Categorieën
Verhalen van de berg

On the edge of glory

‘Somewhere, on a distant mountain…’ Zo zou de film van mijn leven beginnen – volgens mijn dochters dan.

Het is een of andere app: filmtrailers maken met filmpjes en foto’s van bekenden. Dunya is ermee begonnen en haar filmpje over Chaia (veel paarden erin) heeft als interessante titel: ‘On the edge of glory’.
Ik ben elke keer weer verbaasd over hoe perfect drietalig mijn dochters zijn en hoe makkelijk met taal, zelfs die kleine Dunya. On the edge of glory: een film over je zus die je adoreert en geweldig vindt en waar je tegelijkertijd het hardst mee moet vechten.

Too sexy

Het filmpje dat ze over hun vader maken heeft het liedje ‘I’m too sexy’  als soundtrack, ook al verrassend goed gekozen. Het combineert heerlijk met de vele trotse foto’s die Ilco alleen al op zijn facebook timeline heeft staan.
Goed, en dat filmpje over mij dus. Zelf doe ik niet anders dan scenario’s schrijven voor mijn leven. Niet alleen wensscenario’s, ook gewoon terwijl het gebeurt, dat leven. ‘Jij kan niet eens over straat lopen zonder dat je denkt: ‘Ik loop op straat‘  zei Bloem een keer verbijsterd. Klopt. Ik zie mezelf altijd bezig en ik verzin er het verhaaltje bij. Niet eens beroepsdeformatie, altijd al gedaan.
Wat natuurlijk heel anders is dan een verhaal dat anderen over je maken. Wat zien mijn dochters: een originele moeder, een chaotische, eentje die met enige regelmaat steken laat vallen?
Niet eens een moeder, zo blijkt. Mijn filmtrailer zou volgens hen dus beginnen met die bergen en dan langzaam inzoomen op een vrouw die daar zit te schrijven. Het bouwt op naar de cliffhanger, de zin waardoor je denkt: die film móet ik zien.
In dit geval, nog steeds volgens mijn dochters (en denk er een vette Amerikaanse voice over bij): ‘Will she ever write a bestseller?’

Categorieën
Verhalen van de berg

Memory lane

Het is het weekend van Ilco en Nelson.

Er komt zomaar een wonderbaarlijk bericht van de Verenigde Naties binnen. Ilco en zijn maatje Mohammed krijgen een belangrijke prijs voor het vredeswerk van MasterPeace. Of ze nog deze maand even naar New York willen komen om die prijs op te halen uit handen van Ban Ki Moon himself. O ja, en Stevie Wonder zal er ook zijn.
‘Ik zou nog liever Stevie Wonder ontmoeten dan Nelson Mandela,’  zeg ik jaloers. Een paar jaar geleden zou Ilco voor zijn toenmalige project Dance4Life naar Mandela gaan (maar toen was hij al ziek en nam Desmond Tutu het over).
Ilco lacht met de bravoure van de winnaar. ‘Nee, Mandela boven alles. Die staat nog steeds bovenaan mijn bucket list.’
De dag erna is Mandela  dood.

Radio Freedom

Meteen ben ik dertig jaar terug in de tijd.
Ik was vijftien en Ilco was mijn held. En Mandela de zijne. Dus terwijl andere kinderen dates hadden in de bioscoop en gingen dansen op een feestje, reisden wij met de trein door het land met spandoeken en collectebussen.
We voerden actie voor het ANC, wat toen nog niet bepaald salonfähig was en voor Radio Freedom want toen al geloofde Ilco in in muziek als allergrootste wapen voor de de vrede. In die tijd begon hij ook met Bevrijdingspop – en ik smeerde de broodjes voor de artiesten.
Waar Ilco de kunst perfectioneerde van het mensen overtuigen voor een goed doel, haakte ik al snel af. De verschrikkelijkste verwensingen kreeg ik soms te horen als links meisje met buttons en collectebus. Het was voor het eerst dat ik ontdekte dat mensen helemaal niet zo leuk zijn -en ik ben de schok geloof ik nog steeds niet helemaal te boven.

Vijftig

De projecten van Ilco werden steeds groter en geliefder. Hoe lang geleden voelt het dat hij door de ordedienst van het CDA letterlijk -au- aan zijn haren een zaaltje uit werd gesleurd terwijl hij schreeuwde ‘Is dit nou democratie?’ (Er moet nog ergens een krantenfoto van zijn).
Maar ikzelf stapte ergens uit onderweg, bij de halte van het boekenschrijven.

