Anna van Praag boeken en verhalen
Categorieën
Verhalen van de berg

Ik ben the exorcist niet

‘Mama, er zit weer een geest in mijn kamer!’  Mijn dochter van veertien staat half huilend in haar pyjama in de kamer.
De andere dochter en haar vader kijken verbijsterd op van hun ipads.
‘Ik kom eraan,’  zeg ik.

Goed, we wonen dus in een oud en haunted huis, ik heb er al vaker over geschreven. En wie dat niet wil geloven, die gelooft het niet.
Zoals de helft van mijn familie; die heeft nergens last van. ‘Ik wou dat ik die geesten eens zag…’  zegt de oudste dochter wel eens verlangend.
Maar alleen ik en de middelste zien -voelen-  soms dat er hier van alles rond dwarrelt – of dat denken we te voelen.

Koorts

‘Daar, naast mijn bureau.’
Ik doe het licht aan, ga precies op de plek naast het bureau staan.
Ik voel geen geest. Ik voel het ook niet niet. Zo makkelijk werkt dat niet met geesten, ik ben the exorcist niet.
‘Het zou kunnen,’  zeg ik tegen mijn dochter. ‘Maar wat het ook is, het is niet kwaadaardig.’
Natuurlijk zeg ik dat om haar gerust te stellen. Maar ik maak mezelf ook wijs dat ik dát echt wel zou voelen.
‘En ik heb ook koorts,’  piept mijn dochter.
Ik voel haar voorhoofd, ze heeft geen koorts. Ik laat een lichtje aan.

Uurtjes

Die nacht maakt de dochter me wakker met buikpijn. En daarna kan ik zelf niet meer slapen en lig lang naar het donker te kijken. Dit zijn de uurtjes waarop je de geesten het best kunt zien – alle soorten spoken trouwens.
‘Kom hier,’  zeg ik tegen al het gewemel op de gang en in het trappenhuis. ‘Val mijn dochter niet steeds lastig. Blijf vannacht maar even rustig bij mij in de kamer, ik kan toch niet slapen.’
Dan wordt het heel druk om me heen, maar dat geeft niet. Andere mensen tellen schaapjes.

Categorieën
Verhalen van de berg

Kattenschrik

‘Los jij dit maar op!’  zei mijn dochter streng en gooide de zoveelste zwangere zwerfpoes naar mijn hoofd – en die ging er dwars doorheen.

De zwerfkatten komen nog steeds slinks onze cortijo binnen. Ze scheuren als honden de vuilniszak aan flarden en perforeren hun tere poezenmaagjes met oude kippenbotjes, de restanten vind ik door het hele huis. Zelfs een pak chocoladekoekjes op het aanrecht is niet meer veilig.

Olympisch

Ach, het valt eigenlijk best mee maar ik zit waarschijnlijk een beetje te lang achter elkaar op de berg en, hoe ruim het hier ook is, dan wordt je wereld steeds een beetje kleiner. Dus vannacht in mijn droom zaten alle nog ongeboren zwerfkatjes ineens in mijn hoofd. En toen, als ware ik een Olympische godin, werden al die katjes achter elkaar geboren – uit mijn oren. Levensecht en doodeng voelde ik ze langs mijn hals glibberen, vast blijven zitten in mijn haren, mijn décolleté in glijden en op de matras rollen. Heel heel klein – en ze dachten allemaal dat ik hun moeder was. Ik was als de dood om ze te pletten, zoveel babykatjes.
En toen ik wakker schok, ging ik eerst nog als een soort gek het hele bed bekloppen, heel voorzichtig, om te checken of er toch niet ergens eentje…

Min tien

Een boek baren, laatst hoorde ik weer iemand die (verboden want te cliché) uitdrukking gebruiken. Feit is dat ik gisteren de laatste woorden schreef van versie min tien van mijn ingewikkelde boek.
Kunnen de dromenuitleggers onder jullie mij misschien zeggen of dat er iets mee te maken heeft? Of is het toch gewoon tijd om weer eens normaal onder de mensen te komen?

