Anna van Praag boeken en verhalen
Categorieën
Verhalen van de berg

De nieuwe Guus Kuijer en Tonke Dragt

Er is een kinderboekenrecensent die om de zoveel tijd opschrijft hoe zijn werk hem tegenvalt. Waar zijn de nieuwe Guus Kuijer en Tonke Dragt? Dat is zo’n beetje de essentie van zijn klacht. En dat er teveel ‘pulp’ is en de leraren op school ook vrolijk meedoen aan de verspreiding daarvan.
Ik word daar altijd een beetje zenuwachtig van. Als schrijver (shit, we doen het niet goed), maar ook als lezer: maar die dan en die en dat boek en die ene serie… Alsof het een quiz is.

Ik ben zelf ook opgegroeid met Guus Kuijer en Tonke Dragt. Daar had ik geen leraar voor nodig, die boeken lagen bij al mijn vrienden en vooraan in de boekwinkel en de bibliotheek. Er waren toen namelijk veel minder boeken. Net zoals er veel minder tv-programma’s waren. Hamelen, Q en Q, Stuif es in…. niet voor niks zijn die programma’s nog steeds bekend. Ze waren vast goed, maar er was ook gewoon niet zoveel anders.
Het was een slome tijd.
Ik schreef mijn eerste boek (helemaal nog niet zo lang geleden) grotendeels met de hand. Mijn hele kamer lag bezaaid met velletjes papier. Ik schoof en knipte met een echte schaar, net zolang tot ik de goede volgorde had. En dan maar weer uittikken. O ja, en als ik iets moest opzoeken, ging ik een dagje naar de bibliotheek.
Door de computer schrijf ik nu misschien wel vijf keer zo snel. En dus ook meer. Net als heel veel anderen natuurlijk. Overal op de wereld, want ook het vertalen gaat sneller.

Zap-lezen

Maar niet alleen de schrijvers zijn anders gaan schrijven, er is ook iets gebeurd met de lezers. Mijn Chaia van dertien is een van de grootste lezers die ik ken. Zo kun je haar uittekenen: tv aan, huiswerk op schoot, ipad met een of ander spel op de ene stoelleuning en een opengeslagen boek op de andere. Ik overdrijf niet. En alles doet ze tegelijk: lezen, leren, spelen, tv kijken. Zo jaagt ze er een constante stroom boeken doorheen. Van griffel tot kinderjury. En als ze alles uit heeft, begint ze gewoon weer overnieuw. Vraag je haar naar haar lievelingsboek, dan krijg je meestal te horen wat ze het laatst gelezen heeft of wat op dat moment bij haar stemming past.
Ik denk dat mijn dochter een vrij normaal kind is. En dat veel leraren, zeker als ze jong zijn, erg op haar lijken qua zap-lezen. Ik heb jarenlang op scholen trainingen gegeven voor het Verhalenkasteel, dus ik weet het eigenlijk wel zeker.
Maar is dat zo erg?
Misschien is dit gewoon niet de tijd van de nieuwe klassieker. Misschien is dit de tijd van ‘ieder zijn eigen klassieker’. Of ‘de ene klassieker na de andere’.
Natuurlijk zijn er trends in de kinderliteratuur en het is aan de recensenten om die op te sporen en te duiden. En natuurlijk worden er ook veel liefdeloze tenenkrommende boeken uitgebracht. Maar ja, lees die dan niet! Het fijne is namelijk dat er zo ontzettend veel alternatieven zijn.

Categorieën
Verhalen van de berg

When the lights went out

‘Mama, ik ben zo bang dat de poezen wegwaaien,’  jammert Chaia.
‘Er is geen water,‘  schreeuwt Dunya vanaf de wc.
En verderop roept Bloem: ‘Kan iemand mij een kaars geven, ik sta hier in het donker met mijn haar vol shampoo.’

