Anna van Praag boeken en verhalen
Categorieën
Verhalen van de berg

Stoïcijnse bomen

Herfst bestaat niet in Spanje en daar doen Nederlanders vaak nogal dramatisch over. Soms denk ik wel eens dat die tegen het hysterische aan hangende verrukking over wisselende seizoenen alleen maar compensatie is voor dat het vooral enorm veel regent en grijs is.
En soms ben ik zelf het meest pathetisch van iedereen.

Ik kan zelfs met kerstmis vaak nog met blote benen buiten zitten. Het zuidelijke licht is spectaculair. En vooral in deze maanden doet de lucht wat de bomen niet doen: duizelingwekkend van kleur veranderen. De zonsondergang boven de bergen is adembenemend en ‘s morgens zing ik soms stiekem het strijdlied van mijn opa, Morgenrood. Enorm spiritueel word je daarvan.

Eikelvreters

Maar ja, waar zijn de kastanjes?
Elke kinderboekenweek vind ik ze weer in Nederland, vooral op schoolpleinen. En elk jaar raap ik ze op en bewaar ze net zo lang in mijn tas tot ze dood en rimpelig zijn. ‘Kijk eens,’  zeg ik als een opgewonden kleuter tegen mijn dochters.
‘Ach kastanjes,’  zeggen ze dan, getraind-weemoedig.
Want nee, geen kastanjes in Spanje. Ook geen herfstbossen. Geen kale bomen ook trouwens, in ieder geval niet waar wij wonen. Dat is olive country en die olijfbomen zijn zo stoïcijns, die verliezen niet eens hun blaadjes, het hele jaar door kijk je op diezelfde olijfgroene zee.
Dit jaar had ik het ineens met beukennootjes. Zomaar miste ik ze heel erg, was treurig dat mijn jongste dochter ze niet kende, wilde er eigenlijk een taart van maken. Wat niet kon want ze zijn er dus niet, beuken.
Vanmorgen kreeg ik bijna tranen in mijn ogen toen ik een paar eikels zag. Die hebben we dus wél. Dat is waar ook, is niet De eikelvreters de naam van een van de mooiste kinderboeken ooit over Andalusie?
Beukennootjes vind ik nog steeds niet. Maar wel walnoten en heel veel amandelen. En verderop in de bomen barsten de granaatappels open.
You win some, you lose some.

(foto: sunrise over Montefrio)

Categorieën
Verhalen van de berg

Lucide

Ik had dit weekend een goed Carmiggelt-moment.

Mijn nuchtere oudste dochter wil dolgraag aura’s kunnen zien. Of geesten, of de toekomst. En het nieuwste: ze wil ‘lucide dromen.’
‘Weet je wat dat is mama?’
Ja, daar heb ik ooit een hallucinerende film over gezien: Inception. Daarin manipuleert Leonardo di Caprio zijn dromen (en die van anderen).
‘Je dromen sturen, ik kan dat ook,’  zeg ik tegen de jaloerse Bloem. Maar het is echt waar, soms droom ik zo hele plotwendingen voor mijn boeken bij elkaar. Je moet het trainen in de twilight zone tussen dromen en wakker zijn, leg ik uit. En altijd pen en papier naast je bed, dat heb ik dan weer geleerd van Simon Carmiggelt. Die had ook van die lucide dromen en op een dag besloot hij die op te gaan schrijven. De volgende ochtend vond hij tot zijn eigen verbijstering een briefje naast zijn bed met daarop de woorden ‘eekhoorn op lange weg’

Spirits

Ik ga het dit weekend meteen weer eens proberen. Er is volle en ook nog eens verduisterde jachtmaan, volgens de wicca’s kan je dan belangrijke boodschappen doorkrijgen over hoe het verder moet met je leven. Wie wil dat nou niet weten?
En inderdaad, middenin de nacht schrik ik wakker met het heerlijke gevoel dat ik alles ineens super goed begrijp: mezelf, de anderen, het universum. In het donker grijp ik naar een pen en schrijf de ‘boodschap’  op.
Uren later, op klaarlichte dag, herinner ik het me pas weer. Snel pak ik mijn opschrijfboekje erbij.
Er staat: ‘Spirits move me.’
Oké.
Voor het geval iemand nu denkt: goh dat is zeker wijs en in het Engels ook nog… ik had die avond ervoor nog Donna Summer gehoord. Spirits move me, every time I’m near you…’ en dan dat ‘baby I want you come, come, come into my arms’.
Dat is niet lucide, dat is gewoon kitsch.

