Categorieën
Verhalen van de berg

Ik noem haar vlinder

Mijn oudste dochter wil een brommer voor haar zestiende verjaardag, volgende week. Ze zoekt op internet. ‘Kijk mam, deze is mooi.’
Ik kan niet eens faken dat ik het leuk vind. Dat ze straks elke dag door de bergen rijdt, over die enge weggetjes waar Spaanse auto’s keihard om de bochten komen scheuren… In mijn hoofd is ze al een keer of dertig onderuit geschoven, zo het ravijn in.

Als een diertje in winterslaap heeft Bloem het afgelopen jaar op de bank gehangen. Ipad op schoot, telefoontje ernaast. Na vier jaar dorpsschool in Montefrio zo ongeveer nooit huiswerk hoeven doen en gesprekken die zich beperken tot de crisis en de olijven en de verhouding tussen die twee, wil ze nu alleen nog maar de wereld in. Met haar vriendinnen vlucht ze naar Granada, om bikini’s te kopen en gouden schoenen, en zeven gaatjes in haar oren te laten maken. Ze pikt zelfs, heel on-Bloemachtig, mijn bankpasje mee.
Maar Granada is haar nog niet ver genoeg.

Glee-achtig

Filmmaakster wil ze worden en zelf vond ze een zomercursus in Parijs, van de New York Film Academy. Hartstikke duur maar Bloem scharrelde het geld bij elkaar met Spaans vertaalwerk. Dus daar gaat ze deze zomer heen, in haar eentje.
En dan hebben we nog de privéschool. De knoop is eindelijk doorgehakt: na de zomer gaat ze haar ‘bachillerato’  halen op de Glee-achtige internationale school anderhalf uur verderop. Dan moet ze vroeg de deur uit (op dat brommertje dus, naar de schoolbus) en komt pas laat thuis, in haar sexy schooluniform.
Als ik haar zo zie gaan moet ik af en toe denken aan de tijd toen ze nog een dromerig kleutertje was. Een vriendinnetje zei toen een keer: ‘Bloem vind ik een gekke naam. Ik noem haar Vlinder.’

Weemoed

Bij dit alles heb ik trouwens verrassend weinig weemoed. Ik vind het alleen maar super leuk, kan me zó goed voorstellen dat deze oudste dochter doet wat ze doet.
Afgezien van die brommer dus.

(op de foto Bloem samen met haar vriendin Monica en o wat zijn ze mooi…)

Categorieën
Verhalen van de berg

Lala how the life goes on

Schapenwolkjes in een felblauwe lucht, aspergesteeksters op het land en een huishouden met een hoog obladi oblada-gehalte, inlcusief a couple of kids -and cats- running in the yard
Ik sta erbij en kijk ernaar.

Tien dagen Nederland die tien weken hebben geduurd. Zoveel mensen gesproken, nieuwe ideeën opgedaan, voor zoveel kids in de spotlights gestaan, zoveel gepraat en meegemaakt. Zo weinig geslapen ook, gedraaid op koffie, alcohol en chocola.
En dan kom je terug in Spanje en is die film hier gewoon nog steeds bezig!

Meisjes

Het is nog net aardbeientijd, zie ik langs  de weg, en in plaats van de perenbomen bloeien de wilde seringen. In die tien dagen is het zelfs nog een beetje fijner geworden: het huis is warmer, de patio weer stralend witgeverfd met overal hibiscus, de winter is definitief verdreven. Zelfs het zwembad is weer helder en de meisjes durven er al in. Heel snel er weer uit ook, maar toch.En natuurlijk is het weer eens een of andere feestdag en zijn de scholen dicht. Overal in de cortijo hoor je vriendinnetjes dansen en giechelen en dingen doen met computers en telefoons. We eten buiten aan de lange tafel en pas als de zon achter de bergen zakt, wordt het echt te koud.

Petekind

Het is een gedroomd leven, maar ik kom er nog niet in.
Hoe meer je reist, hoe minder je aan thuiskomen denkt (ik althans) – en hoe vaker ik tussen Spanje en Nederland heen en weer vlieg, hoe schizofrener ik me voel, lijkt wel.
Gelukkig is er kleine Izan. Ilco’s Spaanse petekindje is eindelijk geboren en nu mag ik dat piepkleine babytje lekker heel lang vasthouden. Amper vier dagen oud is hij, helemaal foetus nog, oogjes dicht.
Bij elke baby die wordt geboren, draait het hele universum een slag in de rondte. Wat er dan gebeurt is allemaal zo verschrikkelijk klein dat het reusachtig is . En alles begint opnieuw.

