Anna van Praag boeken en verhalen
Categorieën
Verhalen van de berg

Ascetisch leven

Ik weet niet precies wat het is, ascetisch, maar ik denk dat ik zo leefde de afgelopen weken. Met zo min mogelijk ingrepen een huishouden runnen, vroeg naar bed, vroeg op en vooral veel ontbijtkoek eten.

Dat was allemaal om zoveel mogelijk ruimte te maken om te schrijven. Ik heb mijn boek weer terug van de uitgever en alles ging daarover. Autoritje naar het voetbalveld? Nadenken. Plotseling wakker middenin de nacht? Nieuwe plotjes verzinnen. Ergens iets bijzonders zien of lezen? Onmiddellijk gebruiken.

Staking

Zelfs als het hele land in staking is laat ik (en hoor mijn beide opa’s grommen in hun graf) mijn jongste dochters gewoon naar school gaan. ‘Maar we zijn de enigen.’  ‘Zolang ik geen brief krijg van de school, gaan jullie er gewoon heen.’  En de oudste die ‘stakingsrecht’ blijkt te hebben en daar ook gebruik van maakt, verplicht ik de hele dag uit mijn buurt te blijven en ondertussen de doelen van de staking te bestuderen.
Al die tijd drink ik geen wijn (hoewel dronken schrijven me ook altijd wel interessant lijkt) en veel water. En die ontbijtkoek. Er komt in dit soort periodes altijd iets wat ik steeds wil eten. Kan ook drop zijn, chocola of appels of biefstuk. Ontbijtkoek is op zich best lastig want niet te koop in Spanje. Maar ik heb inmiddels een goed en recept, dus ik heb dezer dagen al mediterend -‘Mam! Sta je nou hardop in jezelf te kletsen?!- ik weet niet hoeveel ontbijtkoeken gebakken.

Maar nu komt Ilco terug van al zijn reizen, eindelijk, dus mag ik deze privé-vastentijd wel even doorbreken. Over andere dingen dan mijn boek denken en weer eens een echt gesprek voeren. In bed blijven liggen, spijbelen in de zon, taarten bakken. En wijn drinken: ik heb de beste wijn van Montefrio in huis gehaald en o wat heb ik daar zin in.
Een paar dagen.
En dan gauw weer verder.

Recept voor ontbijtkoek

130 gram volkorenmeel en 130 gram gewoon meel mengen met: zakje bakpoeder, lepel kaneel, lepeltje gemberpoeder, mespuntje peper, kruidnagel, nootmuskaat, zout. Beker melk toevoegen en ook een paar (afhankelijk van hoe zoet je het wilt) lepels stroop. 75 minuten (afgedekt) op 160 graden in de oven.

Categorieën
Verhalen van de berg

O o

‘Mama, als je zo in de zon zit, zie je allemaal grijze haren.’ En even later (denk hier een gruwende toon bij): ‘Je lippenstift is uitgelopen, je lijkt wel een clown.‘  (afgewend hoofd) ‘Haal het weg!’
Ik heb hier thuis toch zo’n schattige puberdochter rondlopen.

Eigenlijk is mijn dochter heel lief. Maar vooral bij anderen. En zelfs als ze iets aardigs zegt, heeft dat soms nog een scherp kantje. Bijvoorbeeld: ‘Mam, het is hartstikke goed dat je zoveel bent afgevallen enzo, maar als je zo zit als nu, heb je wel een beetje een hangbuik.’
Of tegen haar zus: ‘Je haar is leuk zo, beter dan wanneer je het zoals anders eerst urenlang hebt bewerkt met de stijltang.’
‘Zie je,‘  zeg ik tegen haar, want zelf ben ik al behoorlijk immuun, maar voor haar zus vind ik het lullig, ‘nu doe je het weer. Een compliment verpakt als een belediging. Of een belediging verpakt als een compliment. Wat is het eigenlijk?’
Ze gromt iets onverstaanbaars terug, waarschijnlijk: ‘Ik zeg toch iets aardigs? Het is ook nooit goed.’ En meteen heb ik alweer met haar te doen want ze is zo gevoelig en ach dertien, ik weet het nog wel.
Dus als ze later naar school vertrekt, zeg ik hartelijk: ‘Je ziet er leuk uit. Die stoere laarzen en dan zo’n schattig bloesje, echt een goeie combinatie.’ Als ze niet reageert, voeg ik eraan toe: ‘Dat is een compliment, verpakt als een compliment.’
Mijn meisje kijkt op en zegt droefgeestig: ‘Ha. Ha. Dat vond je zelf zeker heel grappig?’
O o puberdochters. Het is maar goed dat ik er mijn eigenwaarde niet aan ontleen.