(foto: Montefrio@night)

Categorieën
Verhalen van de berg

Grote liefde

‘Mama, ik wil een quad.’
‘Een wat?’
‘Een quad.’

Het valt me enorm op na al die Nederlandse kinderen die ik heb gezien in de kinderboekenweek: wat is onze Dunya klein voor haar tien jaar. En dan lijkt ze ook nog zo schattig met haar blonde wapperhaartjes – maar ze is waanzinnig stoer.

Karate

Dunya’s nieuwste vriend is L. de Engelse buurjongen van twee bergen verder. Elke dag komt hij langs om te werken aan hun boomhut. Met pallets bouwen ze iets gigantisch met zijn tweeën. En door L zit Dunya nu ook ineens op karate. Waarom verbaast het me niet dat ze daar meteen enorm goed in is? ‘Dan moeten we zo’n hoge schop geven tegen een soort kussen. En alleen bij mij hoor je dan een keiharde knal.
‘Kijk allemaal naar la chica, zo moet het,‘  zegt de leraar dan tegen de jongens.’

Crossen

Maar vooral houdt Dunya van scheuren. Haar eerste grote liefde was een eenzame motorrijder in de woestijn. Dunya mocht af en toe een stukje met hem mee rijden – en toen is ze denk ik voorgoed verkocht geraakt. Aan motorrijders, maar vooral aan motors. ‘Broem broem,’  draait ze aan de handvatten van haar roze mountainbike. Om vervolgens keihard de berg af te sjezen. Niet over de weg, maar over de steile, stenige campogrond. Hoe harder ze slipt, hoe blijer ze gilt. Natuurlijk is ze in mijn gedachten al tig keer met haar hoofdje op al die stenen geknald, maar tegelijkertijd ben ik ook helemaal slap van bewondering.
En hoe heerlijk moet het zijn als Dunya je vriendin is!
Want nu wil ze dus zo’n quad, een soort brommer op vier wielen, het liefst een rode. ‘Dat kost maar twaalfhonderd euro, dus misschien kunnen jullie het voor mijn verjaardag geven? Met zo’n aanhanger erbij.’
‘Waarom een aanhanger?’
‘Daar zet ik de hond in. Of nee, ik leg er een dekentje in en dan mag L daar zitten.’
Ik probeer me het voor te stellen. ‘En wat ga je dan met hem doen?’
‘Gewoon, door de wildernis crossen. En daarna breng ik hem veilig thuis.’

Categorieën
Verhalen van de berg

‘Eenie meenie miney mo,’ zegt de seriemoordenaar

‘Eenie meenie miney mo,’  zegt de seriemoordenaar en schiet het meisje dood.
Mijn dochter is in shock. Niet van de scène zelf (uit Elefant) maar van het feit ‘dat dat dan de laatste woorden zijn die je hoort.’

We maken er een spelletje van: laatste woorden verzamelen. Niet de woorden die je zelf spreekt, maar wat je als laatste zou kunnen horen en meenemen naar het hiernamaals. Wel een beetje luguber, maar mijn dochter en ik kunnen er geen genoeg van krijgen. ‘Ha, dat is ook een goeie!’

Sterfbed

Als je vermoord wordt, zijn de laatste woorden die je hoort natuurlijk algauw vrij onprettig. Denk Dexter Morgan die met zijn vlijmscherpe mes boven je staat en zegt: ‘Look! Or I will cut your eyelids right off your face.’
Er zijn ook diverse toneelstukken waarin rond iemands sterfbed de meest vreselijke zaken worden uitgesproken die de stervende dan, zelf sprakeloos, moet aanhoren. Dat komt vast voor bij Tsjechov of Oscar Wilde, iemand een leuke eindquote onthouden?
Trouwens, mijn eigen voorstel ‘Ik heb altijd van je gehouden’  komt ook niet door de keuring. Mijn dochter zegt: ‘Dan denk je op de valreep toch: ‘Shit, had ik dat maar eerder geweten!’
Dan liever ‘I’ll never let go’  – wat Rose tegen Jack fluistert in Titanic, vlak voor ze hem het ijswater in laat zakken.
Of nog neutraler: ‘See you in another world.’  Uit Lost.
Maar de mooiste slotwoorden komen volgens ons toch uit De gebroeders Leeuwenhart. Wanneer de twee broertjes samen doodgaan en de een tegen de ander zegt: ‘Ik zie het licht, o ja, ik zie het licht!’

Categorieën
Verhalen van de berg

Springkont

Waren er altijd zoveel naaktslakken in Nederland? Ze kruipen gewoon dwars door de huizen waar ik logeer, als ik ‘s nachts ga plassen stap ik erin, een kledderige ontploffing.

