Anna van Praag boeken en verhalen
Categorieën
Verhalen van de berg

Een actie voor Assepoester

‘Ik ben een actie voor je begonnen genaamd ‘red het boek’’
Sommige fanmail is echt heerlijk. En frustrerend.

Nog helemaal niet zo lang geleden schreef ik spannende kinderdetectives. Vrij Nederland besprak ze in de thrillergids en ik won de Drentse kinderjury ermee.
Ik wilde er wel tien schrijven, of in ieder geval vijf. Maar al na de tweede mocht het niet meer van de uitgever die ik toen had. Ik heb al mijn krediet in de strijd moeten gooien voor deel 3. ‘Goed, we doen dat, maar we maken er he-le-maal geen promotie voor’  zei de uitgeefster onheilspellend. Zo stierf de serie een zachte dood, nog voor hij echt tot bloei had kunnen komen.
En ik ging zelf een ander pad op.

Isabel Snoek

Gelukkig zijn er genoeg slimme kinderen die de weg naar Isabel Snoek (zo heette mijn lady detective) toch vinden. Laatst weer schreef een meisje aan me: ‘Na die boeken kon ik geen andere boeken meer lezen, zo geweldig vond ik ze.’ Gevolgd door het onvermijdelijke: ‘Wanneer komt het volgende deel?’
Een beetje roddelig schreef ik terug dat het boek allang in mijn hoofd zat maar niet mocht van de uitgever.  Normaal ben ik discreter maar ik dacht: ach, ik ben daar toch hartstikke weg. Het lijkt namelijk een beetje alsof ze supersnel al mijn sporen willen uitwissen, al mijn boeken hup in de ramsj, en ik word niet eens meer op feestjes uitgenodigd (oké, best een beetje een Assepoestergevoel).
Maar goed, nu is dat meisje dus een actie begonnen. Iets met likes verzamelen en handtekeningen. ‘Op school hebben we altijd op de laatste schooldag pleinavond dan komt de hele school en dat zijn bijna 300 kinderen en je mag iets doen om geld mee te verdienen maar dat ga ik niet doen want ik ga zoveel mogelijk kinderhandtekeningen ophalen en die dan naar jou te sturen en dat jij die dan weer naar de uitgever stuurt en dan…wie weet! ‘

Zo lief…. Maar wat moet ik nu?

Categorieën
Verhalen van de berg

Volg de zwarte weg

‘Ik heb de oplossing gevonden! We nemen el camino negro, de zwarte weg!’ Yolanda kijkt me stralend aan. En mijn lichtelijk doorgeslagen sprookjesfetisj transformeert haar ter plekke in een wezen uit The Wizzard of Oz: ‘Follow the yellowbrick road!’

Ik word altijd zo moedeloos van financiële regeldingen en daarom heb ik een diepe bewondering voor Yolanda. Zij is de stralende ster van het belastingkantoortje in de dorpsstraat en ze loodst ons stap voor stap door de Spaanse belastingaangifte heen – want dit jaar gaan we eindelijk ‘om’  vanuit Nederland.

Busca, busca…

Maar op een dag is zelfs Yolanda totaal in paniek. Ze belt me op. ‘Ik heb uitgerekend hoeveel belasting jullie moeten betalen en dat is gi-gan-tisch! ’Ze noemt een bedrag dat lager ligt dan wat we altijd in Nederland kwijt zijn.
‘Prima’  zeg ik, maar daar wil Yolanda niks van weten. ‘Nog nooit heb ik meegemaakt dat iemand hier zo ontzettend veel belasting moest betalen. We moeten de aftrekposten opvoeren, snel. Wat voor kosten heb je gemaakt, telefoon, internet, vliegtuig? Denk goed na, wat nog meer? Busca, busca, zoek zoek…’
En dat is het begin van een eindeloze reeks mailtjes en telefoontjes (‘restaurants? hotels? kleding? benzine?’) van Yolanda die steevast eindigen met ‘Busca, busca…’
Uiteindelijk weet Yolanda het bedrag iets omlaag te krijgen, maar ze is nog steeds ontdaan. Zodat ik haar als een ultrabrave sociaaldemocraat moet geruststellen: ‘Maar Yolanda, we verdienen toch ook gewoon veel? En dat belastinggeld wordt gebruikt voor scholen, ziekenhuizen…’
Ze begint hard te lachen. ‘Welnee, lees je geen kranten? Jullie werken zo hard en dat geld verdwijnt meteen in de zakken van de politici.’

