Categorieën
Verhalen van de berg

Het sterven van een zeebarbeel

Je kunt mij echt alles aansmeren. Zelfs de Spaanse Wachttoren belandt altijd op de eettafel (en daarna natuurlijk wel in de prullenbak). Dus sta ik vandaag met een kilo kleine vieze visjes in de keuken.

‘Neem dit nou eens mee,’  zegt de man van het kleine supermarktje die een soort viskraampje in zijn winkel is begonnen (net zoals de slager een groentekraampje enzovoort – allemaal crisisbezwering). ‘Het lijkt op sardine maar dan lekkerder.’
De oranje visjes staren me hoopvol aan met hun dode oogjes. ‘Moet ik ze grillen?’ vraag ik met lichte tegenzin. ‘Grillen, frituren, beetje grof zeezout erbij en klaar,’  roept de man die voelt dat hij beet heeft, ‘en dan krijg je er van mij gratis deze mooie Coca Colarugzak bij.’

Gelukzaligheid

Ik moet vaak op internet zoeken wat voor eten ik nu weer heb gekocht en hoe je dat klaar moet maken. Een soort andijvie maar dat is dan snijbiet, witte wortels die pastinaak heten, bleekselderij die geen bleekselderij is maar iets waarvan ik de naam nu alweer ben vergeten, raar cactusfruit dat chirimoya heet.En vandaag dus salmoneta, want zo heten die visjes. Zeebarbeel is het, dat klinkt als een liedje. Google de zeebarbeel en je krijgt er allemaal verhalen bij. De oude Romeinen waren er al gek op, schijnt, en Cicero zelf beschreef hoe ‘.. onze hoogste senatoren denken dat zij de opperste staat van gelukzaligheid hebben bereikt, als ze zeebarbelen in hun vijvers hebben, die uit hun hand komen eten.’ Mijn armoedevisje uit de supermarkt een heus statussymbool, wie had dat gedacht!
Maar het meest bizar is wel het volgende citaat, van Seneca: ‘Niets is mooier, zeg je, dan een stervende zeebarbeel; op het hoogtepunt van zijn doodsstrijd zie je eerst een rode, dan een bleke tint opkomen, ook de schubben veranderen en op de scheidslijn tussen leven en dood doorloopt de kleur een heel spectrum aan ongrijpbare tinten. Moet je zien hoe mooi dat rood opvlamt, schitterender dan vermiljoen! Zie hoe zijn aderen kloppen in zijn flanken! Kijk! Zijn buik lijkt wel van bloed. En wat een lichtend blauw blinkt er net onder zijn voorhoofd. Ah, nu verstijft hij al en verbleekt hij en vloeien de kleuren ineen.’

Ach die arme zeebarbeel. Probeer hem dan nog maar eens op te gaan eten.

Categorieën
Verhalen van de berg

Een soort Tourette

‘O neeee, ze zingt weer!‘  Doodmoe worden mijn dochters van mijn idiote geheugen voor liedjes.

Soms is het best handig. Zo ken ik van alle sinterklaas- en kerstliedjes alle coupletten die er bestaan (try me) uit mijn hoofd en van de kerstliedjes dan ook nog eens in meerdere talen. Maar even rustig naar een dvd’tje van Glee kijken is er niet bij. ‘Nee he, mam, ken je dat lied nu óók al?’  Of, nog voor ik mijn mond heb opengedaan: ‘Niet meezingen nu, mam, please, dit is echt heel mooi namelijk.’

Teken

Ik kan het niet helpen. Liedjes zetten zich in mij vast als teken in een zwerfhond. Eenmaal gezongen vergeet ik een lied nooit meer, hoe stom het ook is. Vraag mij niet naar de stelling van Pyhtagoras of de hoofdstad van Roemenie, dat is allang weggezeefd uit mijn geheugen. Maar liedjes, van vroeger en nu, onthoud ik voor eeuwig. Waardoor de voor mijn omgeving vaak  irritante situatie ontstaat dat ik iedere willekeurige situatie vang in een lied. ‘Mam, wil je even helpen met mijn paardrijlaarzen uittrekken?’ krijgt ‘Take off your thirsty boots…’  ‘Ha, daar is de zon weer,’ wordt beantwoord met ‘Here comes the sun, doodoodoodoo,’  een stukje lopen door de regen is natuurlijk: ‘Siiiiinging in the rain‘  en het woord Londen alleen is al goed voor ‘Let me take you by the hand…’  ‘Ik ga naar New York’  zegt Ilco en ik mompel: ‘Concrete jungle where dreams are made of.’ Enzovoort. O, ik kan nog uren zo doorgaan.