Twee weken Nederland betekent heel veel boeken en mensen. Hooguit dus af en toe een naaktslak. En misschien is dit wel het grootste contrast: op het moment dat ik de patio weer op stap, nemen de dieren het over. Een woest kwispelende hond die doet alsof ik haar baasje wil zijn. Drie nieuwe piepkleine babypoesjes, de vorige leg heeft nog amper de ogen open. En het paard!

Gevleugeld

Ik kan ook niet even mijn hielen lichten, of mijn paardenmeisje heeft ineens een eigen paard. Een witte appelschimmel van de zielige paardenopvang, nu al dol op Chaia. En vice versa. Het is heerlijk om buiten in de campo naar die twee te staan kijken. Chaia die loopt en het paard dat haar volgt – en dat ze daar dan allebei belachelijk blij van worden. Het paard is nog wel ‘kopschuw’  vertelt Chaia, dat betekent dat ze is geslagen. Maar draven doet ze al lekker pittig en zelfs -waar Chaia zelf altijd zo dol op is- hoog en elegant springen. Het paard heeft dan ook, vertelt Chaia trots, een echt goeie ‘springkont’.
Het is Chaia’s aller- alergrootste droom die uitkomt en dan heet dit paard ook nog Pegasus…
Ik sta helemaal alleen te kijken naar mijn dochter en haar dichterspaard.  De zon schijnt en alles is heel stil. Zelfs mijn hoofd.
(en voor oplettende kijkers zie je op de foto ook nog Bloem in haar schooluniform)

Categorieën
Verhalen van de berg

Bloedstollend

‘Jij schrijft over schildpadden en seks.’

Soms wilde ik dat niemand mijn boeken las. (Even off topic, maar te verleidelijk om in te koppen: als Leopold doorgaat met mijn boeken zo razendsnel te verramsjen, komt die wens vanzelf uit).
Dan zouden mijn verhalen heerlijk maagdelijk blijven, onbezoedeld, geladen met precies die zeggingskracht die ik wilde dat ze hadden.

Naar

Lezers zeggen de raarste dingen over wat ik schrijf. En dus over mij. Natuurlijk bén je wat je schrijft, op zijn best is dat in vermomming. En daarom komt het ook zo hard binnen. Schildpadden en seks, zegt een juf van een school. Waar slaat dat nou weer op??? Ik hou helemaal niet van schildpadden.
Of deze: veel te naar voor kinderen (een bibliothecaresse over Nooit meer lief).
En als absoluut dieptepunt van de laatste tien dagen, de volgende scene.
Jongen, negen jaar: ‘Ik heb twee boeken van u gelezen en ik vond het helemaal niets.’
Ik, net drieëenhalf uur in de trein gezeten om in zijn klas in Oost Groningen te komen vertellen over mijn boeken: ‘Welke boeken heb je gelezen dan? En hoezo vond je het niets?’
Jongen haalt chagrijnig zijn schouders op. ‘Nou, gewoon, de stijl.’

HOERA

Ik moet niet te vaak zo direct beoordeeld worden, dat is te slecht voor mijn ego. Natuurlijk, er staan ook fijne opstekers tegenover, zoals een meisje dat het lezen van een boek van mij omschrijft als ‘het beleven van een bloedstollend maar ook prachtig avontuur’. Maar zelfs dat. Laat mij maar lekker in mijn schulp, op mijn berg, mijn publiek al net zo imaginair als de personages over wie ik schrijf.
En dat kan dus ook. want precies terwijl ik dit zit te schrijven komt er een mailtje binnen wat pas echt bloedstollend is: voor heet eerst in mijn lange schrijversleven krijg ik een echte werkbeurs – geld dus- voor het rotboek dat ik aan het schrijven ben (en waarvan versie drie net weer door de uitgever -en mij- is afgekeurd, maar dat terzijde).
Ik begin meteen te trillen en wil het liefst keihard gillen. Maar ik zit in de trein (naar weer een andere school) dus ik denk alleen maar heel, heel hard: HOERA!

Categorieën
Verhalen van de berg

Gala

Ik was -geheel onterecht- niet uitgenodigd voor het kinderboekenbal, maar daarentegen had ik – nog veel onterechter- super vipkaarten voor het Filmgala in Utrecht.