Vandaag wordt Ilco vijftig -ook al zo ongelooflijk- en krijgt een vredesprijs en Nelson Mandela is dood. Ik kan niet precies uitleggen hoe maar in mijn hoofd vloeit alles samen.
(en ja dat zijn Ilco en ik op de foto)

Categorieën
Verhalen van de berg

Appeltjes

Schrijfmeschrijfmeschrijfme, roept mijn boek – gelijk de appeltjes van vrouw Holle die uit de boom geplukt willen worden en wel nú. En ik schrijf een ontmaagdingsscène parallel aan een allerzoetst sinterklaasgedicht – twee documenten naast elkaar open.

‘Wij schrijvers zijn kampioen in dubbellevens,’  zei mijn vriendin Jowi een tijdje geleden.
Toch wringt het aan alle kanten. Ik moet wel eens denken aan een andere schrijfvriendin, van vroeger: Maya. Zij schreef een boek (Met onbekende bestemming) waarin de hoofdpersoon, een kunstenares, uiteindelijk haar kind vermoordt omdat ze anders niets meer kan maken.

Vacuüm

Ik heb mezelf een willekeurige deadline gesteld, de verjaardag van mijn ex-uitgeefster Liesbeth (‘geef me dat dan als cadeautje’) omdat het goed werken is in een vacuüm. Maar ja, daar zit ik zelf nu dus ook in. Ik bak speculaas en in mijn hoofd is het zomer en dansen er mensen op het strand, ik voer een goed gesprek met mijn man en dwars daar doorheen denk ik: ‘O god, hoe wordt dat meisje straks wakker en dan, wat gebeurt er dan?’
En dan is er nog het rennen voor een goede inval. Hoe vaak ik niet de auto in de berm knal, een gesprek halsoverkop afbreek, uit de keuken kom struikelen, supermarktbonnetjes volpen met dat ene zinnetje, dat ene woordje…
Ik ga niemand vermoorden, maar ik zou op dit moment niet mijn eigen kind willen zijn. Of mijn echtgenoot of eigenlijk iedereen in mijn buurt.
Schrijfmeschrijfmeschrijfme.

Categorieën
Verhalen van de berg

In and out of Montefrio

Voor goede tussenderegelsdoorlezers is het vast niet zo’n verrassing dat ik mezelf af en toe weer wegdroom uit Montefrio.

Vijf jaar wonen we hier nu en ik betrap mezelf bij vlagen op het idealiseren van grote, vieze steden, en de interessante ontdekking dat overal rust en ruimte je eigen onrust niet speciaal kleiner maakt.
Soms zit ik lang en verlangend naar die reis-Landrover voor de deur te staren. Ik wil zo vaak mogelijk in een vliegtuig -maakt niet uit waarheen- en laatst hoorde mezelf tegen Ilco zeggen (en het was maar half een grapje): ‘Zullen we in een hotel gaan wonen?’

Blessings

Nee, we gaan natuurlijk niet halsoverkop weg, dus ik tel mijn blessings.
Het hyperbewustzijn dat ik hier heb ontwikkeld bijvoorbeeld en dat af en toe lijkt op trippen: dat er water er uit de kraan komt en hoe het stroomt in mijn handen. De geur van goed eten in de boerenkeuken. Het geluid van vuur. Hoe de volle maan je nacht kan veranderen.
En dan is er uiteraard de omgeving, soms per ongeluk. Zo reed ik gisteren door de gouden heuvels waar de meisjes altijd galopperen met de paarden. Op savannen lijkend landschap, helemaal omdat ik er ook nog de muziek van Out of Africa bij op had. Kristalheldere lucht erboven. Perfecte stilte.

Categorieën
Verhalen van de berg

Zwarte zigeuners en orgaandieven

‘Heb je het al gehoord?’  Het lijkt hier Under Milkwood wel. Roddelende vrouwtjes op straat, de meest fantastische verhalen vliegen je om de oren.

Goed, ze lezen hier niet, ze zien geen films, geen theater, zelfs het surfgedrag gaat niet veel verder dan de provincie Granada (als ik de posts van mijn lokale facebookvrienden mag geloven) – hoe komen ze dan aan al die urban myths?