Galmend

Ons huis is helemaal van steen en je kunt er heerlijk galmend in zingen. Wat ik dus  ook doe, op weg naar de keuken, naar boven, naar de badkamer, naar buiten. ‘Zing jij ook in je eentje?’  vroeg Chaia laatst. Ja, dan juist! Niet achter mijn computer maar wel als ik koffie ga halen in de keuken bijvoorbeeld. Heel hard. ‘Is this the real life, is this just fantasy….’ Of, lekker dramatisch: ‘Hello darkness my old friend…’
Mijn moeder had het al, dat zingen. En ook Chaia zingt de hele dag door – maar o wee als ik mee ga zingen. Dan krijg ik een enorme snauw. Alleen, het is een soort Tourette – dus dan zing ik toch gewoon door, alleen heel zachtjes.
Laatst viel de stroom uit, ‘s avonds laat. Dat gebeurt hier wel vaker als het regent. Ik zat net gezellig met de oudste twee een of ander filmpje te kijken en in eén klap was de tv en trouwens ook de hele kamer donker. Alleen het haardvuur, dat brandde vrolijk door. Eerst waren we boos en toen al gauw ontstond er iets gelatens. Het was Chaia die zei: ‘Wie weet er een lied?’ Bloem zong Suzanne, ik zong Today. En daarna zong Chaia zelf iets van Do, heel mooi en zuiver. En dat alles in het pikkedonker voor het vuur.
Het was best jammer dat toen de stroom weer terugkwam.

Categorieën
Verhalen van de berg

Amsterdam!

Waarom ik zo houd van Amsterdam, ontdekte ik pas toen ik er weg was.

Ik weet nog dat we in Indonesië op zoek waren naar een boedhabeeldje. Bij de Borobodur stikte het van de verkopers van die dingen, maar toen hadden we wel wat anders aan ons hoofd: de Borobodur. Twee dagen later bedacht Bloem dat haar pianolerares een boeddhist was en wilde ze dat beeldje alsnog, maar toen was het nergens meer. Zelfs niet in de hoofdstad, zelfs niet op Bali. Alleen maar op het vliegveld, heel duur en niet eens mooi. Toch maar gekocht.
Niet veel later zag ik dat beeldje in Amsterdam, overal.

Lonely planet

In Amsterdam kun je alles kopen. Vooral voor koken is dat geweldig: elk kruid, elke specerij, elke rare groente is wel ergens te krijgen op een markt of in een gek winkeltje. Net als kaas, wijn, absinth of de beste Franse croissants. Ik neem allang niet meer geitenkaas of versgeperste olijfolie als souvenir mee naar Amsterdam. Laatst nog: had ik vijgenbrood bij me voor een vriendin, een lokale delicatesse. Loop ik daar naar de groentenboer… zie ik het zo liggen. En niet eens duurder.
Maar ook bijvoorbeeld elke nieuwe kunstfilm, elk tijdschrift van waar ook ter wereld, de nieuwste muziek, de verste modetrends, alle boeken van de wereld… je vindt het zo in Amsterdam. Nu is dat vast ook wel aan de hand in andere grote steden zoals Londen of New York, maar het fijne van Amsterdam is: alles bevindt zich op een kwartiertje fietsen. West, oost, cheap, extravagant, bizar, bijzonder. Alles!
Dus ja, ik snap best dat Lonely Planet Amsterdam de beste stad vindt om naar toe te gaan. Als ik lang en hard zit te werken op mijn berg zoals nu, dan droom ik daar wel van.

