Anna van Praag boeken en verhalen
Categorieën
Verhalen van de berg

Facebookboeken

‘Masturberen of broodje smeren?’ Misschien wel de raarste post die ik ooit las – van een een vrouw die ik verder alleen via Facebook ken. Nog raarder: dat allemaal mensen haar daar serieus over gingen adviseren (‘Je hebt toch twee handen?…’).
Facebook is vaak zinloos en zeker verslavend, maar hier op de berg is het bovenal de koffiemachine waar ik ouwe kennissen tegenkom en nieuwe collega’s.
Bovendien heb ik er nu al twee boeken aan overgehouden.

Als het hagelt in Nederland, krijg ik dat een keer of twintig door via Facebook – als de zon schijnt nog ongeveer tien keer zoveel. Kinderen, poezen, zonsondergangen, je moet je er een beetje doorheen werken, maar dan kom je ook van alles te weten. Wie er nieuwe boeken hebben geschreven en hoe die boeken worden gerecenseerd of vertaald bijvoorbeeld. Er is iemand die een seksfeuilleton schrijft op Facebook, elke dag een aflevering (soms best goed) en mijn lieve vriendin J houdt ons dagelijks op de hoogte over haar veel te vroeg geboren kindje. Ik zag vorige week zelfs de eerste Facebook-foto van een dode; de vrouw zelf had de dag tevoren nog een laatste groet gepost (‘Stel niks uit, leef en heb lief…’).
Nee, dat is niet zinloos.

Gekoppeld

En terwijl ik worstel met mijn volgende jeugdboek dat de najaarsaanbieding zeker niet gaat halen en de voorjaarsaanbieding misschien ook wel niet, biedt Facebook mij stiekem fijne klussen tussendoor. Een jeugdfoto gedeeld door een illustratrice die ik nooit eerder had ontmoet, bracht ons in gesprek over iets wat nu zomaar een prentenboek dreigt te gaan worden – het verhaaltje is al af.
Een andere illustratrice werd op Facebook aan mij gekoppeld door een beroemde schrijver en dat leidde tot veel gemail, een ontmoeting, teksten en tekeningen… Met een beetje geluk wordt dat straks een graphic novel.
Dus tsja, als mijn man en kinderen soms roepen dat ik me gedraag als een junk (‘shit, al de hele dag niet gekeken, heb ik iets belangrijks gemist?’), dan kan ik altijd nog zeggen dat Facebook nou eenmaal enorm belangrijk is voor mijn werk. Toch?

Categorieën
Verhalen van de berg

Don’t be afraid now not anymore

‘Mom is home. Now you can open the door. Don’t be afraid now, not any more…’  Dat was het liedje uit een of andere rockfilm over de wolf en de zeven geitjes die ik als kind zag. Ik was er enorm door gefascineerd: dat veilige, dat warme… Maar ondertussen kwam die wolf toch.

En nu ben ik zelf moeder en het is misschien wel de lastigste paradox van het ouderschap: dat je ze niet tegen alles kunt beschermen.
Als je bijvoorbeeld denkt: ik hou mijn kinderen lekker ver weg van de boze buitenwereld, ergens tussen de olijfbomen waar toch nooit iets gebeurt, kom je bedrogen uit. Want hier is ook internet. En hadden de oudste twee vandaag ineens een gesprek met de guardia civil over een enge stalker die op de Spaanse chatsites al meerdere meisjes van de school had lastiggevallen.

Dansje

Ik hoor eigenlijk pas nu dat de stalker tegen de oudste heeft gezegd: ‘Willen jij en je vriendin dat aerobicdansje van gym misschien even bloot voordoen voor de webcam?’
Ze hebben hem keihard uitgelachen, maar toch. De politie heeft hem getraceerd: de ‘jongen van achttien‘  blijkt een 45-jarige werkloze metselaar uit een dorp verderop. Als we aangifte doen, pakken ze hem op. Maar dat wil de vriendin van mijn dochter niet, die durft het niet aan haar ouders te vertellen. Je zou er zo een dramatisch chicklitboekje over kunnen schrijven.
En dan hebben we dus ook nog de dievenbende. Het was zelfs op de Andalusische tv: ‘Montefrio wordt geteisterd door een dievenbende en iedereen is bang.’
‘Gelukkig hebben we een hond,’  zeg ik, voor het eerst blij met de altijd blaffende zwerfhond voor de deur.
Maar Chaia zegt zuchtend: ‘Die schieten ze meteen dood hoor, ze hebben pistolen.’
Goed, dieven met pistolen dus, en soms binden ze de bewoners van het huis vast terwijl ze de computers, geld en telefoons meenemen.
‘Mam, ik vind het eng.’

