Categorieën
Verhalen van de berg

2013!

Lieve bloglezers, vandaag schrijf ik direct aan jullie, stukje nummer 547. Vaak zijn jullie hier met z’n tweehonderden op een dag. Soms probeer ik me me voor te stellen dat jullie dan ook allemaal tegelijk de berg op komen. En dat ik dan eindelijk zal weten wie Ada is. Of Elly. Of Liesbeth. Of Kenneth. Of mijn facebook-collega’s die ik vaak ook alleen maar ken van hun boeken. Zou ik dat aankunnen, zoveel nieuwe vrienden tegelijk?

2012 was een opwindend jaar, er gebeurden veel dingen voor het eerst. Een nieuwe uitgever – en wat voor een. Een jeugdboek, Kom hier Rosa. Daardoor kreeg ik in de krant het best wel enge etiket van taboedoorbreker. Ik kwam met Vossenjacht op de Jonge Jurylijst. Ik ging voor LINDA schrijven. Ik schreef het hele jaar columns voor Leesplein en nu komt er een boekje van. Ik ging voor het eerst naar Azië met mijn hele gezin. Ik deed iets engs in Portugal, alleen. Maar ook ging mijn moedertje naar het tehuis en ruimde ik een heel stuk vroeger op.
Ik wilde alles opschrijven. Mensen om mij heen hadden daar soms last van, maar ik kon niet anders. Vertrouw nooit een schrijver. Soms kon ik iets écht niet opschrijven en dan stopte ik zoveel mogelijk tussen de regels. En jullie wilden alles lezen, dat was een fijne constante.

Geluk

Vannacht ben ik in Cordoba met mijn man en meisjes. Rode onderbroek aan voor geluk en twaalf druiven om twaalf uur.  En dan wens ik dat 2013 net zo opwindend wordt. Tien jaar schrijver ben ik dan, en misschien komt er een nieuw boek, het vijftiende. Ik zal in ieder geval het geheim van Portugal onthullen. En verder weet ik het nog niet precies allemaal en dat is misschien wel het spannendste van alles.
Maar dit blog blijft en jullie ook. Hoop ik.
Heb allemaal een heel mooi en opwindend nieuwjaar!
Heel veel liefs van Anna

Categorieën
Verhalen van de berg

Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar

‘Gek word ik van al die gelukkige gezinnen met kerstmis. Ze hebben geen idee hoe irritant ze zijn met hun schatje dit en liefje dat. En al die leuke kinderen de hele tijd gaan ook op je zenuwen werken.’
‘Ja,’  zeg ik tegen mijn vriendin aan de andere kant van Skype. ‘Ja, nou.’

Maar goed, we hebben dus enorm leuke gasten deze week. Een Amsterdamse familie met ook drie dochters, even oud als die van ons. En ook al doe ik zelf niet mee met alle spelletjes en ski-partijtjes (er zijn grenzen aan mijn leukheid), ik kan wel stiekem minutenlang (urenlang!) naar die lange eettafel staren, met en zonder families eraan. Zoveel borden, kaarsen, goeie wijn. Echt lekker eten: lamsbout en warme ham met vijgen. Verpletterende chocladesoufflé, waarvan de jongste dochter zegt: ‘Anna, nu houd ik van je, heel erg. En dat doe ik zolang als het duurt om al die chocola op te eten.’ Ook zo fijn: dat die familie die op bezoek is ook nog eens van echt lekker eten houdt.
Alle meiden liggen uren in bad, geven elkaar de hele tijd massages, lakken elkaars nagels en vlechten elkaars haren. Er zijn zeker zeven haarborstels en die zijn de hele tijd kwijt. Ze dragen sexy kerstjurkjes met dikke sokken eronder. Ze lezen Catcher in de Rye en de LINDA. En met zijn tienen spelen we urenlang (zelfs ik, af en toe dan) het weerwolvenspel in een schandalig warme zon op de patio.