Categorieën
Verhalen van de berg

Het gezoem van honderden verschillende verhalen

‘Mama,’  zeurt een jongetje in de kinderboekwinkel, ‘wat komen we hier doen?’
‘Een kinderboek kopen,’  zegt zijn moeder monter.
Zuchtend sjokt hij achter haar aan door de hitte en de drukte.

Het is dus heet en druk op de kinderboekenmakersflashmob. Nog nooit zoveel collega’s bij elkaar gezien, bijna eng.
‘Hij is jong en slank. Voor een kinderboekenmaker dan,’  zegt iemand als ik vraag hoe ik een bepaalde illustrator kan herkennen.

Camera’s en fotografen

Het is typerend, helaas. We zijn niet sexy en de actie is dat ook niet.
Er gebeuren heus belangrijke dingen. De bedreigde boekwinkel waar het allemaal om is begonnen draait een topomzet en er zijn belangrijke gesprekken met de gemeente afgedwongen. Ik tel vier filmcamera’s en zeker tien fotografen.
Het stoerste moment is als we allemaal tegelijk voorlezen uit eigen werk. Overal geflits van camera’s, het is een enorme kakafonie. Dit is dus eigenlijk het geluid van een kinderboekwinkel: het gezoem van honderden verschillende verhalen.
Maar het is ook met zelfgebakken koekjes en te lange speeches. Met een bel luiden en dat is dan ‘de noodklok’. Naast me ligt een draaiboek waarin ik lees ‘eenhapstaartjes rondbrengen met dochter’  – ‘rondlopen en controleren dat boeken niet vies worden’ – ‘samen afwassen’.
Verder is schrijfster N vermomd als levend kunstwerk met haar hoofd vol nepbloemen. Zijn er twee heerlijke kinderboekenmoekes. Houdt schrijver T een zelfgebakken wafel omhoog in plaats van zijn boek. Verklapt de beroemde schrijfster X dat ze een embargo heeft getekend maar gaat overstappen naar een andere uitgever. Is er letterlijk 1 schrijfster echt hip gekleed en dat is J. En heeft beschermheer R een broodtrommeltje bij zich met paaseitjes om uit te delen.
Aan het eind verzucht de gelauwerde illustrator uit de grond van haar hart: ‘Ik word altijd zo diep en intens droevig van dit soort acties.’

Categorieën
Verhalen van de berg

De prijs die ik niet won

‘Het voelt alsof je in de achtbaan naar beneden stort,’  zeggen de prijswinnaars van vorige jaren. ‘Je rent dansend en gillend het podium op.’
‘Dan ben ik heel benieuwd wie er nu gaat dansen en gillen,’  zegt de presentator. ‘Ga allemaal staan in de zaal en roffel met je voeten op de vloer. De debuutprijs van de Jonge Jury is gewonnen door…’
En ik denk aan de bookmakers en collega’s die al de hele tijd mijn naam noemen en zelfs aan de woorden die ik ga zeggen als en mijn hart roffelt al net zo hard als al die voeten en alle mobieltje gaan omhoog en de presentator roept:  ‘…Enne Koens met het boek Vogel!’

Vergeet het Kinderboekenbal, de Kinderboekenmarkt, de meest spectaculaire boekpresentatie. De dag van de Jonge Jury is het meest glamoureuze dat je kunt bereiken als kinderboekenschrijver.  Alleen al zo’n Circustheater vol gillende meisjes, ronkende bussen uit het hele land voor de deur, de rijen voor het signeren, de keiharde muziek de hele tijd, de stoere deejays die bijna de kleren van het lijf worden gerukt als waren ze Justin Bieber zelf. En overal je eigen boeken, stapels en stapels.