Herfstige tijden

Als ik vandaag een dagje in Amsterdam was, dan ging ik met een al net zo hard werkende vriendin vluchten naar een oosterse Spa. Ik kocht nieuwe Diorissimo-lippenstift in de enige goede kleur (alleen bij de Bijenkorf) en Lovechock chocola bij de natuurwinkel (de bijgesloten spreuk zou mijn motto voor de dag zijn). Misschien wipte ik nog even binnen bij een klein Mexicaans spullenwinkeltje voor het Caribisch gevoel in herfstige tijden. Daarna zou ik de film Dans la maison gaan zien, waarschijnlijk in Eye. En vanavond at ik zuurkool.

Categorieën
Verhalen van de berg

Inburgeren in Spanje, les 5: naar de dokter

Stel, je moet naar de dokter op het platteland van Spanje. Doorloop dan rustig en geconcentreerd de volgende stappen.

– Stap 1. Maak een afspraak, maar niet via internet of het regionale afsprakennummer. Je krijgt dan wel een afspraak, maar die sluit niet aan op de lokale afsprakencomputer – met als mogelijk gevolg toch algauw nog een uur langer wachten (zie 3). Ga dus tijdens afsprakenmaaktijd naar het Centro de Salud en maak bij het gestresste oude mannetje aan de balie een afspraak (gemiddelde wachttijd hier 40 minuten, tenzij de computer gecrasht is). Vergeet je groene verzekeringspas niet, anders gaat het feest niet door (de blauwe internationale kaart met hetzelfde nummer erop, werkt niet).
– Stap 2. Ga (altijd een paar dagen later) op de aangegeven tijd naar de aangegeven plek. Check dit grondig: behandelkamers veranderen en dokters transformeren makkelijk in collega’s (vervelend als je bijvoorbeeld speciaal om een vrouw had gevraagd).
– Stap 3: Pak een boek uit je tas en ga lezen. Reken op een uur wachten (en maak niet, zoals sommige lange westerse mannen die al hun tijd hard nodig hebben om te werken aan de wereldvrede, een enorme stennis als dat anderhalf uur wordt terwijl je steeds wappert met je papiertje met daarop de -reeds lang verlopen- afspraaktijd. Stennis verandert niks).
– Stap 4: Het is zover. Haal het maximale uit je afspraak (vergeet je groene verzekeringspas niet, anders gaat het alsnog niet door). Verneem dat de dokter je bloed wil laten checken- ongeacht je klacht in Spanje bijna standaardprocedure.
– Stap 5: Maak hiervoor een afspraak bij de prikkenkamer (zie 1)
– Stap 6: Kom enige dagen later terug bij de prikkenkamer (zie 2)
– Stap 7: Lever de speciale naametiketjes in die je weken eerder hebt laten uitprinten bij het gestresste mannetje achter de balie. Ga zitten met een boek (zie 3). Bijkomstig voordeel van lezen: dat je niet al die boeren voorbij ziet komen met in hun handen als een soort trofee de speciale plastic bakjes vol donker- of juist heel lichtgekleurde urine die hier ook moeten worden ingeleverd.
– Stap 8: laat je bloed prikken en doe NIET zoals alle brave boeren en huisvrouwen wat de dokter zegt: nog een half uur blijven wachten met je arm omhoog, waarbij je gewichtig kijkend een steriel gaasje tegen het prikgaatje gedrukt houdt. Hier valt daadwerkelijk tijd te besparen!
– Stap 9: Maak een afspraak om de resultaten van je bloedtest te horen (als 1).
– Stap 10: als 2.
– Stap 11: als 3.
– Stap 12:  Geniet van je afspraak (vergeet je groene verzekeringspas niet, anders gaat het feest niet door). Verneem dat alles in orde is maar dat de dokter voor de zekerheid over een maand nog een keer je bloed wil controleren.
– Stap 13: als 1
Enzovoort.

Volgende keer: een afspraak bij de specialist (voor gevorderden).