Bang

En dat je dan zo verschrikkelijk graag wilt zeggen: ‘Mama is er, je hoeft niet bang te zijn, nooit meer.’
Maar dat je weet dat zij inmiddels ook heus wel weten dat sprookjes niet bestaan.
Niet van die dievenbende zelf, maar van die gedachte…. daar lig ik soms wel van wakker.

Dit liedje dus:
http://www.youtube.com/watch?v=jtstIaOWPTY

Categorieën
Verhalen van de berg

Er is een plek…

Er is een plek aan de oevers van de Bosporus, pal onder de brug met de duizend lichtjes. Daar zitten mensen op bankjes en lage krukjes thee te drinken, te praten en te lachen. Er speelt altijd wel iemand op een gitaar – heel erg goed – en soms wordt er meegezongen. Stoere meiden imponeren hun vriendjes bij het water door zoveel mogelijk dobberende ballonnen kapot te schieten. Viskatten sluipen tussen alles door en maken reusachtige schaduwen in het maanlicht. Overal ruikt het naar  verse wafels die de hele nacht door worden gebakken, en naar gepofte kastanjes.
Daar, aan de voet van die lange, lange brug, zitten zwartgesluierde ‘vleermuisvrouwen’  naast westerse meiden en jongetjes in witte pasja-pakjes naast tandeloze opaatjes.
Niets hoeft en alles mag en niemand gaat er ooit slapen.

Bruiden tellen

Daar denk ik aan als ik in het vliegtuig zit, terug naar Spanje. Als ik land in de grauwe mist en mijn telefoon meteen begint te piepen: ‘mam, kan je me zo-en-zo-laat daar-en-daar ophalen?’ Als twee lieve Spaanse meisjes mij op de schouder tikken en me in zwijgend meeleven een pakje blarenpleisters geven – goed, het begint dus te tonen: vier dagen op die hakken.
Er zijn meer stukjes Istanbul die ik meeneem. Zoals de boekwinkels, die precies zijn zoals in mijn dromen: bruisend en vol muziek. Je kunt er echt goeie koffie drinken en lekker zitten in zachte stoelen. De boeken staan overal en daaromheen staan weer cd’s, het zijn verdwijnwinkels waar de liefde voor boeken vanzelfsprekend is en lezen het fijnste dat er bestaat.
Een weekendje bruiden tellen gaf een score van (ongelogen) 22. Bruidjes flanerend voor een moskee, voor vijvers, voor de bloeiende bougainvilla.
Ik onthoud ook hoe feestelijk het is om ergens te zijn waar geen crisis is en waar genieten een kunst is die schijnbaar iedereen verstaat. Overal ATM’s en allemaal zijn ze in gebruik. Overal de geur van lekker eten. Broden vers uit de houtgestookte oven, gevulde pizaatjes liefdevol in elkaar gedraaid door Koerdische vrouwtjes, granaatappelsap van een stalletje dat veel paarser en zoeter is dan dat in Spanje. Geroosterd lamsvlees.
En als ik ooit nog eens mopper op de beperkte keuze aan (seizoens)groente in mijn Spaanse dorpje, hoef ik alleen maar in herinnering te roepen wat de Turken alleen al allemaal kunnen doen met een simpele aubergine.

Dievenbende

‘Mam! Er is nog steeds een dievenbende actief in Montefrio. Ze hebben ingebroken in het café en de biertap meegenomen. En nu zijn ze zelfs in het convento geweest – weet je wat ze daar hebben gestolen? De omslagdoek en de kroon van de Maagd!’
Mijn dochters zijn diep verontwaardigd en zelfs een beetje bang. ‘En de Guardia Civil doet helemaal niets.’
Gauw herhaal ik in gedachten mijn nieuwe mantra: Er is een plek aan de oevers van de Bosporus, pal onder de brug met de duizend lichtjes. Daar zitten mensen op bankjes en lage krukjes thee te drinken, te praten en te lachen….