Categorieën
Verhalen van de berg

We don’t need no education

Klotescholen heb je overal – mijn oudste dochter weet er alles van.

Het begon al met haar eerste kleuterjurf. Zat ze op het enige witte schooltje van Amsterdam-Noord, idyllisch in de weilanden gelegen, trof ze nog een bitch van een juf die de kinderen dag in dag uit voor de tv zette (‘Dat doe ik zelf ook: het is het eerste wat ik ‘s ochtends aanzet en het laatste wat ik ‘s avonds uitdoe.’) En die je vanaf de andere kant van het schoolplein al kon horen krijsen in de klas. Ik vergeet nooit hoe ik Bloems verjaardag mee kwam vieren: mijn lieve schatje met grote droomogen op een stoel temidden van een steeds sneller ontaardende chaos waarin een of twee kinderen nog dapper ‘Lang zal ze leven’  bleven gillen (de juf zelf brulde erdoorheen: ‘Deze herrie betekent GEEN TRAKTATIES VOOR NIEMAND’)

Stoicijns

In Montefrio ging het weer mis. We wilden haar zo graag gewoon met de boerenkinderen op school zetten, lekker puur, niet zo’n big deal allemaal. Alleen wilden veel van die boerenkinderen de school zelf niet. Waarom naar school als je toch al weet dat je olijfboer gaat worden, net als je hele familie? Of in ieder geval was dat zo in Bloems klas, want weer had ze pech. Het gebrul van deze klas was door de hele school te horen, stoelen vlogen door de lucht, ramen werden ontzet, deursloten geforceerd. Hoe weerbaar en stoicijns zat Bloem daar dag in dag uit met een piepklein groepje dappere meisjes wél het huiswerk te doen, wél mee te doen als een nieuwe jonge leraar het weer eens waagde om een of andere leuk project te beginnen (om al heel snel totaal gedesillusioneerd weer af te druipen). Ik heb er zelf ook nog wel eens een schrijfworkshopje gedaan en schrok: op geen enkele school waar ook ter wereld heb ik zo weinig inspiratie aangetroffen.

Discipline

Totdat Bloem zelf op internet een andere school vond, niet toevallig een van de allerbeste privescholen van Granada. En ja, daar zit ze nu, in een permanente staat van verbijstering. ‘Mam, deze kinderen lezen boeken! Ze zien films! Ze bespreken filosfische stellingen! En als de bel gaat, maken ze eerst rustig hun werk af.’
Het klinkt mij tamelijk eng in de oren. De ouders van deze kinderen zijn geen olijfboer maar rechter of hoogleraar. Ze speken allemaal vloeiend Camebridge Engels en Sorbonne Frans, en werken in hun vrije tijd voor de zeer zware toelatingstesten van beide universiteiten. Deze kinderen praten als volwassenen met elkaar -ze converseren- en stellen zich stuk voor stuk aan het begin van het jaar ten doel om een 9 of een 10 voor elk vak te halen. ‘Nee toch? Ga jij voor een 8???’ En dan is er nog het uniform: grijze plisérok, polootje. ‘Dat creeert discipline,‘  zegt Bloem serieus.
Het is een en al elite en nerdgedrag maar het kind gaat nu elke dag stralend naar school. En geef haar eens ongelijk.

Categorieën
Verhalen van de berg

Boeken als messen

‘Ik ben totaal blanco, help me even.’ Mijn man, zwervend tussen Istanbul en Amsterdam voor de internationale dag van de vrede (21 september), moet in een interview zijn top tien geven van boeken over de oorlog.

Het is geen moeilijke vraag. Dat wordt het pas als ikzelf na ga denken over wat het is dat een boek onontkoombaar maakt, een oorlogsboek in dit geval. Waarom boeken inderdaad wapens kunnen zijn. Hier volgen er drie die mijn leven (een beetje) hebben veranderd. Boeken om juist deze week te lezen.