Categorieën
Verhalen van de berg

Terug naar vorige keukens

Doornroosjes. Zo noemt Ted van Lieshout herinneringen die alleen nog maar wakker gekust hoeven worden. Dat is wat ik doe ik als ik schrijf: herinneringen wakker kussen. Daardoor kan je ook prima over en voor kinderen schrijven als je zelf geen kind meer bent. En is het niet nodig om zelf kinderen te hebben – hoewel die soms wel ineens kussende prinsen kunnen zijn.

Het is niet altijd even leuk, trouwens. Een andere collega, Roelof ten Napel, citeert een artikel uit het The Quarterly Journal of Experimental Psychology over dat het brein, bij het lopen door een deuropening, een nieuwe omgeving voor herinneringen creëert. Dat is de reden dat je zo vaak kwijtraakt waarom je, bijvoorbeeld, naar de keuken bent gekomen.Door dit fenomeen leef ik in allerlei parallelle werelden tegelijk en soms raak ik daar behoorlijk van in de war. Maar ik moet (waarom eigenlijk?) van mezelf al die paden bewandelen, en dus ook terug naar heel veel vorige keukens. Voor Kom hier Rosa moest dat. En nu weer, voor een nieuw boek want het houdt nooit meer op ben ik bang.
Er zijn hulpmiddelen voor. Geuren. Beelden. Sinds ik Kom hier Rosa heb geschreven kan ik nooit meer langs het verlaten kerkje van San Isidro rijden zonder aan Sita te denken. En muziek! Ik heb dezer dagen echt keihard muziek op als ik schrijf (nee, ik zeg niet welke). En chocola eten, dat helpt altijd bij alles.

Een transcendente Alice

Doornroosjes, het klinkt zo fijn. Maar soms kus je ook monsters wakker. Daar kan ik wel tegen. Wat me echt doodeng lijkt is dit: dat je er niet meer wegkomt en zelf verandert in een transcendente Alice die tot in lengte van dagen aan de verkeerde kant van het looking glass blijft. Dat zie ik soms bij mijn moeder, in het tehuis. Als ik haar bel en ze vertelt hoe ze met haar stok in de lucht door de eetzaal heeft lopen dansen. Klinkt gezellig, maar dat is het niet. Niet als je mijn moeder kent zoals ze is (of was): wijs en waardig.Ik dacht dat het verliezen van het overzicht de grootste nachtmerrie was, maar het verliezen van je waardigheid is misschien nog wel erger.
Voorlopig gaat het nog goed, met al mijn doornroosjes. En alles beter dan als er helemaal niks meer te kussen valt. Toch?

http://tedvanlieshout.wordpress.com/2012/10/18/doornroosjes/
www.abcyourself.nl/2012/10/22/explorations/

Categorieën
Verhalen van de berg

Onstuimig!

Je blessings. Je echt goede vrienden. Je ongepubliceerde verhalen (af en half). Zelfs je lucifers kan je tellen (nog twee – zonder lucifers op een berg in Spanje kan behoorlijk problematisch zijn als je geen al te modern fornuis hebt en het is ook nog eens weekend).
Maar wat ik vooral tel vandaag: mijn likes.

Ik wilde vandaag eigenlijk schrijven over de onderwijsbezuinigingen die zo gruweliijk zijn in Spanje. Maar ik kan gewoon niet niet schrijven over de fijne recensie voor Kom hier Rosa in de NRC.

Bingo!

Het begon met een facebookberichtje van een lieve kennis: bingo! Meteen daarop een mailtje van mijn oude uitgever Liesbeth, kort en bondig als altijd: ‘NRC van vandaag, gefeliciteerd!’  Volgde een vrij hysterisch rondje bellen van de berg naar vrienden in Nederland bij wie ik de NRC vermoedde maar niemand was thuis. En je kunt die krant hier natuurlijk nergens kopen. Ik had net mijn vriendin Mylou die toevallig in een taxi zat gesms’t dat ze onmiddellijk moest stoppen bij een krantenwinkel, toen mijn briljante oudste dochter bedacht dat Ilco de NRC gewoon op zijn ipad had.
Ik was zo zenuwachtig dat ik spontaan was vergeten hoe een ipad werkte, dus Bloem moest het voor mij doen, maar toen zagen we het: ja, een recensie. En ja, hij was fijn. Heus niet alleen maar positief maar wel bruisend en nieuwsgierigmakend. En enorm interessant voor mijn imago als ‘taboedoorbreker’ en iemand die ‘onstuimig… en ondeugender schrijft dan de Vijftig tinten grijs-alternatieven daarvoor’. (Iedereen die nu zin krijgt in een lekker geil boek, kan ik alvast teleurstellen: de hardcore seks zit pas helemaal op het eind – en dan nog is het slechts een pagina of vijf).