Pianoblind

Deze week is de belastingdeadline. Met heel veel tegenzin stap ik het kantoortje van Yolanda binnen. Zo zonde van mijn tijd, pianoblind als ik ben voor al die cijfertjes.
Maar als Yolanda mij ziet, begint ze me stralend te zoenen. ‘Dat ik er niet eerder opgekomen ben: we nemen de zwarte weg! Hebben jullie dat niet in Nederland?’
De enige hersenhelft van mij die het doet juicht meteen met haar mee, verandert mijzelf in Dorothy met haar rode schoentjes. Volg de zwarte weg en dan kom je vanzelf bij de tovenaar die alles in orde zal maken.
Maar dan zegt Yolanda: ‘… dus dan maken jouw uitgever en MasterPeace gewoon een nepcontract alsof jullie veel en veel minder verdienen. Logisch toch? Dat doet iedereen.’
Hm, ik begin die Spaanse crisis steeds beter te begrijpen.

Categorieën
Verhalen van de berg

Harige benen onder stomme hemden

Ik moest naar het ziekenhuis, het was voor iets kleins. En voor ik het wist zat ik in een rolstoel met een infuus, in een blauw operatiehemd met een mutsje en plastic zakken aan mijn voeten.

Nee, ik was niet ineens doodziek geworden, de Spanjaarden hebben er nou eenmaal een handje van om alles enorm te hospitalizeren of hoe noem je dat. Voor het minste of geringste bloed prikken en altijd röntgenfoto’s maken ‘voor de zekerheid’, dat werk. En dan heb ik het nog niet eens over de gigadoses medicijnen die ze, vaak alleen maar preventief, voorschrijven.

Mutsjes

‘Waar is je begeleider?’  vroegen ze op de polikliniek.
Verderop zaten vier mannen en een vrouw die ook een operatietje kregen, dat zag je dus aan die mutsjes en hemden. En inderdaad, naast hen stonden speciale stoelen voor de begeleiders: een moeder, twee echtgenoten, een vriend. Iedereen keek reuze ernstig en gewichtig en je zag al die harige benen onder die stomme hemden wat me meteen al enorm irriteerde. Maar om eerlijk te zijn: één man had zijn benen (en nog wel meer ook) geschoren en dat irriteerde me ook.
Ik werd er heel erg kattig van. NEE, ik had geen begeleider, mijn man was op reis, ik moest niet eens een echte narcose, en waarom al die fuzz? ‘Ik kom uit Nederland, daar werken de mensen gewoon in plaats van zo’n hele dag in een ziekenhuis rond te hangen.’ De dokter moest eraan te pas komen en een telefoontje naar een vriend die beloofde me te komen ophalen, anders was ik weer weggestuurd. ‘Dan zijn nu de verpleegsters je begeleider’  zei de dokter ernstig. ‘En trouwens, hier in Spanje werken we ook. ‘
Nee, ik werd geen vrienden met de andere patiënten

Verse rozen

Het duurde zo lang… En na de operatie ook nog eens met gewichtige chek ups van bloeddruk en hartslag en om de haverklap je temperatuur meten.
Je zou er gewoon ziek van worden.
Het kostte me zes uur en toen kon ik echt allang weer zelf naar huis rijden, stiekem toen de verpleegsters gingen lunchen.
Waar ik geloof ik nog het meest last van had was die steriele Spaanse ziekenhuissfeer waarin ze me zo lang gevangen hadden gehouden. Alle ziekenhuizen zijn lelijk maar de mix van ultasteriel en net te weinig geld leidt tot doodenge bunkers.
En daarom was dit het beste medicijn: een stralendwitte patio toen ik eindelijk thuis kwam, de zon die glinsterde in het zwembad. Overal bakken vol kersen van het land. En Dunya die kwam aanrennen met haar armen en haar haren vol met verse rozen, die ze bij de buren uit de tuin had gepikt.

Categorieën
Verhalen van de berg

Ik ga op reis en ik neem mee… venkel!

In Spanje is het vierentwintig graden in de nacht en het enige licht komt van de maan. We tillen slapende kinderen uit de Landrover en koffers vol met expatfood: bruin brood, kaas, bastognekoeken, bielzendrop en heel veel lovechock chocola.
En het is alsof ik nooit ben weggeweest.