Het was een prijzenweek: je kon de poelifinario, de griffel of het kalf winnen, al naar gelang je beroep – die werden allemaal uitgereikt. Mijn goede vriend S was genomineerd voor een gouden kalf, maar, zoals iemand daar ter plekke opmerkte: ‘Acteurs moeten ook wel eens werken.’  Dus stond hij op de planken in Wageningen en vergezelde ik zijn vriendin. Een heerlijk shotje glamour in een verder vrij basale school- en bibliotheekweek.

Paula

Het begon natuurlijk met de jurk, de schoenen, kortom: wat is gala? Hoeft niet lang, weet ik inmiddels (als het geen white tie is tenminste). En het ging natuurlijk niet om mij dus had ik ik snel iets van zwart kant gekocht. Beetje té goed bedacht, bleek: het halve festival liep in jurken van zwart kant. Gelukkig waren er de accessoires nog: vintage ketting, geleende sjaal, razendsnel gescoorde stiletto’s. Het is verbazend hoeveel vrouwen zich verraden door hun schoenen. Ik bedoel: laarzen op een gala?! En plateauzolen, serieus… Dan heb ik het nog niet eens over de tassen. Echte stijl heeft natuurlijk ook met houding te maken. En – weet ik nu- met een jurk van een belangrijke ontwerper, maar dan wel eentje die niemand kent, zo jong en aanstormend is hij nog. Er waren een paar van die echte topjurken en regisseuse Paula van der Oest had de allermooiste. Maar ja, die is dan ook mooi in een vuiniszak (iemand mijn stuk in de Linda over mooie vrouwen gelezen? Nou, zo iemand dus).

Carice

De filmvips kregen best wel vieze champagne, oesters en rare hapjes zoals sate met tzaitziki erop. Er waren meer acteurs elders aan het werk en het was heel trendy dat hun dankspeeches dan werden voorgelezen door vrienden vanaf een mobieltje. Er was een live verbinding met genomineerden in Rusland, er waren harde protesten en statements op het podium (‘De postproductie in Nederland wordt schandelijk tekort gedaan’) en tranen natuurlijk, vooral als er geliefden en kinderen bedankt werden (‘Salvador, mijn mannetje, mijn alles, deze is voor jou…’).
En ja, er waren roddels. Gelukkig, anders was het wel heel saai geweest allemaal. Zoals dat het bij deze bevestigd is dat Carice van Houten en de zoon van Matthijs van Nieuwkerk een setje zijn. Man, wat stonden die twee ongemakkelijk en verbijsterend onsexy te zoenen….

Categorieën
Verhalen van de berg

Kortsluiting

‘Ik kon geen kant op, totaal voor het blok gezet. Ik bedoel: ik had niet eens een pot pastasaus in huis.’

Rare zinnen, schrikzinnen, die blijven hangen, zinnen die kortsluiting veroorzaken. Ik verzamel ze. Of nee, het is anders: die zinnen komen naar mij toe, de hele dag door. Allemaal echo’s van pratende mensen in mijn hoofd.

Uitverkoren

Vooruit, nog een paar, de oogst van de laatste dagen:
‘Toen ik mijn moeder overgaf, ging ze huilen.’
‘Heb je het al gehoord? Er zijn steeds meer mensen uitverkoren.’
‘Dus je hebt het heel druk op je werk? Slik je wel genoeg paracetamol?’
‘Nu ik een kind heb, speel ik nooit meer toneel.’
‘Eerst ging mijn vader en daarna, heel snel, mijn zus. Blijkt dus een zeer erfelijke vorm van ALS te zijn.’

Mega-inzicht

Ik hoor die zinnen en mijn brein maakt er onmiddellijk een verhaal bij. Altijd en onmiddellijk, bijna een dwangneurose.
Maar pas nu ik dit citaat (van Margaret Atwood) tegenkom, begrijp ik waarom:
When you are in the middle of a story it isn’t a story at all, but only a confusion; a dark roaring, a blindness, a wreckage of shattered glass and splintered wood; like a house in a whirlwind, or else a boat crushed by the icebergs or swept over the rapids, and all aboard powerless to stop it. It’s only afterwards that it becomes anything like a story at all. When you are telling it, to yourself or to someone else.
Mega-inzicht: dat is het precies! Ik vertel de hele dag door verhalen -bijvoorbeeld hier, in dit blog- om de chaos te bezweren. En dat geldt natuurlijk al helemaal voor mijn eigen verhalen.

Categorieën
Verhalen van de berg

Peptalk

‘Het is voor mij het allerbelangrijkste,’ zeg ik in de klas, ‘ik word van niks zo blij als van schrijven. Elke ochtend als ik mijn laptop open klap opnieuw. En toen ik zo oud was als jullie wilde ik dat altijd al het allerliefste: kinderboekenschrijver worden.’