Genant

Tot licht afgrijzen van mijn middelste dochter en milde verbazing van de rest van mijn familie stuiterde ik de rest van de avond alleen nog maar door het huis, terwijl ik te zoete cava dronk en steeds het woord ‘onstuimig’  prevelde. Ondertussen stroomden de lieve berichten binnen, alsof ik een televizierring had gewonnen. Best genant hoe zo’n klein stukje van een jongen die ik helemaal niet ken ineens zo belangrijk kan zijn. Ik wist -eerlijk- niet dat ik nog steeds zoveel behoefte had aan erkenning. Maar feit was dat ik vanmorgen om zes uur al klaarwakker achter mijn laptop zat.
Likes te tellen.

De recensie staat hier:
http://www.annavanpraag.nl/boeken/kom-hier-rosa/

Categorieën
Verhalen van de berg

Mijn wereld is een soort doos met overal blokjes op het plafond

‘Koffie? In de zon?
‘Nee!’  Ik gris het kopje koffie uit zijn hand en wapper mijn verbijsterde echtgenoot de deur uit. Schrijven wil ik, zonder gedoe. En zelfs de zon – die heerlijke Spaanse nazomerzon-  is nu gedoe.

‘Schrijven is onzichtbare touwtjes spannen.’  Dat las ik laatst. Touwtjes van je gedachten naar je personages, van heden naar verleden, van binnen naar buiten. Iedereen die nu mijn schrijfkamer binnenkomt loopt tegen mijn touwtjes op, ikzelf ook, en dan spat het allemaal weer stuk.

Wedstrijd

Daarom ben ik echt jaloers op de meer dan tweehonderd verhalen die de laatste dagen mijn mailbox binnenrollen. Zoals elk jaar heb ik aan de kinderboekenweek een verhalenwedstrijd verbonden en de kwaliteit is hoog. Met het grootste gemak worden de meest geweldige dingen bedacht en opgeschreven. Waar ben ik dat vermogen zelf eigenlijk kwijt geraakt?
De mooiste zinnen komen van een jongen uit Drente: ‘Mijn wereld is een soort doos met overal blokjes op het plafond. Er staan grijze kluisjes met herinneringen; daar praat, reken en teken ik in.’
Als ik zelf moegeschreven ben lees ik nog de hele avond kinderverhalen. Veel fantasy dit jaar, veel dat onaf is maar wel vol beloftes. Uiteindelijk moet ik Bloem inschakelen als mede-jurylid en ook die zit uren te lezen.
Maar vannacht heb ik dan eindelijk alle deelnemers bericht gestuurd en ook de twee winnaars: Alant uit Friesland en Pilar uit Bloemendaal (kinderen: kijk bij ‘nieuws’).
En nu ga ik zelf weer schrijven. Bij voorkeur in een soort doos met overal blokjes op het plafond.

Categorieën
Verhalen van de berg

Met je hele hebben en houden

‘Alsof je dagenlang jarig bent.’  Zo omschreef een collega-schrijfster het gevoel wanneer er een nieuw boek uitkomt. Het is een soort wonder als de gedachten die je ergens op een berg in je eentje hebt zitten uitpuzzelen ineens getransformeerd zijn in een boek. Of wat me vorige week nog overkwam: dat er een totaal onbekend iemand tegenover je zit in de trein die jouw boek leest. Dat is zo geweldig en bizar… ik voel het nog.

