Anna van Praag boeken en verhalen
Categorieën
Verhalen van de berg

Creatief strijken

Ik heb een echte numerologe op de patio. Mijn lieve vriendin Astrid kan iemands levensloop, innerlijke drijfveren en nog veel meer voorspellen aan de hand van ingewikkelde rekensommetjes met geboortedata. Ze geeft de ene seance na de andere.

Eerst komen mijn dochters en hun vriendinnen. In de stralende zon vertelt Astrid waar ze goed in zijn, wat hun ‘struikelblokken’  zijn in het leven en combineert al die kennis vervolgens soepel met haar eigen theorieën over reïncarnatie. De meisjes raken helemaal in haar ban – vooral als blijkt dat Astrid ook de verschillende cijfers met elkaar kan combineren en zo kan vertellen hoe hecht of ingewikkeld hun vriendschappen zijn. Ik luister gefascineerd mee. Zo steek ik nog eens wat op over mijn dochters. ‘Jij bent een en al liefheid en kracht,’  zegt ze over de een. Of: ‘Jij zal altijd geleid worden door het kind in jezelf.’ Astrid is altijd zo vrolijk en charmant, alleen al daarom is het een plezier om in haar buurt te zijn. Ze maakt iedereen blij met zichzelf.

Zangeres

De roem van Astrid verspreidt zich voorbij de grenzen van de patio. Ook omdat ze Nederlands is maar toch Spaans spreekt en ook nog eens een echte zangeres is. Die middag zit er een buurvrouw bij ons aan de houten tafel. Ze heeft een schaal slagroomkoekjes meegenomen en wil graag ‘las cifras’ weten. Astrid, stralend en onvermoeibaar, met inmiddels een licht verbrande neus, begint weer te rekenen. En ontdekt onmiddellijk een ingewikkelde jeugd en te grote verantwoordelijkheden. De buurvrouw knikt, ja alles is waar. Even lijkt het zelfs alsof ze zal gaan huilen en Astrid haast zich om in al die getallenreeksen ook een paar lichtpuntjes op te sporen.
Meteen ontdekt ze iets. ‘Ik zie hier mooie cijfers bij je werk staan. Daar ben je heel creatief in. Ik weet natuurlijk niet precies wat je doet…’
‘Ik strijk,‘  zegt de buurvrouw vriendelijk. Want ja, ze staat in de kleine kledingfabriek van Montefrio, de hele dag door fabriekskleding mooi te maken voor de winkels.
‘Je strijkt?’ Even is zelfs Astrid haar tekst kwijt. Dan lacht ze alweer en zegt (innig gemeend, want zo is Astrid): ‘Dan doe je dat strijken dus heel creatief!’

Categorieën
Verhalen van de berg

Hoe klinkt de woestijn?

Hoe klinkt de woestijn? Dat vroeg een collega-schrijfster me een tijdje geleden. ‘Ik denk dat het er heel stil is,’  voegde ze eraan toe, me daarmee in één klap het gras voor de voeten wegmaaiend. Want hoe beschrijf je die stilte? Geen idee. Totdat ik laatst een tekstje van Paul Bowles tegenkwam. Ja natuurlijk, zo klinkt de woestijn!

Het negatief van geluid. De heilige stilte van een kerk. De stilte van de vroege ochtend als je de disco uit komt. Stilte in de muziek – iets waar iemand als Sting altijd naar op zoek is en dat volgens mij erg lijkt op woorden schrappen bij het schrijven. Die ene minuut van gedachte-stilte waar boeddhisten zo hard voor werken. De bijna agressieve stilte van mijn berg na een weekje Amsterdam. Nee, dat is allemaal stilte in relatie tot iets.
De woestijn is stil van zichzelf.

Woestijndoop

‘Zodra je aankomt in de Sahara, of het nu voor de eerste of de tiende keer is, merk je de stilte. Een ongelooflijke, absolute stilte die zelfs overheerst in de steden: er hangt iets verstilds in de lucht, als een doelbewuste kracht die door binnendringend geluid te weren, het onmiddellijk minimaliseert en verspreidt.’ Zo zegt Paul Bowles het.
In de woestijn valt de stilte niet, die is er. De geluiden die je hoort, dat ben jezelf: jouw adem, jouw stap op het dikke zand, het geritsel van de stof van je broek bij diezelfde stap.
Is dat leuk? Nee, eigenlijk niet. Combineer de stilte met de horizon van zand en lucht die ook al zo eindeloos is en je bent al je houvast kwijt. De woestijndoop, noemt Paul Bowles dat. In zijn woorden: ‘Loop voorbij de kamelen die buiten elke stadspoort liggen, ga omhoog langs een duin of juist recht vooruit over de harde stenen vlakte en blijf staan. Ofwel huiver je en rent snel terug, of je ondergaat dat wat iedereen die daar woont heeft ondergaan en wat de Fransen ‘le bapteme de la solitude’ noemen. Deze bijzondere ervaring heeft niks met eenzaamheid te maken, want eenzaamheid veronderstelt herinnering. Hier verdwijnt zelfs dat.’

