Anna van Praag boeken en verhalen
Categorieën
Verhalen van de berg

Kippensoep in de nacht

‘Jij zou je heel goed moeten verstoppen mam, als het nu weer de tweede wereldoorlog was. En ik zou bij het verzet gaan. Er zaten ook kinderen bij het verzet, weet je dat?’

Mijn oudste dochter en ik zijn een paar dagen alleen thuis, wat vrij bijzonder en vrij heerlijk is. Ilco is in Istanbul grote dingen aan het doen voor de wereldvrede en omdat het hier paasvakantie is, zijn de jongste twee op paardenkamp.
Bloem en ik hebben meteen een soort studentenleven met aankleden wanneer we willen en eten wanneer we willen (veel kippensoep, want ik heb een beetje teveel gemaakt, macht der gewoonte) en vooral heel veel schrijven (ik) en lezen (Bloem).
Op school is Bloem bezig met de tweede wereldoorlog en ze wilde Schindlers List kijken. Dus dat deden we gisteravond. Ik was vergeten hoe lang die film was en ook hoe naar. Die rokende ovens. Dat kind in het rode jasje en dat ze dan toch doodgaat. De blote vrouwen die denken dat ze vergast worden. Die commandant die onophoudelijk enge machtspelletjes speelt met zijn joodse minnares…

Geïnteresseerd

Toen ik zo oud was als Bloem, had ik me volledig geïdentificeerd met Anne Frank. Nog steeds ken ik hele passage van haar dagboek uit mijn hoofd. Toen ik eenmaal snapte dat het echt waar was van die tig miljoen dode joden, werd ik in één klap volwassen. Ik huilde bij alle oorlogsfilms tranen met tuiten en worstelde, jong als ik was met dilemma’s als ‘Zou ik een moffenhoer worden als ik daarmee mijn leven kon redden?’ (nee, dacht ik toen).
Zo niet mijn dochter. Terwijl ik slik en snik en op een gegeven moment gewoon boos word van zoveel ellende in één film, zit zij alleen maar heel geïnteresseerd te kijken. ‘Gaat het?’  vraag ik af en toe. Waarop zij vrolijk knikt. ‘En snap je wel wat…?’  ‘Ja hoor, nu scheren ze alle vrouwen kaal. En nu kiezen ze de mooiste vrouwen uit en die moeten dan met de soldaten mee.’
Hm.
‘Ik zie er helemaal niet joods uit, mam, dus ik zou prima in het verzet kunnen,’  zegt ze dwars door de zionistische eindmuziek heen. Ikzelf ben inmiddels weer helemaal dat meisje dat dweept met de oorlog en zo gemanipuleerd door Steven Spielberg dat ik eigenlijk meteen mijn joodse kippensoep weer wil gaan opwarmen.
Ondertussen bedenkt Bloem hardop wat ze in dat verzet zou kunnen doen en hoe ze iedereen zou misleiden. Ik kijk goed naar haar, maar echt, ze is nog precies even onverschrokken als voor die rotfilm begon.
Ik denk dat ze op haar vader lijkt.

Categorieën
Verhalen van de berg

Voor de kat z’n k*t

Alle mooie dingen zijn weerloos. En zinloos. Tenminste, zo voelt het vandaag.

Een van mijn allerliefste vriendinnen is actrice – en een goeie ook. Ze heeft al jarenlang een droom om zelf een voorstelling te maken. Het verhaal groeide en groeide in haar hoofd totdat het echt onontkoombaar was geworden.
Uiteindelijk ging ze aan de slag. Ze schreef het verhaal op, versie na versie en bouwde de voorstelling helemaal zelf op, uit niets. Op haar enthousiasme en oerkracht kreeg ze vormgevers mee, technici grimeurs, een theaterdirecteur die haar een podium bood. Alles regelde ze zelf, tot de publiciteit en boekingen aan toe.