Schatje dit en liefje dat

Totdat het ineens donker en vrieskoud wordt en dan kruipen we allemaal bij het vuur. De maan boven de bergen, vol ook nog. De sterren en de hond die blaft. Kleintjes naar bed, nog meer wijn. Schatje dit en liefje dat. Want we houden zoveel van elkaar. Alle meisjes bij ons en elkaar op schoot de hele tijd, al die grote kleine lijven.
Mijn vriendin heeft gelijk – en Tolstoj ook. Je moet er eigenlijk niet over schrijven.

Categorieën
Verhalen van de berg

Wonderlijk

Een ander mooi kerstverhaal (het kan nog net) van mijn moeder bij de Albert Heijn.

Maria, zo heet mijn moeder, spreekt vaak volslagen onbekenden aan op straat om ze te vertellen dat ze er zo leuk uitzien. Of dat ze een snotje in hun neus hebben. ‘Het is toch prettig als iemand ze daarop attendeert?’ Alle winkeliers houden van haar omdat ze niet nalaat te zeggen hoe fijn, mooi, prettig ze die winkels en hun eigenaars wel niet vindt. ‘Jullie hebben altijd van die heerlijke koffie.’ ‘Wat ziet de etalage er weer prachtig uit’. ‘Je oogt een beetje moe, slaap je wel goed?’ Als er baby’s geboren worden, komt ze aan met cadeautjes en als er mensen doodgaan, leeft ze innig mee, als waren het haar meest naaste vrienden.

Clochard

Ook de zwervers en verkopers van straatkranten loopt mijn moeder nooit zomaar voorbij. Ooit, toen wij al uit huis waren, maakte ze een oude droom waar: ze ging een tijdje in Parijs wonen. En daar had ze in een mum van tijd haar eigen clochard geadopteerd. Ze gaf hem brood en wijn en fruit, ook al had ze zelf ook niet zo veel – en elke dag een praatje.
Natuurlijk wordt er misbruik van mijn moeder gemaakt. Ze heeft al een paar keer geld gegeven aan mensen die ‘hun portemonnee kwijt waren en een treinkaartje moesten kopen om hun zieke moeder te bezoeken, zo naar.’ Maar ze is ook geliefd, en dat is niet veranderd nu ze in het tehuis woont. Elke dag gaat ze een paar uur haar buurt in, kletsen.  Een klein wankel vrouwtje, spierwit haar, bonkend met haar wandelstok.

Straatkrant

Een paar jaar geleden zag mijn moeder op kerstavond een zwerver bij de Albert Heijn. Iedereen was al honderd keer aan hem voorbij gelopen, gehaast, tassen vol kerstboodschappen, maar mijn moeder bleef staan, kocht een straatkrant (die ze allang niet meer kan lezen) en vroeg wat hij ging doen met kerstmis. Bij het Leger des Heils eten, vertelde de man, en dat het eten daar zo lekker was. Mijn moeder wilde graag het menu horen en samen stonden ze een tijdje over eten te praten. En daarna over kinderen, de liefde, en het leven in het algemeen.
‘Dank u wel,’  zei de zwerver aan het eind, ‘u bent de eerste die vandaag iets tegen mij heeft gezegd.’
‘Nog een fijne kerstmis,’  zei mijn moeder en ze stak haar hand uit. ‘Ik ben Maria.’
De zwerver staarde haar aan. Hij schudde haar hand. ‘Dat is wonderlijk. Weet u wat mijn naam is? Jozef…’

Categorieën
Verhalen van de berg

Vrolijk Pasen voor de hele wereld!

Het mooiste kerstverhaal dit jaar komt van Chaia.

‘We gingen met de hele klas kerstliedjes zingen in het verzorgingstehuis. Niet het gewone bejaardentehuis maar daar waar de de viejos –oudjeszitten waar het niet al te goed mee gaat.