Zonder bloed, Alessandro Baricco

Heel eerlijk: ik wilde dat ik dit boek had geschreven. Omdat het over liefde gaat. En over oorlog. Nee, het gaat nog verder: oorlog en liefde zijn hetzelfde in deze novelle, ze zijn complementair – dát was het inzicht. Het verhaal is simpel; een klein meisje ziet haar vader, die een oorlogsbeul is voor haar ogen afgeslacht worden en de rest van haar leven zoekt ze naar de jongen die op dat moment haar grootste vijand maar ook redder was. Dat ze hem dan vindt. En dan… Zo hartverscheurend mooi!

De boekendief, Markus Zusak

Heel eerlijk: dit boek had ik nooit kunnen schrijven. Dat de Dood zelf het verhaal vertelt van zijn avonturen in de tweede wereldoorlog, zo bizar kronkelt mijn geest niet. Maar het werkt! Zelfs zo goed dat je aan het eind niet meer kunt ophouden met huilen. En dat je ontdekt dat je al die tijd je adem ingehouden hebt.

Hoe ik nu leef, Meg Rosoff

Heel eerlijk: ik heb een enorme hekel gehad aan dit boek. Totdat het mijn favoriete oorlogsboek ooit werd, een beetje zoals liefde ook met afkeer kan beginnen. Een ongeduide oorlog, een groepje kinderen, liefde & seks… en hoe het allemaal kapot gaat. Een boek dat fysiek pijn doet, gruwelijker ken ik ze niet.

Categorieën
Verhalen van de berg

Van knallie-knallie-boem

Nee, zo’n stukje ging ik niet schrijven. Zo van ‘en ik weet nog zo goed toen…’  en over toch nog plotseling. En ik ging zeker niet huilen, gewoon het leven zelf.

Alleen maar mijn oudste dochters eerste schooldag op de bachillerato. Kijk haar nu profi vertrekken op haar fonkelnieuwe brommer, het rokje van haar uniform wappert vrolijk in de wind. Een half uurtje maar, dan is ze die levensgevaarlijke bergen door en bij de schoolbus die haar naar de stad brengt – en naar alle uitdagingen waar ze zo haar heeft gesmacht. En vanavond is ze gewoon weer thuis.

Vertederd

Het is geweldig, zo’n groot kind dat  in volle vaart het leven tegemoet dendert. Met wie je ‘s avonds alle delen van The Godfather zit te kijken omdat ze razendsnel haar filmkennis aan het bijspijkeren is voor als ze straks (straks? morgen!) zelf la Coppola is. Die opstaat en vertederd op je neerkijkt terwijl ze zegt: ‘Wat een klein mammaatje ben je zo zonder hakken.’ Of: ‘Nee, blijf jij maar lekker schrijven, ik breng Dunya wel even naar school.’ Hoeveel vrijheid geeft ze mij weer terug en hoe heb ik daar naar verlangd!

Ode

Ik weet nog… neehee ik doe het niet, maar ik moet even iets toelichten. Zestien jaar geleden ploeterde ik met baby Bloem in een enorme antieke kinderwagen over de kinderkopjes van Amsterdam en toen kwam ik Tom Kleijn tegen, de toneelvertaler. En omdat alle goede vertalers natuurlijk vrij briljant zijn met tekst, kreeg ik diezelfde middag nog dit gedicht in mijn brievenbus, gekrabbeld op een blocnoteblaadje, het heette ‘Ode aan Bloem’ :

Ach kijk, de wereld en de stad.
Verend lig ik in een mooi mobiel
en proef van tijd tot tijd de buitenlucht.

Soms tussen mijn lippen door proef ik dat.
Wat ik smaak is zo futiel.
Ik sluit mijn ogen en mijn mond en zucht.

O jee, kijk toch naar mij
mijn naam is Bloem,
van alle vooroordelen ben ik vrij.
Het leven is van knallie-knallie-boem
en onvoorwaardelijk ben ik blij.


