Anna van Praag boeken en verhalen
Categorieën
Verhalen van de berg

Levens redden

Ik heb nog nooit iemands leven gered. Jullie?

Ja, ik heb heus wel eens goeie dingen gezegd tegen iemand die wanhopig was en dat het dan echt hielp. Of geld overgemaakt om kindjes in verre landen waterpompen te geven. Maar dat is toch niet echt keihard redden. Niet zoals Ilco. Die heeft nu al twee keer een leven gered. Twee keer!

Geëlektrocuteerd

De eerste keer was in Mali, het verhaal staat hieronder. Ik zie Ilco nog het water uitkomen met de bijna-verdronken man in zijn armen. Diepe schaamte. Dat is wat ik bij de man zag, geen dankbaarheid. Wat er was gebeurd (inclusief dat hij in zijn paniek nog bijna mijn dochter had vermoord) was te groot om over te praten. We waren er allemáál stil van.
Misschien moet je in Afrika zijn om levens te redden, want daar heeft Ilco nu weer iemand gered, deze keer een man die geëlektrocuteerd werd tussen twee ongeaarde ventilatoren. Ingewikkeld verhaal, maar het kwam erop neer dat er ineens een mens hing te brullen van de pijn en de bron van de elektriciteit niet meer los kon laten. Dat iedereen die erbij was aan de grond genageld bleef staan. Maar dat mijn man (ha!) als enige meteen begreep wat er aan de hand was en die persoon met gevaar voor eigen leven van de stroom af sleurde. Twintig seconden later en hij zou dood geweest zijn, zeiden de legerartsen later.

Stoer

Had ik hetzelfde gedaan als ik daar was geweest? Vast niet. Ik ben zo secondair als wat, tegen de tijd dat ik eindelijk zou hebben begrepen wat er aan de hand was… of dat ik aan die man zou gaan trekken… Ik ben zo iemand die als er brand is in huis naar buiten rent en alleen maar heel hard ‘brand!’  roept (echt gebeurd).
Daarom omring ik me graag met echte, stoere redders. Wie één leven redt, redt de hele wereld, staat in de Talmoed en mijn man kan nu wel direct door naar de hemel (om soepel van het ene naar het andere geloof te switchen). Ik hoop natuurlijk dat dat een beetje op mij afstraalt.

http://www.annavanpraag.nl/2007/09/gids-ten-onder-in-dovenland/

Categorieën
Verhalen van de berg

Take a ride in the sky

Roze wolken, ik heb ze nooit begrepen. Of nou ja, ik zit er zelf nooit op. Niet als het over kindjes gaat.

De verhalen van mijn pasbevallen vriendin vervullen me met huiver. O ja, ik weet het nog: hoe zwaar en hoe veel. Kinderen zijn een soort vampiers, ze zuigen enorm veel energie uit je. Ook als ze groter worden. Ieder kind plaatst zichzelf in het midden van het universum en dat is supervermoeiend. Zeker als je zelf ook nog interessante creatieve dingen wil doen zoals boeken schrijven. In plaats daarvan ben je ineens huisvrouw, taxichauffeur enzovoort (terwijl, ik ben een waardeloze schoonmaker en ik hou helemaal niet van autorijden).

Brandende stoelen

Daarom ben ik vandaag enorm verbaasd over mezelf. De setting is deze: een kokendhete auto, veertig graden buiten,, brandende stoelen die pijn doen aan je blote benen. Om mij heen drie kibbelende meisjes: eentje moet naar brommer-rijles, eentje moet naar een vriendin en nummer drie moet mee naar de supermarkt vindt ze zelf (om mijn karretje vol te laden met vieze kaasjes, chips en veel te duur ijs dat al gesmolten is voor je thuis bent). Zelfs de wind door het open raam is te warm en al na vijf minuten is iedereen zweterig en heeft dorst (en nee, ik ben niet zo’n moeder die dan een fles water tevoorschijn tovert).

Liefdesliedjes

De middelste regelt zoals altijd de muziek en ze heeft nu Earth Wind & Fire ontdekt. Yes! Even niet die hysterische Rihanna.
Misschien komt het door de liefdesliedjes, ik word altijd blij van Earth Wind & Fire. Hoe dan ook, er is geen enkele aanleiding voor, maar plotseling word ik overvallen door een verpletterende golf van -nou ja- liefde. Die om water zeurende, zweterige, ruziënde meisjes om me heen, wat zijn ze eigenlijk onweerstaanbaar leuk! Als ik ze had kunnen bedenken, dan waren ze precies zoals ze nu zijn. All your dreams will come true right away, zingt EW&F – en dit zijn er alvast drie, zomaar bij mij in de auto!