Eng is het ook. Ineens lig je te kijk met je verhaal, je hele hebben en houden. De engste lezers zijn natuurlijk de recensenten. ‘Als je niet wilt dat je boeken gerecenseerd worden, moet je ze ook niet publiceren,’  zegt een bekende criticus altijd. Klopt. Maar ik ben niet erg stoer: als het een rotrecensie is, is het wel je bloedeigen kindje dat een veeg uit de pan krijgt.
Dat is me één keer overkomen. Het was in mijn lievelingskrant waar ik zelf ook voor schreef en het kwam als een keiharde donderslag.
‘Waarom heb je het niet tegengehouden? Of me op zijn minst gewaarschuwd?’  vroeg ik aan een goede vriendin die ook op die redactie werkte. Ze keek me niet-begrijpend aan. ‘We zijn nou eenmaal journalisten,’  zei ze, ‘je moet ons nooit vertrouwen.’

Onschuld

‘Je hebt mij toen beroofd van mijn onschuld,’  zei ik jaren later, toen ik de recensente in kwestie nog eens tegenkwam. Beetje overdreven, zoveel macht had ze nou ook weer niet. Maar het argeloze plezier waarmee ik mijn boeken de wereld in zwiepte, was vanaf dat moment wel voorgoed verdwenen.
‘Als dat het effect was, ben ik blij,’  zei de journaliste meedogenloos en journalist-achtig. Niet veel later publiceerde ze zelf een boek. Ik heb erop gelet: geen enkele recensie verschenen.
En dat is nog erger dan een slechte recensie: geen recensie. Ook dat heb ik ervaren. Het was een prachtig boek, Verboden te vliegen, dat heel toepasselijk vervloog voor je er erg in had. Niemand schreef erover, niemand kocht het in. Alsof het niet bestond – en ikzelf vond het juist zo mooi. Ik wilde er nog een vervolg op schrijven maar dat mocht toen niet van de uitgever want zo gaat dat dan.

Kom hier Rosa

Aan Kom hier Rosa heb ik twee jaar gewerkt. De afgelopen maand ben ik op promotietour geweest langs boekwinkels en scholen. Ik heb voorgelezen, gesigneerd, we hebben gedanst en getoast, ik heb mailtjes rondgestuurd en facebookberichten, erover geblogt tot ik er zelf helemaal moe van werd, kortom: ik heb mijn uiterste best gedaan.
Nu is het afwachten.
Met een beetje geluk blijven de stapels nog plat liggen na de kinderboekenweek. Of slinken ze razendsnel, ook goed. Wat wel heel fijn is: mijn mailbox vult zich langzaam maar zeker met berichten van lezers. Meer dan ooit.  ‘Het heeft me diep geraakt.’  ‘Als ik nog 13 of 14 was geweest weet ik zeker dat er eindeloos over zou gaan fantaseren en in dat verhaal zou willen blijven.’  ‘O laat dit boek zijn weg vinden!’
Het is niet onopgemerkt gebleven. Ik ben nog steeds jarig.

(Dit is mijn Leesplein column van deze maand:
http://www.leesplein.nl/LL_plein.php?hm=1&sm=2&id=104 )

Categorieën
Verhalen van de berg

Zeventienhonderd kinderen

De meester van de Theo Thijssenschool is not amused door mijn vorige blogje. ‘Je hebt er niet echt veel zin in he?’  En dat hij het de kinderen ook al even heeft laten lezen.

Ja maar, wil ik tegen de meester zeggen. Dat hij tussen de regels… en dat ik nou eenmaal… en dat ik heus wel…
Maar ja, je bent wat je schrijft. Dat vindt die meester natuurlijk en hij heeft gelijk. Het is niet de eerste keer dat mijn eigen woorden me vangen in een web dat ik per ongeluk heb geweven.

Thuiswedstrijd

Moe of niet, met een kater ook nog, ik stort me er gewoon weer helemaal in. En natuurlijk wordt het een topdag vandaag op de Amsterdamse scholen. Een thuiswedstrijd met enorm leuke kinderen met eindeloos veel fantasie. Met tot slot echte Spaanse tapas die de moeders hebben gemaakt, een meisje in een Spaanse jurk en als toegift een klein schattig jongetje dat mij stralend een tekening in de hand drukt. ‘Deze heb ik speciaal voor jou gemaakt, ik ben er heel lang mee bezig geweest Je mag in het vliegtuig pas kijken.’