In de ban

Ja, misschien ben je echt wel een beetje veranderd als je een paar uur in de woestijn hebt gelopen, er een nacht hebt doorgebracht op het koele zand met al die sterren erboven, of er hebt gereden op een kameel. Vooral de Sahara en de woestijn van Jordanie hebben dat effect, en ook dat je er steeds weer terug wilt komen – zoals Paul Bowles ook deed (en uiteindelijk ging hij er wonen). ‘Voor wie eenmaal in de ban is gekomen van dit immense, lichte land is er geen ander land sterk genoeg, geen sensatie zo krachtig als dit: te zijn in het midden van het absolute.’
Ik snap die woestijnverslaving heel goed, maar ik kan het niet altijd aan. Het idee, bijvoorbeeld, dat ik vanmiddag op het vliegtuig naar Marokko zou stappen en morgenvroeg wakker zou worden in de woestijn van Erg Chebbi (spreek dit hardop uit)… nee. Op dit moment verlang ik naar heel andere dingen. De jungle bijvoorbeeld, een plek ‘waar wouden zijn als vuur zo heet, torenhoog en mijlenbreed’ zoals Tonke Dragt het verwoordde. In plaats van in de woestijn wil ik morgen wel wakker worden tussen de brulapen van Costa Rica of de lokzangen van wel duizend Amazone-vogels, mmm…. Het oerwoud doet weer heel andere dingen met je dan de woestijn.
Maar daarover een andere keer.

Categorieën
Verhalen van de berg

Paris-Sevilla

Voor het hotel is een plein waar bussen voorbij scheuren langs de nog lege terrassen. De toeristen slapen allemaal nog, maar ik ben zo wakker, ik moet wel naar buiten.
En dan stap ik onmiddellijk terug in de tijd.

Achttien was ik, en officieel uit huis. Vanuit een warm en veilig herenhuis in Haarlem-Zuid naar Parijs. Dat is een beetje alsof je op je eerste pianoles de partituur pakt van de Goldberg Variaties. In Parijs was alles in één klap volwassen en anders. De universiteit waar alle studenten als één man opstonden als de hoogleraar binnenkwam. Het kleine kamertje aan de Place de la Republique waar ik het enige kacheltje steeds moest uitschakelen omdat ik de door mijn strenge hospita gecontroleerde elektriciteitsmeter omhoog zag schieten. De kunstenaarsfeestjes waar ik belandde maar waar me steeds de taal en de referentie ontbraken om mee te kunnen praten. En mijn vrienden, of wat daarvoor doorging. De Zweedse studente die op Anita Ekberg leek en die op een of andere manier altijd wist wanneer je naar welke club moest en hoe laat. De lange, ijdele Afrikaan en zijn inwitte vriendin die de hele dag over seks praatten. De Italiaanse Max die voortdurend bordjes heimweepasta met boter maakte. Mijn beeldschone lesbische buurmeisje die droevige chansons voor me zong bij haar gitaar maar daar abrupt mee ophield toen Ilco een keer op bezoek was geweest. Ach, Parijs… Ik weet nog precies hoe de metro ruikt en hoe warm het is in het Louvre, waar ik af en toe heenging om achter een willekeurige groep mensen aan te lopen.

Seville s’éveille

Het komt allemaal terug als ik in mijn eentje door zo’n grote onbekende stad loop die net wakker wordt. Ratelende rolluiken, de lucht nog koud, de mensen allemaal gehaast. Straks wordt alles anders, dan komen de slenterende toeristen, de terrassen vullen zich, de zon piekt boven de hoge huizen. Maar nu is Sevilla alleen nog een goed-georganiseerd hardwerkend lichaam, zijn eerlijkste zelf.
En als je daar eigenlijk niets te zoeken hebt en wat je er doet is niet belangrijk en tijdelijk bovendien, dan loop je net te langzaam, dan denk je te hard en dan is er dus eigenlijk niks veranderd. Vijfenveertig ben ik nu, maar nog steeds die studente in Parijs die uren voor de deur van het feest stond en er toch niet naar binnen gaat.