Gevecht

De voorstelling kwam er – een echt labour of love. Ik heb nog nooit zoiets gezien. Mooie recensies. Mensen die lachen en huilen, tegelijk en door elkaar heen.
Tenminste – als ze komen.
Want daar zit het probleem. Mijn vriendin werkt nog steeds elke dag keihard aan publiek. Elke dag!  Ze belt, ze blogt, ze flyert, ze smeekt, ze gaat zelfs de straat op. Ze is er fulltime mee bezig. En dan zitten er weer twintig mensen in een zaal voor honderd, waarvan voor een deel ook nog bekenden.
‘Hoe lang hou ik het nog vol? Ik weet het echt niet’  schreef ze vandaag in een mail aan een paar vriendinnen. Er staan meer heftige woorden in die mail, woorden als ‘verdriet’  en ‘gevecht’.

Verramsjt

De mensen zijn gek, geloof ik. Ze zouden in de rij moeten staan voor zo’n mooie, bijzondere voorstelling.
Je moet er eigenlijk niet teveel over nadenken, maar vandaag doe ik het toch want ik ken het zo goed. ‘Word nooit kinderboekenschrijver als je rijk wilt worden’  zeg ik vaak op scholen. Ik bedoel eigenlijk: je mag je handjes dichtknijpen met drieduizend verkochte boeken. Drieduizend – wat is dat nou voor belachelijk klein aantal?! Er wonen miljoenen kinderen in Nederland, wat voor stomme dingen doen die dan allemaal met hun tijd en hun geld?
Mijn sleutelboek Nooit meer lief dat nog maar twee jaar oud is, wordt nu alweer verramsjt en dat moet ik notabene op internet lezen. Dat zijn van die momenten dat  de moed je in de schoenen zinkt en je echt even helemaal niet meer begrijpt hoe de wereld in elkaar zit.

Update

En nu het happy end. Ik schreef dit stukje vannacht en vanmorgen…. vijfsterren megagrote recensie voor de voorstelling van mijn vriendin in de Volkskrant en zelfs een zinnetje op de voorpagina. Als dat publiek nu niet komt…

Categorieën
Verhalen van de berg

Bilitis

Sommige mensen blijven maar opduiken in mijn boeken. Zo betrap ik mezelf er dezer dagen ineens op dat ik de muziek van Bilitis loop te neuriën, hoe diep kan je zinken? En dat komt dus door S.

S. was een soort vriendin van me toen ik een jaar of twaalf, dertien was. Zij was twee jaar ouder en wist alles van seks. Dat vond ik super smerig – en tegelijkertijd enorm fascinerend.
S. kon door een of ander steegje lopen en dan ineens peinzend zeggen: ‘Het ruikt hier naar sperma.’
Ja, knikte ik dan al net zo ernstig, en sloeg snel alle geuren daar op in mijn geheugen. Een volgende keer zou ik het ook meteen herkennen en er iets van zeggen (En echt, dit is even een gênante ontboezeming tussendoor, ik heb het gedaan. Tegen een schattig vriendinnetje uit het niets heel vrouw-van-de-wereldachtig zeggen: ‘Het ruikt hier naar sperma’.  Geen idee of dat ook echt zo was, maar het maakte wel indruk, geloof ik).

Soft focus

S. sleepte mij mee naar feestjes en jongens waar mijn eigen dochters van mij absoluut niet naar toe zouden mogen – en waar ikzelf vast ook niet heen mocht van mijn moeder. Ik herinner me dat ik een keer totaal verkrampt op een achterbank van een auto zat, terwijl S voorin met een jongen de meest wilde dingen aan het doen was. Ik wilde wel weg, maar dat kon niet, het was een driedeursauto.
Het was de tijd van David Hamilton. Dat was een Fransman die foto’s maakte van mooie meisjes van mijn leeftijd in de zon, halfnaakt en soft focus. Op een of andere manier misten mijn schoolvriendinnen en ik totaal het erotische aspect daarvan en we hingen posters van die foto’s op in onze slaapkamer en stuurden elkaar David Hamilton-kaarten; dat vonden we ‘romantisch’.
Ook S. had overal David Hamilton op haar kamer hangen. Er was ook een poster bij van een film die -heel interessant-  Bilitis heette.
‘En daar is deze muziek van,’  zei S. Ze pakte een cassettebandje met een of ander synthesizernummer dat me totaal hypnotiseerde.
‘Geweldige film. Heb je hem gezien?’  vroeg S. En toen ik beschaamd nee schudde, zei ze: ‘O dus je gaat nooit naar pornofilms?’