Categorieën
Verhalen van de berg

Hija de la luna

Middenin de nacht gaat het licht aan. Dat is best wel eng als je man ergens in Afrika zit en je kinderen altijd slapen als marmotjes. Ik zit meteen rechtop in bed.

Maar het is de maan die recht door het open slaapkamerraam naar binnen schijnt, zo fel dat je erbij zou kunnen lezen. Dat heb je hier dus: inktzwarte sterrennachten – of juist feeëriek blauwverlichte bergen.

Poppenschooltje

Hijo de la luna speelt de oudste dochter al de hele zomer op de piano. Het galmt door het huis en waaiert uit over de patio. Ik kan de beginakkoorden bijna niet meer horen. Drie maanden zomervakantie is lang, voor ons allemaal. Zeker nu de augustusfeesten voorbij zijn, de laatste zomergast vertrokken. De dagen worden alweer korter, maar alles is nog steeds zinderend heet. Te warm voor veel kleren, voor uitgaan, voor de stad, eigenlijk ook om te schrijven maar ik wil zo graag.
Wat was het voor maan vannacht? Het is alweer nacht als ik het opzoek in mijn eigen boek over wicca. Buiten op de patio spelen de jongste twee, eindelijk in beweging gekomen nu de slome hitte zakt. Veel te laat natuurlijk, maar ach, maar het ziet er zo betoverend uit: poppenschooltje in blauw licht.

Heksenkring

De maan van augustus is de maan van wijsheid en nieuwe inzichten, zie ik. Hm, een paar slimme inzichten voor mijn boek kan ik wel gebruiken – eigenlijk vooral dat ik weer snap waarom ik schrijf.
Maar ja, om zaken te doen met de maan moet je een heksenkring maken, met kaarsen en een mes enzo, een enorm gedoe.
Op dat moment komt Chaia binnen, helemaal moe en mellow. Chaia is mijn kattekopje en leesmonstertje, die altijd even kritisch is, vooral op mij – maar ze is ook  met een enorme blauwe maan geboren. ‘Mam,’  zegt ze, ‘ik heb vandaag je laatste boek nog eens gelezen en weet je? Ik vond het echt opvallend goed geschreven. Het wordt beter hoe vaker je het leest.’
En weg is ze weer.
Ha, daar kan geen enkel heksenritueel tegenop!

Categorieën
Verhalen van de berg

Puppy love

‘Wat voel ik me opeens oud,’  zegt Marije die vroeger altijd op onze kinderen paste. ‘Dat je die meisjes achterlaat in het holst van de nacht, helemaal dressed up to party, en dat je dan zelf gewoon naar je bedje gaat.’

Het is dorpskermis en ik heb mijn twee oudste dochters al twee dagen niet gezien want dat is uitgaan in Spanje: in je mooiste jurkje, en op je hoogste hakken de hele nacht rondhangen bij de botsauto’s met vriendinnetjes.
En met vriendjes natuurlijk, maar daarover krijgt zelfs de oppas amper iets te horen. De meiden zijn inmiddels zo oud als zij was toen ze voor het eerst bij ons kwam, in Nederland -en zijzelf is bijna zo oud als ik toen.

Jezustypes

Gelukkig hebben Marije en ik elkaar nog om over jongens te roddelen – zoals we eigenlijk al jaren doen.
Op de dorpskermis waar we nu samen met Dunya naar toe gaan, komt de jaarlijkse Mariaprocessie voorbij en Marije bestudeert de fanfare: ‘Even uitchecken of er nog leuke jongens in uniform tussen zitten.’
‘Echt niet!’
‘Hm, ik vind mariniers enzo altijd wel sexy. Dat gemillimeterde haar.’
‘Nou nee, doe mij maar lang,’  zeg ik. ‘Hippie. Jezustypes.’
‘Of van die hiphopjongens. Met niet teveel blingbling.’
‘Kan. Surfdudes.’
‘Mwah. Muzikanten?’