Dekentje

Toen we binnenkwamen zag ik eerst een kerstboom met daarin in plaats van ballen uitgeknipte kerstmutsen. Op elke muts was een foto geplakt van een van de bewoners.
De viejos zelf zaten in pluchen stoelen die langs de muren stonden. Elke viejo zat onder zijn of haar eigen wollige dekentje. Elk dekentje had een andere kleur en erop stonden hun namen geborduurd.
Sommigen waren aan hun stoel vastgebonden, sommigen sliepen. Ze hadden allemaal pantoffels aan en ze hadden allemaal voor de feestelijke gelegenheid een zakje popcorn gekregen. Een paar viejos lieten de popcorn steeds vallen.
We begonnen te zingen. Mijn juf speelde piano. Sommige viejos zongen mee, een oud vrouwtje was steeds aan het dirigeren met haar ogen dicht. Veel viejos vielen onder het zingen in slaap en schrokken dan weer wakker. Eén vrouwtje begon keihard te gillen toen haar popcorn viel. Een ander vrouwtje had een nachtmerrie, ze piepte in haar slaap en een verzorgster ging naar haar toe en aaide haar heel lief over haar wang.

Ande, ande!

Op een bepaald moment konden we niet meer door met zingen omdat een vrouwtje er de hele tijd eigen kerstliedjes doorheen zong. En een mannetje met doodenge ogen riep steeds met een griezelige stem: ‘Is het al nieuwjaar?’
Maar toen we Marimorena zongen – dat is hier echt een hit – klapten alle viejos mee in het ritme van de flamenco bij ‘Ande ande ande la Marimorena.’
Aan het eind gingen we kerstkaarten uitdelen die we op school hadden gemaakt. Ik gaf de mijne aan het vrouwtje tegenover me. Ze pakte hem aan, drukte hem tegen haar borst en viel weer in slaap.
We maakten nog een soort ererondje. De viejos staken hun handen naar ons uit en de man met de enge ogen riep: ‘Vrolijk Pasen voor de hele wereld!’

En weet je mama, nu wil ik vaker bij ze langs gaan, bij de viejos. Ze zitten daar maar zo alleen.’

Categorieën
Verhalen van de berg

Mijn arme handen

Het wordt géén kerstmis en we gaan géén huis vol gasten krijgen. En de oude Maya’s moeten helemaal hun kop houden.

Spijbelen omdat de rapporten toch al klaar zijn? Midden op de dag boodschappen doen, auto naar de garage, lekker skypen met vriendinnen? Neeneenee, de kinderen gewoon naar school, vriendinnen ‘s avonds pas terugbellen en nog maar even doorkachelen met een Landrover die niet meer in zijn achteruit kan.
Pas vrijdagmiddag – morgen dus- schuif ik alles opzij.

Briefjes in mijn bed

En dat ‘alles’ is een raar nieuw boek waarvan de toon en stijl alleen al niet willen kloppen. Wat kan ik soms terugverlangen naar de tijd dat ik gewoon een verhaaltje in elkaar zette, met duidelijke plot en vantevoren uitgedachte hoofdstukopbouw. Nu probeer ik intuïtiever te schrijven en dan moet je bijna alles onderweg uitvinden. Zo’n verhaal is net één van de geesten die hier door het huis zwerven: je weet dat het er is, soms zie je het even vanuit je ooghoek. Maar als je dan probeert te focussen, is het alweer weg. Gek word je ervan!
Ik schrijf mijn handen erop dood. Letterlijk. Als ik ‘s avonds voor hongerige kinderen aan het koken ben (nog steeds nadenkend, nog steeds schrijvend, overal slingeren briefjes met aantekeningen, zelfs in mijn bed), zijn mijn vingers blauwachtig wit. Mijn dochters kunnen er niet eens naar kijken, zo eng vinden ze het. Af en toe loop ik nu zelfs met handschoenen door het huis, maar het helpt niet. Als kind had ik vaak koude handen (maar niet zoals nu), toen ik moeder werd, waren vanaf dat moment mijn handen altijd warm – en nu bevriezen ze op dit boek. Wat betekent dat? Mijn arme handen, met hun mooie ringen en lange heksennagels, mijn gereedschap.

Hm, schrijven over schrijven voelt altijd een beetje ongemakkelijk. Maar ja, het is nu eenmaal wat ik doe.

Categorieën
Verhalen van de berg

Lijstje!

Voor Leesplein maakte ik een lijstje van de tien boeken die mijn leven veranderden. Dit zijn ze.