Het is dat ik nog steeds een kater heb, anders zou ik niet geloven dat ik de nacht ervoor nog op een feest was waar grote mensen verkleed waren als sprookjesfiguren en dansten als blije pubers. Of dat ik echt twee dagen daarvoor van Amsterdam naar Vlijmen ben gereisd en vervolgens via Haarlem naar Arnhem en door naar Rotterdam
Misschien heb ik de hele vorige week alleen maar gedroomd.

Free hugs

Zoals dat ze gratis omhelzingen uitdelen op Amsterdam CS.
‘Come and get your free hug today’. Mannen, vrouwen en kinderen in blauwe truitjes rennen met gespreide armen tussen spandoeken met ‘free hugs’  erop. Argeloze voorbijgangers laten zich woest omhelzen.  ‘Everybody needs a hug now and then’. Toeristen maken foto’s.
Het verwarrende is natuurlijk dat omhelzingen altijd gratis zijn (of je moet naar een hoer gaan), maar in dit geval komt het van een onbekende en dat maakt het een soort aanranding en dus best eng.
Nee, dan liever de licht beschonken omhelzing die ik op datzelfde sprookjesfeest van mijn uitgever krijg, terwijl hij jolig uitroept: ‘Jij moet eens even flink geknuffeld worden.’

Grenzen

Mijn vingers jeuken om nog veel meer op te schrijven, vette roddels en spannende verhalen. ‘Ik ben nu al heel benieuwd naar je blog’  zei schijfster X, die net had verteld dat ze dol was op seksscenes schrijven. We staarden naar de dansvloer waar beroemde schrijvers Y en Z zich uitleefden op iets dat je bijna geen dansen meer zou kunnen noemen, ondertussen heerlijk roddelend over de escapades van Q.
Maar nee, zelfs dit blog heeft grenzen.
Terwijl ik daar nog over na zit te denken komt mijn oudste dochter trots aanzetten met iets dat ze onderin haar koffer heeft verstopt. ‘Mam, je raadt nooit wat ik uit Nederland heb meegenomen! Dit wilde ik al jaren.’
Het is… een venkelknol en, echt, daar ben ik heel blij mee. Venkel is zo’n groente die niet te krijgen is in Spanje en die smaakt naar vroeger, naar Durgerdam.
Goed, 1 venkel voor 5 personen, hoe ga ik dat aanpakken? Ik loop alweer naar mijn Spaanse  keuken. Inderdaad, alsof ik niet weg ben geweest.
Schizofrenie is gelukkig mijn vak.

Categorieën
Verhalen van de berg

Unzipped

‘Op dit soort momenten nemen mensen dus cocaine,’  zegt mijn dochter als ik voor de zoveelste keer begin te gapen. Om er onmiddellijk licht gealarmeerd aan toe te voegen: ‘Nee he mam, niet doen hoor.’
Hm , zo ernstig is mijn reputatie dus al bij mijn kinderen,

Ik wil alles! Zes dagen in Nederland zijn, met de vroegste treinen naar de verste scholen om over mijn boeken te vertellen, ’s middags nog wat afspraken en tot diep in de nacht wijn drinken met vriendinnen.

Liefde

Maar ik hou het niet vol… Net als mijn leuke stadse outfit: de rits van mijn dure laptoptasje is ineens kapot, net als die van mijn strakste broek en van mijn make uptasje.Wat is dat ineens voor raars met al die ritsen?  Lippenstift en mascara rollen door mijn tas en van de rouge breekt meteen het dekseltje af.
Als ik bij mijn liefste vriendin slaap, wil ik wel drie avonden in een proppen. En dan nog in bed in het donker over de liefde praten. Alleen, ik mis steeds de helft van wat mijn vriendin zegt, te moe zelfs om rechtop te gaan zitten. Af en toe hoor ik mezelf vanuit een halfdroom de meest bizarre antwoorden geven (sorry Mylou).
En als ik een geweldig moeder-dochter uitje heb in het Stedelijk Museum (ik heb me er zo op verheud) val ik in slaap voor elke video-installatie. En aangezien er een specialae tentoonstelling is van video-installaties, kan ik mijn lol op – tot afgrijzen van mijn dochter. ‘Mam? Slaap je nou??? Maham!’  (sorry Bloem).

Ooit kon ik dit – en niet op cocaine. Werken en tegelijkertijd een opwindend sociaal leven hebben. Waar is die tijd gebleven?