Ik heb eigenijk niks met pubers

Vossenjacht was gekozen als kerntitel en daardoor heb ik het hele jaar al extra veel lezers en fanmail en verkoop. En toen bleek ik dus ook nog ineens kans te hebben op  die prijs wat de dag extra opwindend maakte.
Het was zo’n dag waarop een superberoemde schrijfsters tegen mij de ontboezeming deed: ‘Ik heb eigenlijk niks met pubers, ze zijn zo egocentrisch.’  Waarop de meest hippe van alle genomineerden een ultiem Oscar-moment had toen ze met het haar leuke hakjes over het trappetje naar het podium struikelde. En er waren kinderen die op het podium reclame maakten voor hun lievelingsboek met de woorden: ‘Het is heel makkelijk om te lezen, je hebt het zo uit’ (toen vond ik pubers ook stom). En een ander groepje te lieve meisjes dat hun favoriete boek aanprees middels een zelfgemaakt liedje waarin een keer of twintig tamelijk vals werd gezongen: ‘Lara ligt in coma, Lara ligt in coma…’  (toen hield ik meteen weer van pubers, heel veel).
En het was dus ook de dag dat ik niet die prijs won en dat vond ik -zeker nadat ik zo opgegeild was- heus wel een halfuurtje zwaar klote.
Maar nu al niet meer. Het was een topdag en Vogel is ook echt een beter boek dan Vossenjacht, dus die kids hebben gewoon smaak,

O ja en nog even dit. De hele week ontmoet ik al collega’s die ik alleen van social media ken en letterlijk iedereen zegt: ‘Wat ben je klein.’  Ik weet niet zo goed waardoor het komt dat ik zo groot word ingeschat, maar ik ben dus amper 1 meter 65. Dat jullie het weten.

Categorieën
Verhalen van de berg

Een zonloze gedachte

‘Dit is mijn laatste verhuizing,’  zegt mijn moeder. Ze zit pontificaal op haar blauwe bankje tussen de dozen rond te kijken hoe haar kinderen lopen te sjouwen en te klussen. ‘Hiervandaan ga ik naar mijn graf.’

We verhuizen mijn moeder van de tijdelijke kamer in het tehuis naar de kamer waar ze dood zal gaan. Dat kan best nog jaren en jaren duren. Mijn moeder wiebelt en kukelt, ook vandaag moeten mijn zus en ik haar een keer oprapen van de badkamervloer. En in haar hoofd wiebelt er ook van alles. Maar mijn moeders hart klopt, haar bloed stroomt, ze praat en ze zingt kinderliedjes. En ondertussen wacht ze maar zo’n beetje op de dood, hoe zinloos. Zonloos – tikte ik per ongeluk (mijn nagels zijn een beetje te lang).

Maria

Vorige week had ik nog een mailtje. ‘Ik kende je moeder, wil haar altijd nog eens laten weten hoe belangrijk ze voor me is geweest. Van haar mocht ik echt zijn wie ik ben, dat heeft mijn leven veranderd.’
Een vriendin toont me een foto op haar telefoon: ‘Kijk ze doen op school een project over dromen en er hing zomaar een gedicht van jouw moeder aan de muur.’
En ook zie ik deze week een buurmeisje terug van dertig jaar geleden dat nog steeds over mijn moeder praat als de gedroomde moeder: gul, vrolijk, liefdevol, stralend.
Want ja, mijn moeder was dus een goede therapeute, een schrijfster van kindergedichtjes en bovenal een soort oermoeder. Was?
Ze heet Maria, mijn moeder, ineens zin om haar naam te noemen. En ze spaarde heel lang foto’s van boten die Anna Maria heetten – en dat zijn er meer dan je zou denken.

Categorieën
Verhalen van de berg

De rillingen

Het gebeurde in de supermarkt. Een huivering bij het vriesvak, kippenvel bij Radio Montefrio. En ik wist meteen: dit liedje moet het worden.

Maandag ben ik in Haarlem bij een radioprogramma om te vertellen van welk lied ik ‘de rillingen’  krijg. Een slimme vraag want natuurlijk kan je de rillingen krijgen van dat ene geweldige gitaarloopje of die bijna perfecte melodielijn, maar meestal krijg je de rillingen van een lied omdat het verweven is met een nogal heftige herinnering.