Kinderlokkers

Laatst was er weer zo’n heerlijk verhaal. ‘Ik mag niet meer alleen de schoolbus uit,’  zegt Dunya, ‘je moet me vanaf nu altijd komen ophalen, zodat de chauffeur het ziet. Want er zijn kinderlokkers gesignaleerd, die maar één doel hebben: je organen stelen.’
En als Chaia later uit school komt met precies hetzelfde verhaal, wordt ze woedend op mij als ik simpelweg weiger elke middag bij de halte van de schoolbus te staan. ‘Dan kan Dunya nooit meer thuiskomen, dan moeten ze haar in de bus houden. En als er dan toch iets gebeurt, is het allemaal jouw schuld.’
Ondertussen probeer ik me voor te stellen hoe zo’n obscuur orgaanziekenhuis er uit zou zien. Waar is dat dan? Ergens verstopt in een van de spookwijkjes tussen de olijven, in een urbanizacion muerte?
Wijs mij vooral zo’n geweldig geoutilleerd ziekenhuis in een omgeving waar je voor simpel gips om je pols al een uur moet rijden…

Chanel

En gisteren werd ik gewaarschuwd door de man van de ijzerwinkel. ‘Er reizen drie mannen met parfum door de campo, zigeuners. Ze laten je het ruiken en dan blijkt het een verdovend middel te zijn. Je valt in slaap en ze stelen je huis leeg.’
De enige mannen met parfum die ik zie zijn Westafrikanen met fake Chanel, op zich een vrij nieuw beeld in Montefrio. Maar dat zijn toch geen zigeuners?
‘Ik heb wel een tip voor als ze komen,’  zegt een vrouwtje samenzweerderig. ‘je zegt gewoon: ruik eerst maar eens zelf.’
Een gouden tip inderdaad. Dus daar zit ik nu goed voorbereid op de berg, te wachten op drie zwarte zigeuners die als een soort drie koningen met mirre aan mij voorbij zullen trekken. Bedwelmen zal ik ze!

Categorieën
Verhalen van de berg

De muziek helpt ons er doorheen

‘Je moet hier een blog over schrijven, ‘ zegt mijn lieve Chaia, ‘en dan heet het ‘De muziek helpt ons er doorheen’.

Heb ik al eens gezegd dat ik niet houd van autorijden? En vooral niet in de nacht, in de mist, in de regen, in de bergen met vorst aan de grond.
En dus moest ik laatst… precies.

Nachtblind

We vertrokken om een uur of zes, en waren pas om acht uur in Granada om Bloem op te halen, een reisje waar je normaal drie kwartier over doet. Het begon al met dat ik dacht: wat zie ik toch weinig. Ik ben een beetje nachtblind, maar zo erg…? Dat dacht ik al een dag of drie maar nu ontdekte ik pas dat de voorlichten kapot waren. Er scheen alleen één zo’n piepklein bijlichtje.
Gelukkig hielp de man van de garage me even uit de brand door iets onduidelijks bij te stellen onder motorkap. Echte stoere vrouwen letten dan op wat en hoe, maar ik stond er alleen maar bij te giechelen. Zodat ik tien minuten later -we waren inmiddels in dichte mist en ver voorbij een dorp of stad, dacht: ‘Ben ik nou gek of…?’

Afgrond

Zo ging dat licht dus naar willekeur aan en uit. En met groot licht door de mist rijden, bleek totaal geen optie (probeer het maar eens).
Mijn twee jongsten waren ondertussen allerliefst. ‘Rustig mam, heel goed. Daar komt een bocht naar links zie je, nu even extra langzaam, pas op voor die tegenligger, kijk uit daar is de afgrond.’
Tegen de tijd dat we in Granada waren, waren mijn handen ijskoud van puur angstzweet. Toen vervolgens ook nog alles opgebroken en afgesloten bleek voor een metro die al jaren nooit komt, kostte me dat mijn allerlaatste grammetje vrolijkheid.
‘Papa gaat hier altijd tegen de richting in,’  zeiden de meiden voorzichtig.
‘Hoe kan dat nou met die stroom tegenliggers,’  grauwde ik.
‘Papa gaat dan over de stoep en door dat parkje…’
‘En ik niet!’  gilde ik hysterisch en na het zoveelste zinloze rondje barstte ik keihard en onmoederlijk (wat is dat nou voor voorbeeld?) in tranen uit.