Categorieën
Verhalen van de berg

Turkish delight

Ik ben ontsnapt. Helemaal naar Istanbul.
Ilco en ik ontmoeten elkaar (ik uit Malaga, hij uit Ljubliana – ik weet niet eens hoe je het schrijft) ‘s avonds op het grote Taksim plein. Dat is net zoiets als afspreken bovenop het Empire State Building.

De kleur van de hoofddoek

Mama shelter, zo heet het hotel dat Ilco heeft geregeld. Een hotel om juist even géén moeder in te zijn – zelfs niet van mijn eigen moeder.
Istanbul is de stad waar MasterPeace straks zijn grote finale gaat beleven. En het is zo cool om hier te zijn met Ilco die inmiddels feilloos weet waar je de lekkerste baklava kunt krijgen, de hipste schoenen, waar het meest romantische restaurant zit en de niet-ranzige disco’s. Hij snapt de metro, de bussen en de tientallen veerboten en dus hoe deze gigagstad met 18 miljoen inwoners  in elkaar zit. Ik ben helemaal bedwelmd van bewondering. Zelfs de mensen snapt Ilco en hij legt me dingen uit als hoe je aan de kleur van haar hoofddoek kunt zien op welke partij een meisje stemt.
Istanbul is een soort brain orgasm voor wie snakt naar stadse prikkels. Vergeet iedere Europese stad, denk Rio, Kaapstad. Zo onvoorstelbaar veel dingen te koop en overal de oevers van de Bosporus waar een onophoudelijke stroom mensen zit te eten, te vissen, te kletsen. Heel veel muziek, heel veel dansen gewoon op straat. We drinken zoete kopjes koffie die aan verre reizen doen denken. En dan zitten we weer heel lang op de kaderotsen waar alle Turkse stelletjes flaneren, kijkend naar de constante stroom cruiseboten, vrachtschepen, veerboten, jachten.
En dat hele Istanbul doe ik – even for the record – op tien centimeter hoge stilettohakken.

Clowns

Alles hier is extreem. Daarom is het zo fijn – maar niet alleen. We belanden bij een mini-demonstratie van de vakbond. Daaromheen staat een gigantisch ME-cordon (drie keer zoveel agenten als de demonstranten) met overvalwagens en enge kanonachtige dingen. ‘Opzij, opzij!‘  schreeuwen de politiemannen en beginnen met een megatank dwars door dat piepkleine demonstratietje heen te rijden, waar een dappere woordvoerder net onversterkt een petitie voorleest. Ik kijk bezorgd opzij, twintig jaar geleden zou Ilco NIET opzij gaan. Nu doet hij dat wel, mijn MasterPeace-man, maar met moeite. ‘Ook dit is Turkije.’
Later zien we nog een andere demonstratie, middenin de grote winkelstraat. ‘Lesbo’s’  weet Ilco. ‘Ook nog steeds zo’n issue hier.’ Dit protest mag dan dus kennelijk wel – maar de vrouwen zijn dan ook allemaal onwijs grappig verkleed met pruiken en rode clownsneuzen terwijl ze met een onhandig soort fanatisme rammen op grote gekleurde trommels en tamboerijnen.

Categorieën
Verhalen van de berg

Concierto Andaluz

Bloem mag het beeld van de heilige dragen en Chaia danst de flamenco. Mijn moeder schrijdt achter de muziek aan alsof ze nooit iets anders doet dan meelopen in processies.
En ik? Ik zwik door de klei op mijn gouden schoentjes.

Het is het valleifeest van de lokale boerenheilige. We zijn er nu voor het vierde jaar en weten precies hoe het gaat: de processie door de weilanden, de sevillana dansen bij het kapelletje, een enorme pan paella en veel bier. Ik heb het ook uitgebreid beschreven in mijn boek Kom hier Rosa.
Waarom voel ik me dan nog steeds een passant, een toeschouwer?