Zinnetje

Nooit vergeten, dat zinnetje. En S. zelf ook niet, die blijft ook maar rondspoken in mijn boeken. Het enige dat gelukkig wel is veranderd, is mijn muzieksmaak. Super irritant dus, dat goedkope synthesizermuziekje in mijn hoofd de hele tijd.

Categorieën
Verhalen van de berg

Lorca vs Glee

Ik was altijd zo blij dat er in Montefrio maar één school was. Dan heb je niet al dat lastige kiezen en gedoe van Nederland. Alle kinderen gaan hier gewoon naar dezelfde middenschool. Maar ja, inmiddels is Bloem bijna zestien en moet oersaaie definities leren uit hele oude lesboeken, temidden van kinderen voor wie Montefrio de hele wereld is – en zal blijven. Dus die verveelt zich.

Daarom gaan we op een andere school kijken, in Granada. Het is een mooi oud gebouw met marmer en zuilen, middenin het oude centrum.
‘Kijk, hier zijn tenminste jongens met lang haar,’  wijs ik. ‘De meisjes hebben hun haar niet zo tuttig stijl geföhnd. En ze dragen hier geen trainingspakken.’
Bloem gluurt langs de leraren (baardige intellectuelen in truien) de lokalen in. ’Ze hebben hetzelfde oude lesmateriaal als wij. En zie je hoe armoedig de klassen zijn ingericht?’
Natuurlijk zie ik dat, het blijft een publieke school in Spanje. ‘Maar dan zit je wel op de school waar Garcia Lorca zelf ook op heeft gezeten,‘  zwijmel ik.
Bloem draait zich om. ‘Jij houdt van oude dingen, jij hebt zelf op de Sorbonne gezeten. Maar ik wil niet voor niets in Amerika studeren.’

Sexy schooluniformen

En dus rijden wij een paar dagen later door de vage outskirts rond Granada op zoek naar het Granada College, een privéschool, die Bloem zelf heeft gespot op internet. We verdwalen in de ene urbanizacion muerte (spookstad) na de andere, komen zelfs langs een enorme verlaten school waar geen enkel kind meer te zien is en het is dat ik de weg terug niet meer weet, anders was ik er allang mee opgehouden.
Maar dan ligt daar ineens, middenin een oase van groen en besneeuwde bergen een school van Glee-achtige allure. Tennisbanen, wandelparken met bankjes en bloemen, een zwembad. Binnen is een reusachtige eetzaal, een schoolpsycholoog en een eigen schooldokter. Overal picture windows naar die bergen en dat groen. En kinderen van allerlei nationaliteiten, in strakke, best sexy schooluniformen. Zelfs bij gym is de voertaal Engels en alles ademt dynamiek en succes.

Een behoorlijk leuke school

Deze keer probeer ik wel met Bloems ogen te kijken en ja, ik snap het. Dit is een behoorlijk leuke school.
Maar ja, wel een dure. En om er te komen zou ze elke dag anderhalf uur heen en anderhalf uur terug moeten reizen.
Bovendien, sinds ze de wificode van de school hebben gekraakt en met de hele klas in een whatsapp-groep zitten, is het schoolgaan hier in Montefrio ook een stuk gezelliger geworden, geloof ik.
Dus nu hebben we het hier ook ineens. Schoolkeuzes, schoolgedoe.

Categorieën
Verhalen van de berg

Griezeltrein

De trein was het decor van een horrorfilm geworden, inclusief opspattend bloed en gillende figuranten.
Het ene moment zit je nog dromerig naar buiten te kijken, plaatjes van sneeuw en koeien – het volgende moment staat de trein met een ruk stil en rennen er paniekerige conducteurs voorbij.