Categorieën
Verhalen van de berg

21-02-2012

Ik ben in Sevilla en ik ga er lekker nooit meer weg!

Ik dacht ik ga vast een avontuur beleven in Sevilla en daar schrijf ik dan een blogje over. Maar Sevilla is alleen maar zoet en de zomer (ja, zomer) hangt in de lucht. Dus ga je van het ene terrasjes naar het andere en van de koffie naar de wijn, dan naar de koffie- en weer naar de wijn. Al die wijn is goed en al die koffie ook want dit is Spanje en omdat dit Sevilla is en niet Montefrio of Granada is het eten ook nog eens goed waarmee ik bedoel dat er meer keus is dan paella of boquerones. Na een eindeloze dag kom je dan uit de zon in de namiddagschaduw en alles is dus, ja…zoet, en iemand steekt een sigaret op en hoewel je al twintig jaar niet meer rookt is er niets heerlijkers dan de geur van zo´n vers sigaretje in de zachte zomerlucht.
Het hotelletje is een ouwe sacristie die Santa Ana heet, dus dat is ook helemaal goed, want ik ben jarig vandaag. En wie belde me daar vanmorgen wakker? De nieuwe uitgever, die zomaar mijn mobiele nummer bleek te hebben. Daar zat ik op het zachte bed omringd door kussens en dochters en kadootjes te giechelen van heerlijke, kinderachtige verjaardagsopwinding en het gevoel gewild te zijn.
Ilco is er ook, natuurlijk, en die koopt voor iedereen nieuwe kleren, eigenlijk vooral voor die die gretige dochters van ons want, heel gek, ik hoef zomaar niets. Of alles. Even in cyberspace tig keer ´gefeliciteerd Anna¨ lezen zodat ik weet dat jullie aan me denken, wat heel prettig is. En dat ik er een mooie dag van moet maken, maar dat lukt dus goed.
Zo goed zelfs dat we net, keurig uitgecheckt en alles, bij de auto elkaar aankeken en Bloem uitsprak wat we allemaal dachten: ¨waarom blijven we niet?¨
En we vervolgens alle tassen uit de auto hebben gehaald, weer het hotel in zijn gelopen en ja, er waren nog twee kamers vrij, nog net.
Terwijl ik dit opschrijf, pakt Ilco net een boek uit de hotelbibliotheek met de titel Rode rozen en tortillas. Dat vat het vrij goed samen.

Categorieën
Verhalen van de berg

Zeven carnavalsverhaaltjes

Bestaat er een ander carnaval dan dat van Rio de Janeiro? Ach, was ik schatrijk en schaamteloos decadent, dan ging ik daar elk jaar naar toe. Nog niet zo lang geleden heb ik er deze miniverhaaltjes opgetekend voor een tijdschrift, dat er uiteindelijk niks mee deed. Daarom nu deze primeur speciaal voor jullie, met foto’s van Ilco. Stift je lippen, zet iets samba-achtigs op, mix je eigen  favoriete caipirinha – en laat je meevoeren!

Het verhaal van het kamermeisje

‘Elk klein meisje in Rio droomt ervan om ooit  sambakoningin te worden en op een praalwagen te dansen in de grote parade. Maar ja, dan moet je talent hebben en het hele jaar keihard werken bij een sambaschool. Alleen rijke toeristen kunnen zich veroorloven al dat harde werk over te slaan. Ik zie ze elk jaar weer in het hotel binnenkomen de dag voor de parade: ze kopen voor krankzinnig veel dollars een kostuum en mogen dan meedansen als figurant. Na afloop laten ze dat kostuum gewoon als vod in de kamer achter.
Ik neem dat dan in een grote plastic tas mee naar huis voor mijn drie dochters en dan maken we ons eigen feest.  Alle meisjes uit de buurt komen bij ons sambakoningin spelen. Dat gaat  het hele jaar door, ook als het carnaval allang weer voorbij is. Daarom, hoe goed ik ook veeg, is mijn huis altijd één grote ontploffing van glitter en veren.‘

Het verhaal van de president

‘Sambakostuums zien er prachtig uit, maar zijn heel oncomfortabel. Veel van die leuke zwevende bikini’tjes worden aan het lichaam bevestigd met ijzerdraad, heel pijnlijk. Daarom gooien die meisjes vaak hun kostuum meteen uit aan het eind van de parade. Dat had de sambakoningin van dat jaar ook gedaan. Hup, bikini uit en het t-shirt van haar school erover. Iemand bracht haar naar mij toe in de Vip-loge. Nadat we even gepraat hadden, begon het optreden van de volgende school en de sambakoningin en ik gingen staan om te kijken en te juichen. Ze sloeg haar arm om mij heen en de andere arm hief ze hoog op om te zwaaien naar het duizendkoppige publiek en de fotografen. Daarbij ging haar shirt omhoog. Kon ik weten dat ze daaronder geen broekje meer droeg… De deuk in mijn imago is nooit meer helemaal goed gekomen.’

