Anna van Praag boeken en verhalen
Categorieën
Verhalen van de berg

Bloody mouse

Lieve kinderen van Nederland. Lang geleden, toen jullie nog kleuter waren, was het vast enorm opwindend om Mickey Mouse in het echt te zien bij iets als Euro Disney. Toen snapte je nog niet dat het eigenlijk gewoon een zwetende man was in een pluchen pak. Heel schattig. Maar tien, elf of zelfs twaalf jaar zijn en dan nog denken dat zo’n muis echt is, of zelfs dat een muis een schrijver kan zijn – dat is een beetje zielig, toch?

Het is kinderboekenweek dus is er groot feest met muzikanten, toneelspelers, danseressen, mimespelers, koks… ‘En ook zijn de volgende schrijvers aanwezig: Gertie Jaquet, Anna van Praag en Geronimo Stilton.’  Dat staat in de folder van de bibliotheek. Gertie is illustratrice, maar dat moet je ruim zien. En dus vertegenwoordigen wij samen ‘de schrijver’  want Geronimo Stilton… kinderen, nog één keer: DIE MUIS IS GEEN SCHRIJVER.

Muizenpak

Het gaat me er niet om of Geronimo’s boeken goed zijn of niet, of dat ze zo fijn leesbevorderend werken en ook zo leuk voor kinderen met dyslectie. Het punt is dat die boeken worden geschreven door een groep mensen die werken bij een of ander reclamebureau. En dat die mensen doen alsof ze een muis zijn die Geronimo heet. Als er dan iets feestelijks is met kinderboeken, dan komen ze niet zelf, nee, dan huren ze een vrij wanhopige werkloze in en die trekt dan een muizenpak aan. En die man in dat muizenpak gaat dan ook nog handtekeningen zetten als ‘Geronimo’.
Echt ongelooflijk dat er nog steeds zoveel kinderen zijn die daarin trappen. Want waar staat vandaag voor de zoveelste keer de rij handtekeningenjagers? Niet bij Gertie, niet bij mij, maar…  Echt waar. Hoe dom is dat? Sorry hoor, kinderen, maar ik had jullie hoger ingeschat.
Ik trek nog een week door het land. Zullen we vanaf nu afspreken dat niemand meer vraagt: ‘Heeft u  Geronimo Stilton wel eens in het echt ontmoet?’ En ook niet mij vol trots zijn zogenaamde handtekening laten zien graag.
Want anders ga ik die nepmuis nog eens iets aandoen ben ik bang. Iets heel erg bloederigs in zijn pluche zodat hij heel snel wegrent, met zijn staart tussen zijn vette muizenpoten.

Categorieën
Verhalen van de berg

Vrolikstraat

Heel vroeg in de ochtend liep ik heel toevallig door de Vrolijkstraat en ik moest meteen aan Gerrit denken. Gerrit was mijn vriend. En nu is hij dood.

Het was een raar clubje dat eind jaren tachtig Spaans ging studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Keurige meisjes die al een jaar als hostess in Marbella hadden gewerkt. Strenge linkse types met lelijke kleren die een enorme fascinatie hadden voor elk mozaiektegeltje in het Alhambra en de letterlijke vertaling van de Don Quichot. Of van die types zoals Gerrit en ik die gewoon niet wisten wat ze anders moesten doen. Gerrit was vanaf de allereerste introductiedag mijn vriend en hij hielp me dezelfde week nog aan een kamer in het huis achter de Albert Cuijpmarkt waar hij zelf ook woonde.

Rookwolken

Omdat ik nog steeds niet goed snapte wat ik studeerde en waarom en Gerrit ook niet, brachten we enorm veel tijd samen door. Ook omdat ik zijn bovenbuurmeisje was natuurlijk. Twee avonden in de week aten we samen. Daarbij nam ik voor lief dat Gerrit eigenlijk niet kon koken. Het was alsof alles wat er uit zijn handen kwam altijd een beetje mislukte. Zo reed hij bijvoorbeeld in een oude Volvo zonder iets van auto’s te snappen. Dus als die auto dan niet startte in de winter en iemand zei: ‘Dan moet je ‘s nachts een warme deken onder de motorkap leggen’, dan deed Gerrit dat. En ja, de auto startte de volgende dag enorm soepel. Dat Gerrit eigenlijk bij het rijden de deken weg had moeten halen, had hij zich niet gerealiseerd. Totdat de rookwolken uit zijn auto sloegen.
Op dat soort momenten werd Gerrit nooit boos, eerder een beetje droef en gelaten. Ik kende niemand die zo weinig ego had en zo weinig over iets oordeelde als hij. Het was fijn om zo op mijn gemak bij iemand te kunnen zijn – ik realiseerde me helemaal niet hoe weinig hij zich eigenlijk op zijn gemak voelde bij zichzelf.