Nazorg

Het was dus een ‘aanrijding met persoon’  zoals iedereen van de NS het hardnekkig noemde (zouden ze daarop getraind zijn?) en de coupé waarin ik zat, was zo’n beetje eersterang. ‘Er liggen overal delen‘  zei de conducteur streng  tegen een argeloos meisje van een jaar of achttien dat vroeg of ze mocht uitstappen. ‘We gaan zo dadelijk weer rijden, zo dadelijk weer rijden‘  gilde de andere conducteur de hele tijd in shock. Een ouder echtpaar barstte in tranen uit, terwijl anderen heel nuchter de planning in de gaten hielden: ‘Ze zeggen wel dat we nu twee uur oponthoud hebben, maar wie zegt dat dat niet meer wordt? En komen er nou wel of geen bussen, waarom is de informatie zo tegenstrijdig?‘
Uiteindelijk ging het nog heel snel en efficiënt. Brandweerwagens, politie, de machinist die werd vervangen, net als de conducteurs. Er kwam zelfs een nazorg-team in onze coupé. ‘We zijn hier om met u te praten. Wie wil er praten?’ Ze hadden speciale kaartjes voor ons bij zich met telefoonnummers als we daarna nog meer wilden praten. Even waren wij in onze coupé enorm saamhorig. Met het oudere echtpaar voerde ik diepgaande gesprekken over dood en verlies.
Maar zodra de trein weer ging rijden – met een andere machinist- werd het al minder. En toen we moesten uitstappen in Amersfoort vond ik het eigenlijk vervelend dat we als een soort speciale groep werden omgeroepen: ‘Voor de mensen die net zijn aangekomen met de vertraagde trein uit… wacht nu nog een andere trein in de richting…’  Iedereen haastte zich zwijgend een andere kant op.

Routine

En nu ben ik terug in Spanje en realiseer me hoe anders zoiets hier zou gaan. Ik bedoel niet dat we amper treinen hebben. Ongelukkige mensen verhangen zich hier aan een olijfboom, zoals laatst die eenzame boer in Montefrio. Maar dan is het zijn vader die hem van de boom haalt, samen met de buurman, en het hele dorp dat naar de kerk komt om afscheid te nemen.
In het volle, verstedelijkte Nederland zijn rouw, ongeluk en ziekte extreem geïnstitutionaliseerd, die kunst verstaan we tot in de perfectie. Zo’n NS schijnt de afhandeling van ‘aanrijding met persoon’  zo’n tien keer per week te doen. Dan wordt ook dat routine.
Terwijl hier: de familie, het dorp, de kerk.

Categorieën
Verhalen van de berg

Sprookjes die onwaar zijn

Een tijdje geleden schreef een Turks meisje op mijn site dat ze een klacht tegen me wilde indienen. ‘Deze schrijfster discrimineert’.  Het ging over Vossenjacht en ze had duidelijk de quintessence van het boek gemist. Toch werd ik er best pissig van. Discrimineren, ik?!
Maar vandaag betrap ik mezelf ineens op een behoorlijke intolerantie.

Ik ben op een kort, bijna stiekem, bezoek in ijzig Nederland en bij een van mijn lievelingsbibliotheken: die in de Haagse Schilderswijk. Meestal kom ik namelijk vooral in verre vinexwijken bij witte kinderen die allemaal dezelfde H&M truitjes aan hebben en die schrikken als ik een woord als ‘gelul’ gebruik. Vandaag in Den Haag vroeg een van de kinderen wat voor kleur het haar van mijn dochter was. ‘Een beetje zoals…’  begon ik, maar ik kon het niet aanwijzen want er had niemand blond haar.

Knorgeluiden

Verderop in de bibliotheek is het peuter-voorleesuurtje bezig, eromheen allemaal moeders met hoofddoeken.
‘Wat leuk dat je dat doet,’  zeg ik later tegen de voorleesmevrouw.
‘Ik moet wel een beetje uitkijken wat ik voorlees,’  zegt ze. ‘Verhalen over varkens kunnen bijvoorbeeld echt niet.’
Ik begin te lachen, maar ze zegt: ‘Veel van deze kinderen worden streng islamitisch opgevoed. Varkens vinden ze echt té onrein.’
‘En als je dan toch Betje Big voorleest?’
‘Dat lukt niet, dan beginnen al die kinderen er de hele tijd vieze knorgeluiden doorheen te maken. Of zo’n verhaal over de wiebelbillen, dat is ook moeilijk. Die kinderen mogen sowieso niet dansen.’
‘Niet dansen? Die peuters?’
‘Ik heb nu geleerd om ‘bewegen’  te zeggen. ‘Kunnen jullie net zo vrolijk op de muziek bewegen als het prinsesje uit het verhaal?’  vraag ik. Dan beginnen ze heel voorzichtig een beetje heen en weer te wiegen. Soms.’

