Anna van Praag boeken en verhalen
Categorieën
Verhalen van de berg

Van je geloof vallen

Tamelijk geschrokken komen Chaia en haar vriendin terug uit de stad. ‘We hebben net Sinterklaas gezien, voor de Hema. En weet je wat hij zei?’

Het is gelukt: na de ontmoeting met de enige echte Sinterklaas gelooft Dunya nog zeker tien jaar heilig. Ook dankzij de ouders van haar Nederlandse vriendinnen en de familie die van het project ‘Dunya gelooft nog’  enorm veel werk hebben gemaakt. Elke dag mocht ze weer ergens anders haar schoen zetten en bij haar oom viel er zomaar een zak met een cadeautjes-speurtocht uit de schoorsteen omlaag.

Gruwel

Maar teveel nostalgie is ook niet goed. Na een week Nederland begin ik alweer te snappen wat er ook alweer zo stom was aan Sinterklaas. De overkill. De lelijkheid van teveel kapotte chocoladesintjes in grote bakken bij de kassa. De cadeautjespaniek. Hyper kinderen. Diego. De net-niet lekkere chocola. En al die enge hulpsinten natuurlijk.
Neem het verhaal van Chaia’s Blume, een super zoet meisje van veertien. Zij en Chaia zijn van die vriendinnen-voor-altijd die als Chaia in Nederland is altijd samen heel feestelijk een taartje gaan eten in de Hema.  ‘En voor de Hema stond die best goede Sinterklaas, dus Chaia en ik gingen meteen naar hem toe om te kijken. ‘Ga je vanavond je schoentje zetten, vroeg Sinterklaas. Ja, zei ik, want omdat Chaia en Dunya er waren, zouden we dat gaan doen. Toen boog Sinterklaas zich naar mijn oor en zei….‘  – Blume bloost er nog steeds van als ze het vertelt – ‘Toen zei hij: ‘Weet je meisje, dan doe ik er speciaal voor jou fijn een veilig-vrijen-pakket in.’
Ik gruwel met Chaia en Blume mee. Op hoeveel manieren kun je eigenlijk je onschuld verliezen? En hoeveel keer kan je van je geloof vallen?

Categorieën
Verhalen van de berg

Nannies from hell

‘Weet je nog die ene oppas die de hele dag door scheten liet?’ vraagt Bloem aan mij.
Ik herinner me vooral dat die oppas precies op de dag dat ik haar aannam zwaar depressief werd en de hele dag stokstijf op de bank bleef zitten.
En daarbij dus scheten liet, kennelijk. ‘Vraag maar aan Chaia, die weet het zeker nog. Wij waren toen precies zo hoog als haar kont.’

De vriendinnen van Bloem hebben allemaal oppasbaantjes en daar is ze best jaloers op. Zoiets bestaat in Spanje niet, daar gaan de moeders nooit uit. En als ze toch weg moeten, bijvoorbeeld om te werken bij de olijven, dan zijn er altijd oma’s, zussen, tantes in de buurt. Best een goed systeem. Temeer omdat onze eigen oppasgeschiedenis er eentje is vol met horror stories.

Ochtendgymnastiek

Oppassen als eksters. Een dure Oililytas, haarbanden, zelfs Chaia’s parelketting die ze ‘alleen even leende’  voor een of ander feest, ze  verdwenen allemaal stuk voor stuk in het autootje van de hippe jonge oppas – om nooit meer terug te komen. Of die andere oppas die, heel klassiek, onze telefoonrekening opjoeg. ‘Waarom bel jij toch steeds naar het buitenland?‘  vroeg Ilco achterdochtig aan mij. Beledigd toetste ik het nummer dat steeds op de schrikbarend hoge rekening stond: het bleek het vriendje van de oppas te zijn. In Suriname.
Een andere oppas trok Dunya elke ochtend al haar kleren uit en smeerde haar in met een dikke laag poeder.  ‘Ochtendgymnastiek,‘  riep ze vrolijk. Een keer kwam ik per ongeluk binnen terwijl ze Dunya woest aan een van haar beentjes door de lucht zwierde. ‘Wordt ze  lekker soepel van.’