De vrouw van de professor

‘Mijn man is heel lief, maar altijd zo stijf en stil. We zijn nu al twintig jaar getrouwd en hij heeft nog nooit een keer met mij gedansd! Maar ik nam wraak. Toen we naar het carnaval in Rio gingen, gaf ik hem stiekem op om als figurant mee te dansen. Toen mijn man dat hoorde, werd hij bleek. Maar hij liet zich niet kennen. Toen we vooraf de samba moesten leren, deed hij verwoed zijn best om de pasjes te snappen. Zwijgend hulde hij zich in zijn verenkostuum. De mensen van de sambaschool maakten zich een beetje zorgen, mijn man stond er zo houterig bij. Een slechtdansende figurant kan de hele school punten kosten. ‘Maak je geen zorgen,’ zei ik, hoewel ik stiekem bang was dat mijn man na deze dag misschien wel een scheiding zou aanvragen. Niets bleek minder waar! Toen we eenmal de arena in kwamen, was mijn man de meest fanatieke van de groep. Hij zong, hij danste, was niet van een Braziliaan te onderscheiden.  Aan het eind was hij totaal buiten adem en viel snikkend in mijn armen. De dagen erna was hij vrolijk, maakte grapjes, kletste met iedereen. Ik had een totaal andere man gekregen!’

Het  verhaal van het jurylid

‘Jurering is bij carnaval een zeer serieuze zaak. Elke school gaat over lijken om te winnen. Soms letterlijk. We hebben diverse illegale loterijen in Brazilie en veel van dat geld wordt via het carnaval gewit. Waarom ik me toch heb laten verleiden om een school een laag cijfer te geven, is een van mijn grootste zwaktes en daar wil ik het verder niet over hebben. Feit is dat de school in kwestie door mijn toedoen geen winnaar is geworden. De dag erna werd mijn huis al belaagd. Ik werd zo bang dat ik naar het buitenland ben gevlucht en daar woon ik nog steeds. Voor mij geen carnaval meer.’

De oude Braziliaan

‘Ik woon zelf niet in Rio, maar sinds ik een klein jongetje was zit ik aan de tv gekluisterd om de grote sambaparade van het carnaval te zien. Vroeger door de oude stad, tegenwoordig in een soort reuzenstadion dat ze Sambadrome noemen. Wat moet het geweldig zijn om daarin mee te doen, dacht ik. Mijn hele leven heb ik zuinig geleefd. Nu werk ik niet meer, ik ben oud en heb kanker. Van mijn spaargeld heb ik een reis naar Rio geboekt en vervolgens heb ik me aangemeld bij mijn favoriete sambaschool. Ik heb de afgelopen weken elk weekend met ze geoefend. Ik heb mijn fantasia, mijn kostuum, uitgezocht en aangetrokken. En ik heb gedansd in het Sambadrome. Eén uur leek wel een heel leven te duren. Het was precies zoals ik mij altijd had gedroomd. Beter nog. Nu kan ik sterven.’

Het verhaal van de weduwnaar

‘Mijn man was een enorme feestganger en toen hij overleed aan Aids was dat een schok in de hele homo gemeenschap. Carnaval was altijd zijn favoriete feest en ik wist ook meteen waar ik zijn as wilde verstrooien. Ik kocht enorme ballonnen en, met behulp van een rietje vulde ik die met de as. Ze werden opgehangen tijdens het beroemde Gala Gay bal, een van de vele feesten tijdens carnaval. Door de enorme hitte begonnen de ballonnen na een tijdje naar beneden te zakken en ze waren zo mooi en ritselden zo grappig dat iedereen er tegenaan begon te duwen.  Het duwen werd steeds wilder en uiteindelijk knapten ze, de een na de ander. Tot plezier van de nietsvermoedende feestgangers daalde een soort wit gruis over hen neer. Mijn geliefde had het geweldig gevonden!’