Morgenrood

Liedjes van mensen die nu dood zijn of zomaar uit je leven verdwenen. Het socialistische strijdlied ‘Morgenrood’ dat op de begrafenis van allebei mijn opa’s werd gedraaid: rillingen…
Rillingen van liefdesliedjes, natuurlijk. Het suikerzoete Bright Eyes dat ik op singeltje had. We lagen op mijn bed met drie jongens en drie meisjes (ik had een nogal groot bed) een beetje vaag tegen elkaar aan. Er zat een tik op die plaat, precies in het zinnetje dat begon met ‘How can the light that burned zo brightly’ (how can the light, how can the light….) en nog steeds als ik dat lied hoor, krijg ik niet alleen de rillingen van die schattigheid van toen maar ook de neiging om op te springen om de muziek verder te zetten.
Nare rillingen: bij muziek van dramatische films als Betty Blue of waar ik laatst over schreef, Schindlers List. Of het liedje ‘Give up your guns.’  Ooit was ik op de zweterige slaapkamer van een jongen die bijna doodging van liefdesverdriet. Give up your guns was het liedje geweest van hem en zijn vriendin samen en in mijn herinnering heeft hij urenlang een eindeloze, slepende versie van dat lied zitten zingen bij zijn gitaar. Totdat we er allebei bijna in stikten.
Waar krijgen jullie de rillingen van?

Reputatie

Het liedje dat ik uiteindelijk kies maandag, heeft alles te maken met mijn nieuwe boek. En hoewel dat verhaal nog lang niet af is, ga ik het in het radioprogramma toch laten horen.  Hebben ze meteen een scoop: eindelijk een tipje van de sluier van dat boek.
En tsja, als jullie dat ook willen weten (inclusief het écht verschrikkelijke lied waarmee mijn reputatie voorgoed aan flarden ligt), dan moet je maar luisteren naar Café Smout dat wordt uitgezonden vanuit Café Stempels in Haarlem, maandag van 2000 tot 2200 uur.

Categorieën
Verhalen van de berg

Alleen maar blauwe m&m’s

Volgende week is de dag van Jonge Jury en dan sta ik op het podium van het Circustheater, hoe stoer is dat – en ook een fijne rolwisseling.

Ik kreeg een soort draaiboek waarin stond dat ik de hele dag een vaste begeleider zou krijgen en alleen al dat was een ultiem glamourmoment. Met een man die vaak grote evenementen organiseert ben ik zelf vaak genoeg ‘artiestenbegeleider’  geweest.

Eendje

Zo was ik, jaren en jaren geleden alweer, begeleider van Paul de Leeuw. Dat kwam er vooral op neer dat ik zijn chauffeur was. In een oud gammel eendje (auto) haalde ik hem van de trein en bracht hem naar het festivalterrein waar hij Bevrijdingspop zou gaan presenteren. Ik herinner me dat Paul maar net in dat eendje paste (het was in zijn minder slanke periode) maar dat hij daar niet moeilijk over deed. Hij was een artiest zonder allures, had volgens mij niet eens een rider. Dat is een soort lijst van dingen die perse voor een artiest aanwezig moeten zijn, zoals tig flessen whisky van een bepaald merk of een reuzenschaal met alleen maar blauwe m&m’s in de kleedkamer (echt gebeurd). Sommige artiesten gaan gewoon direct weg als je niet aan de eisen van de rider hebt voldaan, hoe absurd die soms ook zijn.

Piepkleine gaatjes

Wat zou ik op mijn rider zetten? Pure chocola van dat-en-dat merk, een paar glazen rode wijn tegen de podiumangst… Nee, zo beroemd ben ik niet. Maar ik hoop wel dat ik meer geluk heb met mijn begeleider dan Paul de Leeuw indertijd met mij. Want toen we weg gingen, bleek er een zwerver in het autootje liggen te slapen. En die zwerver had op de achterbank gepoept, maar dat ontdekten we pas toen we al reden. Gelukkig zaten Paul en ik allebei voorin, maar je kunt je voorstellen hoe het rook. Er was trouwens wel een of andere roadie op gaan zitten en het was nepleren bekleding met allemaal van die piepkleine gaatjes (heet dat niet skai?). En tsja, dit is het lot van de artiestenbegeleider: toen Paul al ruimschoots thuis was en het festival lang en breed afgelopen, stond ik nog steeds te boenen…

Dit is ook mijn blog bij de Jonge Jury vandaag (check fb).