Tactiek

Toen we eindelijk bij Bloem waren, moesten we weer terug, met iets minder mist gelukkig, maar nog steeds met dat moeilijke licht in het duister.
Bloem had meteen een tactiek: ‘Jongens, we gaan Sinterklaasliedjes zingen.’
Nu ken ik – en Bloem ook- de meest obscure Sinterklaasliedjes uit mijn hoofd en van echt alle liedjes alle coupletten, dus daar waren we heerlijk lang mee bezig.
En daarna gingen we over op kampvuurliedjes, Streets of London, Suzanne, af en toe zelfs tweestemmig. Dunya viel er zachtjes bij in slaap.
Het werd een lange, loodzware, maar toch ook dierbare tocht door de nacht terug naar huis.

Categorieën
Verhalen van de berg

Kom maar bij mijn vuur

Ik neem jullie even mee naar de ijle lucht boven Zuid Spanje. Naar bevroren bergen met daarop één golvende zee van olijfbomen. We zoomen in op één van die bergen: een heel groot boerenhuis met overal verdwaaltrapjes en kamertjes met balken aan het plafond en muren van een halve meter dik.
En in één van die kamers, daar gebeurt het.

Het kan koud worden in de bergen, zeker ‘s nachts. Of zoals mijn favoriete zigeuneromaatje zegt als ik haar in het dorp tegenkom: ‘La noche… es fatal!’
Niemand hier heeft centrale verwarming behalve wij. Er staat buiten een enorme Hans en Grietje- oven om alle radiatoren heet te stoken en die oven werkt op olijfpitten. Maar zolang de olijfoogst nog niet is begonnen, draaien de machines nog niet om al die maagdelijke olijfolie te persen. Dus zijn er ook nog geen pitten.

Leesschrijfkamer

Daarom doen wij nu wat iedereen hier doet: een stoof onder de tafel en grote houtvuren in de kachels. Als Ilco er niet is beperk ik me tot één vuur – in de kamer die we ‘de leesschrijfkamer’  noemen. Daar staan alle boeken, grote zachte banken en de tv. En die houtkachel dus.
Elke dag begin ik met daar bibberend een vuur van olijfhout te maken. De poes ligt dan al klaar op het grote kussen dat de meiden voor de haard hebben gelegd. En daar -op dat kussen en in de grote leunstoel ernaast, leven wij nu zo’n beetje. Ik zit er urenlang te schrijven al starend in de vlammen. En als de meisjes uit school en van de paarden komen, met bevroren handen en voeten, dan rennen ze naar dat kussen en die stoel. Daar doen ze huiswerk, checken hun media, daar eten we, lezen we voor, daar gebeurt alles nu.
Zin om er even bij te komen zitten?

Categorieën
Verhalen van de berg

Vervloekt!

Het wachten op de olijfoogst veroorzaakt een surrealistische stilte-voor-de-storm over de campo. Maar mijn verschrikkelijke woorden laten heel even de hemel openscheuren.

Je moet niet te vroeg oogsten want er kan altijd nog een buitje overheen gaan dat de olijven net iets dikker maakt. Te laat is ook niet goed, en teveel regen ook niet. En verder is het net als vroeger op het schoolplein al was dat toen met knikkeren: van de ene dag op de andere begint ineens het seizoen. Dan is er tractorfile op de weg, en overal dappere plukkers in de vroege vrieskou van de Spaanse bergen.

Dorpsheks

Vriendin Toñi is een van die plukkers. Dag in, dag uit. En dat terwijl ze helemaal nog niet zo lang geleden is bevallen en ‘s avonds nog een schoonmaakbaantje heeft. En ze is ook steeds ziek. ‘Dat komt door een vervloeking,’  vertelt ze. Dat heeft de dorpsheks van Montefrio haar verteld en Toñi weet zelfs van wie die vervloeking komt. ‘Mijn verschrikkelijke bazin haat mij op de een of andere manier en doordat zij mij vervloekt ben ik nu steeds ziek. En anders mijn kind wel’
En er is niks aan te doen, geen voodoo-achtige remedie helpt ertegen.