Categorieën
Verhalen van de berg

Een gebedje voor Milo

Het regent baby’s. Ik kan, als ik wil, elke dag een verse baby zien. Maar eentje is mijn lieveling.

We hadden natuurlijk Izan, Ilco’s Spanse petekindje, de meest ideale, gedroomde baby die doorslaapt, nooit huilt en ook nog eens beeldschoon is.  En vandaag in Nederland ben ik op bezoek bij zijn Nederlandse spiegelbeeld: Tobi: blond en blozend en prachtig. Verder hoorde ik, een beetje laat maar dat is een ander verhaal, dat mijn broertje vorige week zijn derde zoon heeft gekregen: Ravi (de letter i is kennelijk een must voor jongensnamen).

En dan is er nog de baby die er eigenlijk nog niet moet zijn, maar die met een klap dit leven in is gevallen: Milo.

Achtbaan

Milo is de zoon van mijn lieve vriendin Jowi. Schrijfmaatje, mailmaatje, soul mate misschien wel. Ook nog eens de vrouw op wie ik zou vallen als ik het met vrouwen zou willen doen. Jowi zou een kind krijgen in augustus, het had nog heel wat voeten in de aarde gehad. De laatste keer dat ik haar zag, twee maanden geleden, zag ze er beeldschoon zwanger uit. Nu zie ik haar en is ze nog steeds beeldschoon, maar niet meer zwanger.

Milo is veel te vroeg geboren, met zesentwintig weken, en ligt in het AMC te vechten voor zijn kleine leventje. Al sinds zijn geboorte, een week of drie geleden, heb ik een hotline met Jowi, mailen we elkaar meerdere keren per dag. De achtbaan van de hel waarin Jowi en haar Edwin sinds Milo’s komst zitten, is bijna niet voor te stellen. Ja, Milo leeft en groeit en doet het goed. Maar alle complicaties die worden voorspeld, gebeuren óók, stuk voor stuk. Op dit moment is er weer zo’n complicatie – en het is een pittige. Dus nu denk ik al de hele tijd: o, Jowi… En: o, Milo… Hij weegt nog maar een kilo en zijn handje is zo klein als mijn duimnagel.

Lees zijn verhaal maar, het staat hier http://www.jowischmitz.nl/home/, in de prachtige, krachtige woorden van mijn vriendin de schrijfster. En laten we vandaag allemaal ergens op de dag een klein gebedje doen. Een gebedje voor Milo.

Categorieën
Verhalen van de berg

R.I.P. Red

Achach er is een paard dood. Een heel groot, heel sterk paard van nog maar zeven jaar. Onze twee paardenmeisjes zijn ontroostbaar.

Het ging mis binnen een paar dagen. De boeren hadden illegaal gif gespoten tussen de olijbomen, het paard knabbelde wat gras, kreeg buikpijn en toen een koliek. Hij had zoveel pijn dat de dierenarts er een einde aan moest maken.

Gif

Het heeft iets griezeligs: zo’n enorm sterk paard, letterlijk het beste van stal, dat zo snel geveld is. Hoe idioot sterk is dat gif? En hoe kwetsbaar alles.
Voor paarden-Liz is het haar ergste nachtmerrie. Red was de makkelijkste van de zes, kon alle ritten aan. Dat hij er nu niet meer is, is een financieel drama voor iemand die er elke maand  maar net in slaagt haar paardendroom te blijven volgen. Maar dat is niet eens het ergste.  ‘Ik hoop dat mijn paarden allemaal heel oud worden,’  zei Liz vorige week nog tegen Chaia, ‘ze mogen hier allemaal blijven tot en met hun pensioen, gewoon lekker buiten, altijd om me heen.’ Liz houdt van haar paarden zoals moeders van hun kinderen. Red was haar lieveling – en die van Dunya.

Pijn

Zij en Chaia houden nooit meer op met huilen en Ilco en ik zitten vrij machteloos over die schokkende ruggetjes te aaien.
‘Waarom gebeurt dit, wáárom?’  vraagt Chaia steeds, met lange uithalen.
En het afschuwelijkste van alles is dat daar gewoon geen antwoord op te geven is. Behalve misschien dat pijn nou eenmaal de tegenkant van liefde is – en wat is dat nou voor waardeloze les om te leren, zeker als je nog maar veertien bent?

