Anna van Praag boeken en verhalen
Categorieën
Verhalen van de berg

Handlezer

Mijn oudste dochter komt thuis. Veel later dan afgesproken dus ik ben chagrijnig. De auto is ook al kapot en de zwerfhond voor de deur (die Chaia eten geeft) blijkt zwanger.  Alles ontglipt me, lijkt wel. Maar Bloem zegt: ‘Weet je waar ik was? Bij een handlezer.’

In Montefrio is altijd meer dan je denkt. Kennelijk ook een handlezer, een stokoud mannetje die gratis je toekomst leest. Hij woont in een piepklein huisje achter de kerk. Je legt je hand in de zijne, en die gaat dan heel erg trillen. Over Bloem wist hij van alles. Dat haar vader ‘een groot project’  runt, bijvoorbeeld. En dat zijzelf na dit jaar naar een betere school gaat. Hoe weet hij dat?  Zo’n soort plek is Montefrio niet, dat je alles van elkaar weet. Dat van die school bijvoorbeeld is alleen nog maar een stiekeme wens van Bloem.
‘En mama, weet je wat het eerste was wat hij zei? Jouw moeder heeft een boek geschreven. En dat boek gaat een heel groot succes worden.’

Ik ben meteen niet chagrijnig meer.

Categorieën
Verhalen van de berg

Twee enge brieven

Ik heb een raar soort fobie. Ik kan niet tegen officiële brieven die je moet ophalen bij het postkantoor.

We hebben beneden bij de berg een piepklein brievenbusje waar niks in past. Dus heel vaak vind je briefjes dat je even bij het postkantoor langs moet voor een pakje. Een vriendin die exotische kruiden opstuurt (en nog dagen rook het postkantoor naar komijn). Oma die krantenknipsels opstuurt. Een vriendin van Chaia die een zelfgemaakte brief vol hartjes opstuurt. Of een stapeltje Sevendays. Heel feestelijk is dat.

Deurwaarders

Maar er zijn ook andere briefjes. Veel formeler, getypt in plaats van geschreven en meestal impliceren die briefjes weinig goeds. Ik ben er doodsbang voor – alsof ik voortdurend brieven van deurwaarders krijg. Wat niet zo is. Maar meestal kosten dit soort brieven wel geld. Een belasting waarvan we niet wisten dat ie bestond. Een bekeuring: de Spaanse bekeuringen schijn je in de krant te moeten lezen en tegen de tijd dat ze je een brief sturen is het algauw vijf keer zoveel geworden. Ik ben altijd idioot bang dat ik iets niet snap of verkeerd heb gedaan. Daarom is reizen ook zo fijn: al je post raakt kwijt. Schoolinspectie, bevolkingsregister, alle aanmaningen en waarschuwingen verdwenen zomaar toen we in een Landrover woonden. Toen we terugkwamen stonden we te boek als ‘vertrokken onbekend waarheen’  en dat is een staat van zijn die ik nog steeds het meest prettig vind. (We kwamen er toen ook achter dat we een groot deel van onze reis onverzekerd waren geweest maar dat terzijde).

Enorme proporties

En nu heb ik al dagen TWEE van die enge getypte briefjes. Uit Madrid nog wel. Het is niet eens van de provincie Andalusie, want dan zou het wel uit Granada of Sevilla komen. Het klinkt stom, maar toch zeker tien keer per dag denk ik aan die brieven. Wat zou het zijn? Of: hoe naar zal het zijn? Dat heb je op zo’n berg: dan kan zoiets kleins algauw enorme proporties aannemen. Pas vandaag vind ik de moed om ze op te halen. Met lood in de schoenen naar het postkantoor. ‘Even iets vervelends doen,’  zeg ik tegen Chaia die mee is.
‘Daar ben je!’  roep de man van het postkantoor uit. ‘We hebben je overal gezocht. Kijk, wat er voor je is.’  Ik kijk. En het is helemaal niet naar. Het is mijn nieuwe boek, in twee grote stapels. Wat heeft deze post in vredesnaam met Madrid te maken? En waarom vermomde hij zich als iets engs?
Het kan me op slag niks meer schelen. ‘Kijk, dat ben ik!’  gil ik tegen de man van het postkantoor. ‘Dat is mijn naam op mijn boek.’  Ik ren de straat op, glij zoals wel vaker met mijn hakjes op de oude keitjes bijna onderuit. Een paar welwillende omaatjes duw ik in mijn vaart het boek onder hun neus. ‘Kijk wat ik heb geschreven!’  Ze vinden het heel mooi, vooral die flamencojurk. En Chaia is maar een klein beetje gegeneerd.