Categorieën
Verhalen van de berg

Ik hou zo van…

Voordat jullie je nu, walgend van mijn wansmaak, gaan afwenden, probeer je eerst iets voor te stellen. Hoe het zou zijn om nu niet in Nederland te zijn. Nee, geen vakantie, je was er echt weg.

En je miste Nederland niet, dat viel reuze mee. Alleen al vanwege het weer want je zou steeds ver kunnen kijken en de lente was nooit helemaal uit de lucht, gewoon op het stoepje voor de deur. En ok, er was geen hagelslag, maar kom op, er bestaat een leven zonder hagelslag. Zonder stress trouwens ook. Een mindful leven, zonder dat het je echt veel moeite kost.

Strandjutter

Het missen zit in onverwachte sensaties die zich verstrengelen met jeugdherinneringen en nostalgie. De vakanties op Texel. De geur van koeienmest. De grijze zee. De Nederlandse mannen die, echt waar, zoveel leuker zijn en zo anders naar je kijken. Amsterdamse bravoure.
Goed, en op zo’n moment zet je dus de tv aan op een zender die speciaal voor expats is en die BVN heet. En daar zie je… dokter Deen. En ineens ben je weer een klein meisje en droomt weg bij Sil de Strandjutter want het is toch Monique van de Ven. En het is ook echt diezelfde zee. Dus dat is behoorlijk fijn, ja?
Nu komt het ergste.

Understatement

Dat het scenario slecht is, is een understatement natuurlijk. Dokter Deen begeeft zich van het ene cliché naar het andere, in een keurige lineaire lijn. Familiewarmte, familiegemis, liefde in de meest traditionele vormen, dood en bevallingen, wijze vissers, dwarslaesie en jaloezie, passie die zich vooral vertaalt in lekker veel zoenen, traumaheli’s, demente moeders die op hun pootjes terecht komen… en dan heb ik niet eens alle afleveringen gezien. Ik kan er niets anders van maken: het is een doktersromannetje. Maar, terwijl ik toch al jaren geen boeketreeks meer heb opengeslagen, kan ik me nu echt verheugen op dokter Deen. Lekker op de Spaanse berg, helemaal in mijn eentje of hoogstens met een dochter (het zou behoorlijk genant zijn om dit met mijn man te kijken), een beetje moe, een beetje avondkoud en je hersens op complete stilstand. En dat je dan naar bed gaat met zo’n gerustgesteld gevoel terwijl je de Noordzee nog een beetje hoort ruisen. O, ik hou zo van dokter Deen!

Categorieën
Verhalen van de berg

Afleiding

Ik zwaaide van de week (op een idioot vroeg tijdstip maar dat terzijde) de bus uit die mijn oudste dochter naar het schoolkamp aan de andere kant van Spanje ging brengen. Dan denk je toch wat je écht niet wilt denken: bus vol kinderen, dwars door de bergen, sneeuw, tunnels…