Mijn eigen carnavalsverhaal

‘Heerlijk Rio, veel seks in de lucht denk ik zo,’ mailde een vriendin uit Nederland. En ja, wat voelde ik me begeerlijk in mijn glinsterende kostuum vol edelstenen met een piepklein rood behaatje eronder. Totdat de baas van onze ‘vleugel’ naar ons toekwam. Waar was onze verenmantel? Mijn lief en ik keken elkaar aan. Verenmantel? ‘Geen volledig kostuum, stap er maar uit,’ was het genadeloze oordeel. En daar stonden we, triest aan de zijlijn van wat de ervaring van ons leven had moeten worden. Tranen met tuiten!
Gelukkig kent het carnaval zijn eigen wonderbaarlijke dynamiek. Vier uur later dansten we alsnog mee, bij een andere sambaschool. Geen veren en juwelen deze keer. Ons kostuum was… een auto! Wielen op onze buik en een heuse bumper als kraag met twee priemende koplampen. Totaal onpraktisch, bloedheet, en met seks had het al helemaal niks te maken. Maar de ervaring was een van de meest opwindende van mijn leven!’

Categorieën
Verhalen van de berg

Blauwbaard

Mijn dochter was nog een kleuter toen ik haar De kleine zeemeermin voorlas. Het echte verhaal, niet de Disney-versie. Uit een oud sprookjesboek van mijn grootmoeder, dat schreeuwt om voorlezen. Andersen schrijft zo heerlijk, nog steeds, het is alsof je een lied zingt.
Maar ja, toen ging de kleine zeemeermin dood en veranderde in schuim op de zee. En begon mijn dochter, eerst zachtjes en toen keihard, te huilen.

Wat schaamde ik me dat ik, samen met Andersen, al die tranen had veroorzaakt. En nog steeds -ze is inmiddels veertien- kan mijn dochter zich dit moment feilloos herinneren.
Had ik het dus maar moeten laten bij de Disneyfilm, waarin iedereen (behalve de zeeheks – die heel inadequaat Ursula heet) lang en gelukkig leeft? Ik heb er vaak over nagedacht en mijn antwoord is: nee.
Een goed verhaal is een verhaal met meerdere lagen. Vraag het maar aan Aidan Chambers, toch wel zo’n beetje de grootste expert op het gebied van literaire educatie. Een verhaal met ‘raadsels’  en ‘patronen’ , is veel interessanter dan eentje waarin alles duidelijk en voor de hand liggend is. Stel dat een verhaal is als een huis, dan wordt het een stuk spannender als het meer dan één kamer heeft. En dan kan je zelfs, net als in het sprookje van Blauwbaard, een kamer tegenkomen die beter gesloten had kunnen blijven. Bij de kleine zeemeermin zat de dood verstopt in die kamer, en het gruwelijke besef dat het niet altijd goedkomt.

Wat er allemaal in het leven te koop is

Boeken spiegelen het leven, ook kinderboeken Op het schoolplein, op de tv, en in de gesprekken om je heen sijpelen genoeg nare en rare dingen door. Maar als je intussen alleen boeken leest over werelden waarin alles fijn is en harmonieus, is dat een gemiste kans. Lezen over ‘wat er allemaal in het leven te koop is’  (citaat uit Kleine Sofie en Lange Wapper) kan je weerbaar maken: het is er en toch niet. Het zet je aan het denken: wat vind ik ervan? Hoe zou ik zelf reageren als…? Wanneer je eerste liefdesverdriet is om de kleine zeemeermin, veilig op de schoot van je moeder, schrik je een volgende keer misschien een heel klein beetje minder. En als je dan gaat naar ‘het land waar grote mensen wonen’  (Annie MG Schmidt), sta je daar niet ineens met je driewielertje op de snelweg.
Zo gaat het in mijn ideale scenario: kinderen mogen alles lezen en ze kijken onderweg zelf wel welke laag ze wel en niet meepikken, hoe ver ze willen gaan. Je kunt door alle kamertjes van het verhaal dwalen – maar je kunt ook een deur weer dichtdoen als je wilt. Misschien kom je er later nog wel eens, misschien wel nooit.
Dat klinkt makkelijk maar dat is het natuurlijk niet.
En soms ook wel. Diezelfde dochter pakte tien jaar later Voor ik doodga, een boek over een meisje van haar leeftijd dat doodgaat en waar ikzelf vreselijk om had moeten huilen. Terwijl ze het las, sloop ik om haar heen met wijze troostwoorden in mijn hoofd.
Mijn dochter sloeg het boek dicht en zei: ‘Ja, goed verhaal.’
‘Ben je erg verdrietig?’  kon ik toch niet nalaten te vragen.
‘Nee hoor,’  zei ze en ging huiswerk maken.