Mijters omdraaien

De voorleesmevrouw houdt nooit meer op. ‘Rond sinterklaas is het helemaal lastig. ‘Dan draaien we de mijters om.’
Wat?
‘Dan zie je het kruis niet,’  zegt ze. ‘Maar dan nog. Ik zit altijd in mijn eentje sinterklaasliedjes te zingen in zo’n groep. En soms gaan er dan ook moeders weg, die willen niks van Sinterklaas horen of zien. Sinterklaasdingen knutselen kan niet, net als bepaalde instrumenten, of maskers maken. Of sprookjes.’
‘Wat?’ zeg ik weer.
‘Nee, sprookjes mogen zeker niet. Laatst zei ik nog iets over Roodkapje. ‘Dat zijn onwaarheden,’  zei een moeder toen tegen mij.’
Dit is geloof ik het moment dat ik afhaak. Wat is dat voor humorloos believe system waarbij je niet mag dansen, zelfs niet als kind van drie, en -nog erger- boos wordt op sprookjes omdat ze onwaar zijn?

Categorieën
Verhalen van de berg

Moois

Het klinkt zo romantisch, maar het ziet er zo lelijk uit. Een dorpsfeest in Zuid Spanje.

De feestruimte van Montefrio is een soort loods met bijbehorend licht en gebarsten beton op de vloeren, koud en tochtig overal. Er hangt een doordringende walm van tapas-worsten zodat je meteen bij binnenkomst al weet dat je die ochtend je haar voor niks hebt gewassen. Iedereen drinkt grote hoeveelheden bier uit plastic bekertjes en aan de muur hangen sneue zelfgemaakte posters waarvan de randen alweer los hangen. Ook is er muziek, uit een zeldzaam slechte geluidsinstallatie. Als je heel goed luistert, krijg je misschien iets door als: ‘Words don’t come easy…’

Dia de la mujer

Dia de la mujer, vrouwendag. Vorig jaar was ik er niet bij (want aan het werk in Nederland) en dat heeft mijn dochter mij het hele jaar lang nagedragen. ‘Toen jij niet kwam bij mijn allerbelangrijkste dansvoorstelling…’
Dus nu heb ik het heel goed onthouden: op het feest van vrouwendag moet ik in Montefrio zijn, want dan danst de flamencogroep van Chaia.
De meisjes in hun wit-rode fladderrokken lopen met strakke gezichtjes van de zenuwen (en de dikke laag make up) onrustig in het rond. De strenge zigeunerin die hun danslerares is, loopt keurend aan ze voorbij: hier verschikt ze een bloem, daar moet het knotje opnieuw, een ander moet toch echt haar vuurrode korset strakker doen.

Harendans

En dan mogen ze eindelijk dansen, op een net iets te hoog podium. Dikke meisjes, kleine meisjes, meisjes met pukkels en meisjes met kromme ruggetjes – en allemaal voelen ze zich op slag beeldschoon. Flamenco is zo supervrouwelijk: daar rollen ze zomaar vamperig over de grond, slaan hun rokken om zich heen, draaien elegant met hun armen.
Tussen twee nummers door gaan in de coulissen haastig de knotjes uit, haarspelden en bloemen vliegen door de lucht. En dan dansen ze op de meest geweldige manier: met hun haren, die ze rondzwieren en vastpakken en dan weer voor hun gezicht laten vallen.
Is het de woeste zigeunerin die als een bezetene aan de zijkant mee staat te dansen en te klappen op een onmogelijk ritme? De statige teksten van de trotse Andalusische volksliederen? Of toch de extreme serieusheid en toewijding op al die meisjesgezichten?
Het overvalt me. ‘Nog even en ik ga huilen,’ zeg ik tegen Bloem – die wijselijk een paar stappen opzij doet.
Ik neem snel een paar grote slokken van Dunya’s lauwe cola, want, echt, het is bijna niet te doen: zoveel moois onder de TL-buizen.

Categorieën
Verhalen van de berg

De wellust van mijn tandarts

‘Ja hoor dat wordt een zenuwbehandeling’, zegt de tandarts, ‘kom over twee weken maar terug.’
‘Maar…’
‘Ibuprofen, de zwaarste dosering. Als je nu met de assistente mee wilt gaan, kijkt zij wanneer er een plekje voor je is.’
Ik verbeeld het me niet, hij kijkt bepaald wellustig.