Niemand vertelt je vooraf hoe kwetsbaar je wordt door kinderen en het is eigenlijk een wonder dat je als ouder nog rustig kunt slapen. Helaas gaat dat niet over als ze ouder worden. In hoeveel sloten lopen ze, wat voor afschuwelijke dingen horen ze, zijn ze wel gelukkig en blijft iedereen wel met zijn poten van haar af? Een kind dat valt en een seconde doodstil blijft liggen is weer een grijze haar erbij, een schreeuw in de nacht en je bent klaarwakker.  Nou ja en dan gaat er dus zo’n vrolijke bus vol verwachting en onbevangenheid op weg in de onverlichte Spaanse nacht. Sta je ineens met zo’n groepje ouders een beetje vreemd in het luchtledige te zwaaien. Te denken: die buschauffeur was eigenlijk een soort ratje, zo’n opgefokt Spaans mannetje dat houdt van inhalen in bochten en lekker vroeg aankomen. Deze bus is een beetje te groot voor hem. En de hele weg terug in je lege auto prevel je de mantra van de moeder: als ze maar niet, laat haar alsjeblieft, had ik niet toch, was het maar vast…

Boodschappenlijstje

Toen ik thuiskwam was het nog steeds donker. Te donker om te slapen. Dus ging ik doen wat ik deze dagen steeds doe: schrijven. Ik ben echt verslaafd aan mijn lieve, witte laptopje. Hoewel ik het ook op papier kan. Diezelfde dag paar uur later bijvoorbeeld: op het stoepje voor de supermarkt terwijl ik wachtte op het einde van de siesta. Zat ik daar in het zonnetje fanatiek de achterkant van het boodschappenlijstje vol te krabbelen. Rond mijn bureau zwerven overal papiertjes met onduidelijke aantekeningen die op het moment zelf enorm belangrijk leken, en net als vroeger op school heb ik steeds inktvlekken op mijn vingers.
Wordt het dan zo’n briljant boek? Weetikveel. Schrijven is wat lezen ook is: afleiding. En ik zou bij God niet weten wat ik anders moest doen.

Categorieën
Verhalen van de berg

Dingen die je goed in het vliegtuig kunt doen

Ok, er is een heleboel dat je NIET goed in een vliegtuig kunt doen. Breeduit zitten (tenzij je business class reist natuurlijk). Naar de wc gaan (eng!). Alcohol drinken (sneller dronken, sneller koppijn). Huilbaby’s vervoeren. Eten van zo’n opgepropt tafeltje. Maar er zijn ook dingen die in een vliegtuig juist extra goed lukken. Ik noem er drie.

Ik voel me zo langzamerhand best een vliegexpert. Sinds we in Spanje wonen is dat alleen nog maar meer geworden. Maar nooit zul je me kunnen betrappen op blasé gedrag: o nee, weer in een vliegtuig… Welnee, ik ben gek op vliegen!
En er zijn drie dingen die je juist heel goed kunt doen in een vliegtuig.

Lekkerder dan in bed

Lezen. Lekkerder dan in bed, makkelijker dan in bad. Omdat je algauw geen kant op kan (of mag) en het om je heen zo lekker zoemt. In slaap vallen is een gedoe, je krijgt spierpijn en er botsen steeds mensen tegen je aan die moeten plassen. Lezen is ideaal, vooral een fijn dik verdwijnboek, heerlijk! Geen telefoon, geen internet, geen enkele afleiding. Nergens lees ik zo lekker als in het vliegtuig.
Mediteren. Vooral in de nacht en bij zonsopgang is het net of je in een soort tussentijd zit. Je kunt eindeloos staren naar de zon die oranje opkomt boven de vleugels of juist naar de maan of de wolken. Van de week vlogen we zo mooi aan op Malaga. We zwenkten eerst over de zee die net wakker was en vlogen toen laag over de bergen en de glinsterende ochtendspitswegen. Alles klein en tegelijkertijd heel groot, een beetje zoals het voelt als je net een baby hebt gekregen. Daar komen de wijdste en wijste bespiegelingen van.
En wat ook heel goed kan in een vliegtuig, is huilen. Zo’n beetje stilletjes, weggedoken in een hoekje. Eigenlijk let niemand echt op je als je vliegt. Je bent volstrekt anoniem, op jezelf teruggeworpen zo boven de wolken. Enorm goed voor de melancholie.