Krukjes

Dan ineens bemoeit Dunya zich met het gesprek. Alsof ze twintig is in plaats van amper tien, verkondigt ze: ‘Jongens moeten een heel  glad gezicht hebben zoals de elf Legolas. Maar dan met korter haar en gewone oren. En lange wimpers. Eigenlijk precies zoals… Ivan.’
Ze begint te rennen, want daar is hij: haar novio, nu al zeker twee jaar. Zijn hele gezicht licht op als hij mijn dochter ziet en zij sleurt hem op haar beurt meteen de kleine botsautootjes in, terwijl ze zichzelf met een profi gebaar het stuur toe-eigent en hij al even routineus zijn hand om leuning achter haar legt.
Vertederd zitten Marije en ik op de kleine plastic krukjes langs de kant toe te kijken. Heel moederlijk ineens.

Categorieën
Verhalen van de berg

Rosa van de vissen

Ibiza!
Daar moet mijn boek zich afspelen, weet ik ineens. Dan vallen er heel veel dingen op hun plek.
‘Tof! Pak een vlucht en duik een paar dagen samen met mij onder in het nachtleven,’  mailt mijn Ibiza connectie onmiddellijk. Ik ga meteen kijken en  een ticket vanaf Madrid is helemaal niet zo duur…
Maar ja, hoe leg ik dat nou weer uit aan Rosa van de vissen?

Rosa runt de enige viswinkel van Montefrio. Vroeger met zijn tweeën, sinds de crisis in haar eentje. Dat is heel hard werken, maar Rosa klaagt nooit. Alleen in de winter, toen het even heel koud was, biechtte ze op dat ze zelfs thuis in bed nog van die ijskoude handen had. ‘Ik lig maar te rillen, dat gaat niet over tot ik wakker ben.’ Want nee, centrale verwarming, daar doen ze hier niet aan.

Reality check

‘Anita! Waar kom je nu weer vandaan?’  Dat is Rosa’s standaard begroeting als ik haar winkel binnenkom. In tegenstelling tot Manolo de groenteman die altijd een beetje jaloers is (‘Ja, reizen… dat had ik ook altijd gewild’), is Rosa alleen maar vol verbazing: ‘Istanbul! Parijs!’ Zelfs Tarifa vindt ze heel wat. ‘No me digas… (dat meen je niet)’. En toen ik haar vertelde dat Ilco deze week naar Kongo gaat en daarna even naar Portugal… en dan Istanbul, Amsterdam… Toen bleef ze er bijna in.
Rosa van de vissen is mijn reality check, ik kan het haar niet aandoen om nu ook nog over Ibiza te beginnen. Bovendien, Ilco gaat dus morgen naar Kongo en onze bloedjes van kinderen zijn er ook nog, gewoon op de berg.
Ik maak wel een enorme berg pasta met almejas (venusschelpen) voor ze – en klap mijn computer open. Ibiza in my head

Categorieën
Verhalen van de berg

Trommelaars, vikings en zigeuners

De trommelaars vullen de hele dorpsstraat en de fakkeldragers moeten echt oppassen dat er geen omstanders vlam vatten.
Maar dan komt vanuit de tegenovergestelde richting een andere stoet aan. Gekleurde lichten, een disco-auto en vikings. Vikings???

Bloem wordt ‘s avonds gebeld door haar vriendin: of ze fakkeldrager wil zijn. Iets met trommels, met de dorpsfeesten van augustus. Nu? Ja nu. Of nee, toch over een uurtje. Of over twee uurtjes.

Hoezo crisis?

Als we Montefrio in komen is het een uur of elf ‘s avonds en idioot druk. Hoezo crisis? Alle terrassen zitten vol, de tafels bijna doorbuigend onder enorme maaltijden van gefrituurde vis en slappe patat.
Er speelt een orkest stukken uit Carmen op het pleintje, de kwaliteit is hoog.
De trommelaars komen pas na middernacht omlaag vanuit het kasteel dat boven Montefrio uit torent, inderdaad begeleid door meisjes in het zwart met fakkels in hun handen. Een enorm gezelschap! Ik herken Eva van de b&b, haar man, en ook de directeur van het kledingfabriekje. Hoe kunnen die allemaal ineens zo waanzinnig goed drummen? En waar komen die Braziliaanse dansers vandaan?

Circusmannen

Vooral de zigeuners vinden het geweldig, ik heb er nog nooit zoveel bij elkaar gezien. Van die getatoueerde circusmannen met lange haren, groezelige kinderen op hun schouders waarvan je niet ziet of het jongens of meisjes zijn. Wild dansend volgen ze de stoet, het houdt nooit meer op. Zelfs de dromerige Bloem zie ik in een soort hypnose raken.
En dan gebeurt het dus, die bizarre botsing met een andere stoet: mannen en vrouwen met helmen met koeienhoorns, gekleed in dierenvellen, geschminkt, op stelten. Even wordt de chaos compleet als trommelaars, vikings en zigeuners samengeperst worden in de smalle straten van Montefrio. Is er eigenlijk politie, afgezien van het strenge vrouwtje dat altijd zo kwistig parkeerbonnen uitdeelt?
Maar dan begint in de verte een gigantische bigband die alles overstemt In the mood te spelen en de vikings op stelten stormen er dansend op af.