Categorieën
Verhalen van de berg

Nee dit is pas vies (maar dan ook echt HEEL VIES)

Dit wordt het smerigste blog dat ik ooit heb geschreven, ik waarschuw maar even, je kunt hem ook overslaan.

‘Pap, weet jij dat als jij er niet bent, het hier dan een enorme rotzooi wordt,’  zegt een van de meisjes bij zijn vertrek. ‘En dat we dan de dag voor jij terugkomt allemaal verplicht twee uur moeten opruimen plus onze eigen kamers om het weer goed te krijgen?’

Slangachtige worm

Het is waar. Kleren, make up, boeken, tekenspullen, pleisters, klokhuizen, bikini’s, gezichtsmaskers, dekens, dvd’s… als Ilco weg is verandert het hier in een soort meidenhol. Maar echt vies wordt het niet, ik bedoel we doen heus wel de afwas enzo. En sinds kort hebben we een smerige dingenschema, wat bijna altijd te maken heeft met de zwerfkatten die nu, met alle ramen open, de hele tijd in huis komen. Het begon met dat ik laatst de goorste kattenkots ooit voor de deur moest opruimen: een van de poezen had een slangachtige worm (of een wormachtige slang) opgegeten en uitgekotst, overal bloed, slijm en ingewanden. Toen diezelfde middag een van de katten diarree kreeg in onze decoratieve bak met mooie vakantieschelpen, riep ik dat nu iemand anders aan de beurt was. Chaia heeft huilend schelp voor schelp staan leeggieten en schoonspuiten met de tuinslang.

Plastic handschoenen

Bloem mocht op haar nuchtere maag poep van het vloerkleed afkrabben (lekker diep doorgedrongen in alle vezels). En, ik weet niet wat die beesten eten, maar nu ligt er vandaag alweer een spoor van diarree onder de kapstok, kunstig gedrupt over de kinderschoenen.
‘Is Dunya al oud genoeg voor ons schema?’  vraagt Bloem, net iets te gretig.
‘Tien jaar lijkt me een prima leeftijd’, zeg ik meedogenloos ‘maar leg haar dan wel even goed uit hoe het moet.’
‘Kijk Dunya, je pakt dus van die plastic handschoenen, en twee teiltjes, en bleekwater…’  begint Bloem enthousiast.
Even later zit er een kokhalzend snikkend meisje onder de kapstok te klooien met keukenrol. ‘Ik zal er wel een stukje over schrijven,’  beloof ik haar want ze ziet graag haar naam in cyberspace. Dat troost meteen.

Categorieën
Verhalen van de berg

Met een brok in mijn keel

In geen enkel ander land zijn ze zo aardig. Als we op een strandje zijn, vraagt Ilco onze buurman of hij zijn nog brandende kooltjes mag gebruiken om een soepje te maken. ‘Wat vreselijk jammer,’ roept de man uit, ‘dat wij net gegeten hebben – anders hadden we met elkaar kunnen eten!’ En vervolgens geeft hij ons een schaal rijst met saus, drie gegrilde vissen, een tas vol fruit en twee flessen cola. ‘Dan is het toch een beetje alsof we samen eten.’

Bovenstaande scene komt direct uit mijn Afrikablog en speelde zich een kleine vijf jaar geleden af. Na de lange woestijntocht, de beeldschone maar super afstandelijke stammen van Ethipië en de ijskoude nacht op de berg van Moses in Egypte moesten we 32 loketten langs (lees ik, ik was het gelukkig vergeten) om Afrika uit te komen.
En toen belandden we dus in een oase van schoonheid, lekker eten en vooral gezelligheid. Nog een citaat: ‘Voor de deur is de hele nacht een parade van auto’s met de stereo op tien. Het wemelt van de kinderen die op straat met Bloem en Chaia klapspelletjes doen (‘Nul voor de jongens, tien voor de meisjes… tik de grond, everybody sexy kont!’ zingen ze ze argeloos na).  Het hoogtepunt is een treintje, zo’n ding als ook door Madurodam rijdt. Het heeft discolichten en keiharde Arabische muziek en het is ontroerend om te zien hoe al die grote mannen en vrouwen enthousiast zitten te klappen op de kleine bankjes.