Een weeffout in onze sterren

En laatst deed ik het alledrie tegelijk. Lezen, mediteren, huilen. Want ik had een geweldig boek, dat ook nog eens heel toepasselijk ‘Een weeffout in onze sterren’  heet, van John Green. Ik las het hoog in de lucht in één ruk uit. Daarna dacht ik er lang en diep over na. En ik moest er ook nog eens enorm van huilen. Wat een boek! Zo’n boek dat buitelt van de plotwendingen, verrassende gedachtes en prachtige zinnen. Eén zin haal ik eruit, vrij willekeurig: ‘Terwijl hij las, werd ik verliefd op hem zoals je in slaap valt: langzaam en dan ineens helemaal.’ Ja, het gaat dus over liefde en ook over dood en allerlei afschuwelijke dingen. Maar het is zeker geen afschuwelijk boek. Ik ga niet eens beginnen om het uit te leggen. Picture yourself in a plane  over blue skies – en lees nog deze maand Een weeffout in onze sterren van John Green!

Dit, trouwens, is al heel lang mijn lievelingsfilmpje over vliegtuiglandingen:
http://www.youtube.com/watch?v=o82u5o4nh-8&feature=fvst

Categorieën
Verhalen van de berg

Astrid mijn Astrid

Dit jaar is het precies tien jaar geleden, maar ik herinner me het moment nog feilloos. Toen Astrid Lindgren doodging, stond mijn wereld even stil. Ik begreep niet waarom alle kranten niet meteen met speciale edities kwamen, de tv-zenders op zwart en overal op straat een diepe verslagenheid. Sommige mensen zijn onsterfelijk zoals Nelson Mandela, en Astrid had gewoon niet dood mogen gaan. Nooit.

Mijn zus en ik geloofden ook niet dat het echt waar was. We keerden onze spaarpotten om en boekten een dure vlucht naar Zweden. Daar huurden we een autootje en ploegden door de sneeuw, op zoek naar de wereld van Astrid die ook de wereld van onze kindertijd was. En ja, we vonden hem. Van Villa Kakelbont tot het timmerschuurtje van Emile waar de houten beeldjes stonden, de drie rode huizen van Bolderburen en zelfs zagen we, diep verscholen in de bossen van Ronja de roversdochter, een glimp van Nangijala. In het mooiste themapark van de wereld reden we vervolgens met een treintje door Astrids boeken die door Marit Tornquist tot leven waren gebracht – en hoe. Snikkend – want net samen met Kruimeltje naar het licht gesprongen – sloten we onmiddellijk weer achteraan in de rij om de betovering van al die verhalen opnieuw te beleven. En nog diezelfde middag stonden we op een grauw plein in Stockholm te wachten op iemand die ons een gouden appel zou geven, want dit was de plek vanwaar Mio zich naar zijn vader de koning droomde. Het was voor mij en mijn zus als balsem om te zien hoezeer Astrid leefde in Zweden en viceversa, hoe dit hele land bestond uit kleine Madiekes en Bosses en Lasses die peperkoeken aten en op vakantie gingen naar de Zeekraai-achtige eilandjes voor de kust.