(Dit is ook de column op Leesplein: http://leesplein.nl/LL_plein.php?hm=1&sm=2&id=88)

Categorieën
Verhalen van de berg

Uit een ver verleden

Ik lees het allereerste boek dat ik schreef. Voor het eerst na tien jaar. En ik ben verbijsterd.

Weet je wat, denk ik, laat ik Dunya De tocht naar het vuurpaleis gaan voorlezen. Zelf leest ze het niet, en ze moet toch weten wat haar moeder  eigenlijk doet? Ik heb het zelf ook jaren niet meer gelezen, want als een boek eenmaal gedrukt is, durf ik het niet meer in te kijken. Te bang dat ik toch weer zal willen veranderen, dat ik fouten tegenkom.
En ja hoor, ik zie verschrikkelijke dingen. Het liefst zou ik meteen in het boek gaan zitten krassen. Weg met die rare woorden als ‘terdege’ en ‘degene’, weg met die beschrijvingen die de dialoog soms finaal doodslaan, weg met al die bijvoeglijk naamwoorden! Is het omdat het boek tien jaar oud is, schreef iedereen toen uitleggeriger? Of is het beginnersgeklooi?

Koortsdroom

En toch.
Laatst kreeg ik een mailtje van een literatuurstudent die schreef ‘opgegroeid te zijn’ met De tocht naar het vuurpaleis en de twee delen die erop volgden. Zouden er meer kinderen jeugdherinneringen zijn blijven koesteren aan de wrede koning Hypnos, het ‘Meer van stille huiver’ of ‘de drie Liesjes’  die uiteindelijk spionnen bleken te zijn?
‘Ik hou van rare dingen in boeken,’ zegt zelfs mijn eigen Dunya. ‘Zoals zo’n droomeiland en een prinses met berenklauwen. Dan wil ik er steeds meer van weten.’
Hou ik er zelf van? Dat weet ik niet eens, gek genoeg. Ik heb het verhaal tien jaar geleden in een soort roes opgeschreven. Er zitten personages in en vondsten die doen denken aan een soort delirische koortsdroom. ‘Hoe kom je erop?’  is zo’n afschuwelijke dooddoener die je je eigenlijk niet tegen een schrijver mag zeggen. Maar nu zeg ik het tegen mezelf. Waar kwam dit allemaal vandaan, deze magisch-realistische fantasy? Goed, het is half-gepikt van mijn grote voorbeelden uit die tijd, dat zie ik ook wel, maar het verhaal heeft ook een heel eigen, dromerige sfeer. En het is superspannend! Ik geloof dat elk hoofdstuk wel eindigt met een cliffhanger.
Het meest bizar van alles is nog wel dat ikzelf, al voorlezend, vaak geen idee heb hoe het afloopt.

Categorieën
Verhalen van de berg

Country life

Country life. Het klinkt zo romantisch, naar geruite tafelkleden, boerenbrood en het knappen van een houtvuur. Naar coffee table magazines voor stijlvolle mensen, de cover vol met rozen. Maar country life is grauwer. En hard, zeker in de winter.

Nog niet zo lang geleden was ik op een boerenverjaardag. Alle ingrediënten voor een plattelandsidylle waren aanwezig: de lange bochtige tocht over het zandpad, de hoge bergen vol olijfbomen, zelfs een paar kleine watervallen. We gingen op de geur af van het vuur, want het was een barbecue. En ja, daar was het huisje, wit en schattig en daar stond ook heus een lange tafel filmisch opgesteld.
Maar het eten bestond uit bloedworst en enorme speklappen. Aardappelsalade dik van de goorste mayonaise. Literflessen goedkoop bier. Dat is wat boeren eten! Bovendien viel ik enorm uit de toon in mijn gebloemde jurkje. Niemand, ook de jarige niet, droeg iets anders dan: dikke trui, oude broek, stevige schoenen. Kleuren: grijszwart, grijsbruin, grijsgblauw. Als je goed keek waren de meeste vrouwen (niet de mannen) best jong en best knap. Maar niemand had mascara op of ook maar iets van sieraden. Veel vrouwen moesten nodig hun haar weer eens verven. Of bijknippen. En toen we later naar binnen gingen was het onaangenaam koud op de stenen vloer en was dat haardvuur niet zozeer gezellig, maar bittere noodzaak. Want centrale verwarming heeft niemand.