Jullie daar hebben bijna een elfstedentocht en zo’n duizend sneeuwfoto’s op facebook, maar wij hebben ook iets. Woeste stortbuien. En daar schrikken ze in Zuid Spanje nogal van.

Keukenbrandje

Aan. Uit. Aan. Uit. Om de haverklap gaat het mis. Kortsluiting bij de waterpomp, kortsluiting ‘ergens’ in de bijkeuken. En daardoor ook geen stroom in de eetkamer, de keuken en de badkamer.
Ook de energiemaatschappij kan het niet aan. Aan. Uit. Aan. Uit. Het hele dorp zit de helft van de tijd zonder stroom. Het is echt onvoorstelbaar hoe gelaten de mensen er hier op reageren. In de rij bij de supermarkt staat iedereen gewoon maar rustig te wachten tot de kassa weer werkt. Of bij de slager (de snijmachine), het tankstation (de pomp). Niemand klaagt!
Maar meestal gebeurt het in de avond en moeten we met kaarsen op zoek naar het probleem (voor de goede bloglezers: kaarsen zijn dus niet te krijgen in Montefrio).
Ik moet eerlijk zeggen dat de meiden er beter in zijn dan ik. O, wat heb ik weer veel scheldwoorden over ze uitgestort deze dagen. Terwijl zij meteen in het donker water gaan scheppen uit het zwembad (geen stroom is ook geen water), overal waxinelichtjes aansteken en vuurtjes stoken in de open haard (geen stroom is ook geen verwarming). Dat Chaia daarbij  laatst de nagloeiende kooltjes van de avond ervoor in de vuilnisbak kieperde en er daardoor een stinkend keukenbrandje ontstond (en dus geen water om het te blussen), namen ze ook vrolijker op dan ik.

Voorleesdagen

Maar soms kan ik er wel de charme van inzien en dan voel ik me bijna zelf verlicht.
Kijk mij nou eens zoet om de drie uur opstaan ‘s nachts om nieuwe waxinelichtjes aan te steken zodat de meisjes in ieder geval de weg naar de wc kunnen vinden. En voorleesdagen? Wie heeft er een beroemdheid nodig als dit het beeld is: een kamer, slechts verlicht door de vlammen van een flakkerend haardvuur. Kind dicht naast me op de bank onder een stapel zachte dekens. Het oude sprookjesboek van mijn grootje. Twee zusjes die verderop stiekem meeluisteren (zelfs de ipads blijven dicht want geen stroom is ook geen internet). En bij het licht van een kostbaar kaarsje voor de honderdduizendste keer ‘dat verhaal van die kobold en zijn afgehakte hoofd.’

Categorieën
Verhalen van de berg

Wat meisjes willen

Aan alle jongens die dit lezen: stop! En mannen ook. Want ik weet het inmiddels zeker: wat ik nu ga schrijven, snappen jullie toch niet.

Goed, zijn we overgebleven met de echte meisje-meisjes? Laten we het dan eens hebben over meidenboeken. Van die fijne, echte meidenboeken. Kunnen jullie zonder? Ik niet. Al heel lang niet. Er is een heel bejaard meisjesboek, zo ongeveer de oma van alle meisjesboeken, en dat lees ik sinds mijn elfde elk jaar wel een keertje. Een Zomerzotheid heet dat boek- en mijn eigen dochter kan er al niet meer doorheen komen, zo ouderwets. Gelukkig snapt zij wel alles van meisjesboeken; daarom hebben we alle boeken van Francine Oomen in huis. Alle!
Binnen de meisjesboeken zijn er enorme verschillen die met smaak te maken hebben. De een houdt van Carry Slee, de volgende van Mel Wallis de Vries (ja, die schrijft ook meisjesboeken, vermomd als thrillers), de derde van de Izzy Love boeken van Manon Sikkel. Mijn dochter en ik zijn allebei dol op een heel dik boek van Nanda Roep, dat Tanja heet en letterlijk is stukgelezen. Het zou interessant zijn als iemand eens een serieus stuk zou schrijven over al die verschillen binnen de meisjesboeken.