Bak peperkoeken, geef Pippifeestjes

Tien jaar geleden is dat alweer, maar wat mij betreft kunnen we Astrid en haar boeken niet vaak genoeg vieren. Bak peperkoeken, geef Pippifeestjes, zorg dat elk kind Ronja de roversdochter in handen krijgt. Ga op vakantie naar het geweldige themapark Junibacken. En noem je kind Lasse of Lotta (bijna had mijn jongste dochter Pippi geheten). Want voor de boeken van Astrid Lindgren geldt stuk voor stuk dat ze het beste avontuur zijn dat je een kind kunt laten beleven. Zo noemde Astrid Lindgren zelf namelijk het lezen van boeken: ‘het allergrootste avontuur’. In haar eigen woorden: ‘Aan het geluk of het ongeluk van je kind kan je niet zoveel doen. Maar je kunt hem laten zien waar hij troost kan vinden als hij bedroefd is en vreugde en schoonheid als hij het leven saai en triest vindt. Je kunt hem vrienden geven die hem nooit in de steek laten … ja, je kunt hem de weg naar het boek wijzen. En het moet nu gebeuren. Nu, zolang hij of zij zes of acht of tien of twaalf is. In die tijd moet het gebeuren. Daarna is het te laat. Te laat om de weg te vinden die leidt naar het allergrootste avontuur  …

(Ook verschenen als maandelijkse column op Leesplein:
http://www.leesplein.nl/LL_plein.php?hm=1&sm=2&id=90 )

Categorieën
Verhalen van de berg

Boekengala

Wat is het tegenovergestelde van een groot compliment ? Een enorme belediging die ook nog eens supergenant is – dat overkwam me op het Haarlemse boekengala.

Het wordt boekenweek en Haarlem had een echt boekengala. Er zouden belangrijke Haarlemse schrijvers en dichters komen, die ook echt zouden gaan dansen. Mijn vriendin Mylou, die cabaretiere is en ook nog eens in Haarlem woont, zou het aan elkaar praten en het bal zou worden geopend door de dames Fokkens. Voor wie het toevallig heeft gemist: de dames Fokkens zijn twee gepensioneerde hoeren van de Wallen die een boek over hun leven hebben geschreven. Van die fijne flamboyante ouwe hoeren – het Haarlems Dagblad raakte er al dagen niet over uitgeschreven.

Slangenprint

Omdat Mylou het dus presenteerde waren we al vroeg aanwezig. Er waren veel mannen van boekwinkels met smokingstrikjes en vrouwen met draaiboeken, de muzikanten hielden hun soundchecks en er was zelfs een deejay met een carnavalspruik, dus de sfeer zat er goed in. Het was even zoeken naar een spiegel, want het gala speelde zich af in een oude kerk, maar uiteindelijk hadden Mylou en ik er eentje gevonden, best groot, en gingen ons op staan maken. Er kwam een kalende man van de organisatie binnen, we zagen hem in de spiegel achter ons passeren en een vluhtige blik op ons werpen. Toen bleef hij staan. Keerde zich om. Kwam op ons af, een beetje ongemakkelijk allemaal. ‘Neem me niet kwalijk,’ zei hij verlegen, ‘maar zijn jullie soms de twee dames die het bal gaan openen?’
Even was het heel stil, toen begon Mylou keihard te lachen. We keken in de spiegel en zagen wat de man had gezien: dat Mylou een panterjasje aan had en ik een blousje met een soort slangenprint. Dat we allebei bloemen in ons haar hadden en felrode lippenstift.
Maar toch!

Polonaise

De avond werd een groot succes. De schrijvers en dichters deden hun best, de would be schrijvers, boekhandelaars en andere aanwezigen hadden er zin in, de wijn was zeldzaam smerig maar het Jopenbier goed en zelfs met de meest belabberde kerkakoestiek werd er – nadat de dames Fokkens het bal hadden geopend middels een polonaise-  woest gedansd. Mylou deed het geweldig, er was zelfs iemand die haar ‘de koningin van het bal noemde’, twee keer zelfs. Aan het einde bleven een paar dronken muzikanten nog lang liedjes zingen onder het TL-licht en ging de enorm beroemde schrijver er stiekem vandoor met het veel te jonge groupie achterop zijn fiets, terwijl de veelbelovende jonge dichter er keihard naast stond te lachen. De dames Fokkens – de echte dus- grepen, nadat ze zo ongeveer aan iedereen hun eigen boek hadden aangesmeerd, heel boekenbalachtig een stuk van het decor onder hun arm (het was een soort karakitauur van henzelf, gemaakt door  een of andere Haarlemse striptekenaar) en liepen geflankeerd door een haag van fotografen de koude Haarlemse nacht in. Mylou ging zich afschmincken en daarna werd het nog heel gezellig en heel laat in een van de vele Haarlemse kroegjes.
De kalende man van de organisatie hebben we niet meer gezien.