Costalero

Misschien komt het door mijn moeder, die zwaar aan me hangt. Ik heb koekjes voor haar meegenomen, anders vraagt ze elk uur om eten. Ik heb ook gezegd dat ze moest plassen voor we weggingen. Toch informeert ze na een halfuur al al naar de wc.
‘Die is hier niet mam. Als je echt moet, dan ergens achter een olijfboom.’
Dat vindt ze hilarisch.
Maar nog leuker vindt mijn moeder het om achter de muziek aan te lopen. Processiemuziek is slepend en vals. ‘Dat is juist karakteristiek,’  zegt Ilco, ‘Luister Miles Davis’ Sketches of Spain er maar op na. Die liet zich er expres door inspireren.’
En al die tijd schuifelen we door het niks, in de wind en de zon: een lange rij dorpelingen, bestaande uit ernstige muzikanten, zingende oude vrouwen, opgetutte kinderen en boeren met glimmend gepoetste schoenen. De costaleros (waarvan de oudste dochter er dus eentje is) dragen de beelden en bewegen ze traag heen en weer op het ritme van de muziek, alles even plechtig.
Mijn moeder -die normaal steeds even moet rusten- kan er geen genoeg van krijgen en loopt de volledige processie uit (en ik dus ook).
‘Want als deze dag voorbij is, is alles voorbij. Dan moet ik weer terug naar Amsterdam. Maar ik zal mijn pyjama bij je achterlaten.’

Bedwelmd

En ja, dan raak ik uiteindelijk ook bedwelmd door de muziek. Het lange lopen in die slepende cadans, met mijn wiebelmoeder stevig aan me vastgeklonken, vervult me met een onpeilbaar soort droefheid – alsof we met zijn allen iets of iemand ten grave dragen.

Categorieën
Verhalen van de berg

Vies

‘Een ding een ding een vrouwending. Met haar erop en een gat erin.’
Triomfantelijk kijkt mijn moeder om zich heen, we zitten net idyllisch allemaal buiten te eten aan de lange tafel.

Zat ik op dit blog laatst nog te koketteren met hoe grof ik kan zijn? Mijn moeder overtreft me royaal. En hoe grover zij is, hoe tuttiger en preutser ikzelf word.

De zachtheid zelve

Vroeger was mijn moeder de zachtheid zelve, heel genuanceerd ook en fatsoenlijk. Het hoort bij de kortsluiting in haar hoofd: dit praten over poep en plas en ‘lekkere kontjes’. Een regressie om met mededogen en compassie tegemoet te treden, ik weet het. Ik heb vriendinnen die zo omgaan met hun moeders: die moeder is dan gewoon een lief, extra kind erbij.
Wat ook kan: er op een liefdevolle manier om lachen, er een grapje van maken. Dat doet Ilco en dan lacht mijn moeder heel hard terug. Het is hier vaak een vrolijke boel dezer dagen.
Maar het punt is: ikzelf kan er niet zo goed om lachen.

Neuriën

Mijn dochters proberen nog wel eens serieus het gesprek aan te gaan. Vooral Dunya zegt dingen als: ‘Oma, zulke dingen moet je niet zeggen, dat is vies.’ Maar dan wordt mijn moeder boos. ‘Hoezo vies? Het is gewoon…’ En dan volgen steevast nog veel ergere details.
Ik stop mijn oren dicht. Heel kinderachtig hoor ik mezelf steeds zachtjes neuriën om maar niet verder te hoeven luisteren.
‘Het ontglipt me,’  zegt mijn moeder ook af en toe. En zo is het natuurlijk: ze verliest af en toe de controle over wat ze zegt en dat is al verdrietig genoeg. Maar die ontluistering maakt me dus eerder boos dan verdrietig.
Overigens valt zelfs Dunya stil bij oma’s raadsel over het ‘vrouwending’ en we kijken allemaal een beetje gegeneerd naar ons eten.
Het antwoord is ‘een mof’.  Mijn moeder moet er zelf erg om lachen.

Categorieën
Verhalen van de berg

Drie stewardessendoosjes vol

‘Ik weet even helemaal niet waar het over gaat,’  zegt mijn moeder een paar keer per dag.
Ze logeert tien dagen bij ons op de cortijo, waarschijnlijk voor het laatst. Het is groot en veel voor haar om uit haar vertrouwde tehuis te zijn.

We houden oma strak in de gaten want af en toe gaat ze zomaar aan de wandel en dan is dit huis ineens een doolhof vol rare hoekjes en griezelige trapjes.
Ook ‘s nachts gaat het gestommel door. Volgens Bloem (die haar badkamer met oma deelt) gaat ze zeker twintig keer per nacht naar de wc.
‘s Ochtends begeleidt Dunya haar naar het ontbijt: ‘Steun maar op mij, oma.’