The hand that rocks the craddle

De griezeligste oppas van allemaal nam langzaam maar zeker mijn leven over. Ze opende post met onze bankafschriften en sorteerde ze – ongevraagd. En ze sjouwde rond met mijn kinderen alsof ze de hare waren. Kocht kleren voor ze en veel te duur speelgoed dat ikzelf nooit zou kopen. Daarbij was ze overduidelijk verliefd op Ilco – die in haar gedachten langzaam maar zeker veranderde in haar eigen man. Toen een buurvrouw een keer opmerkte dat ze er wel heel veel was de laatste tijd, verzuchtte de oppas: ‘Ja, Ilco is zo vreselijk druk dezer dagen. Maar we redden het wel hoor, samen.’
‘Net alsof jij helemaal niet bestond,’  zei de buurvrouw later tegen mij.
Beelden van The hand that rocks the craddle begonnen zich aan mij op te dringen. In die film schakelt de oppas langzaam maar zeer doeltreffend de vrouw des huizes uit. Maar ja, ik werkte toen fulltime en het laatste waar ik tijd voor had, was weer op zoek gaan naar een nieuwe nanny.
Tot ik een keertje wat later thuiskwam en de oppas en Ilco gezellig samen op de bank aantrof voor ‘onze’  lievelingsserie. Wijntje erbij, zij net iets te argeloos dicht naar hem toe gebogen, voeten op de tafel. ‘Het was ook haar lievelingsserie,’  zei Ilco later slapjes. ‘En ik kon haar toch niet zomaar wegsturen?’
Ze was totaal niet zijn type, maar daar ging het niet eens om. Ik heb die oppas de volgende ochtend meteen ontslagen.

Categorieën
Verhalen van de berg

Sinterklaas deel 2

De studio is van bordkarton, letterlijk. De opnames moeten steeds stoppen omdat er iets omvalt of een of ander nepcadeautje naar beneden dondert. En dan duurt het ook nog eindeloos voor Sinterklaas komt. Eerst moeten we nog kijken naar Kathleen van K3 en luisteren naar minstens zo afschuwelijke songfestivalachtige liedjes. Alles heel hard en vals meegeblerd door hyper kinderen.
Maar dat komt allemaal goed als Sinterklaas eindelijk opkomt. Alledrie mijn meisjes springen op en rennen naar voren, Dunya het hardst van iedereen. Ik heb haar niet vaak zo zien stralen. Helemaal als Sinterklaas tussen de opnames door speciaal naar haar toe komt en met haar begint te praten. ‘Hij weet alles van me!’  zal ze later ademloos zeggen. En ook dat hij zo lief was. En zo mooi. En zo grappig. ‘En hij heeft ook zo’n lief gezicht, mama.’
Hiervoor zijn we naar Nederland gekomen.

(Stukje gewijzigd, sorry)

Categorieën
Verhalen van de berg

Een mooie gedachte

Wat is mijn leven toch glamourvol! Ik schrijf dit stukje liggend op een 7persoonsbed, omringd door spotlights en camera’s.

Met de meisjes in Nederland verloopt volgens een enorm ingewikkeld spoorboekje. Letterlijk. Ik loop rond met moeilijke schema’s waar iedereen uithangt en hoe ze er moet komen, en probeer tussendoor zelf snel ook nog zoveel mogelijk uit een weekje Nederland te slepen. Vanaf het moment dat we aankomen, rent iedereen een andere kant op. Opa’s, oma’s, vriendinnen, sinterklaas… Iedereen heeft haar eigen strakke planning en af en toe komen we elkaar tegen. Zoals vandaag, bij een fotoshoot voor een reportage over ‘moeders met lef’ (wat dat ook mag betekenen).

Popsterren

‘Heb een mooie gedachte!’  Dat roept de fotografe steeds als ze wil afdrukken.
De bedoeling is dat we worden gefotografeerd in een ‘huiselijke sfeer’; gelukkig hebben we ons home away from home: het Lloyd hotel. Daar mogen we van directeur Piet (de liefste hoteldirecteur van de wereld)  in de mooiste kamers, waar vleugels staan waar beroemde popsterren op gespeeld hebben, geweldige boeketten verse bloemen, en die enorme bedden dus. Laptops en ipads erbij, en keihard Shakira op.
De meisjes zijn vrij blasé binnengekomen. Moe, nu al, en vol van hun vriendinnen waar ze eigenlijk meteen weer naar toe willen. En dan moeten ze figureren in iets van hun moeder…
Maar algauw raken ze helemaal in de ban van het poseren in de fijne ruimtes. En van die ‘mooie gedachte’ natuurlijk. Ik schat dat de fotografe toch zeker tweehonderd foto’s maakt in twee uur – hoe enorm veel mooie gedachtes zijn dat?
Zelfs Dunya, die in het begin voornamelijk ligt te slapen in al die bedden, wordt er helemaal wild en levenslustig van. En ikzelf natuurlijk ook.
Enorm vrolijk vervolgen wij onze weg.