Een meisjesboek loves you back

Mijn eigen boek Kom hier Rosa is zeker ook een meisjesboek want het gaat over zo’n superheftige meidenvriendschap die de meesten van jullie ook hebben. Ik heb veel reacties op dat boek gekregen, ook in kranten, en wat blijkt? De mannen hebben het over totaal andere dingen dan vrouwen. De vrouwen en de meisjes zeggen, bijna weemoedig: ‘O ja, ik ken dat verhaal.’  Of: ‘Ik wilde dat ik het kende.’ De mannen beginnen over de stijl, over dat het over seks gaat en taboes of juist zo mooi over Spanje. Is allemaal waar, maar ze missen misschien wel het belangrijkste: wat meisjes willen.
Meisjes willen heus ook het spannende Erebos lezen of een nadenkboek als Mijn zus woont op de schoorsteenmantel. Natuurlijk willen we dat. Maar als de wereld soms net iets te groot is, net iets te veel, net iets te hard, dan gaat er niks boven een echt meisjesboek dat je (en dit is de test of het echt goed is) opnieuw en opnieuw kunt lezen. Nergens kan je zo lekker in verdwijnen, niks kan je zo’n kick geven – of het moet zijn het achter elkaar opeten van een enorme reep pure chocola. Een goed meisjesboek loves you back. Troostboeken zijn het – en het spijt me enorm voor de jongens dat zij dat niet hebben.
Of snap ik hen nou weer niet?

(geschreven als blog voor de Jonge Jury deze maand)

Categorieën
Verhalen van de berg

De Barbapapa’s van Anastasia Steel

Goed, ik heb het gelezen, die Vijftig tinten grijs. Achter elkaar en helemaal uit.

Mijn dochter had me al gewaarschuwd voor de barokke stijl, maar ik zei: ‘Daar kijk ik wel doorheen.’ Je leest Vijftig tinten niet om literair verrast te willen worden. Maar het was lastiger dan ik dacht. Vooral de metaforen. Gebruik ze dan niet, zou je zeggen. Wat moeten we bijvoorbeeld denken van ‘Ik ben serieus getroffen door vlinders. Ze groeien weelderig in mijn buik’ – dat het daarbinnen stikt van de rupsen?

Poolstok

Meest hardnekkig: de twee theatrale alterego’s van hoofdpersoon Anastasia: ‘mijn onderbewustzijn’  en ‘mijn innerlijke godin’.
Dat onderbewustzijn is een hyperbewust duveltje uit een doosje, dat Anastasia’s geweten moet voorstellen. Ze (want het is een vrouw)  ‘steekt haar lelijke, spottende kop op’ of ‘doet een vreugdedansje in een rood hoelarokje’. Ook valt ze vaak flauw of ‘zoekt gillend een goed heenkomen achter de bank.’ Om daar later weer voorzichtig achter vandaan te komen ‘de schrik nog zich zichtbaar op haar bleke snuitje.’ Maar dit is toch echt de meest spectaculaire: ‘Mijn onderbewustzijn zwaait met haar lange magere vinger  en verandert dan in de weegschaal van Vrouwe Justitia.’ Barbapapa is er niks bij!
En die innerlijke godin? Die is enorm sportief zodra ze seksueel geprikkeld wordt. Dan ‘doet ze sierlijke radslagen’, ‘danst een stuk uit het Zwanenmeer’ of ‘springt met een poolstok over de vierenhalve meter hoge lat’. Soms zwaait ze alleen maar ‘heen en weer op een ‘primair, vleselijk ritme’ – wat dat ook mag zijn.