Wij hebben een behoorlijk enge tandarts, ik heb al eerder over hem geschreven: de tandarts met de zachte handjes. Hij rolt altijd op zijn stoel helemaal onder de tandartsstoel zodat je als het ware op zijn schoot ligt met je hoofd. En dan begint het wriemelen met die poezelige handjes, terwijl hij er fluisterzacht bij praat. ‘Adem in, Anna… Ja… Ja…. En uit.’  Soms blijft hij wel een paar minuten doodstil zitten met een of ander ding tegen je kies aan, terwijl hij intussen dromerig in de verte kijkt. Het is altijd bloedheet in die kamer, en doodstil dus. Je hoort alleen dat zachte ademen.

Tangetjes

En de assistente! Bloem en ik weten zeker dat zij en de tandarts stiekem een heftige seksrelatie hebben. Ze is altijd net iets te opgemaakt, net iets te idolaat, helemaal synchroon met die hypnotiserende stem. Ook zij staat vaak minutenlang wazig voor zich uit te staren. Om je vervolgens later in haar afsprakenkamertje een enorme kat te geven, want het is eigenlijk een megabitch. Als ik mezelf echt wil kwellen, gevangen in de tandartsstoel, vraag ik me af wat er in die stoel gebeurt (en met die enge tangetjes!) als de laatste klanten weg zijn en de assistente woest haar witte jas openrukt – waar dan natuurlijk een griezelig kinky lingerietje onder zit. En nee, over de tandarts en wat hij dan doet mag ik van mezelf echt NIET verder nadenken, anders verdraag ik die vingertjes nooit meer in mijn mond.

Frustratie

Ondertussen ben ik altijd enorm aardig tegen de tandarts want ik heb een overdreven respect voor witte jassen.
Totdat ik laatst ineens zo genoeg kreeg van de beugels. Want dat doet deze man dus ook: al onze dochters van beugels voorzien. Dat duurt eindeloos. En duur is het ook! Bloem is inmiddels allang van dat ding verlost, maar toen ze voor de zoveelste keer op controle moest, wat minder dan een minuut duurt en vijfenzestig euro kost, had ik het ineens gehad.
‘En nu is het klaar!’  schreeuwde ik middenin de tandartspraktijk – want dat is natuurlijk de keerzijde van dat afgedwongen respect: dat je een groot reservoir aan frustratie opbouwt.
De assistente sloeg haar hand voor mond, de tandarts kwam aanrennen om te sussen, ze zwaaiden met papieren die wij kennelijk getekend hadden – en ik droop af.
Maar toch, ik heb zijn autoriteit aangetast, in het bijzijn van de assistente nog wel. Dus nu zint mijn tandarts volgens mij op wraak. En als er iets eng is…

Categorieën
Verhalen van de berg

Ma Ingalls

Ik heb een avontuurlijk leven. Daarvoor hoef ik niet eens te reizen. Je kunt – bijvoorbeeld- ook ergens langs de rafelrandjes van Europa gaan wonen en je een halve pionier voelen.

Zo waren we afgelopen week opeens ingesneeuwd. In één nacht terug naar het kerstmisgevoel. Maar dan echt. Zout strooien bijvoorbeeld gebeurt niet hier in Spanje. De mensen wachten gewoon tot de sneeuw weer gesmolten is, alles ligt plat.

Verwarmingsmotorenverkopers

Of neem de verwarming, die wij (romantisch!) stoken op olijfpitten. De motor ging stuk, dat kan natuurlijk. Alleen, het gebeurde aan de vooravond van een vijfdaagse verwarmingsconferentie in Madrid. Echt waar, dat bestaat. En dat betekende dat alle verwarmingsspecialisten en verwarmingsmotorverkopers van heel Andalusie in Madrid zitten, nog steeds. Er is er niet eentje achtergebleven. Daar moet je dan niet te lang over nadenken, laat staan mopperen. Je stookt gewoon een paar dagen, net als iedereen hier, vuurtjes in de drie openhaarden. En we pakken de stoof erbij. Kamperen in je eigen huis, temidden van de sneeuw, hoe kleine huis op de prairie is dat? Ik bak er roggebrood bij en  maak warme chocolade die de meisjes knus opdrinken onder een dekentje op de bank.
En trouwens, wat ben ik ook handig geworden met stoppenkast! Ik weet inmiddels precies welke groepen waarbij horen en waar een potentieel zwak punt zit. Gisteren nog werd ik wakker in het donker en dan zie je mij als Ma Ingalls rond schuifelen, totdat ik het probleem gevonden heb.  Hiervoor heb ik speciaal een kaars met zo’n handvat gekocht. Zien jullie mij al gaan in mijn nachtjaponnetje, met een stola over mijn schouders?