Categorieën
Verhalen van de berg

Kinderboekenschrijversflashmob

Kinderboekenschrijver Manon Sikkel is een van de raarste mensen die ik ken – en dat bedoel ik als een compliment.

We hadden een memorabele eerste ontmoeting, op een zeldzaam zwoele avond in het Vondelpark waar Manon me zou interviewen voor haar boek ‘Ik mis nog steeds de Hema.’
Dat dat stuk er uiteindelijk is gekomen, is een soort wonder omdat ikzelf soepel van de middagborrel maar de avondborrel door was gegaan en Manon middenin een enorm liefdesdrama zat. Waardoor we in plaats van over de Hema dronken en melancholiek over de liefde hebben gepraat – en dat schept natuurlijk een enorme band.
Manon bleek een heerlijk bizar (helaas enorm onregelmatig) weblog te hebben en verrassende reportages te maken voor Psychologie Magazine. Zo leefde ze een week lang alleen maar volgens het toeval wat betekende dat ze in willekeurige treinen stapte en met totaal onbekende mensen uitging. Ook was ze nog niet zo lang geleden bezig om, in navolging van een of andere Amerikaanse komiek via een ingewikkelde ruilhandel van tien cent een ton te maken.

Buikpijn

En nu komt Manon met ‘ de grootste kinderboekenschrijversflashmob van de Benelux’.
De aanleiding was een noodkreet van De boekenwurm, een kinderboekwinkel in Maastricht. Het gaat slecht met de kinderboekenwinkels en daar ging het heel slecht. Echt zo’n berichtje waar je buikpijn van krijgt  – en dan vervolgens zuchtend verder gaat met schrijven.
Zo niet Manon. Die besloot onmiddellijk tot een reddingsactie en wel ‘de grootste kinderboekenschrijversflashmob van de Benelux.’  Toen ze die oprichtte was ze in haar eentje, inmiddels heeft de groep op facebook over de driehonderd leden. Die flashmob komt er gewoon, op 22 april. Tientallen schrijvers gaan ervoor naar Maastricht en ik ook.
Helpt dat?
Nee natuurlijk. Het hebben van een kinderboekwinkel is en blijft een gigantisch labour of love.
En ja. Omdat positieve energie altijd goed is. Omdat er weer eens overal de aandacht wordt gevestigd op dit enorme probleem (zie ook hieronder).
En omdat we nu allemaal weer extra veel bij de kinderboekwinkels gaan kopen. En daar is niks raars aan, dat is gewoon gezond verstand.

http://hannekeleestenschrijft.blogspot.com.es/2013/04/herrijzen.html?spref=tw
http://www.janpauls.blogspot.be/
http://stoerboek.nl/flashmob-voor-boekwinkel/
http://tedvanlieshout.wordpress.com/2013/04/04/flashmob-voor-boekenwurm/
http://jannyvandermolen.wordpress.com/

http://www.leesplein.nl/LL_plein.php?hm=1&sm=1&id=9909
http://www.maastrichtaktueel.nl/grootste-kinderboekenschrijvers-flashmob-ter-wereld-de-boekenwurm-maastricht/
http://www.ikleesdigitaal.nl/schrijvers-op-de-bres-voor-boekenwurm/
http://www.kinderjury.nl/index.php/2013/04/04/kinderboekenschrijversflashmob/

De markt, dat zijn wij! (over koopgedrag en boekwinkels)

Categorieën
Verhalen van de berg

El gato fantasma

‘Mam, jij bent geobsedeerd door de spookkat,’  zegt mijn dochter. ‘Jullie hebben een speciaal soort band.’

Het is een hardnekkig misverstand dat kinderboekenschrijvers kindervrienden zijn – dat is meer het terrein van sinterklaas. Maar kinderboekenschrijvers houden wel van poezen.In de rommelige etalage van facebook buitelen de poezenfoto’s over elkaar heen. Meer nog dan over hun boeken praten kinderboekenschrijvers over hun poezen. Er zitten heus wel een paar hondenliefhebbers tussen, maar cats rule. Vooral jonge poezen en stervende poezen.