Categorieën
Verhalen van de berg

Een hete tent

‘Mam, als wij geen stoof hebben kunnen we nooit meer andere kinderen hier uitnodigen. Dan staan we echt voor gek.’

Dertig tot vijftig jaar terug in de tijd. Dat is Montefrio.
Neem de verwarmingssituatie. Wij hebben een centrale verwarming laten aanleggen toen we dit huis kochten, heel verantwoord gestookt op olijfpitten. Maar we zijn wel de enige in het dorp met een centrale verwarming. In elke huis brandt dezer dagen een groot haardvuur. Niet voor de gezelligheid, gewoon om het niet te koud te hebben in de bergen in november.
In ieder huis staat bovendien een grote tafel waar alles aan gebeurt: eten, huiswerk maken, omaatjes die handwerken, tv kijken. En onder die tafel een stoof.

Voetjevrijen

De stoof is elektrisch, op gas of gestookt op kooltjes. Over de tafel hangt een reusachtig kleed, vaak van pluche of anders wel iets tapijtachtigs, tot ver op de grond. Je tilt dat kleed op en schuift je benen eronder, zodat iedereen daaronder in een soort hete tent zit.
Reuze gezellig, vinden mijn dochters. ‘Dan zit je daar samen met de hele familie. En niemand gaat ooit nog van tafel.’
‘En je verbrandt nooit je voeten?’  vraag ik praktisch.
‘Nee, laatst bij een vriendin wel een keer mijn schoen,’  zegt Bloem. ‘Toen begon het ineens heel erg te stinken onder de tafel. Maar daar deed niemand moeilijk over.’
Ik kan er niets aan doen, ik vind het vies. ‘Al die warmte die van onder komt,’  mompel ik – en word hard uitgelachen. Ook op mijn: ‘Ik vind het maar raar intiem, als je ergens binnenkomt en je schuift meteen naast de vader en de schoonzus onder dat kleed’  wordt schamper gereageerd. ‘Dacht je nou echt dat ze allemaal gaan voetjevrijen onder tafel? Dat doe je anders toch ook niet.’

Stads

Het is iets met stads individualisme, ben ik bang. En dat ik er toch aan moet geloven. Want Ilco is veel gezelliger ingesteld dan ik en komt nog dezelfde dag vrolijk thuis met een onheilspellend grote doos. ‘Zie je mam, papa snapt het.’
Nu krijg ik natuurlijk ook zo’n eng kleed over mijn mooie houten tafel, wat een ellende.

Categorieën
Verhalen van de berg

Alien

Basisoutfit nummer 1 in Montrefrio: het joggingpak. Niet alleen op de school (want twee keer in de week gym en geen kleedkamers), maar ook gewoon in het straatbeeld. Gecombineerd met merkloze gympen of kunstleren laarzen met spekzool en een vormeloze parka – dit alles in de tijdloze modekleuren grijs en beige.

Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst een joggingpak droeg of platte schoenen. Toch ontkom ik hier niet aan een zeker verlies van decorum. Wel lippenstift, geen mascara. Wel ringen, geen ketting. Maar zelfs als ik zeker weet dat ik de hele dag alleen de bakker ga ontmoeten en zelfs die heel vluchtig, trek ik toch gewoon een leuk, nieuw jurkje aan. En ook al is het koud, ik slaap in een of ander ponnetje en je zult me nooit betrappen in een lelijke trui. ‘Maar mama, een fleece vest is heerlijk warm,‘  zegt mijn oudste dochter wel eens verbaasd, als ik liever zit te rillen in een schattig dun poncho’tje. Het is ook vrij belachelijk, ik weet het. Maar ja, anders voel ik me zo niet Anna – dan kijk ik in de spiegel en zie een alien.