Sneeuw smelten

Het probleem met de stroom zat deze keer in een overstromende waterpomp, waarschijnlijk gewoon een slangetje los.
Tjsa, dan verraadt zich plotseling het stadsmeisje: geen idee hoe zo’n pomp in elkaar zit. Dan moet er iemand komen en die iemand komt natuurlijk niet METEEN. En dan kan je niet douchen en niet naar de wc en loop je rond met je mond vol tandpastaschuim.
Ma Ingalls, denk ik dan maar steeds, als een soort mantra. Die ging ook gewoon naar de bron met haar emmertje en ze bleef er prachtig en stralend bij. Of nee, die ging natuurlijk sneeuw smelten! Je wilde toch geen saai leven? Nou dan.

Categorieën
Verhalen van de berg

Amoureuse

‘Als ik op meisjes zou vallen, dan misschien wel op jou,’  zeg ik tegen een vriendin. Om er overdreven stoer aan toe te voegen dat die tijd achter me ligt, been there, done that
Maar later zoek ik wel de CD van Veronique Sanson op. (lees verder)

Ik woonde in Parijs, was achttien jaar oud en tamelijk verloren. In het grote, statige huis aan de Place de la Republique waar ik een piepklein kamertje had, kon het ‘s nachts idioot stil zijn. Gelukkig had ik mijn Franse buurmeisje, een elegant androgyn type die mij af en toe uitnodigde om een glas wijn bij haar komen te drinken. Meer een fles eigenlijk.

Existentialistisch

Mijn buurmeisje had een vriendin: een klassieke Franse schoonheid die nooit lachte. Met zijn tweeën waren ze extreem serieus en sereen, allebei altijd heel existentialistisch in het zwart gekleed. Soms zat ik daar ook bij en dan staarden mijn buurmeisje en ik allebei vol aanbidding naar die dramatisch mooie vriendin. Vaak pakte mijn buurmeisje dan haar gitaar en zong heel langzaam en innig liedjes van Veronique Sanson voor haar. Vooral het liedje Amoureuse herinner ik me, eindeloos opnieuw ingezet. Heel slim slikte mijn buurmeisje de uitgangen in, zodat je nooit precies wist of het lied om de liefde voor een man of voor een vrouw ging.
Nooit raakten die twee elkaar aan, of zeiden iets dat meer expliciet was dan dat lied. Maar juist daarom waarschijnlijk  zinderde de lucht en ademde alles een grote, allesverterende liefde die heel soepel op mij oversloeg. Soms bleef de vriendin slapen en dan lag ik aan de andere kant van de muur me daar uitermate onrustig van alles van voor te stellen. ‘Je ne veux pas qu’arrive le soleil…’

Liefje

‘Mijn liefje is er,’  vertelde ik op een dag aan mijn buurmeisje. Ik gebruikte het woord ‘copin’  dat ik van haar had geleerd, net als zij met een ingeslikte uitgang aan het eind.
‘Waarom heb je dat niet gezegd?’  reageerde ze verrast. ‘Vite vite, je moet ons meteen voorstellen.‘
Ik zwaaide de deur open en daar zat Ilco, vers uit de bus gestapt.
Mijn buurmeisje deinsde achteruit. ‘Copain! Het is je copain. Niet copine…. O, dat moet je nooit meer doen.’  Ze keek naar Ilco alsof hij van een andere planeet was. En daarna – echt waar- heeft ze me nooit meer in haar kamertje uitgenodigd.

Hier is het liedje: http://www.youtube.com/watch?v=-MKDcsk_Ab4