Categorieën
Verhalen van de berg

Mam, spring even in het zwembad

‘Mam, ik ga opstaan,‘  zegt Bloem.
‘Ja, hm, ik ook,‘  murmel ik, ‘ik ben alleen zo fijn aan het dromen dat ik allemaal cadeautjes uitpak.’

Nee, het missen van Moeha is nog lang niet voorbij. Maar er is wel fijne afleiding. Omdat KOM HIER ROSA er is, ergens. In grote stapels bij de uitgever en in een klein doosje onderweg naar Spanje. Het mag, het bestaat!

Hyper

Nog voordat ikzelf het boek heb gezien is er al een pre-recensie door een van mijn grootste helden, Edward van de Vendel. Gedroomde dingen staan daarin, over hartstocht enzo. Ik vind de recensie in mijn mailbox als ik thuiskom met Bloem na een dagje Granada (alleen thuis met Bloem, ook zo fijn. De andere twee op paardenkamp, Ilco op reis en wij sloom achter onze mac-jes en ‘s avonds lekker veel ouwe, vaak teleurstellende video’s kijken, met een bordje eten op schoot)
Er is ook nog een andere mail, over de presentatie van KOM HIER ROSA die nu helemaal rond is. Heel stoer ga ik op tournee langs boekwinkels door het hele land, die allemaal graag willen dat ik kom. Meer dan we aankunnen zelfs. Goed, het heeft vast te maken met de flamenco die Chaia gaat dansen, maar toch. Ik kan me nog zulke andere dingen herinneren. Het smeken om een presentatie, het steeds maar weer naar mijn eigen naam zoeken in de boekwinkels en dat het er dan weer niet stond…

‘Mam, je bent zo hyper, spring even in het zwembad,’  zegt Bloem. En dat doe ik, al is het bijna donker. Normaal zwem ik baantjes, braaf en rustig. Maar nu plons ik woest spartelend en dolfijnig in het rond. Gelukkig is alleen Bloem getuige.

De tournee:

Kinderboekwinkel Rozengracht Amsterdam, woensdag 19 september om 17 uur (officiele presentatie, komt allen!)
Broese Utrecht, donderdagavond 20 september vanaf 19 uur
Kinderboekwinkel De Boekenwurm + school, vrijdag 21 september, middag
De Vries Haarlem zaterdag 22 september tussen 2 en 3 uur

En de recensie:
http://edwardvandevendelleestips.blogspot.nl/2012/09/kom-hier-rosa-anna-van-praag-lemniscaat.html

Categorieën
Verhalen van de berg

Moeha

Moeha is dood. Op dezelfde manier als ze heeft geleefd: wild en gevaarlijk. En onze lieflijke patio is ineens  een zwarte plek geworden.

Toen we vier jaar geleden dit huis kochten, woonde Moeha er al. We vonden zomaar een geheim kamertje en daar lag ze op de grond, omringd door allemaal pluizige bolletjes. Nieuw leven in een nieuw huis, dat brengt geluk! Maar Moeha keek naar ons en blies. En voordat we konden nadenken over hoe dat nou moest met al die kleintjes in ons frisgeverfde huis, had Moeha ze al in veiligheid gebracht op een andere geheime plek.