Mannenfantasie

Halverwege het boek verandert het het verhaal van kasteelroman in sm, en dat is verrassend. Paginalange ‘contracten’, opsommingen van allerlei interessante attributen (ik noem de ’spreidstang’) en van de diverse mogelijkheden tot ‘anaal fisten’  aan toe. Dus dat durven al die vrouwen over de hele wereld gewoon ergens in een trein te lezen? Stoer!
En natuurlijk lees je door, want: gaan ze dat dan echt allemaal doen met elkaar?
Het antwoord (spoiler!) is nee. Na de zweep is het over voor Anastasia. Maar dan heb je wel de ene na de andere soft-sm scène voor je kiezen gekregen. Het houdt nooit op!
Misschien werkt dat beter als je af en toe een stukje leest. Ik las het hele verhaal achter elkaar door. ‘s Avonds in bed, man weg, en helemaal leeg na weer een slopende schrijfdag. Overkill wellicht, maar toch kon ik me maar niet identificeren met de hoofdpersoon. Anastasia Steele (wel een heerlijke naam) is een saai studentje dat op haar eenentwintigste nog niet eens heeft gezoend. Maar zodra de gevaarlijke Christian alleen maar naar haar kijkt transformeert ze in een seksslaaf die alles meteen snapt, kan en lekker vindt. Opnieuw en opnieuw en opnieuw. En alleen zolang ze met hem is. Zo ongeloofwaardig, en zo’n  mannenfantasie ook, dat ik me steeds meer begon te ergeren. Wat een onfeministisch boek!

Handboeien

Voeg daarbij de Barbapapa’s die me steeds uit het verhaal sleurden en tsja, dan vrees ik toch dat ik, in tegenstelling tot al die andere vrouwen, Vijftig tinten niet op mijn nachtkastje laat liggen. Ik heb er wel iets van opgestoken: dat ik dat onderdanige niet echt leuk vind, zelfs niet als gedachte-experiment. Bij het idee van handboeien alleen al word ik claustrofobisch. En een man die om de haverklap zegt: ‘Kom klaar voor mij’ – tsja, die zou ik echt mijn bed uitschoppen.

Categorieën
Verhalen van de berg

Double clutch

Ik rijd door de nachtelijke bergen met een auto vol mannen die mij double clutch aan het leren zijn. Nieuwe maan, ijskoud en glad, mijn bloedjes van kinderen helemaal alleen thuis zonder eten. Hoe ben ik hier in godsnaam verzeild geraakt?

Halfslachtigheid. Je koopt een broodrooster van een Spaans merk en hij gaat na drie maanden al kapot – en de volgende ook. Of je gaat chic naar de nagelstudio maar die gebruikt net te goedkope spullen waardoor je diezelfde avond toch nog zelf zit te lakken.En dan is tijd, op zijn Afrikaans, ook al geen factor. De broodrooster zweeft nu alweer twee maanden ergens tussen winkel en fabriek en niemand weet er het fijne van.

Soap

Of onze Landrover, dat begint ook een soort langlopende soap te worden. Het is de auto waarmee we door Afrika zijn getrokken en alleen al daarom willen we hem nooit kwijt. Hij ziet er gedeukt en verroest uit, maar de motor doet het nog goed – al zijn er wel steeds meer dingetjes. Een tijdje geleden is de koppeling vervangen en daarna schakelde hij nog steeds niet helemaal goed. Maanden (ongelogen) zaten we zonder auto en toen zat er een andere, tweedehands versnellingsbak in. Maar het schakelen ging algauw weer moeilijk -en de achteruit deed het helemaal niet meer.