Een weeffout in onze sterren (John Green)
Dit boek kreeg ik aan het begin van dit jaar als welkomstcadeau van mijn nieuwe uitgever. Ik las het in het vliegtuig terug naar mijn huis in Spanje en huilde de hele vlucht. Boeken waar je om moet huilen zijn toch vaak de beste. En na dit boek keek ik echt een beetje anders naar de wereld. Hoe gruwelijk het vaak ook is allemaal, het universum is prachtig en ‘wil opgemerkt worden.’

De boekendief (Markus Zusak)
Dit zegt de Dood: ‘Er is een veelheid van verhalen waar ik mij tijdens mijn werkzaamheden door laat afleiden, net als door de kleuren. Ik verzamel ze op de ongelukkigste, ongelooflijkste plekken en denk er graag aan terwijl ik werk.’ Een boek over het allerergste – en dat het toch troost.

Hoe ik nu leef (Meg Rosoff)
Dit boek irriteerde me mateloos, een soort nieuwe liefde waar je eerst helemaal geen zin in hebt. Maar toen werd ik getroffen door de rare sfeer, de originele hoofdpersoon en al het gif van de oorlog waar dit boek over gaat. En bleef totaal ontredderd achter.

Voor donker thuis (Sue Ellen Bridgers)
Het eerste echte meidenboek dat ik las, met de allerbeste zoenscènes ever. Ik kreeg het op mijn twaalfde verjaardag van mijn grootmoeder. Fascinerende woorden die ik toen en daarna nooit ben vergeten: ‘die vochtige nachtgeur van zaad en zweet’.

Kees de jongen (Theo Thijssen)
Om hoe het mij is voorgelezen, twee keer nog wel. Eerst door mijn ontroerde vader, later door mijn ontroerde toverjurf Mieke. Hoe zij allebei de naam ‘Rosa Overbeek’ declameerden… je wilde er zo in bijten.

Alice in wonderland (Lewis Carroll)
Ik weet dat het mode is om dit boek stom te vinden en ik snap ook nog wel waarom. Maar de kracht van de beelden, de sfeer! De symbolen zijn zo oer, ik kom er zelf altijd weer op uit. En nooit kan ik fatsoenlijk gearmd lopen met iemand die net iets groter is dan ik (mijn dochter bijvoorbeeld) zonder te denken aan de kin van de hertogin die in je schouder priemt.

Sjakie en de chocoladefabriek (Roald Dahl)
Niet om die chocoladefabriek, hoe lekker die ook is. Maar om het feestelijke, spannende besef dat dat je dus altijd zomaar de gouden toegangskaart kunt vinden, hoe onvoorstelbaar het ook lijkt.

De sneeuwkoningin (Andersen)
Omdat je het er koud van krijgt, onherroepelijk. En dat ik dat beeld van die scherfjes in je oog nooit meer ben kwijtgeraakt. Gevaarlijk mooie vrouwen die je meenemen in witte sleeën, ik zie ze nog steeds.

Max en de maximonsters (Maurice Sendak)
Koning van de monsters te kunnen zijn, maar toch op tijd terug voor het eten ‘en het was nog warm.’

Een mandje vol amandelen
Het liedjesboek van mijn eerste herinneringen, van de schoot van mijn moeder, de piano van mijn vader, dat ruikt naar gestoofde appeltjes, warm als een kruik.

Hors concours: Kom hier Rosa
Vroeger veranderde ik mijn verhalen, tegenwoordig veranderen mijn boeken mij. Doodeng – en ook het geweldigste dat er is.

En nu jullie! Ga straks eens rustig zitten naast een kerstboom, met op schoot iets om te schrijven. Maak in gedachten een reis langs de ijkpunten van je leven en herinner je wat je toen las. Vergeet alle andere eindejaarslijstjes, maar maak alleen dit ene: wat waren de boeken die JOUW leven veranderden?

Verschenen als column op Leesplein:
http://www.leesplein.nl/LL_plein.php?hm=1&sm=2&id=108

Categorieën
Verhalen van de berg

Pubers aan het huilen maken

Woedend zijn de vriendinnen van mijn oudste dochter. Geschokt en in tranen. En dat allemaal om een lied tegen Aids.