‘Ik ga steeds meer houden van dit dorpje, er steeds meer wortelen,’  zegt Ilco. Maar ikzelf ben als ik heel veel later in bed lig nog steeds vooral verbijsterd.

Categorieën
Verhalen van de berg

Gebedje

Waar is Arie Boomsma als je hem nodig hebt?

The sun is always shining in paradise. Al maanden zie ik blije bikinimeisjes in het zwembad duiken, spelletjes doen, giechelen en boeken lezen. Daarom komt het extra hard aan als een van die meisjes ineens het woord ‘zelfmoord’  in de mond neemt. Nee, niet van haarzelf. Maar haar beste vriend op school in Nederland ‘geeft het nog een maand en dan maakt hij er een einde aan.’  Eerst nam ze het niet heel serieus. Maar toen ontdekte ze zijn geheime superdepressieve twitterberichten. En op zijn telefoon foto’s van diepe snijwonden in zijn polsen.

It gets better

Het verhaal is niet bepaald nieuw: de jongen is stiekem homo en zijn ouders haten homo’s. Net als driekwart van de kinderen op de school. ‘Toen er een homostel kwam vertellen over hun leven, begon de halve klas kotsgeluiden te maken.’
Dit is dus Amsterdam! Er is wel een schoolpsychiater ‘maar die is er bijna nooit’.  En de kindertelefoon gaf een nummer dat altijd in gesprek is. ‘Nou ja, en nu ben ik dus hier en ik ben steeds bang dat hij niet meer leeft als ik terugkom.’
Ik weet natuurlijk niet of dit allemaal alleen een grote aandachtsschreeuw is van een overdramatische puber. Maar het komt wel in de week van 11 augustus, de dag dat mijn neefje Jeroen er jaren geleden (om andere maar net zo stupide redenen) een einde aan maakte.
Toen stond ik machteloos en nu ook. It gets better, it gets better, it gets better – je zou het wel van de daken willen schreeuwen.

Contact

‘Zorg dat je elke dag even contact hebt met je vriend, hoe dan ook,’  zeg ik tegen mijn dochters vriendin.
Even later komt ze opgelucht melden dat het gelukt is, vandaag leeft hij dus nog.
En stiekem doe ik zelf nog een klein schietgebedje omhoog: ‘Jeroen, o lieve Jeroen, waar je ook bent: hou deze jongen alsjeblieft tegen!’

Het verhaal van Jeroen staat hier:
http://www.annavanpraag.nl/2011/08/brief-naar-jouw-hemel/

Categorieën
Verhalen van de berg

Naaifa (= New York Film Academy)

‘Ik was écht niet blij met die hitte. Mijn cameraman en ik moesten draaien bij de Sacré Coeur, aan het eind van de dag waren we allebei helemaal verbrand door de zon.’

Het ene moment heb je een klein kindje dat in slaap valt op je heup en ben je zomaar iemands moeder, terwijl je eigenlijk dacht dat je zelf nog een meisje was.
En ben je daar net een beetje aan gewend… heb je ineens een dochter die bijna een kop groter is dan jijzelf en die praat in een of ander interessant filmjargon.

Hallo schat hier zijn je ouders

Eén keer hebben we skype-contact gehad met de filmschool in Parijs. Ik zag de blije hoofden van Ilco en mij als een soort karikatuur in beeld komen op het schermpje. ‘Hallo schat, hier zijn je ouders. Is dat je kamer? En is dat je roommate? Hallo roommate!’
‘Ik loop wel even naar buiten,’  zei Bloem zakelijk – en klikte meteen het beeld weg. ‘Anders stoort het zo.’ Sinds wanneer heeft ze eigenlijk skype?
En nu ze eindelijk terugkomt naar huis – metro, vliegtuig, nog meer metro, bus – loop ik de hele dag met haar reisschema in mijn hoofd. Ze stuurt geen enkel berichtje, het zal dus allemaal wel goed gaan. Toch….?