Koffie met een plakje worst

Het is mijn grootste angst: kortsluiting in je hoofd. Tien keer binnen een uur dezelfde vraag stellen.
‘Heb je lekker geslapen?’
‘Ja hoor mam.’
‘Mooi. Heb je lekker geslapen?’
‘Ja dat zei ik toch net.’
‘O, sorry. Waar is hier ook alweer de wc? O ja, En schat, heb je lekker geslapen vannacht?’
Verder is het extreem associatief denken wat mijn moeder doet. Vaak snap ik haar toch, kan ik de bruggetjes zelf maken, omdat ik weet: dit doet haar denken aan vroeger, toen… Of aan die en die persoon of deze situatie.
Soms is het grappig. ‘Wil je iets bij de koffie mam?’ ‘Ja, een plakje worst graag.’
En soms gewoon onbegrijpelijk. ‘Ik heb zoveel oorbellen,’  zegt ze. ‘Drie stewardessendoosjes vol.’
Ik zie dat Bloem net als ik bij dat woord blijft haken. ‘Wat voor doosjes, oma?’
‘Stewardessendoosjes,’  snauwt mijn moeder – alsof wij domme kinderen zijn die werkelijk niets begrijpen.
Dus nu probeer ik me dat woord eigen te maken. Ik denk dat ze KLM-blauw zijn, die doosjes, of misschien heel licht. En dat je er ook heel goed make up in kunt bewaren.

Categorieën
Verhalen van de berg

‘t Is Moeke!

Vandaag is mijn oudste dochter jarig en dat betekent dat ik al zestien jaar moeder ben. Zestien jaar! Moeder – ik!

Een moeder… dan denk ik toch altijd aan ‘Moeke’  uit De geheime tuin: altijd lief (fail), altijd warm (fail), plaatst haar kinderen voor alles (fail), altijd vrolijk (fail), mollig en rond (fail, ha!), en ze koestert alle maar dan ook alle kinderen die op haar pad komen (dubbel fail). Alleen al haar aanblik vervult die kinderen -wel en niet haar eigen bloed- met een opgewonden, gelukkige blijdschap: ‘’t Is Moeke!’

Oud-Hollandsch

Moeke is vast geen schrijver en dus ook nooit chagrijnig, afwezig, ongeduldig. Ze kan vast niet, zoals ik, beter schelden en grover uit de hoek komen dan haar kinderen. Eerlijk gezegd ben ik een stuk minder braaf dan mijn dochters. En opvoedkundige  basisprincipes als ‘consequent zijn’ heb ik heel lang geleden al opgegeven.
Bij deze geef ik dan ook mijn stabiele, stralende dochter zelf en haar stabiele vader alle credits (of goed dan, bijna alle) voor dat Bloem zo leuk en bijzonder is als ze is.

In het licht hiervan is het vrij bizar dat er deze week een boek uitkomt over moederschap, waarin ik als evaringsdeskundige word opgevoerd. In eerste instantie ging het interview over ‘lef’, dat durfde ik wel aan. Maar stiekem is het boek van karakter veranderd en nu heet het ineens Moeder de vrouw en is het een soort zelfhulpboek voor moeders geworden (strategisch vlak voor moederdag in de winkel).
Stiekem ben ik wel opgelucht dat ik niet bij de covershoot kon zijn. Zoals Paulien Cornelisse een keer schreef: ‘Moeder de vrouw’ klinkt extreem oud-Hollandsch, ik visualiseer er ook meteen een schort bij, en tien blonde kinderen.’
Inderdaad, Moeke! Die hadden ze moeten interviewen…

(over Bloem zelf schreef ik hier een weekje geleden al een stukje:
http://www.annavanpraag.nl/2013/04/ik-noem-haar-vlinder/).

Categorieën
Verhalen van de berg

Brand!

‘Mam, mam, de school staat in brand,’  gilt mijn dochter door de telefoon. ‘Er is overal rook en brandweer en mijn tas ligt nog binnen.’
‘O wat een toestand,’  hoor ik mezelf verstrooid zeggen – kampioen als ik ben in secondair reageren.

Stroom. Voor jullie zo vanzelfsprekend, voor ons in Spanje best bijzonder.
Twee dagen geleden was het het weer zover, heel Montefrio zonder stroom. Ik moest eigenlijk naar de tandarts, maar die stond beteuterd met zijn dode boor te zwaaien. Dan maar stomme belastingzaken afhandelen, dacht ik nog voortvarend. Dat werd uiteindelijk een gesprek op straat met wapperende papieren want binnenin het kantoortje was het te donker. Alleen de enige groenteman van het dorp toonde zich een ware ondernemer: buiten op het stoepje stond een vooroorlogse generator te ronken.