Mannenbewegingen

Vandaag sta ik weer eens een uur (ongelogen) bij de garage te wachten. De garageman komt gewoon niet onder de auto’s vandaan, of hij loopt langs me heen alsof ik onzichtbaar ben. Maar uiteindelijk meldt hij me dat ik opnieuw moet leren schakelen. ‘Kom vanavond naar la nave.’
Die avond ben ik op een kinderpartijtje, dat zoals altijd enorm laat, na de siesta, begint. ‘Weet jij waar la nave is?’ vraag ik aan bouwvakker Simon. Ik moet keihard schreeuwen om boven de herrie in de bar uit te komen. Overal rollen kinderen over de grond tussen enorme bergen snoep, of ze slaan er elkaar de hersens mee in.
Simon kijkt opgelucht. ‘Ik breng je wel even,’  zegt hij.
Bij een grote loods staat mijn auto. Simon, de garageman en een oud baasje dat daar rondscharrelt, gaan om me heen zitten. Met veel mannenbewegingen laten ze zien hoe ik moet rijden alsof de Landrover een vrachtwagen is.
Na een tijdje heb ik het min of meer onder de knie. Dunya hangt nog steeds op dat partijtje en de telefoon waarmee ik mijn andere kinderen wil bellen dat ze een pizza in de oven moeten zetten, heeft geen bereik. Ik wil weg, nu!
Maar de garageman pakt mijn sleutel terug. ‘Nee, nu moet ik nog naar de achteruit kijken. Kom volgende week maar checken hoe het daarmee gaat. Wanneer? Donderdag. Of vrijdag. Misschien zaterdag. Als ik tijd heb.’

Categorieën
Verhalen van de berg

Cincuenta sombras de grey

Mijn lieve zus vraagt of ik Vijftig tinten grijs al heb gelezen. Ik zeg wat ik steeds zeg als iemand mij dat vraagt (en wat wordt het vaak gevraagd): dat je volgens mij veel beter gewoon echte porno kunt lezen. En dat ik het hier bovendien alleen maar in het Spaans kan kopen.

Dat is wel spectaculair trouwens. Ik heb al zo vaak geklaagd over het leesgedrag in Montefrio. Dat je er geen boeken hebt en dat sowieso niemand snapt wat er in godsnaam leuk is aan lezen. Ook op school is het uncool om een boek te pakken. Boeken horen bij leren en zijn dus stom. Niemand leest!

Ik stak mijn tong uit naar mijn telefoon

Maar dat was voor Cincuenta sombras de grey. Bij het schoolboekenwinkeltje ligt het zomaar op de toonbank en in de etalage. In stapels! Zelfs meisjes uit Bloems klas lezen het. Nooit, echt nooit kan je die betrappen met een boek, het verplichte Bodas de sangre lezen ze digitaal in een uittreksel. Maar dit… Ze praten erover, geven het aan elkaar door. Zelfs Bloem, hater van liefdesfilms en chick lit, citeert zuchtend: ‘Ik had er genoeg van en stak mijn tong uit naar mijn telefoon.’
‘Waarom lees je het dan?”
‘Ik wil weten wat het is.’
Wat geen enkel ander boek hier voor elkaar krijgt, gebeurt nu: lezen is spannend. Ongelooflijk.
Maar helpt het de literatuur, helpt het de andere schrijvers? De stukjes die op internet heb gelezen, winden me niet bepaald op – in geen enkel opzicht. Dat kan ik beter! (durf ik te zeggen sinds Thomas de Veen Kom hier Rosa in het NRC ‘ondeugender dan Vijftig tinten Grijs’  noemde).
Of ben ik nou een bevooroordeelde literaire snob?
‘Weet je, ik heb sowieso geen zin om dat boek te kopen,’  zeg ik tegen mijn zus. ‘Dan koop ik veel liever iets van een schrijver die de royalties hard kan gebruiken.’
Waarop zij mij onmiddellijk haar eigen boek opstuurt.

Keerzijde

Al sinds de kerstvakantie heb ik hier geen enkel nieuw boek meer om te lezen. Geen boekwinkel dus en geen bibliotheek, geen belezen vrienden waar ik iets uit de kast kan trekken.  Dat is van dat kleine leed dat toch best groot is, een van de onvoorziene keerzijden van wonen in een stilteparadijs.
Dus ja, ik ben enorm blij dat iemand de moeite neemt mij een boek op te sturen, helemaal naar Montefrio. Dan moet ik het gaan ophalen bij het kleine postkantoortje, waar de gewichtige meneer van de post het mij met veel égards overhandigt. Ik neem het mee, ik pak het uit. Nu heb ik het toch, die Vijftig tinten – en ik ga het lezen ook!