Het betere shoppen

Soms lees ik het nog wel terug. Hoe leuk het was om tamarindesiroop te drinken bij de waterdrager met zijn belletjeskostuum. Hoe geweldig die ene ijssalon was waar ze alleen maar vanilleijs met verse pistachenootjes verkochten, maar waar de mensen buiten al in de rij stonden. Burka’s schoven er voor open en stonden hartstochtelijk te likken naast hippe christenmeisjes. Hoe ‘s avonds overal op straat vlees werd geroosterd en mannen erbij zaten te zingen en te trommelen met een waterpijp erbij.  Of over het betere shoppen: eindeloos verdwalen op een markt die aan de  Fata Morgana in de Efteling deed denken. Perzische tapijten, eindeloos veel zilveren sieraden (de droom van elk meisje), olijvenzeep, kruiden, parfum, hele honingraten en de allerlekkerste shawarma, een wirwar van geur, smaak en glinster.

Het lukt me niet .
Ik kan niet doorlezen  zonder brok in mijn keel. Jordanë. Syrië. Nog maar zo kort geleden. Ik zoek een foto van Ilco om bij dit blog te doen, maar wat ik vind is nog meer van het fijne – en ondertussen de hele tijd een andere foto op mijn netvlies waarvan ik wilde dat ik hem nooit had gezien, die van de in hun slaap vergaste kinderen.
21 september is de internationale dag van de vrede. Go go MasterPeace, iets belangrijkers is er niet.

Categorieën
Verhalen van de berg

Een huisje aan zee

Een huisje aan zee… Toen we terugkwamen uit Afrika wilden we daar gaan wonen maar we vonden het niet. En nu vindt het huisje ons.

We hebben echt hard gezocht, vijf jaar geleden, vooral in Sicilie. Maar alle huisjes aan zee waren te fake, te duur, teveel alleen maar een vakantiehuis in een spookstad.
En toen zagen we de cortijo -op een berg in plaats van aan zee- en die vulde zich in onze gedachten meteen met gasten, reizigers en passanten. We kochten het huis binnen een dag en terwijl we alleen de helft maar hadden gezien. Het klopte.

Harpoen

En nu is dat huisje aan zee er alsnog. Mooier vind je ze niet: een echt authentiek vissershuisje, bootjes en netten op het strand, en door alle ramen zie je de zee. We zouden het zomaar kunnen kopen. Niet nu, over een jaar of drie.
En in onze gedachten vult dat huisje zich al met verhalen. Ik ben nooit helemaal hersteld van mijn eerste grote liefde: voor Sil de strandjutter (of eigenlijk voor zijn wilde zoon Jelle) en tsja, dit is zijn huisje. En dat ik dan Lobke was, een schrijvende Lobke dus en maar staren over die zee. En zwemmen, elke ochtend, wat zou ik tanig worden, los van enorm geinspireerd.
Ilco ziet zichzelf op vissenjacht met een harpoen en dat ik die vissen dan bak, tussen het schrijven door. En hij foto’s maken en dat tuinhuisje erachter tot gastenhuisje verbouwen…
En het kan, echt. Het zou de eerste keer niet zijn dat we samen zo’n soort droom laten uitkomen.

Sloom

Maar dan zegt Ilco tegen mij: ‘Op de berg vind je het al te sloom, soms. Wil je over een paar jaar eigenlijk niet liever terug naar de stad – ook al woon je dan een stuk minder mooi?’
En tsja, ik weet het niet, echt niet. Berg, stad, zee en dan mijn eigen rusteloosheid, je kunt er wel gek van worden. De heerlijke en verschrikkelijke luxe dat alles mogelijk is en binnen handbereik.
Want o wat is het mooi, zo’n picture window….