Ongeluk

Dat verhaal zit nog in mijn hoofd als ik hoor dat mijn oudste dochter met brommer en al van de weg is gereden. Bont en blauw is ze, schooluniform onder de modder, jas kapot. Het was een olijfboer die ze zo gauw niet herkende, vertelt ze geschrokken, en die zonder te kijken vanuit de campo met zijn vrachtauto de weg op reed – en weer door, hij stopte niet eens om haar uit de modder te helpen.
Woedend ben ik, ik tril ervan.
Worden wij niet allemaal tijgermoeders als ze aan onze kinderen komen? Misschien is dat een piepklein beetje een excuus voor wat ik nu doe.
Ik staar over de campo, verhef mijn stem en roep (ja ik roep het echt, en de bomen sidderen, de wolken rommelen, de grond onder Montefrio trilt ervan): ‘Moge de olijven van de boer die dit op zijn geweten heeft, dit jaar verschrompelen aan de bomen en zijn oogst totaal verpest zijn!’
Nee, daar ben ik niet trots op. Maar als het werkt weten we in ieder geval wel welke boer het was…

Categorieën
Verhalen van de berg

De logistiek van het geloof

Ze is tien jaar en ze gelooft nog. En volgens mij over tien jaar nog steeds.

We vinden het allemaal té leuk, haar grote zussen voorop: het hele verhaal van Sinterklaas vol uitspelen. En tsja, er is hier natuurlijk verder niemand om haar uit de droom te helpen.

Voor het hoofd slaan

Het heeft zeker ook voordelen, zo’n ouwe gelovige. Neem nou de ingewikkelde intriges van het Sinterklaasjournaal – geen kleuter die dat snapt. Dunya daarentegen zit voor de tv al van tevoren te zuchten: ‘Wedden dat het zo weer mis gaat met die Paniekpiet en die staf?’ (om vervolgens, als de staf inderdaad in een vuilnisauto belandt, zichzelf in diepe frustratie letterlijk voor het hoofd te slaan).
Ze kent en herkent alle pieten van voorgaande jaren en snapt zelfs de zeldzaam ingewikkelde logistiek van het als Nederlandse gelovige wonen in Spanje. Want: Sint woont hier (Spanje) en daar gaat hij weg naar Nederland. Toch zal Dunya (die verder bijzonder weinig heeft met Nederland behalve een paar iconen als ‘Hema-worst’) uit volle borst meezingen met de stoomboot die aankomt en Sint Nicolaas brengt. Daar is hij eindelijk. Ja, daar! Nu mag ze haar schoenzetten – nee, niet daar, hier. In Spanje. En zelfs bonst hij hier op 5 december op de deur en brengt een zak cadeautjes.

Bejaarde benjamin

Soms denk ik dat ze allang niet meer gelooft maar er het nut niet van inziet om die gedachte goed door te denken. Zo lang je als benjamin het middelpunt bent van pakjesavond is het goed toch? Zelfs al ben je zolangzamerhand een vrij bejaarde benjamin.
Het is niet dat ze niet slim is ofzo. Want toen er tijdens de intocht even sprake van was dat Pakjesboot 12 de verkeerde kant op voer, terug naar Spanje, en wij daar samen met Dieuwertje enorm van zaten te balen, zei zij heel rustig: ‘Juist goed hoor. Laat die boot maar lekker weer terugkomen met alle cadeautjes. Hierheen, naar Spanje.’

Categorieën
Verhalen van de berg

Mijn glamourleven deel 2

Vriendin Esther stuurde een mail die ‘oneerbaar voorstel’  heette. En ik zei meteen ja.

Er was een tijd dat ik elke avond uitging, naar de film of naar het theater.
En daarna was er een tijd dat ik zeker één keer per week uitging.
Toen ging ik in een Landrover wonen en in Zuid Spanje is het leven rijk en bijzonder, maar uitgaan… nee.
Dus als Esther zegt: ‘Er is een voorstelling… heel bijzonder… nog niet ontdekt pareltje… ik moet erheen en eigenlijk wil ik met jou’, dan zeg ik meteen ja.
Ook al is die voorstelling helemaal in Brussel.

Decadent

Dus zo reis ik decadent van Istanbul door naar Brussel, alsof er niet hele oerbossen worden geruineerd door al dit soort onverantwoord heen en weergevlieg.
En dan loop ik ineens met Esther door barok Brussel, me als een goeie toerist te vergapen aan al die gouden gebouwen. Chocola en wafels en patat. En Esther, vooral Esther. Hoe heerlijk zijn de eilandjes in de tijd dat je met een goeie vriendin in een barok hotel in een net iets te klein bedje tot diep in de nacht het leven ligt door te nemen! Dat is niet decadent, dat is geluk.

Dus als die voorstelling dan uiteindelijk… nou ja, heus wel een pareltje maar dan wel erg verstopt in de schelp van de oester… dan is dat die paar oerbossen minder heus wél waard.