Evil twins

En dan is ze daar, middenin de nacht, mooier nog dan ik me herinner. Voor een ademloos pyjamapubliek van zussen en diverse vriendinnen uit Nederland vertelt ze verhalen over ‘mijn crew’  en ‘the five pillars of screenwriting’, over de ‘evil twins’  uit de Upper East Side in New York die stomdronken pasta aan de muren van het hotel smeerden en over de Franse jongen die zo goed kon acteren dat de regie-assistent van Steven Spielberg tegen hem zei: ‘Zodra je achttien wordt, bel je mij op, begrepen?’
Daar staat ze, ingestraald op onze maanverlichte, doodstille patio. Ik ben blij dat ik haar weer bij me heb. En tegelijkertijd ben ik al net zo betoverd als de rest door deze heerlijke dochter en haar onwankelbare overtuiging dat op dit moment alles maar dan ook echt alles mogelijk is.

****

En dank jullie wel allemaal voor het doorlezen van mijn weblog op vakantie! Jullie volgen mij maar ik jullie ook en nu weet ik dus dat de meeste vaste lezers op vakantie gaan naar Zuid Frankrijk (en naar 32 andere landen, alleen al deze week).

Categorieën
Verhalen van de berg

Taxiliefde

‘Ik had een jong setje in mijn taxi, op weg naar het vliegveld. En ineens viel me op dat iedereen om me heen naar de achterbank zat te wijzen en lachte. Ik keek in mijn spiegel en wat denk je? Die twee zitten ineens niet meer naast maar óp elkaar. Faisant l’amour!’

Er is gedoe met de metro dus ik moet met de taxi naar het vliegveld van Parijs. Anders had ik hem nooit ontmoet: de taxichauffeur die, net als ik, de hele dag alleen maar bezig is verhalen te verzamelen, als een ekster op zoek naar glinsterende dingen. ‘Je hebt geen idee wat mensen allemaal kwijt durven – en moeten – in de beslotenheid en anonimiteit van mijn taxi.’
Nu is deze chauffeur ook een ideale luisteraar en de rest van de rit vertellen we elkaar verhalen, ik hem en hij mij.

Stil, we zijn bezig

Zoals dus het verhaal van het verliefde stelletje. ‘Ze woonden allebei nog thuis, nergens privacy, en zij stond op het punt om naar het buitenland te verhuizen. Ik zei nog: ‘Wat doen jullie nou?’  Maar hij zei: ‘Stil, we zijn bezig.’  Haha. In mijn taxi! Precies op de plek waar jij nu zit.’
Ik ga onwillekeurig een beetje verzitten. Wat doet de gemiddelde taxichauffeur in zo’n situatie? Woedend op de rem trappen? Naar de politie rijden?
Maar nee, dit is Parijs. De taxichauffeur kan er nog steeds vertederd om glimlachen. ‘Nou ja, toen parkeerde ik mijn taxi in een achteraf straatje en ging maar eens uitgebreid in een barretje koffiedrinken.’

Categorieën
Verhalen van de berg

In het huis van een zekere Dorian

Parijs tintelt en zingt, regen en zon, en ik lach in alle etalageruiten.

Nu ik Bloem heb achtergelaten bij de Franse filmschool (‘Ga nou maar mama. Je vindt het een stuk spannender dan ik geloof ik’), zet ik het meteen met vriendin J op een zuipen.

Gérard Depardieu

En op een lopen want superstoere J vindt de metro eng. Het appartementje dat we mogen gebruiken (het is van een zekere Dorian en we weten nog steeds niet of het nou een man is of een vrouw) ligt tegen de périphérique aan, maar Parijs is overal fijn, elk arrondissement weer anders. En alle mensen zijn mooi! Een beetje zoals in Italië (en zeker niet zoals in Spanje): slank, goedgekleed, elegant. De oudere echtparen op weg naar hun ochtendlijke kopje koffie met croissantjes zijn niet stijf zoals in Montefrio of tuttig zoals in Nederland maar flamboyant. En alle zwervers lijken op Gérard Depardieu.
‘Mam, iedereen hier maakt een praatje met je,’  zei Bloem verrast.
Parijzenaars zijn als vlinders die steeds even op je schouder komen zitten.

Eten om van te huilen

To buy or not to buy. Zo vat J het samen. En inderdaad, mijn pasjes branden in mijn portemonnee, allemaal tegelijk. Wat een verleidelijke, heerlijke, spannende, originele, lekkere en belachelijk dure stad: van vintage jasjes tot kunst, van gedroomde boeken tot eten zo lekker dat je er bijna van gaat huilen. Toen ik er studeerde zag ik het amper, nu zie ik het een beetje te goed ben ik bang.