Categorieën
Verhalen van de berg

Vies

De patat stoof je gaar in een flinke plas olijfolie, tot hij slap is maar niet bruin. De eieren pocheer je, ook in olie, en die leg je er nog nadruipend bovenop. En voila: papas con huevos.

Vakantie bij de buren (de Algarve) is ook heel erg blij worden van het eten. Op formicatafels en onder TL-licht verschijnen vaak de spannendste gerechten. Wat ze hier kunnen met een simpele zeebaars! Of de taart van zoete aardappel die we kregen in een klein wegrestaurantje, ik proef hem nog – en dat moet ook want ik ga hem namaken. Hoe krijgen ze die korst zo baklava-achtig, en welke kruiden zitten erin naast kaneel en een vleugje komijn…?

Olijfolie in de koelbox

Het eten (om maar eens een fikse generalisering te maken) is een vergelijking die de Andalusiers niet kunnen winnen. Zelfs hier op het strand nemen ze in hun koelbox nog olijfolie mee en gooien die overal overheen. Niks mis met olijfolie – en die van Andalusie is behoorlijk goed – maar je kunt ook overdrijven.
Zoals de foto van papas con huevos die Bloem en ik spotten op het internetforum van Montefrio.
‘Wat een vieze foto, wie plaatst nu zoiets?’  zegt Bloem. Om vervolgens keihard in lachen uit te barsten bij het lezen van alle reacties.
‘Mmm wat heerlijk!’ ‘Alleen zo ziet papas con huevos eruit’ ‘De exquise delicatesse van ons dorp’ ‘Het water loopt me in de mond’ ‘De echte, eerlijke Spaanse keuken.’  Zo gaat het maar door.
En dit zijn dus allemaal dorpsgenoten van ons die dit schrijven.

Pasteitje

Ik bestel nog maar een schattig pasteitje en een Portugees kopje koffie voor de schrik. Echt, ik wil best inburgeren in Spanje – soms. Maar als je elkaars liefdes voor eten niet deelt, begin je wel met een fikse achterstand. Toch?

Categorieën
Verhalen van de berg

On the road again

We zijn net met ons gezin die Volvo-reclame.

Terwijl overal alle vakanties aflopen, laden wij de Landrover vol met matrassen, kussens, de tafel en de stoelen, boeken, een fluitketel en zelfs een schemerlamp. Om dat allemaal ergens anders aan zee weer uit te laden.

Bob Marley

Het lijkt even alsof we weer echte reizigers zijn die in een auto wonen.
Dat komt ook door de surfers. In mijn belachelijk sportieve gezin hebben we een windsurfer, twee kitesurfers en een boardsurfer (en dat ben ik allemaal niet). Dus belanden we algauw op heerlijk anarchistische plekken waar alle mannen lang haar hebben en overal tattoos. Die mannen zijn ook allemaal gebruind en gerimpeld door de zon alsof ze nooit hoeven te werken, ze luisteren naar Bob Marley en eten cereals voor het ontbijt. Er is er altijd wel eentje met een gitaar en er horen meisjes bij in minjurkjes met strandhaar en O Neill bikini’s. Er is vaak ook een papegaai, een aap of een ander raar beest. Dit kan overal ter wereld zijn en mijn familie gaat er soepel in op.

Pura vida

Maar Portugal is Afrika niet. Dus als het woord ‘wildkamperen’  valt, mompel ik iets over een warme douche. En over die leuke restaurantjes overal met lekker Portugees eten, de loungebars met oesters een stukje verderop. Het komt vast door het pura vida dat we nu hebben op de berg, maar ik heb zo’n flaneerzin, ik droom zelfs dat ik dans op een groot feest met mooie kleren aan.
‘Weet je wel wat die warme douche kost?’ zegt Ilco nog, het kampvuur al in zijn ogen.
En later: ‘Het is niet te geloven wat een shotje wifi met jou doet.’
Best genant. Maar ja, anders kon ik nooit dit stukje schrijven natuurlijk.