En dan vertel ik hoe belachelijk lang het duurde voor ik echt de knoop durfde door te hakken. Dat er geen opleiding is voor kinderboekenschrijver, dat je het maar gewoon moet gaan doen. En dat ik pas op mijn dertigste…

Vuurpaleis

Ik vertel hoe ik toen heel lang op reis zou gaan naar Latijns Amerika en een paar maanden daarvoor ineens totaal in paniek was: wat nou als ik gebeten word door een schorpioen en doodga? Wat, van alle dingen die ik niet heb gedaan in mijn leven, vind ik dan het allerergste? Nou, dat ik geen kinderboekenschrijver ben geworden, het niet eens heb geprobeerd.
Dat ik toen mijn kinderen dumpte bij de buren en als een idioot ben gaan schrijven: hoofdstuk voor hoofdstuk, met De gebroeders Leeuwenhart ernaast om te kijken hoe het moest: hoe je de spanning opbouwt, hoeveel personages je introduceert en wanneer. En gewoon ook: hoe lang is zo’n hoofdstuk dan, hoeveel hoofdstukken in totaal maken een boek?
Dat ik schreef in een idiote roes en vlak voor de reis een stapel pagina’s uitdraaide en die stuurde naar een uitgever.
En dat ik pas in Latijns Amerika weer uitademde en dacht: wat was dat geweldig! Kan mij het schelen of ze het uitgeven of niet, ik hou vanaf nu nóóit meer op met schrijven.
Dat ik toen geprikt werd door een schorpioen maar niet doodging. En dat toen ik terugkwam maanden later  -met nog steeds maar één wens: schrijven- ik de beste brief ooit tussen de stapel post vond: dat de uitgever De tocht naar het vuurpaleis uit wilde geven.

‘Nou,’  besluit ik mijn verhaal stralend. ‘En vanaf dat moment ben ik dus kinderboekenschrijver.’
Meisje: ‘Oké. Maar wat doe je voor je WERK?’

Categorieën
Verhalen van de berg

Niet klaar

Ik woon vandaag op een vliegveld. En daar wil ik eigenlijk blijven.

Met een lange tussenstop in Barcelona reis ik naar de kinderboekenweek, voor een tourtje langs scholen en bibliotheken – een marskramer met maar één product: verbeelding.
Mijn collega’s hebben enorm zin in dit ‘hoogtepunt van het jaar’, vang ik zo her en der op. Het thema is ‘sport en spel,’  met de opwindende pay off: Klaar voor de start. Ik zet mij nu alvast schrap voor voetbalboeken en blije gymleraren.

Lelijk

Het punt is, ik vind het thema zo lelijk. Daar hebben ze patent op, onze  kinderboekenweekthemaverzinners. Het thema van vorig jaar ‘Hallo wereld‘  bezweek onder zijn eigen cliché, net als dat van het jaar ervoor: Superhelden. Juist als je zoals ik probeert in workshopjes voorbij de standaard plaatjes te kijken, is zo’n thema eerder een obstakel dan inspirerend.
En dat hoeft helemaal niet! Neem de Vlaamse jeugdboekenweek, thema dit jaar: Lezen is gevaarlijk. Eerder hadden ze ook al Een zee van tijd. Achter de spiegel. Of gewoon simpelweg: Mooi.
Maar goed, ik heb heus mijn best gedaan, die kinderen kunnen er ook niks aan doen. Brainwave: ik heb een spel gemaakt van het maken van een verhaal, kijken of het lukt. Toen ik het thuis uittestte op mijn eigen kinderen werd het een heerlijke chaos. Daar moet ik nog wel een soort draai aan geven.
Maar nu even niet.

Barça

Misschien wel het fijnste van vliegvelden is de verlichting, het heeft iets rijks en tijdloos. Het meest decadente vliegveld waar ik ooit was, was van Dubai, dat fonkelde 24/7 als een reusachtige kerstboom. Op Barcelona zijn in ieder geval de topmerken aanwezig: Starbucks, Chanel, La Perla, en natuurlijk Barça. Een stuk beter dan Madrid: Barajas heeft iets jammers, met net de verkeerd soort winkels.
Maar zelfs dan hou ik van vliegvelden.
Mijn macbook, mijn koffie, mijn koffer. Om me heen duizend verhalen van mensen in beweging. Lichtjaren verwijderd van alle sportwedstrijden en sporthelden die ik volgende week ga tegenkomen. En bibliotheken versierd met ballen, hockeysticks en paardrijzweepjes.