Categorieën
Verhalen van de berg

Zin!

Tussen alle scholen door (na de tranen in Brabant hadden we vandaag de slappe lach in de Schilderswijk) ga ik op bezoek bij mijn nieuwe uitgever. Als ik binnenkom staat de champagne al klaar en ook mijn contract voor Kom hier Rosa.

‘Waarom denk jij dat Sita zo reageert?’  ‘Nou, ik weet zeker dat ze, na wat ze net heeft meegemaakt…’  Het is fascinerend om de uitgever en de redacteur samen te horen discussieren over mijn eigen romanpersonages. Op een manier zoals ik zelf ook over ze denk: alsof ze echt bestaan en hun verhaal aan het gebeuren is terwijl wij praten. Alleen al daarom kan ik wel dansen. Mijn boek leeft!
Ondertussen kraken mijn hersenen van de confronterende vragen die op me af komen. Er moet nog veel gebeuren, dat is wel duidelijk ‘Want het heeft alles in zich, nu moet het echt heel goed worden.’ 

Belletjes

Het duurt een dagje, maar dan begint het in mijn hoofd ook te bruisen van de gedachte-belletjes. De eerste antwoorden op de vragen beginnen zich al te vormen. Zin heb ik, onstuitbare zin om verder te gaan met mijn boek. In de trein op weg naar de zoveelste school begin ik koortsachtig te schrijven. En dan moet dit… en det dan zo… en dat gaat natuurlijk zo en zo gebeuren. En wat gebeurt er dan daarna en hoe? Zo spannend is dat, ik heb echt het leukste beroep van de wereld!

Categorieën
Verhalen van de berg

Tranen in de bibliotheek

Daar stond ik voor een klas vol huilende kinderen, ik telde er algauw een stuk of acht die zaten te snikken, jongens zowel als meisjes. De bibliothecaresse  liep af en aan met glaasjes water. Ik staarde naar wat ik allemaal had aangericht in nog geen tien minuten en vroeg me af: ‘Doe ik nou iets helemaal verkeerd of is dit juist goed?’

Als ik uitgenodigd word op scholen, doe ik meestal een korte geleide fantasie-oefening met de kinderen om te laten zien hoe sterk hun verbeeldingskracht is. Meestal laat ik ze een soort droomtuin visualiseren en vervolgens een heel bijzondere ontmoeting met iets of iemand. Daar gaan ze dan over schrijven. Dat levert voetbalverhalen op en sprookjes, stukjes over paarden maar ook verhalen over geliefden die hand in hand lopen. Vandaag ben ik in een Brabants dorp en ik heb er al drie uur van dat soort verhalen opzitten. Maar bij de laatste klas gebeurt het. Eerst huilt er een meisje, vanuit mijn ooghoek zie ik hoe de lerares haar meeneemt. Niet erg, denk ik. Het gebeurt wel vaker dat kinderen een dode opa ontmoeten bij deze oefening. Vaak komen daar mooie verhalen van. Dan zie ik hoe de vriendin van het meisje ook huilt. En de jongen daarachter. En een jongen vooraan…