In Nederland zou het volgens mij niet werken, maar hier is het normaal: oversentimentele smartlappen, gecombineerd met rap, om jongeren te waarschuwen geen foute dingen te doen. Er is er eentje over een kinderlokker. Gisteren op de middelbare school werd er een clipje vertoond over dronken autorijden: een moeder wacht op een sms’je van haar dochter en pas helemaal aan het eind blijkt dat die dochter doodgereden in het ziekenhuis ligt, de telefoon levenloos naast haar. ‘Que pena me da – wat afschuwelijk, wat verdrietig’  jammerden de geschokte scholieren. Sommigen kwamen huilend de school uit.

Haar hart en haar maagdelijkheid

Maar ‘Quince años perdidos’  (vijftien verloren jaren) spant de kroon in de klas van mijn oudste dochter (allemaal vijftienjarigen). In dit lied hoor je een lieve meisjesstem die steeds opnieuw het volgende refein zingt:
Mijn leven begint net,
Ik ga meemaken dat mijn geest verandert,
Mijn lichaam anders voelt
Maar mijn hart is blij want ik ben vijftien jaar.
Daardoorheen begint een rapper te vertellen over de ouders van dit meisje die hun princesa iets heel bijzonders voor haar verjaardag willen geven; een bootreis. Dat soort dingen gebeuren hier echt, de vijftiende verjaardag geldt als heel speciaal.
Op die bootreis ontmoet het meisje Raul, een droomjongen van zeventien, respectabel en uit een goede familie. Ze geeft hem ‘haar hart en haar maagdelijkheid.’
Intussen steeds weer dat fijne refreintje, dat lieve meisjesstemmetje.
Uiteindelijk komt het meisje smoorverliefd terug en opent vol verwachting het doosje dat haar droomprins haar meegegeven heeft. Daarin vindt ze een briefje. En op dat briefje staat (de muziek wordt ineens onheilspellend en zwaar): ‘Welkom in de wereld van de Aids’.
En dan weer dat leuke refreintje.
Kapot zijn ze ervan, de Spaanse jongens en meisjes. Het lied is een megahit.

Wat is dit,  Is dit uiterst effectieve voorlichting of schaamteloze manipulatie?
Je moet het eigenlijk even horen, dat kan hier: Quince anos

Categorieën
Verhalen van de berg

Nepjood

Het is chanoekah maar we hebben geen kaarsen.

In Montefrio kan je alleen maar van die dunne kerkkaarsen kopen. Die druipen als een gek en zijn te dun voor in een normale kandelaar.
Chanoekah zonder kaarsen is net zoiets als nasi zonder sambal – wat ik vorige week nog maakte. Onderbroeken zonder Hema. Boerenkool zonder worst en zonder boerenkool. IJs zonder schaatsen – en zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar goed, wij hebben dan nu weer de allermaagdelijkse olijfolie, zo uit de persen.

Latkes

Gelukkig kan je bijna elk feest wel zelf bij elkaar bakken. De speculaas is net op en de kersttulband moet nog komen, net als de Spaanse kerstkoekjes, de mantecados. Vanavond dus maar latkes op het menu, voor het chanoekahgevoel. En een sneeuwachtig Chanoekahverhaal erbij. Want ja, ik ben dan wel een nepjood, maar toch, maar toch…Happy chanoekah!

En hoe het moet, zie je hier (met dank aan Adam): bubala please hanukkah episode

Categorieën
Verhalen van de berg

Meisjes

Ik haal diep adem. Sinterklaas is weg en Ilco bijna. Ze zullen elkaar wel kruisen, want Ilco gaat juist weer de wereld in voor Masterpeace.

Ik mis hem nu al (mijn man dus). Het enige goeie is dat ik alle tijd van de wereld krijg om dat nieuwe heftige boek weer in te duiken. Ik moet nu de slag gaan maken van heel veel ruw en raar materiaal naar een echt verhaal. Zin in. En doodeng, dat ook.
‘Ik is bij je,’  zei Dunya vroeger als er iets griezeligs gebeurde. Maar nee, dit moet juist helemaal alleen.