Smerige ratten

We konden Moeha niet aaien en niet temmen, hoe de kinderen het ook probeerden. Echt een zwerfster was ze, een beetje chagrijnig ook. Maar wel een geweldige moeder, voor haar kinderen die maar nonstop tevoorschijn leken te komen – en voor alle andere vondelingetjes die er in de loop der tijd voorbijkwamen. Vandaar haar naam. Eindeloos zoogde ze, beschermde ze, en ving de meest smerige ratten en de schattigste vogeltjes, die altijd voor de kleintjes waren.
Toevallig hadden we laatst nog een gesprek over Nederlandse schatjes die we kenden: eentje die altijd wordt uitgelaten aan een halsband. Eentje die speciaal eten krijgt op verschillende momenten van de dag uit eetbakjes die zich via een timer openen. Of eentje die naar een speciale fluisteraar gaat omdat ze bang is voor water. We kennen er ook een paar die dure operaties krijgen in luxe klinieken of die soms slapen in speciale hotels.
Niks van dat alles gold voor Moeha. Ze kwam het huis niet in, at wat ze tegenkwam, bleef altijd op een afstand en zorgde voor haar kinderen. En gewoon voor zichzelf.

Onthutst

Tot vandaag. Want er zijn vossen op de patio gekomen en wat ik ‘s ochtends zie als ik buiten kom zal ik nooit van mijn leven meer vergeten. Nooit.
Waarom is Moeha niet gevlucht en in de vijgenboom geklommen? Ze heeft haar meest recente kleintjes willen beschermen, dat weten we eigenlijk wel zeker. Drie onthutste mini-moeha’s die nu al de hele dag schichtig en klagelijk over de patio sluipen.
‘Ze is gegaan zoals ze leefde en daar hadden wij niks mee te maken,’  zeg ik treurig. Waar is ze nou, die rare kat met haar kleine oortjes? Met haar korte misvormde staart en onelegante hangbuik van al dat gezoog. Die blies als je te dichtbij kwam, maar één keer zomaar een poosje naast me op het bankje kwam zitten, samen stilletjes in de zon.
‘Nee mama,’ zegt Bloem door haar tranen heen. ‘Dat is niet waar. Wij hebben het leven van Moeha wel degelijk beïnvloed. Het anders en een beetje lichter gemaakt. Want we hebben van haar gehouden.’

Categorieën
Verhalen van de berg

Mijn schrijfhand

Een speech, dacht ik. Ik moet nu natuurlijk een speech houden. Maar waar is mijn spiekbriefje, wat moet ik zegen? O help, al die verwachtingsvolle gezichten, ik begin maar gewoon.

Ik hoorde mezelf praten en praten… en het sloeg nergens op. Maar ik kon ook niet meer stoppen, ik lulde maar door. Hier en daar begonnen mensen stiekem op hun horloge te kijken. Ik vergeet het belangrijkste, dacht ik. Ik moet geloof ik iemand bedanken, net als bij de Oscar-uitreiking. Maar wie?

De flamenco dansen

De flamenco! Dat was het, ik zou de flamenco dansen. Maar waar? Ik begon te lopen, de boekwinkel uit en iedereen liep achter mij aan. Waar moest ik heen, wie wist de weg, het leek iets als Almere of Hoofddorp, ik was zo verdwaald. En al die mensen maar vol vertrouwen achter mij aan.
Ineens zag ik het: een podium. Ik rende er op af, de mensen ook en ineens wist ik weer dat ikzelf helemaal de flamenco niet ging dansen maar mijn dochter Chaia. In een prachtige dansende beweging (vond ik zelf) nodigde ik haar uit naar voren te komen. Ze had haar flamencorok met stippen al aan.
Maar de muziek! Iemand was de muziek vergeten, of in ieder geval de speakers. Daar stond Chaia… en er was geen muziek.
Overal begonnen nu mensen weg te lopen, niet eens boos, ze hadden gewoon andere dingen te doen die echt belangrijk waren. Iemand trok hard aan mijn hand, het was een beest en hij beet, keihard, en het was nog wel mijn SCHRIJFHAND!

Uren later werd ik door een wesp in mijn schrijfhand gestoken en die zwol op als een ballonnetje zodat ik nu bijna niet kan typen van de pijn. Dat deel van mijn droom is dus alvast uitgekomen…

19 september

Goed, pak nu allemaal je agenda en schrijf op: 19 september, einde middag, kinderboekhandel Rozengracht, presentatie KOM HIER ROSA. Iedereen welkom, meer informatie volgt nog.