Zwerfkatten

Voor de dieren is het plattelandsleven het zwaarst. Honden en katten slapen altijd buiten en eten geen echt dierenvoer, maar de restjes en de botjes. Het inenten van je huisdier, het ontwormen of ontvlooien – dat zijn allemaal luxedingen die horen bij de stad. Dus zijn bijna alle honden en katten te mager. En ze gaan veel vroeger dood dan de troeteldieren in Nederland. Hoe vaak ik hier al niet een dier dood langs de weg heb zien liggen. Of op de weg, nog erger.
We proberen een beetje het verschil te maken. Zwerfhonden brengen we naar opvangcentrales die worden gerund door lieve Engelse dames. De honden die daar komen worden vaak geadopteerd door Duitsers of Nederlanders. Zwerfkatten krijgen bij ons te eten en ze mogen slapen bij de warme pittenoven. Heel soms nemen we er wel eens eentje mee naar de dierenarts, zoals het blinde rode poesje, waar onze meiden extra dol op waren geworden. ‘Koter’ was klein, verfomfaaid en onrustig, maar al meerdere keren van de dood gered. Hij kreeg soms dure kattenblikjes te eten en meerdere keren per week wasten de meiden liefdevol zijn oogjes die altijd ontstoken waren.

Poezengraf

En nu is Koter dood. Ik vind zijn kleine lijkje naast de pittenoven en heb de afschuwelijke taak om de meiden in te lichten als ze thuiskomen uit school. Chaia gilt het uit van ellende en Dunya zal zelfs in haar slaap nog doorhuilen.  Die middag sta ik met een enorme schep de stenige berggrond om te ploegen. Weer een poezengraf, het derde in een jaar. ‘Zo gaat dat hier,’  zegt de Engelse paarden-Liz, die een stukje verderop woont met haar paarden, honden, katten, ganzen en biggen. Zij heeft deze maand al een poes en een hond verloren. ‘Er komen steeds dieren bij, maar op een of andere manier verdwijnen ze ook weer,’  zucht ze. ‘Dat is nou eenmaal country life.’

Categorieën
Verhalen van de berg

Dansen met chocolademaskers

Moeders en dochters. Het kan nóg kleffer. Zelfs onder de Spaanse vriendinnen is ‘de moeder van Kristi’  een afschrikwekkend voorbeeld.

Het schijnt dat als je bij Kristi komt spelen haar moeder gewoon ‘una amiga mas’  is. Dus: je moeder als vriendin. De moeder van Kristi doet met alles mee: met het meezingen van de clips op tv, met het dansen erbij (ze heeft zelfs samen met Kristi dansjes ingestudeerd die ze trots laten zien). Als Kristi en haar vriendinnen op de computer gaan chatten, komt de moeder van Kristi er gezellig naast zitten. De status van Kristi en ook haar telefoon staan vol met foto’s van haar en haar moeder samen. Gekkekapsel-foto’s. Elkaarskleren-foto’s. En zelfs als je blijft logeren, ben je nog niet alleen. De moeder van Kristi pakt gewoon het logeerbed en sleept het naar de kamer van Kristi, zodat ze de hele nacht vrolijk mee kan kletsen.

Kruik

Mijn dochters vinden dat ‘doodeng’. Je moeder als vriendin, iets zieligers kunnen ze niet bedenken. Ik vind dat natuurlijk ook want ik wil graag een stoere moeder zijn. En ik heb bovendien al vriendinnen, ook al zitten die dan in Nederland.
Maar soms is de grens onduidelijk. Want wanneer is het eigenlijk gebeurd dat mijn avonden niet meer van mij zijn? Er zitten altijd wel dochters naast me naar hetzelfde tv-programma te kijken, dezelfde boeken te lezen of vanaf een afstandje mee te kletsen met mijn skype-gesprekken. Dochters die mijn kleren passen (en ook dragen), mijn favoriete cremes gebruiken en die met hun eindeloze nagellaksessies al mijn watjes in één keer op maken (en mijn nagellak ook). Andersom gebeurt het trouwens ook. Bloem kan nog steeds verbijsterd vertellen over hoe ik me haar ‘mooiste haarclip uit Rio’  op een dag gewoon heb toegeeigend, met de woorden: ‘Die leen ik van je, goed? Voor heel lang.’
Als Ilco er niet is zitten we met bordjes eten op schoot uren naar Het kleine huis of Gooische Vrouwen te kijken. Soms maakt dan een van de dochters uit zichzelf koffie voor me. En laatst – ik durf het bijna niet op te schrijven, zo Kristi-achtig klinkt het- toen ik met buikpijn op de bank hing, kwamen de oudste en de jongste me ongevraagd een kruik brengen. Alleen maar omdat ik die middag had lopen mopperen dat het sjouwen met zware zakken olijfpitten (voor de verwarming) geen goed klusje was voor iemand die net ongesteld was geworden.