Dag lieve Red…

Categorieën
Verhalen van de berg

Echte moeders maken echte boodschappenlijstjes

‘Mam, jij bent geen echte moeder.’
Dat zegt mijn liefste dochter van veertien een paar keer per week tegen me, ik geloof dat zij er meer mee zit dan ik.

Echte moeders, in de definitie van Chaia (en wie ben ik om daaraan te twijfelen) ontdekken niet pas na maanden dat de scherpste messen die al zo lang kwijt waren, ‘gewoon’ tussen een stapel schoolboeken liggen. Die wapperen niet de mieren en pissebedden zo’n beetje naar de zijkant van het aanrecht voordat ze gaan koken. Die leggen geen servetjes neer naast de wc omdat het hen simpelweg niet overkomt dat het wc-papier op is met een huis vol gasten en de winkels dicht. Of dat er nog steeds kerstversiering op de spiegel hangt – inmiddels alweer lekker op tijd voor volgend jaar.
Nee, dan de moeder van Elena. Vol bewondering vertelt Chaia dat die om de dag een schrift pakt waar ‘compras’  (boodschappen) op staat. ‘En daarnaast ligt dan altijd een pen, die doet het ook nog. En dan maakt ze een keurig lijstje met echte boodschappen erop, zoals lejia (bleekwater)’.
Elena’s moeder checkt haar schriftje, controleert de voorraadkast en gaat naar de winkel. Daar koopt ze precies wat er op haar lijstje staat. Eenmaal thuis schrijft ze achter elke boodschap de prijs die ze heeft betaald, telt het op en zo is het ook haar huishoudboekje.

Vod

‘Maar Chaia, wij hebben óók zo’n schriftje.’
‘Bedoel je dit vod?’
Goed, het is nat – beetje te haastig het espresso-apparaat bijgevuld- dus de helft van de boodschappenlijst kan je niet lezen.
‘Alsof je dat anders wel kan.’
Tsja, ik schrijf inderdaad vaak zo snel en slordig, dat ik het zelf niet eens meer begrijp (stel dat ik dat lijstje überhaupt naar de supermarkt heb meegenomen).
Bovendien, zie ik nu, staan er schrijfaantekeningen tussen de boodschappen. Ik krijg in de keuken vaak de beste invallen en die moet ik dan razendsnel opschrijven. ‘Kattenvoer’ naast  ‘pas als hij weg is, merkt ze dat ze hem mist’. ‘Piñones (Spaans voor pijnboompitten), melk!!!’  naast  ‘iets met een geheim van haar ouders uit het verleden’.
In mijn parallelle supermarkt kun je de meest wonderbaarlijke dingen vinden.

Categorieën
Verhalen van de berg

Gedragen door vier handen

Ilco is de godfather en zo ziet hij er ook uit met zijn strakke witte pak en zonnebril. De cura is de man met de bijbel en de waterkan. En Izan is de baby om wie het allemaal draait.

Mocht je ooit uitgenodigd worden op een doopfeest in een Andalusisch dorpje, dan is dit de dresscode voor vrouwen: ultrakort, stijf en glimmend jurkje, matching tasje en matching schoenen met de hoogste hakken die je kunt vinden. Hoe open de neuzen van die schoenen ook zijn en al vallen de kerkzwaluwen van het dak van de hitte: daarbij hoort een vleeskleurige panty. En het haar geföhnd in ouderwetse pijpenkrullen.

Mini-bruidjes

Daar zitten we dan met zijn alleen opgedoft in de koude koepelkerk naar het monotone gezever van de cura te luisteren. Opstaan, zitten, opstaan, zitten, gedoe met hosties, het is vandaag ook nog de communie van Dunya’s halve klas: mini-bruidjes en jongens in matrozenpakjes, tollend van gewichtigheid.
Maar dan is eindelijk het moment van de doop. Ilco moet de kaars vasthouden en samen met de petemoeder en de ouders om het doopvont staan. De cura gooit een fikse plens water over Izan’s hoofdje, terwijl de ouders en de peetouders allemaal een hand op zijn lijfje houden.
En dan ben ik toch ineens getroffen door het beeld en de ernst van de situatie: een kind gedragen door vier handen.
Lieve kleine Izan, nu voor altijd een piepklein beetje Ilco’s zoon.