Categorieën
Verhalen van de berg

Ik ben zo dichterlijk

‘Als ik doodga, moeten jullie dit alles aan mijn beste vriendin geven. En die moet het dan verbranden.’
Mijn dochter grijnst vilein. ‘Mooi niet. Dan gaan we het allemaal lezen.’

Mijn eigen dagboeken van vroeger lezen, dat is vrij afschuwelijk. Zwetend en blozend ploeter ik me er doorheen. Wat een chicklit ellende allemaal. En wat schrijf ik het dramatisch op zonder enige relativering. Of hoort dat nou gewoon bij die leeftijd?

Pathetisch

Ik heb de dagboeken niet zo lang geleden ook al eens helemaal doorgelezen, voor Kom hier Rosa. In dat boek zijn stiekem best veel authentieke dagboekfragmenten terechtgekomen. Laatst zei de uitgever nog dat juist die stukjes zo mooi waren. Dat was wel even slikken, hoewel: ik heb natuurlijk eerst enorm strenge zelfcensuur gepleegd.
Nu zoek ik, voor een nieuw (nog heel vaag) boekidee, iets anders, maar de actie is dezelfde: ik worstel me door mijn eigen pathetische pubergeschrijf heen. Doodmoe word ik ervan. Was ik nou echt met niks anders bezig dan met jongens? Bob, Simon, J., A., W…. Het lijkt wel zo’n ouderwetse draaimolen en dat ik zenuwachtig van paard naar paard spring omdat ik steeds niet weet waar de leukste plek is. En dat gezeur over uiterlijk ook de hele tijd. Kleren en neuzen en borsten, zo oninteressant. Ik wil nooit meer een puber zijn, nooit meer!

Heel af en toe blijf ik haken. Dan raakt wat ik lees aan een kern, iets wat ik anders zomaar vergeten zou zijn. Mooie dromen (wat droomde ik toen lekker veel), of bespiegelingen als ‘Waarom duurt verdriet zo lang?’
Of deze verzuchting, op dertienjarige leeftijd: ‘Ik ben zo dichterlijk, ik moet later maar schrijver worden.’

Categorieën
Verhalen van de berg

Hallo wereld!

Hallo wereld!
Het is nog maar augustus maar de kinderboekenweek dendert alweer in volle vaart mijn mailbox binnen. Joure, Emmen, Oldenbroek… lieve dames uit verre plaatsen melden zich vol blijde verwachting: ‘aangaande uw schoolbezoek in onze gemeente…’

Eigenlijk denk ik het de hele dag door: hallo wereld!
Ook nu ik weer thuis ben in Spanje. Als ik Chaia ga ophalen van dansles en ik al die meisjes met hun felrode flamencosjaals en stippenschoentjes naar buiten zie komen. Maar ook in Nederland als ik op tournee ga met mijn boeken. De scholen liggen vaak tussen de koeien en de weilanden, heel pittoresk. ‘Wat een prachtig  paars bloemenveld’  riep ik een keer tegen de bibliothecaresse. Het bleken aardappels te zijn. En niet zo lang geleden keek ik ook mijn ogen uit in hartje Den Haag. Ze hadden me een fiets gegeven om van de ene bibliotheek naar de andere te gaan, dwars door de Schilderswijk die ik tot dan toe alleen uit een liedje kende. Hallo wereld!

Luchtledig

En daar schrijf ik dan over, soms. Boeken zweven niet in het luchtledige, de omgeving weerklinkt altijd in het verhaal. Dat kan bijna niet anders. Senegal, Brazilië, Ierland, Belize, Namibië en Sumatra: ik situeerde er mijn boeken omdat ik er zelf net geweest was en er nog helemaal vol van was. Kom hier Rosa speelt half in Spanje, tussen de olijven en de zigeuners. Daar doe ik geen moeite voor, dat gebeurt gewoon. Sterker nog, in de eerste versie speelde het verhaal zich af in Italië. Ik liep meteen vast: Italië kende ik niet zoals ik Spanje ken. Ik zou er idioot veel research voor moeten doen en dan nog zou mijn hart er niet zitten, niet echt.