Ik is bij je

Van Dunya en haar onuitputtelijke energie kan je enorm afgeleid worden. Van dat pubergedoe van de andere twee ook – maar dan anders. Ik zit me nu al te verheugen dat ik morgen de schoolbus zie wegrijden. Rust, ruimte!
Maar als ze dan terugkomen kan er soms, ineens, zo’n golf van liefde door me heen slaan. Als we samen voor het vuur zitten, ieder reuze knus met haar ipad/laptop/ipod op schoot. Als we met elkaar Glee kijken of in de auto zitten met keihard de Black Eyed Peas op. Als er eentje op mijn schoot klimt (meestal Dunya, soms Bloem en heeeeeel soms Chaia) en ik helemaal verdwijn in zoveel en zo groot kind. Als ik naar bed ga en weet dat ze alledrie om me heen liggen te slapen. Morgen zal ik brood voor jullie maken, denk ik dan, en je kleren voor je wassen zodat ze weer fijn en schoon zijn. Ik zal jullie haren honderd keer borstelen tot ze glanzen en het vuur voor jullie aansteken. Maar nu nog niet. Droom maar lekker, mijn schatjes, de hele lange nacht. Ik is bij je.

Foto Ivonne Zijp, voor het boek ‘Van binnenuit’ door Simone Arts en Maaike Kuyvenhoven/  en voor de J/M ‘Moeders met lef (beide verschijnen in het voorjaar).

Categorieën
Verhalen van de berg

El padrino

Het gaat goed met het inburgeren. Van mijn familie dan.

Precies vier jaar geleden – op 5 december- kochten we ons huis in Spanje. Toen sprak niemand van de kinderen Spaans en stonden we nog regelmatig voor de dichte deuren van de supermarkt omdat we weer eens vergeten waren dat er siesta was tussen twee en vijf.

Het is niet wat jullie denken

Inmiddels hebben de meiden hun eigen flamencojurken en is Dunya’s Spaans misschien wel beter dan haar Nederlands. Bloem heeft haar eigen vriendinnenclubje en is dit jaar uitgenodigd om naar het kerstdiner te komen van een school in Granada. En Chaia zit niet alleen op flamencodansen maar tegenwoordig ook op flamenco-gitaarles.
Het allerstoerste is nog wel dat Ilco deze week heel officieel is gevraagd om padrino – peetvader – te worden van een baby’tje dat in volgend jaar geboren gaat worden. Het is het kind van Toñi, de mooiste vrouw van Montefrio, en Frank, een Belgische jongen die nog veel meer dan wij is ingeburgerd. Hij gaat zelfs nooit meer terug naar België, daarom heeft hij nu zijn vriend Ilco als padrino gevraagd. Het is een jongetje (dat weten Spanjaarden altijd lang vantevoren) en Ilco moet er straks in de grote kerk officieel voor tekenen. Dan is hij een beetje mede-verantwoordelijk voor dat kind, bijvoorbeeld als er iets gebeurt met zijn ouders. En de rest van zijn leven zal Ilco de verjaardag van Izan -zo gaat hij heten- onthouden als die van zijn eigen kinderen – en er elk jaar met een groot cadeau naar toe, want dat is de traditie óók.
We zijn allemaal reuze trots en Ilco kondigde het bij de meiden zelfs aan als: ‘Een belangrijk nieuwtje: jullie krijgen er een soort broertje bij…. neeeeee! Het is niet wat jullie denken, niet op die manier.’

Dikke vrienden met de burgemeester

En ik? Ik ga niet op flamencodansen en stiekem vind ik het wel rustig om niet zelf een godmother te worden of, zoals Ilco, dikke vrienden met de burgemeester en alle winkeliers van Montefrio. Laat mij hier maar een beetje onzichtbaar blijven, hoe saai het ook klinkt. Ik zie alles, maar ik hoef niks. Ja, erover schrijven. Dat wil ik altijd het allerliefste.