Vallen en opstijgen

Ik voel me regenachtig als ik de trein pak naar Schiphol. Mijn koffer vol kaas, bruin brood, drop en stroopwafels, als de eerste beste toerist. En Tosca Menten’s boekje met de moeilijke titel erbovenop. Het is bijna niet te geloven dat het nu echt klaar is, al die boekpromotie achter elkaar. Dat ik eindelijk weer gewoon mag gaan doen wat ik het liefste wil: boeken schrijven. Zodra ik op mijn vliegtuigstoel zit, val ik in slaap. Dat vallen en opstijgen tegelijkertijd is een bijna hallucinerend gevoel.
In Spanje lopen de mensen in hempjes en korte broeken, ook al is het inmiddels nacht. Maar ik denk aan die zeventienhonderd (ik heb de papieren geteld die ik heb uitgedeeld) kinderen in Nederland, voel nog steeds de spotlights. Sentimenteel pak ik de kindertekening van dat ene lieve jongetje uit mijn tas. Is het wel een tekening? Die jongen had van die droomogen, misschien kan hij ook wel mooi schrijven.
Maar nee, het is echt een tekening, knap gedaan ook nog. Mijn moeie ogen moeten eerst even scherpstellen maar dan zie ik het duidelijk: een zeer goed lijkende en mooi ingekleurde afbeelding van Geronimo Stlton. Die muis.

Categorieën
Verhalen van de berg

Een golf van kinderliefde

Ik ben totaal ongeschikt voor dit beroep. Dat denk ik als ik op facebook al mijn collega-kinderboekenschrijvers over de kinderboekenweek hoor praten. ‘Heerlijk!’  ‘Zo leuk, mijn klassenbezoek vandaag’ ‘Hoera, ik mag weer’  ‘De fijnste weken van het jaar’.  Dit -en nog veel meer- raast er allemaal aan je voorbij. Terwijl ikzelf alleen maar volhoud op de adrenaline van pure paniek.

O help. Dat denk ik elke ochtend van de kinderboekenweek. Nog voor de wekker (die vaak op zes uur staat) schrik ik wakker van de gedachte dat ik weer zo’n kinderpubliek krijg waarvan je niet weet of het groot is of klein (gisteren nog drie blokken van 90 kinderen), oud of jong (groep acht ‘maar groep vijf is ook even aangeschoven’), extreem goed voorbereid of geen flauw idee van wie je bent of wat je doet. En dan de bibliothecaressen! Ze zijn vaak mijn vaste begeleider op zo’n dag, en soms maak je zomaar nieuwe vriendinnen, maar op andere dagen is het echt horror. Dan zijn ze zo viezig of extreem saai of juist overdreven babbelziek. De verhalen die ik over bibliothecaressen zou kunnen vertellen…
Na zo’n dag heb ik altijd enorm veel zin in drank en uitgaan, in zeer volwassen gesprekken met vriendinnen. Dat doe ik dan ook, dus ik slaap heel erg weinig – waardoor het nu, na tien dagen, begint te voelen alsof ik constant stoned ben. Nog maar twee dagen, dan mag ik weer gewoon rustig op mijn berg boeken schrijven. Dat zeg ik tegen mezelf als ik voor de zoveelste keer uren in de trein zit terug naar Amsterdam. En dan gebeurt er iets geks.

Hartstocht

Tot mijn eigen verbazing word ik overspoeld door een golf van kinderliefde. Daarvoor hoef ik alleen maar terug te gaan naar de klassen in dat Drentse stadje van vandaag en de hartstocht waarmee die aan het schrijven zijn gegaan. Naar al die verhalen die ik vandaag heb gehoord, de stralende manier waarop ze me uitzwaaiden, de beloftes van verhalen die nog gaan komen.
Ok, het kost energie, maar wat kan ik het eigenlijk goed: de tover van verbeelding en verhalen oproepen in zo’n keurige klas. Het zal dat slaapgebrek wel zijn, maar op dit moment denk ik zomaar: fijn, morgen mag ik weer! Net als een echte kinderboekenschrijver.