
Verhalen van de berg

Bedolven onder de sla

We noemen haar ‘het vrouwtje’.  Ook wel ‘de gnoom’ of ‘de heks van boven’.  Toch ken ik geloof ik niemand anders die de hele tijd zo echt lief lacht.

Ze woont nog iets hoger op de berg: een heel dik wijfie dat altijd heen en weer rijdt in haar  sputterende autootje. Ze draagt vieze, kapotte kleren en geen bh; als ze rijdt, liggen haar borsten gezellig op haar knieën. Haar auto stinkt en ligt vol as, het vrouwtje heeft altijd een sigaret tussen haar lippen bengelen.  Ze mist twee voortanden.

Jonge sla

Soms denk ik dat het vrouwtje verliefd op me is. Ze wil me altijd een lift geven en als ik liever wil lopen, kijkt ze enorm beteuterd. Sinds ik één keer heb gezegd dat ik het rond haar huisje zo mooi bloemig vind, krijg ik wekelijks armen vol stekjes van haar. Ik – met mijn grote hekel aan tuinieren!
En sinds kort zijn daar de groentes en de eieren bijgekomen, want het vrouwtje leeft bijna zelfvoorzienend.
De eerste keer dat ze met een prachtig grasgroen kropje sla voor de deur stond, was ik helemaal vertederd en ging meteen ‘Jonge sla’  van Rutger Kopland voorlezen aan de meiden. En die eieren! Die hebben van die prachtige gele dooiers, waarvan je gouden cake krijgt en bijna oranje banketbakkesroom.

Oriflame

Soms voelt het ook als stalken. Een van mijn zwakheden: ik kan niet goed nee zeggen.
De dochter van het vrouwtje is consulente voor de best wel dubieuze make uplijn Oriflame en sinds we ons één keer verplicht voelden iets te kopen, worden we nu overladen met dieptreurige catalogi en huisbezoeken.
Bovendien heeft de heks zulke groene vingers dat er nooit meer een einde komt aan de jonge sla. ‘Als ik zie dat er mensen bij je zijn, toeter ik wel voor de deur want  dan vind ik het eng,’  zei ze aan het begin van de zomer. Dus nu schrik ik steeds als ik een toeter hoor. Want echt, we houden van sla, maar drie kroppen per dag vind ik allang niet meer ontroerend. En er gaan hier zo twee dozijn eieren per week doorheen met al die taarten en vriendinnen, en met vla die je zelf moet maken want niet in de winkel. Maar dat vrouwtje betovert haar kippen en nu krijg ik zolangzamerhand een verontrustend hoge eierenberg.
En die groeit. En groeit.
En groeit.

Categorieën
Verhalen van de berg

The sound of sunshine

‘Chaia doe de ramen dicht. De rook van de barbecue waait naar binnen.’
‘Juist fijn. Dat is de geur van het strand’
Ja, alle Spaanse volksstranden ruiken in de zomer naar geroosterde sardientjes. De mensen liggen niet in de zon, ze eten – vis, heel lang en heel veel, aan plastic tafels.

De Spaanse zomer ruikt dus naar rook, smaakt naar rijpe kersen en draagt de belofte van een eindeloze galop.
De vierkante hooibalen die van de ene dag op de andere op het land zijn verschenen, zijn voor de meiden de ultieme aankondiging van geluk: ‘Yes! Nog heel even!’ Dan zijn de velden weer leeg en kunnen ze er met de paarden dwars doorheen, keihard heuvel op heuvel af
Voor mij is de zomer dit: heel vroeg opstaan en urenlang in de stilte en de koelte schrijven met de verandadeuren wijd open. Totdat de zon echt wint.
The sound of sunshine: zachtjes zoemend, de onvermijdelijke wespen.
En to even things out een man die ver weg is en een superstrenge puberdochter. ‘Mam, dat rokje! Echt leuk hoor, maarre… wel héél erg kort.’
‘Dat kan ik wel hebben, toch?’
‘…. ‘ (stilte) ‘En mam, heb je eigenlijk al foundation op?’
Alsof ik ooit… als ik niet uitga en toch al bruin ben. En dat ik dan toch zeg: ‘Bedoel je dat het glimt of dat ik rimpels heb?’
‘Zoiets ja.’
Ach het is zomer, lange hete smachtende zomer.