Trainingspakkinderen

Maar vandaag had ik ineens een belangrijk inzicht. Dunya en ik lopen altijd samen de berg af naar de schoolbus. Meestal zijn we er als eersten. Na een tijdje komen er nog wat rammelende campo-auto’s bij met andere kinderen. Als de bus komt is er even een enorm onrustig moment met rugzakjes en ouders die uit de auto komen om nog iets tegen de chauffeur  te zeggen.
En toen zag ik mezelf daar ineens zo staan in de klei naast de vuilcontainers: Desigualjas, bloem in mijn haar, rode lippenstift, zilveren oorringen en mijn Sendra-laarzen aan. Met pal daarnaast de geitenvader op zijn pantoffels met (niet meer) witte sokken erin en de ribbroek die hij altijd draagt en nooit wast. Daarnaast schommelde het wijffie van boven met haar tandeloze bekkie, gekleed in een soort huisschort met duidelijk geen bh eronder en ook al op (mannen)pantoffels. Hun trainingspakkinderen naast Dunya die er best slonzig uit kan zien maar vandaag toevallig Chaia’s felgekleurde designjas uit Barcelona droeg. Dit alles tegen het decor van tractors en in de verte de eerste olijvenplukkers van het seizoen met hun bivakachtige mutsen. Ineens begreep ik het pas echt. Wat ik ook aantrek, ik ben ALTIJD een alien.

Categorieën
Verhalen van de berg

Woest waaiende wimpers

Je bent negen jaar. Snel, slim en reuze onafhankelijk.
En je gelooft nog onvoorwaardelijk in Sinterklaas.

Drie jaar was je toen je uit Nederland wegging en toen wist je Sinterklaas niet echt van opa te onderscheiden. Maar je had twee grote zusjes die bij de eindeloze vrijheid van het reizen een enorme hang ontwikkelden naar vaste rituelen. Van voorlezen tot paaseitjes zoeken – al was dat middenin de woestijn en waren de eitjes allang gesmolten.
Het allerkrachtigste ritueel was misschien wel het vieren van Sinterklaas. Het was vaak ook een wonder. Pepernoten in het oerwoud, een bons op de deur ergens op een verlaten eiland bij Mozambique. En dan zaten daar drie blonde meisjes hartstochtelijk alle coupletten van ‘O kom er eens kijken’  te zingen.

Spaanse chocoladeletters uit Nederland

Je kunt inmiddels deelsommen met rest oplossen en in vloeiend Spaans uitleggen hoe de spijsvertering werkt, maar over de ingewikkelde interactie tussen Spanje en Nederland als het gaat om Sinterklaas stel je geen enkele vraag. Je gelooft gewoon alles. Dat hij hier in Spanje vertrekt en aankomt in Nederland en dat dat  ‘bij ons’ is want in Spanje vieren ze geen Sinterklaas. Maar dat er dan toch altijd wat pieten juist weer hier blijven, alleen voor jou.  Pieten die op hun beurt chocoladeletters meenemen die zijn gekocht bij de Nederlandse Hema. Logisch toch?
De hele week praat je al over de intocht. Dat we speculaas gaan bakken met de kruiden uit Nederland, en dat je je schoen gaat zetten bij de kachel met het vogelnestje in de schoorsteen ‘want die steken we toch nooit aan, hè mama?’
Zonder de hulp van andere kinderen behalve je zussen, worstel je dapper met de liedjes. en waaien, zoals bij zoveel generaties kinderen voor je, de wimpers woest heen en weer. Je stopt geheime briefjes in je schoen en tijdens het Sinterklaasjournaal ben je volledig in de ban. Ach, de blik van een kind dat niks anders meer ziet en hoort, dat vergeet haar mondje dicht te doen…

Vogelnestje

Het zijn je zussen die hebben besloten dat we eind november met jou naar Nederland gaan. ‘Dan kan ze één keer Sinterklaas in het echt zien. En alle sinterklaasetalages.’
Dus ja, daar sta je dan straks in Amsterdam, negen en zwaar gelovig. Met een beetje geluk krijg je de kans om het fluweel van de tabberd te voelen, of het krullerige van die onwaarschijnlijk witte baard.
O, ik hoop zo dat niemand je uit die droom schopt, expres of per ongeluk. Nu niet en nooit. Dat je kunt opgroeien tot de sterke, originele vrouw die nu al in je zit. Met al je gekheid en vrolijkheid en genoeg veerkracht om het leven een beetje te relativeren op zijn tijd. Maar dat je altijd stil zult blijven vallen  bij het zien van die ene man, je hart vol verwachting kloppend, en dat je nooit zult vergeten hoe fijn het is om geheime briefjes omhoog te sturen door de schoorsteen met het vogelnestje erin.