Hallo wereld. Het is echt een fijn thema, je kunt er alle kanten mee op. Wat te denken van schrijvers uit verre landen die ‘hallo wereld’  zeggen tegen ons? Zo ben ik dol op de Chanoekahverhalen die Isaac Singer voor kinderen schreef. Een echo uit het verleden is dat, en ook eentje uit een wereld waarin zomaar een profeet met honger voor je deur kan staan en kaarslichtjes mensenlevens kunnen redden.
Je hebt ook Nederlandse schrijvers die zich zo hebben verdiept in een ander land dat ze zelfs hun personages niet-Nederlands laten zijn. Daar heb ik enorm veel bewondering voor. De prachtige boeken van Lydia Rood over Marokko, van Hans Hagen over Afrika of het fantastische Aan de bal van Lineke Dijkzeul kunnen niet genoeg gelezen worden. Als die deze Kinderboekenweek weer vooraan in de schappen komen te staan, is dat geweldig.

Valkuil

Maar daar moet het wel mee beginnen: een goed verhaal, een mooi boek. Dus niet een aardrijkskundeles verpakt als kinderboek, of een lelijk opgeschreven Anansiverhaal omdat dat zo’n fijn inkijkje geeft in een andere cultuur. Brrr, nee! Dat wordt al snel exotisme – en tijdens mijn vroegere colleges Latijns-Amerikaanse cultuur was er niets waar je de professoren zo kwaad mee kon krijgen als dat: exotisme. Dan nam je de cultuur niet serieus, vonden zij. En bovendien, zeg ik nu, dan neem je de verhalen ook niet serieus. Daar is kinderliteratuur niet voor bedoeld.
Het slecht geschreven Ananasiverhaal is een serieuze valkuil tijdens de Kinderboekenweek dit jaar, zoals elk boek dat voortkomt uit een educatieve intentie. Daar heb je schoolboeken voor, toch? Laten we vooral de schijnwerpers richten op al het moois dat er al is. Hallo wereld, hallo boeken!

In iets gewijzigde vorm verschenen als colum op Leesplein:
http://www.leesplein.nl/LL_plein.php?hm=1&sm=2&id=98

Categorieën
Verhalen van de berg

Labour of love

‘Mam, dat ranzige mag je zelf vertalen.’
‘Natuurlijk’  schrik ik, ‘waar gaat het over?’
‘Geitenpiemel.’

Mijn boeken in het Spaans vertaald… dat zou nog eens leuk zijn. Tot nog toe is het steeds net niet gelukt. Maar Kom hier Rosa speelt deels in Spanje, dus we gaan het opnieuw proberen.
‘Zal ik soms een stukje vertalen?’ bood Bloem aan.
Waarop de uitgever zei dat er het meeste kans was om de Spaanse markt te verleiden als we het HELE boek alvast zouden vertalen. En dat zit Bloem dus nu te doen. Dag in, dag uit, enorm conscientieus. Kan ze dat? Ja, het is ongelooflijk, maar ze kan het. Dat weet ik allang. Dat kind heeft een geweldig taalgevoel.

Picha

Maar Kom hier Rosa is een boek met haken en ogen. ‘Als dit ooit uitkomt in Montefrio kan je nooit meer gewoon over straat,’  waarschuwt Bloem.
‘Maar die dingen gebeuren hier toch ook?’  zeg ik. ‘Kinderen die dronken worden, vergaand gedoe met jongens…’
‘Jawel,’  zegt Bloem, ‘maar daar praten ze niet over. Jouw boek gaat zo’n schok voor ze zijn.’
‘En jij? Ga jij daar dan ook last van hebben?’  vraag ik.
‘Een beetje,’  zegt Bloem stoicijns – en ze buigt zich nog maar weer eens over haar ipad.
Erover lezen is tot daaraantoe. Dat je moeder het heeft opgeschreven behoorlijk raar, maar om het dan ook nog te vertalen….
Daarom zoek ik dapper mee. ‘Picha? Is dat geen leuk woord voor piemel?’
‘Hm. Niet echt vaak gehoord,’  zucht Bloem.
‘Gillipolas? Tio? Pene?’
‘Laat maar, ik kom er wel uit.’ (denk hierbij een intens-vermoeide pubertoon).
Als dit geen labour of love is, dan weet ik het niet.