Categorieën
Verhalen van de berg

Erge dingen en nog veel, veel ergere dingen

‘Haar teen groeit scheef,’  zegt de huisarts van Montefrio waar we komen voor een gekneusde enkel. Ze laat foto’s maken van Chaia’s voet en stuurt ons door naar het ziekenhuis in Granada.

Superchagrijnig word ik ervan. Het ziekenhuis in Granada, dat kost me een hele schrijfdag. En waarom? Ze heeft nergens last van. De avond ervoor stampt Chaia nog woest op dat teentje door het huis. ‘Ik heb veel te veel huiswerk, ik heb hier écht geen tijd voor.’  Dunya huilt dat ze ‘s ochtends alleen thuis moet blijven, want zo vroeg moeten we al weg. En tot overmaat van ramp werken nu alleen nog maar de eerste, derde en vijfde versnelling van de Landrover.

TIK

Maar ik regel alles. Dat Dunya al eerder in de schoolbus mag. Dat Chaia ophoudt met zeuren – en ikzelf ook (‘We moeten het zekere voor het onzekere nemen, je bent wel een danseres. Wie weet hoe blij we later zijn’). En in het holst van de nacht komt de lieve man van de garage mijn auto nog omruilen voor een vervangauto – zijn eigen. ‘Start hij wel?’  informeer ik lichtelijk paranoïde, want er ligt alweer ijs op de velden. ‘Dat denk ik wel,’  zegt de man van de garage.
Maar als ik in alle vroegte de sleutel omdraai, zegt de auto alleen maar TIK. En de man van de garage neemt niet op. Waardoor ik goede vriend Frank  razendsnel uit Montefrio moet laten komen om zijn auto te lenen. Zeven kilometer heen en ook weer terug, want we moeten hem natuurlijk eerst thuis afzetten. Twee keer komen we langs de schoolbus, met Dunya’s verbaasde koppie voor het raam.

Megaslip

Veel te laat scheur ik de stad uit. Op de wegen nog steeds ijs want aan strooien doen ze hier niet. En dan gebeurt het. Bovenop een bochtige berg raken we in een megaslip. De auto draait en draait, terwijl Chaia en ik allebei doodstil zitten, ook al bevroren. Pal voor de afgrond komt hij tot stilstand.
Nog steeds zwijgend doet Chaia, supercool, haar riem vast.
Dan kijkt ze opzij naar mij. ‘Nee hè, je gaat toch niet huilen? Dat kan ik er echt niet bij hebben.’
En verder gaan we weer, langzaam nu, naar het ziekenhuis. Waar we natuurlijk veel te laat zijn, maar dat geeft niet want de wachtkamer ontploft toch al. En als we eindelijk naar binnen mogen, bekijkt de specialist Chaia’s voet heel vluchtig. ‘Heb je er last van?’ Nee? Dat kan gaan gebeuren, misschien over tien jaar en misschien nooit. Kom tegen die tijd maar terug.’
Verslagen door zoveel zinloosheid rijden we de lange weg terug. Eenmaal bij de garage toont de garagehouder me dat hij de auto heel makkelijk in alle versnellingen krijgt. Het is dat ik Ilco ook heb zien worstelen, anders zou ik denken dat ik niet kon rijden.

Olijfboom

Maar voor ik dat echt door heb laten dringen, bereikt me het verhaal van het laatste dorpsdrama: een eenzame olijfboer van veertig heeft zich verhangen aan een olijfboom. De oogst is net voorbij en zijn vader heeft hem gevonden. Felix, zo heette hij – ook dat nog.
Goed, er zijn dus altijd nog veel, veel ergere dingen.