Vossen, wilde honden, rare ziektes

Er woonden al zwerfkatten op de patio en omdat wij die eten zijn gaan geven worden het er alleen maar meer. Zoals dat gaat bij boerderijkatten, gaan ze ook sneller dood. De dierenarts is een grote luxe, alleen maar voor de paar katten die tam genoeg zijn om op te tillen. En dan nog. Vossen, wilde honden, rare ziektes, kou en regen… de katten zijn hier zijn piepklein maar duizend keer sterker dan die in Nederland. Ze zijn wild en dapper en het is niet moeilijk om van ze te houden.
Behalve van de spookkat. Ik haat de spookkat. ‘Ik wou dat die eens door een vos gegrepen werd’  hoorde ik mezelf gisteren nog roepen.
De spookkat is een schildpadpoes die het goed zou doen als heksenkat. Op wonderbaarlijke wijze weet hij altijd het huis binnen te dringen en gaat dan nooit meer weg. De spookkat kan zichzelf volslagen onzichtbaar maken. Af en toe zie je hem ineens voorbijschieten, maar als je hem zoekt, vind je hem nergens. Hij plakt zich onder bedden en tegen muren in de meest onwaarschijnlijke hoekjes. Wat je wel vindt, is kattenpoep en kattenpis, op leuke kleedjes en kinderkleren.
En je hoort hem en dat is het allerengste. De spookkat jammert. Als iedereen slaapt begint het. Sta je dan op om hem naar buiten te laten, is hij weer kwijt en stil. Totdat je weer in bed ligt.

Geld voor snoep

Ik beloof mijn jongste dochter geld voor snoep als ze die kat vindt en nog meer geld als het haar lukt om hem naar buiten te jagen.
‘Hij is er echt niet,’  zegt ze uren later.
‘Volgens mij hoorde ik hem op de trap.’
We zoeken en zoeken, maar natuurlijk vinden we hem niet.
Zuchtend ga ik naar bed. Om er vijf minuten later door mijn dochter weer uitgehaald te worden. ‘Mam, kan je even komen? De spookkat heeft onder mijn bed gepoept.’

Categorieën
Verhalen van de berg

De paasgriezel

Wat is pasen zonder paaseitjes? Zonder paasontbijt, lammetjes, kuikens, narcissen, passies in kerken of hofvijvers-  en zelfs zonder meubelboulevards??? Welkom in mijn wereld, in Spanje. Eén troost: wij hebben de paasgriezel.

‘Eren jullie in Nederland deze week ook de santos, de heiligen?’  vraag de slome slagerin. Ze bedoelt: lopen er daar vanuit alle kerken ook processies door de straten? Denk daarbij aan eindeloos lange optochten met valse muziek. Beelden van Jezus. Jozef en de Maagd hoog opgetild door mannen (soms vrouwen) in monnikachtige kleren. Soms zijn ze op blote voeten, om nog meer het lijden te doorvoelen. En die kappen! Ze dragen allemaal enge puntmutsen, met alleen gaatjes voor hun ogen. Ku Klux Clan style.

Semana Santa

Omdat ik nou eenmaal dol ben op tradities en onze kinderen daar goed mee heb besmet, hebben wij hier gewoon wel een paashaas. Groot als ze zijn, staan alledrie de de meiden op paasochtend heel vroeg klaar met hun mandjes en mogen ze echte, geimporteerde paaseitjes zoeken op de patio. Heel veel. En daarna eten we, waarschijnlijk als enigen in heel Andalusie, een heus paasontbijt met paaseierdopjes en nepkuikens en de hele mikmak, zelfs met een paastafelkleed. ‘En wil je ook weer zelf paasbrood bakken mama?’ Rituelen tegen de klippen op.
Maar het gaat nog verder.
Want in die paar jaar dat we hier nu wonen, weet ik inmiddels dat de basisschoolkinderen voor Semana Santa altijd iets heel speciaals knutselen: de paasgriezel. Geen kuiken, geen lentetekening, nee een mini-Ku Klux Clanfiguurtje. Ik had hem al gemist dit jaar, maar gelukkig tovert Dunya hem net op tijd uit haar schooltas. Ze heeft hem ook nog eens naargeestig groen gekleurd.
Zo traditiegeil ben ik dus, dat zelfs de paasgriezel een ereplek krijgt vandaag.
Vrolijk pasen allemaal!