Categorieën
Verhalen van de berg

Omturnen, verleiden, betoveren

‘Ik heb nog maar vijfentwintigduizend euro te besteden aan cultuuractiviteiten voor vijfentwintig klassen,’  moppert de kunstcoördinator van de Amsterdamse school. ‘Daar kan ik niks mee.’ En een collega-schrijver klaagt: ‘CKV maakt zombies van de kinderen, ze stelden niet eens vragen. Toen ben ik na twintig minuten maar weggegaan.’
Het spijt me, maar nu ik een tijdje in Spanje woon, kan ik dit soort verhalen bijna niet aan. Natuurlijk, het wordt allemaal minder en zelf liep ik voorop in de demonstratie tegen kunstbezuinigingen, maar toch: koester wat er wel is! Nog steeds.

Mijn dochters gaan naar een school die je – met fantasie- zou kunnen omschrijven als ‘jaren vijftig stijl’.  De basisschool heeft nog geschilderde muren, in de middelbare school moeten ze het doen met puur beton. Geen kunst. Geen bibliotheek. Schoolboeken die van kind op kind worden doorgegeven en waarschijnlijk ook al van hun ouders waren, zo saai. Definities, definities, definities.  En dan te bedenken dat ikzelf tientallen verhalen heb geschreven voor sprankelende geschiedenis- en aardrijkskundeboeken die overal worden gebruikt – in Nederland. Full colour en vol liefde. Dat ikzelf op een Montessorischool zat met een eigen muzieklokaal, een handarbeidlokaal en een handvaardigheidslokaal. Niks van dit alles bestaat er hier in Spanje. Ja, er is muziekles, maar dat gaat over notenschrift herkennen en de tien kenmerken van de barok. Literatuuronderwijs doet ongeveer hetzelfde; zelf schrijven gebeurt niet.  En kunstles tenslotte gaat over perspectief en soms het natekenen van wat er al netjes in het voorbeeldboek staat.
Het was al erg voor de crisis en nu is het dat helemaal. Zelfs de schoolreisjes naar het nabijgelegen Alhambra zijn geschrapt, net als die ene keer per jaar dat ze naar het theater of een concert gingen.  Wat dus betekent dat kinderen op het Spaanse platteland zomaar kunnen opgroeien zonder ooit een boek te hebben gelezen, of in een museum te zijn geweest. En dat merk je.

Muur

Van alle schrijfworkshops die ik ooit heb gegeven, was die in de klas van mijn oudste dochter verweg het meest dramatisch. Nee, ze stelden geen vragen, sterker nog: ze begrepen er niks van. Wat een boek is, wat daar leuk aan is. En ik, die bij een olifant nog zijn fantasie in beweging krijg, stuitte hier op een totale muur toen ik ze zelf aan het schrijven zette. Zelfs de kinderen in Rwanda waren duizend keer creatiever.
Het is afschuwelijk om te zeggen, maar ik kan dit niet veranderen, daarvoor is het te ver heen. Wat ik wel kan: overal waar ik met kinderen in aanraking kom -hier, in Nederland of waar dan ook- mijn stinkende best blijven doen om mijn allesomvattende liefde voor literatuur over te dragen. Natuurlijk is dat niet altijd makkelijk en natuurlijk zijn niet alle kinderen even gemotiveerd en enthousiast. Nou en?! Des te meer reden om ze om te turnen, te verleiden, te betoveren. Dat heeft met geld te maken, ja. Maar, zeker in Nederland waar de voedingsbodem nog steeds goed is, kom je ook al een heel eind met pure passie.

Dit is mijn column voor Leesplein van deze maand.

Categorieën
Verhalen van de berg

Twintig variaties op afscheid en verlangen

In de lobby van een hotel in Portugal, wachtend op de nachtbus terug naar huis.

Ik ging naar Portugal om iemand te ontmoeten en dat is gelukt. Het was heel raar en behoorlijk heftig. Meer kan ik er nog steeds niet over zeggen. So much for cliffhangers.