Verjaardagsfeestje

Maar als Chaia haar verjaardagsfeestje viert, trek ik me keurig terug. Discreet bedien ik de de tafel waar de meisjes allemaal taart zitten te eten en ik maak me onzichtbaar in de keuken. Het is een goed feestje. Spelletjes, patat, filmpjes kijken (op mijn computer!). Eerst zijn ze nog een beetje stil en verlegen zoals dat is met Spaanse meisjes. Maar later smeren ze zichzelf onder met chocolade-gezichtmaskers en hoor ik ze keihard giechelen in de badkamer. Dan gaan ze dansen, gewoon in de huiskamer, hun gezichten nog helemaal besmeurd en de Black Eyed Peas keihard op repeat.
Goeie cd eigenlijk. Nog niet eerder gehoord omdat Chaia hem alleen maar op haar kamer heeft gehouden. Ik wil ook dansen! Omdat het feestje uiteindelijk toch goed gelukt is en al die meiden zo lief en leuk. En om het fijne tintelende gevoel dat 2012 zo vol beloftes is begonnen. Reizen en schrijven. A la musica, we’ll be dancing, dancing, dancing up in Havana, zingen de Black Eyed Peas en ik sluip stiekem steeds dichter naar de speakers toe. Vriendinnen in Nederland, help! Nu jullie niet in de buurt zijn, begin ik op de moeder van Kristi te lijken…

Categorieën
Verhalen van de berg

Tuin

Pff! Na maanden twijfelen heb ik de knoop doorgehakt. Ik heb een nieuwe uitgever. Of die uitgever heeft mij, het is maar hoe je het bekijkt natuurlijk.

Leuk is het niet om weg te gaan bij de uitgever waar ik zeven jaar en elf boeken mee heb gedeeld. Die me als schrijver op de kaart heeft gezet, en waar ik ook nieuwe, confronterende boeken als Nooit meer lief mocht maken. Toch wel een soort scheiding, inclusief de pijnlijke gesprekken en het gevoel van verraad.
Maar er was dit nieuwe boek. 65.000 woorden in een word-document. Een boek dat de wereld moet veranderen, dat in ieder geval de mijne een beetje heeft veranderd. En dat ik zo goed mogelijk onder wil brengen. Op een nieuwe plek.

Doodeng

Dat boek heeft voor me beslist. Heel voorzichtig heb ik het in handen gelegd van twee nieuwe uitgevers. Het laten lezen van zo’n boek in wording is altijd al doodeng, nu was het dat helemaal. Want we kenden elkaar amper, de uitgevers en ik. Terwijl ik niets-aan-de-handstukjes schreef op dit blog (dank jullie wel trouwens voor alle heerlijke reacties bij het stuk over de gouden buis), zat ik intussen te zweten en te bibberen. Ik dacht er elk uur van de dag aan. Aan mijn boek en de uitgevers. Was het al wat ik zelf dacht dat het was? Zouden ze snappen hoe belangrijk? En wie zou er het best voor kunnen zorgen? De leuke jonge uitgever die al zo vaak op mijn pad was gekomen? Of die oudere uitgever, waar ik laatst zo’n goed en inhoudelijk gesprek mee had gehad? Die uitgever die ik steeds maar tegenkom in mijn boekenkast, met wiens prachtige boeken ik zo’n beetje ben opgegroeid en mijn dochters ook?

Chapeau

Ik stond onder de douche toen precies die uitgever belde. Chapeau, zei hij. Zo’n heerlijk ouderwets woord dat we eigenlijk vaker tegen elkaar zouden moeten zeggen. En daarna volgden nog veel meer fijne woorden. Waaronder dat ze dit boek graag wilden uitgeven, dit najaar nog. Ik stond te trillen op mijn benen (en te druipen op de tegels want ik kwam dus eigenlijk net uit de douche).
Toen wist ik het. Ik wilde niet meer wachten of langer nadenken. Als deze uitgever mijn boek wil hebben: graag! Ik ben een beetje moe van mijn eigen gedoe en ook van mijn liefdes-, familie- en babymetaforen. Die ruil ik in voor: dit is de tuin waar mijn boeken verder kunnen groeien. En wat voor een tuin. Eindelijk kan ik ik het van de daken schreeuwen: ik heb een nieuw boek (in progress) en een nieuwe uitgever!
Het boek heet Kom hier Rosa.
En de uitgever is Lemniscaat.