Gloriemoment

En doe ikzelf nog iets behalve alles en iedereen observeren vanaf een veilig afstandje? Ja! Ze hebben me gevraagd om de taarten voor het feest te bakken en daar ben ik -tussen alles door- dagen mee bezig geweest. Doodeng maar met een heerlijk gloriemoment als de oma van de familie na afloop persoonlijk op me af komt lopen.
‘Dat zijn heel goede taarten,’  zegt ze ernstig – ik krijg er een zoen voor.

Categorieën
Verhalen van de berg

Opa Snor in Afrika (revisited)

‘Ik had een angstdroom vannacht,’  zeg ik tegen mijn dochter. ‘Opa Snor kwam en ik had helemaal niks voorbereid; hij moest koude pasta eten.’
Ze kijkt me verwachtingsvol aan en ik begrijp dat mijn clou de hare niet is: dat ik bij mijn vader altijd alles perfect wil doen. Hij komt vandaag en ik wil zelfs die paar kleine wolkjes weg hebben uit de lucht, nu!
Het slaat nergens op (mijn vader zal de eerste zijn om dat te bevestigen) maar het is hardnekkig. Daarom -en omdat het best grappig is- voor deze keer een oud stukje opnieuw: Opa Snor in Afrika.

Januari 2008. Mijn vader komt op bezoek met zijn vrouw Anne, en omdat hij zich af en toe zorgen maakt over al onze avonturen, heb ik voor het eerst deze reis reserveringen gemaakt en een echte planning.
Dan breekt de oorlog uit in Kenya, zo’n beetje op het moment dat mijn vader er landt. De piloot waarschuwt iedereen om vooral zijn hotel niet te verlaten.
Terwijl de eerste doden vallen, gaan wij gewoon op safari. Op oudejaarsdag zitten we in een prachtige, maar totaal verlaten lodge waar alle feestelijke activiteiten zijn afgelast. Gelukkig heeft opa Snor zelf oliebollen meegenomen.
De dag erna krijgen we motorpech en opa Snor en Anne zoeken mee naar een garage. Uiteindelijk vinden we op een superlelijke plek iemand met een kist met onderdelen; daarbij zit -godzijdank- wel precies het onderdeel dat we zoeken.

Tsetse-vliegen

Als we uitwijken voor een kudde koeien rijden we achteruit tegen een andere auto op (gelukkig net verse dollars getapt…) en op de stenige vlakte van de Serengeti krijgen we voor het eerst deze reis een lekke band en daarna nog eentje. De zebra’s kijken toe hoe we prutsen met een kapotte krik en in het pikdonker komen we dan eindelijk bij de camping aan.
Die nacht hoor ik opa Snor streng optreden tegen een huilende hyena naast de tent – een beetje zoals hij vroeger ook onze honden commandeerde. En de volgende ochtend worden we allemaal wakker van een groep bavianen die krijsend op onze spullen dansen.
De “special campsite” die ik bij wijze van verrassing voor vijftig dollar per persoon heb gereserveerd, blijkt niet meer dan een vlag aan een prikkelig bosje, waar het wemelt van de tsetse-vliegen (ja precies, die waar je slaapziekte van kunt krijgen). De gewone campsite is gelukkig eigenlijk heel mooi en opa Snor neemt er een bushdouche (= water uit een emmertje over je heen gooien) want alles is nu wel heel erg stoffig.

Out of Africa

Maar in de Serengeti kan het niet misgaan, safariwise. Giraffen huppelen voorbij en nijlpaarden wentelen zich in het water, dat verderop felroze is van duizenden flamingo’s.
We nemen een klein weggetje en, net als Ilco zegt “hier kunnen we wel even de auto uit”  zien we een leeuwenfamilie met kleintjes.
Als we daar eindelijk wegrijden, houdt het pad op. Zomaar ineens.
Daar staan we dan, de enorme weidsheid van de Serengeti om ons heen. Geen gps, geen compas. We rijden urenlang door het niks, geen idee waar we uitkomen. Mijn vader neemt het vrij laconiek op, terwijl ik achter het stuur enorm zit te stressen. ‘Pippi Langkous zegt het ook: ergens kom je altijd. Toch? Toch?’
En dat is natuurlijk ook zo. We slapen tussen de masai-strijders met een uitzicht alsof voortdurend Out of Africa wordt gedraaid. En ’s avonds speelt opa Snor bij het kampvuur op zijn mondharmonica en alles is goed.