Categorieën
Verhalen van de berg

Kosmos

Ik heb een vriendin die goeie zaken doet met de kosmos. Elke keer als ze iets heel graag wil, slingert ze die wens de lucht in en elke keer krijgt ze van de megasinterklaas die ‘de kosmos’ voor haar is precies terug wat ze wil.
Dat ga ik ook doen.

‘Zijn uw boeken verfilmd?’  Het is een standaardvraag als ik een klas bezoek. Nee, zeg ik dan ‘maar Jacques Vriens moest ook heel erg lang wachten op de verfilming van Achtste groepers huilen niet.’
Onzin natuurlijk. Er worden aan de lopende band boeken verfilmd. Ook heel recente. Zelfs debuten. En dat wil ik ook! ( woorden drijven nu van mijn scherm als wolkjes omhoog).

Gobbit

Vertalingen en verfilmingen leveren veel nieuwe lezers op, maar vooral lijkt het me zo geweldig om je verhaal vertaald te zien in een ander medium. Om die reden ga ik dit jaar ook eindelijk vaart maken met het plan om een graphic novel te maken samen met de leukste illustratrice van Nederland (toch, Milja?) Zij de tekeningen, ik het verhaal, zonder hiërarchie of vooropgezet plan.
Ik wil dus géén scenario schrijven, dat lijkt me enorm ingewikkeld. Ik wil er zelfs niet ‘bovenop zitten’. De films van Harry Potter bijvoorbeeld kan ik niet aan, die boeken zijn me veel te letterlijk genomen. Dan ga ik me alleen maar storen aan wat ik zelf anders had bedacht. Hoe Harry eruit ziet bijvoorbeeld. Ooit, voor de films, had ik een veel leuker kind in mijn hoofd. En hoewel ik na de eerste Harry Potterfilm al ben afgehaakt, kost het me nog de grootste moeite om dat kind terug te verzinnen.
Nee, dan In de ban van de ring en de Hobbit (de Gobbit, zeggen ze in Spanje). Bij Peter Jackson worden die boeken iets heel nieuws. Een film dus, die heel goed naast het boek kan bestaan, als een twee eiige tweeling.

Almadovar

Peter Jackson kan het ook klein, denk Heavenly creatures. Dus waarom zou hij niet Vossenjacht… of Het heksenhotel… En kan Pedro Almadovar niet iets met Kom hier Rosa gaan doen?
Oké oké, je moet een beetje megalomaan denken. Dat is die kosmos zelf ook.

Categorieën
Verhalen van de berg

Voorlezen met een roze helm op

In een golf van moederliefde -dan wel schuldgevoel dat ze nu alweer dagen voor de tv hangt- zeg ik tegen Dunya: ‘Ik ga vandaag met je spelen, zeg jij maar wat.‘  Haar antwoord verraadt een vader met organisatietalent: ‘Een uur cupcakes bakken en versieren. Een halfuur samen tekenen. En dan een halfuur voorlezen.’

2013 is het jaar van het voorlezen en elke keer dat ik dat ergens zie staan word ik vrolijk. In voorlezen kan ik soms zo’n zin hebben. Laatst nog wilde ik ineens mijn hele gezin het best wel lange maar o zo fijne verhaal van Astrid Lindgren voorlezen over Emil en de ouwemensenkerst. Dus dat deed ik, bij het vuur, zelf weer helemaal gegrepen – en toen was het pas echt kerstmis.

Gezellig samen facebooken

In het voorlezen van de oudste twee is een beetje de klad gekomen. Op reis heb ik nog de hele In de ban van de ring voorgelezen en vorig jaar kreeg ik een plan om klassiekers uit de Nederlandse literatuur te gaan doen omdat ze hier op school nu natuurlijk Cervantes en Lorca krijgen. Maar na De aanslag haakten we al af, het was misschien een beetje te educatief verantwoord. En als voorlezen iets niet moet zijn…. Ook beeldschone boeken die ze zelf niet verteerd kregen als Allemaal willen we de hemel, hadden niet echt het dramatische effect (tranen, verhitte goed-fout discussies) waar ik op hoopte. Nu zit ik over De boekendief te denken, maar ik moet eerlijk zeggen: na het eten, de afwas, Dunya naar bed enzovoort, heb ik eigenlijk precies even veel zin als die meiden om lekker een computer open te klappen. Ook heel intiem: gezellig samen facebooken rond het vuur.