De kat van de vriendin van mijn tante 

‘Deed ik nou iets anders?’ vraag ik aan de bibliothecaresse die er de hele dag is bijgebleven. Ze schudt haar hoofd. ‘Ís er iets gebeurd in de klas?’ vraag ik later aan de juf, maar die blijft laconiek. ‘Soms heb je dit soort dingen.’ Bij het gesprek na afloop blijkt het leed niet al te schokkend, al zag iedereen in zijn fantasie zijn eigen doden voor zich: ‘Mijn overgrootmoeder die ik nooit heb gekend.’ ‘Het hondje van onze buurman.’ ‘De kat van de vriendin van mijn tante.’ Alleen één jongetje blijft huilen en kan zijn verhaal over ‘een meisje met bruin haar in een kring van bloemen’ niet afmaken. Zijn te vroeg geboren, gestorven zusje, hoor ik later.
De bibliotheek als rouwcentrum, ik ben er beduusd van. Later krijgen de bibliothecaresse en ik een zenuwachtig soort slappe lach.
Toch ben ik er niet gerust op. Wat heb ik in gang gebracht?
Gelukkig is er later een mail van de moeder van het jongetje dat zo bleef huilen. Dat haar zoon voor het eerst sinds heel lang weer over zijn dode zusje heeft gepraat – en dat hij dat, terwijl hij normaal een stille jongen is, alsmaar bleef doen. Of ze het verhaal mag hebben (hij heeft het aan mij gegeven). En in de PS: ‘Hij wil nu later schrijver worden, leuk he?’

Categorieën
Verhalen van de berg

Waarom niet?

Als Ilco een soort Stephen Covey zou zijn (wat hij niet is) en hij zou een boek schrijven over zijn levensvisie, dan zou de titel zijn: ‘Waarom niet?’
Waarom niet is Ilco’s standaard antwoord en meestal een heerlijke vraag.

Je goedlopende tekstbureautje sluiten omdat je zo ontzettend graag kinderboeken wilt schrijven… waarom niet? Je kind een dagje thuishouden als ze even geen zin heeft in de kooi van de school- waarom niet? Naar Rio, Venetië of Tenerife gaan voor het carnaval, naar Sumatra om het schildpaddeneiland op te zoeken waar je eerder over hebt geschreven, of zelfs je huis verkopen en voor onbepaalde tijd over de wereld gaan reizen in een Landrover. Waarom eigenlijk niet? En wat te denken van vrij willekeurig verhuizen naar een land waar je niemand kent maar dat er uitnodigend uitziet… Het ‘waarom niet’ van Ilco heeft mijn leven miljoen keer spannender gemaakt. ‘Je bent nu eenmaal getrouwd met een avonturier,’  fluisterde mijn oudste vriendin mij toe, toen ik een keertje op Schiphol stond te bibberen omdat we met piepkleine kindjes een half jaar door Zuid Amerika zouden gaan rondtrekken. Die zin is een eigen leven gaan leiden.

Tussen droom en daad

‘Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren.‘  Dat zei mijn oude grootvader altijd, op zijn beurt Elsschot citerend. Natuurlijk moet je met jouw ‘waarom niet’  niet een ander kwetsen. Geld is ook een ding – maar minder groot dan je denkt, heb ik ontdekt, net als regels van – ik noem maar een dwarsstraat- iets als de schoolinspectie.
Ik ken veel mensen die een waarom niet-achtig leven leiden. Maar ook genoeg mensen die ‘ooit’ hun baan gaan opzeggen, ‘nog eens een keer‘ een boek gaan schrijven, ‘later‘ een restaurantje willen openen in Zuid Frankrijk of ‘eigenlijk’ willen scheiden. De kans dat die plannen gaan uitkomen, is klein – hoe uitgesponnen ze soms ook zijn.
Het is ook eng! Ilco springt met gemak van iedere berg, maar ikzelf ga meestal huiverend naar boven en blijf dan eerst nog een tijdje bezorgd over de rand staan kijken, me levendig voorstellend hoe hard je te pletter kunt vallen.
Dromen hoeven niet altijd te worden gecasht. Op die rand staan is ook mooi – en je kunt er ook mooi over schrijven. Zo gaat het gedicht verder:
‘…want tussen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt wanneer men slapen gaat.’