Fado

Maar ik was niet alleen. Mijn oudste, trouwste vriendin Mylou was mee en ik weet niet wat ik zonder haar had moeten beginnen. En zonder Portugal zelf dat bijna voelde als thuiskomen. Alles zo licht. En de zee en de muziek en de wijn. Bovendien, alleen al om de schoenenwinkels wil ik in Portugal wonen.
Het begon al meteen met dat we op klaarlichte dag een fado-serenade kregen van een kale jongen met hondenogen die de sterren van de hemel voor ons speelde in een galerie die geen galerie was. Op zo’n ronde gitaar met twaalf snaren en van de hartstocht braken er twee. Toen was de toon gezet.
We aten vis in van die restaurants met TL-licht en alleen maar Portugezen, die hun jas aanhielden bij het eten. En natuurlijk kwam er toen weer fado maar het was geen toeristenfado maar gewoon mensen die opstonden en begonnen te zingen bij twee gitaren. Het mooiste was toen de ouwetjes kwamen. Een vrouwtje met een bloem in haar haar die toen ze begon te zingen ineens weer een meisje werd. Een heel oud mannetje met een hoed en een gebroken stem die zong over de bloeitijd van het leven. Mylou ging ook meezingen en toen gingen we op het papieren tafelkleed alle vertalingen opschrijven van de liedjes – of wat wij dachten dat de vertalingen waren. En waar de fado allemaal over zou moeten gaan: twintig variaties op afscheid en verlangen. Mylou besloot ter plekke dat ze een Nederlandse fado-cd zou gaan maken en dat wij samen de liedjes zouden schrijven.

Rare ontmoeting

Toen allerlei oude muzikanten rozen voor ons begonnen te kopen bij de rozenverkopers, gingen we weg uit het restaurant, roezig en dronken door de nacht vol oranje lichtjes.
Zo vergleden de nachten en overdag reden we als -tsja, ik kan er niks anders van maken- twee buitenlandse vrouwtjes in een huurauto zonder tomtom zo’n tig keer verkeerd, op weg naar die rare ontmoeting (het werden er twee). Later zaten we heel lang op het zand naast de rotsen naar de zee te kijken en te praten over de liefde en over het leven. En natuurlijk steeds over waarom we daar eigenlijk waren en hoe dat ooit een boek moest worden (en ik weet het nu nog minder dan toen ik vertrok).
En nu is Mylou alweer weg met het vliegtuig en ben ik nog steeds een beetje verliefd op haar. Mijn hoofd vol vragen in plaats van antwoorden en het zand nog tussen mijn tenen. In de lobby van een hotel in Portugal, wachtend op de nachtbus terug naar huis.

Categorieën
Verhalen van de berg

Mijn ET-vingertje

Alles mogen jullie van mij weten. Of bijna alles. Mijn meisjes mopperen soms over het figureren in mijn semi-openbare leven (Chaia stelde gisteren nog voor dat ze er geld voor zou krijgen), maar dat weerhoudt me er nog steeds niet van om vrolijk door te bloggen. En als het hier niet staat, dan toch algauw wel in een van mijn boeken.

Het is niet alleen maar exhibitionisme en publiciteitsdwang, het is ook omdat ik op een berg woon. Dit blog is mijn ET-vingertje, mijn connectie met de wereld, met mijn lezers en mijn vrienden. En het is verslavend. Ik kan echt zenuwachtig worden als ik er een dag of drie niets op geschreven heb. Alsof ik ineens niet meer besta.

Ergens bij de zee op een pleintje

Dit alles als opmaat naar het volgende: ik ga op een geheime missie. Vannacht al. En ik kan niet zeggen waarheen. Om verschillende redenen – die ik ook al niet kan zeggen. De missie bevindt zich niet in Spanje en ook niet in Nederland, dat kan ik wel verklappen. En het is niet de missie van mijn liefje, die veel leuker is en enorm jaloersmakend: die gaat dit weekend Angelique Kidjo en misschien Yousou ‘n Dour ontmoeten in Dakar.
Eigenlijk is dit stukje niets anders dan een of ander nietszeggend facebookberichtje. ‘Op weg naar Middelharnis’  (en dat je dan toch onwillekeurig even denkt: shit, wat mis ik in Middelharnis). Of, nog erger: ‘Het wordt een leuke dag vandaag!’
Leuk is het niet, wat ik ga doen. Ik heb al weken een beetje buikpijn als ik eraan denk. Dus misschien kunnen jullie – de paar honderd lezers van dit weblog- komend weekend een beetje aan mij denken? Dan sta ik ergens bij de zee op een pleintje ‘bij de apotheek en tegenover het hotel’  en dan moet ik een nummer bellen. En dan…

Later zal ik het allemaal goedmaken en tot in de details vertellen hoe het ging. Hier op dit blog, of anders wel in mijn volgende boek (en nu heb ik alweer teveel gezegd, ben ik bang).