Voetbalfluitje

Het duurde de hele dag en ook de school had er last van. De digiborden deden het niet en ook de rolluiken bleven omhoog, zodat het felle licht ook de gewone schoolborden onleesbaar maakte. De concierge liep rond met een voetbalfluitje om het einde van iedere les aan te kondigen.
En vandaag ging het dus weer mis. De stroom verdween, kwam terug, verdween weer en sprong toen weer aan – en toen sloegen alle stoppen door en ontplofte de meterkast.
De vlammen sloegen eruit. Helaas was pal ernaast een opslagplaats voor kartonnen dozen.
De rook dreef de klassen stuk voor stuk en in totaal willekeurige volgorde naar buiten, Bloems klas – helemaal bovenin- het laatste. De kinderen werden ver weg van de school gedreven. Pas minuten later kwam Bloems vriendin Amy er nog aan, snikkend. Ze had zitten lezen, ineens keek ze op en was iedereen weg, overal rook.

Sjaal

Ik krijg naar vuur stinkende kinderen thuis, zonder jassen en tassen en probeer halfslachtig nog wat echte nazorg te geven. ‘Zijn jullie erg geschrokken?’
Gelukkig zijn het stoere meiden.‘We renden door die witte rook, konden niks meer zien. Het stonk enorm. Mijn sjaal, dacht ik, in films doen ze die altijd voor hun mond. Dat heb ik altijd al eens willen proberen. Het werkte, andere kinderen gingen het ook doen.’
Van de school hoor ik verder niks. ‘De muzieklerares zei nog wel: we moeten een evacuatieplan gaan maken. Voor als de stroom weer ontploft.’
Maar voorlopig, vermoeden we, zal de stroom wel niet hersteld worden. De school heeft niet eens geld voor basale schoolspullen. En zonder stroom gaat het ook, toch?

Categorieën
Verhalen van de berg

Is Willem Alexander een echte man?

Ik heb Willem Alexander ooit nog eens een liefdesbrief geschreven. Dat was ongeveer in diezelfde tijd dat ik ook Little Jimmy Osmond een liefdesbrief stuurde, ik vermoed dat ik een jaar of zes was en, echt waar, ik was behoorlijk verliefd. Op allebei.

Neem even de tijd om onderstaand filmpje van Jimmy Osmond te bekijken en het valt op dat ik in die tijd een duidelijke smaak had qua jongens:  frisse, bolle, niks-aan-de-hand jochies. Dat is Willem Alexander natuurlijk nog steeds. Maar zou hij -nog los van uiterlijk- voldoen aan de ‘twaalf criteria voor een echte man‘ die ik inmiddels heb verzameld? Die lijst is deels samengesteld op informatie van vriendinnen, maar uiteraard ben ik er zelf helemaal verantwoordelijk voor. Lees, check en huiver.

De twaalf criteria voor een echte man

Een echte man moet:

  • precies de goeie muziek op kunnen zetten op het goeie moment;
  • je op kunnen tillen, figuurlijk en letterlijk;
  • een perfect vuur kunnen maken, zowel binnen als buiten;
  • als hij zich uitkleedt niet zijn sokken als laatste uitdoen;
  • een pannenkoek in de lucht om kunnen gooien;
  • niet te veilig autorijden en zeker nooit met een bakfiets worden gesignaleerd;
  • een wijnfles open kunnen maken als er geen kurkentrekker in de buurt is (en ook geen schroefdop);
  • niet te huilerig doen over zijn ex;
  • een stroomstoring in huis voor je op kunnen lossen, net als een lekke band van je auto;
  • echt lekkere soep kunnen maken;
  • nooit en te nimmer een washandje gebruiken en sowieso zoveel mogelijk met zijn handen doen;
  • snappen dat jij alles maar dan ook alles bespreekt met je vriendinnen en daar verder niet teveel over nadenken.

Goed, dit lijstje (aanvullingen zijn welkom) zegt vast meer over mij dan over  de gemiddelde man. Maar toch, wat zou de nieuwe koning scoren als we hem langs deze meetlat zouden leggen? Geen voldoende, vrees ik.
Dus het is maar goed dat hij mijn brief nooit beantwoord heeft – en ik had er nog wel zo’n schattig fotootje bij gedaan.

Het Jimmy Osmond filmpje:
http://www.youtube.com/watch?v=YriPIujLtsA