Skates

Maar Dunya is nog lekker mijn voorleeskindje, helemaal omdat ze zelf niet zo’n lezer is. Elke avond voor het slapengaan pakken we een van de kinderklassiekers uit de boekenkast. Dat Dunya onder het voorlezen regelmatig op haar hoofd staat, of tekent, of geld uit haar spaarpot telt maakt niks uit. We zijn allebei dol op het ritueel.
En nu wil ze ineens steeds weer terug naar de tijd van de gouden boekjes. Zo komt ze vandaag aanzetten met Kleine Beer (getekend door Maurice Sendak). Die las mijn moeder mij voor en ikzelf las het voor aan mijn drie kleuters, zo vaak dat ik het uit mijn hoofd ken. Is dat erg? Nee, bij voorlezen is dat juist fijn. Ik zet mijn meisje op schoot (ze heeft skates aan en een roze helm op, dus dat duurt vast heel kort), sla het boek open en jaaa….. Kleine Beer, daar is ie weer!

Categorieën
Verhalen van de berg

Buikdansen

Zeventien jaar geleden werd ik wakker in Ecuador. Er zaten reusachtige leguanen aan mijn voeten en ik voelde me nieuw en wijs. Ik had net een andere baan -bij het RO Theater in Rotterdam waar ik iets gewichtigs deed met pers en publiciteit- en een etage aan een gracht, boven een coffeeshop. En het belangrijkste: sinds oud en nieuw zat er een trouwring aan mijn vinger.

Nu word ik wakker in een paleis in Cordoba, overal sinaasappelbomen en onder mijn voeten de ruïnes van iets ouds Romeins. Drie dochters lachen me keihard uit om mijn kater. ‘Mam! Weet je hoe lang je die ober aan zat te staren voor je iets zei? De lach gleed helemaal van zijn gezicht af.’ Is het alweer half een? Vannacht zaten we hier ook, in dezelfde balzaal en was er een geweldig flamenco concert. En buikdanseressen – ik herinner me vaag dat ik dat ook wilde: buikdansen. ‘Kijk dan hoe mooi! Je moet gewoon een beetje zo met je borsten… en je heupen…’  Mijn dochter had zich allang walgend van me afgewend dus ik durfde zelfs te zeggen: ‘Nog mooier dan flamenco. Ik ga op buikdansles, meteen.’ Gelukkig herinnert niemand me daar nu aan.

Diffuus

‘Wat gaan we nu doen. Shoppen? Schaatsen? Nee, niet die mezquita, dat kan morgen toch ook?’  En weg zijn ze alweer, vier (ja, vier) vrolijke kinderen.
Ik blijf achter in de verlaten balzaal. Hoeveel is er gebeurd in zeventien jaar? Voel ik me nog steeds nieuw en wijs? Nee, eerder oud. Die kater bijvoorbeeld: vroeger had ik nooit last van champagne, dat kon ik eindeloos doordrinken. Nu moesten de meisjes ons vanmorgen wakker maken en lijkt het nog steeds middenin de nacht.
Wijs? Dat zeker niet, de dingen worden alleen maar meer diffuus (fijn woord trouwens).
Met mijn benevelde hoofd maak ik de balans op. Huizen kwamen en gingen, banen, boeken, reizen.
Alleen de mensen blijven, net als dat oude bouwfundament van zuilen, bogen, en tegeltjes met halvemaantjes erop. Vrienden, sommigen al zo lang. Familie.
En die trouwring aan mijn vinger.