Categorieën
Verhalen van de berg

Pas op de wauwelwok

‘Zullen we vannacht een knalfuif geven?’
Maartje scheen niet te begrijpen dat ze iets raars zei. Net zoals ze niet begreep dat ze eigenlijk werd uitgelachen op het schoolplein als ze zulke ouderwetse woorden gebruikte. Mij ergerde het altijd enorm, waarschijnlijk omdat ik zelf net zo was. Want ik wist meteen waar dat rare zinnetje vandaan kwam: Maartje had het gelezen bij De dolle tweeling.

Dat je wilt dat je leven een boek is, is tot daar aan toe. Maar als je dan ook nog in boekentaal gaat praten, kom je in de gevarenzone. Ik heb er tot de dag van vandaag last van. Dan schrijf ik: ‘we versnellen onze pas’. In een jeugdthriller! Wie zegt dat nou?! Tegen mijn kind zeg ik ineens: ‘Ben je helemaal betoeterd!’ Of iets extreem taalkundig verantwoords als ‘niet dan nadat’ waardoor iedereen kijkt alsof ik een enorme tut ben.

Kampioen

Gelukkig is er ook boekentaal die je leven verrijkt, omdat de woorden voor iets dergelijks gewoon eerst nog niet bestonden. Horcrux. Tinkelen. Smurf. Vogelheks. Brozem. Nangijala. Oempaloempa. Struikelhul. De kampioen nieuwewoordenverzinner is natuurlijk Paul Biegel, denk alleen maar aan duizeldroom, Anderland, bedirpsen, woestewolf…
Lastig wordt het als de woorden eigenlijk vertaald zijn uit het Engels. Veel van mijn boekenliefde komt via mijn vader. Hij heeft mij, zoals zijn moeder hem, voorgelezen tot ver in mijn pubertijd. Zo werd ik een beetje opgevoed door An Rutgers van der Loeff. En ik leerde de bizarre versjes van Alice in Wonderland uit mijn hoofd, net zoals mijn vader dat had gedaan met zijn moeder. ‘Pas op de wauwelwok mijn kind,’  zei mijn vader tegen mij. En ik vulde aan: ‘Zo scherp getand, van klauw zo wreed! Zorg dat Tsjoep-Tsjoep je nimmer vindt, vermijd de Barbeleet!’
Wat zal mijn jongste dochter daarom lachen, dacht ik laatst. Want ik heb de traditie doorgezet. Zelfs mijn oudste twee lees ik nog af en toe voor, ook al zitten ze al lang op de middelbare school. Maar mijn jongste dochter is anders. Die houdt namelijk niet van lezen en eigenlijk heeft ze voor voorlezen het geduld niet. Toch lees ik haar elke avond voor, want gezellig is het wel, zo samen in haar bed. Meestal zit ze ondertussen met haar knuffels te spelen, geld uit haar spaarpot te tellen, of onduidelijke briefjes te schrijven. En soms is ze ineens per ongeluk geboeid. Alleen op de wereld vond ze prachtig. En inderdaad, om Alice in Wonderland moet ze bij vlagen vrij hard lachen.

Teleurstelling

Daarom is de teleurstelling groot als hij ineens uit het boek verdwenen is, de wauwelwok. Ik heb Alice in een mooie nieuwe vertaling van Nicolaas Matsier. Meestal gaat dat goed, zoals bij de Kollummer Kat (hoe heette die eerst eigenlijk?). Maar nu heeft Matsier gekozen om ‘jabberwocky’ te vertalen als ‘koeterwaal’: ‘Hoed voor de Koeterwaal je, zoon! Zijn scherp gebit, zijn reuzenzwaai. Vermijd het Dubdubdier, verschoon de glurieuze Beffesnaai!’
Ook mooi. Maar ik mis de wauwelwok, waar is hij gebleven?

Gepubliceerd als column op Leesplein in juni: http://www.leesplein.nl/LL_plein.php?hm=1&sm=2&id=97