Advertentie

Later verhuisde ik naar West en Gerrit naar Oost. Ik ben nog een paar keer bij hem geweest in de Vrolikstraat. Terwijl ik het de studentengbouwen in de Spuistraat inwisselde voor een Echt Leven met reizen en banen en bijna elke avond in het theater zat, leek dat van Gerrit maar niet te veranderen. Zijn gebrek aan ambitie, zijn berusting daarin, zelfs het slechte koken. Het duurde niet lang of er was helemaal geen plaats meer voor hem in mijn leven en als iemand dat begreep, was het Gerrit zelf wel.
Niet eens zo lang geleden zag ik een advertentie in de krant. Dat Gerrit dood was en dat zijn familie ‘vrede had met zijn beslissing’.  Ik had geen idee.
Maar was het anders gegaan als ik dat wel had gehad?
Ach, die lieve Gerrit. Hij was mijn vriend en hij woonde in de Vrolikstraat.

Categorieën
Verhalen van de berg

Schoolverpleegster

Het regent op station Zwolle en ‘door een sein- en overwegstoring’  ben ik nu al drie keer die niet-overdekte trappen op- en afgestruikeld met mijn zware koffer vol boeken en logeerspullen. Mijn nagellak bladdert, mijn Spaanse jas is te koud en ik moet heel erg plassen. Nog maar twee dagen bezig en ik voel een lichte weerzin tegen kinderboeken opkomen.

De CPNB heeft een geweldige ambassadeur aan mij. Hoe vaak ik nu al niet ‘hallo wereld’  heb gezegd alsof het een enorm leuke slogan is. Ik ben met mijn reizen en boeken tegelijk de ultieme mascotte. Mijn pogingen om het allemaal wat breder te trekken naar bijvoorbeeld een imaginaire wereld, worden vakkundig in de kiem gesmoord door de kinderen zelf. Duidelijkheid willen ze. Hoeveel leeuwen ik heb gezien en ken ik Paul van Loon persoonlijk? Of JK Rowling? O ja, en hoeveel prijzen heb ik eigenlijk gewonnen? Het is een soort deja vue, ik heb dit blog volgens mij vorig jaar ook al geschreven.

Appeltje

Maar toch, ik ben op een missie. Het zijn de momenten die mijn dag maken. Dat allerdrukste jongetje van de klas dat zomaar wordt betoverd door een geleide fantasie (en dus door zijn eigen verbeeldingskracht). Dat dweperige meisje dat zo graag schrijver wil worden en alleen nog maar moet weten hoe je begint. De verlangende blik op een boek – al is het maar voor even. De juffen en de meesters die niet (dit komt vaker voor dan je denkt) zitten te sms-en of ander werk doen, maar die, ineens zelf weer kind, enthousiast hun vinger opsteken als ze een antwoord weten. De onverstoorbaarheid van de bibliothecaressen, een bevolkingsgroep op zich, die boven alles zorg dragen dat de lunch goed is geregeld (‘hier, neem ook nog lekker een appeltje mee voor onderweg’).
In al zijn kleinheid en veiligheid heeft het iets reuze dappers.

En dan neem ik maar voor lief dat de directrice van de volgende school mij enthousiast begroet met: ‘Ha daar hebben we de schoolverpleegster met haar koffertje!’

Categorieën
Verhalen van de berg

Stars above you

We zouden het gaan vieren in een sterrestaurant in San Sebastian. Of misschien in Parijs. Maar ja, toen mailde Wierden. En de dag daarna wilde Emmen. Dus ja, daar ga je.

Dertig jaar geleden, op 2 oktober ergens diep in de vorige eeuw, stond ik in een stiekem hoekje te blowen op een roeifeest in Haarlem, samen met iemand die inmiddels een onberispelijke reputatie heeft in de literaire wereld.
Mijn vriendin kwam me halen. ‘Hij is er!’  riep ze al van verre. Ik wist meteen wie ze bedoelde: die lange jongen uit de vijfde, fris van de waterpolo, voor wie ik naar dit kak-  en sportfeest was gegaan. ‘Dansen?’  Dat waren de eerste woorden die hij die avond tegen me zei. Ik had hem al tijden in de gaten maar pas die dag wist ik zijn naam. Ilco.
Dansen werd zoenen en toen was er iets met een lekke band en samen naar mijn huis waar mijn ouders niet thuis waren.
‘Blijf je slapen?’  lispelde ik, hopeloos verliefd.
Mijn nieuwe vriend keek eens rond in de keuken waar mijn broertje met zijn vrienden en mijn vriendin patat aan het bakken waren. ‘Ik kom morgen je fiets wel terugbrengen’  zei hij galant, ‘en dan wil je misschien van de week een keer een kopje thee bij me komen drinken?’

Love seat

Zo kwam de romantiek mijn leven binnen.
Dit is voor altijd, dacht ik die avond – en dat was ook zo. Drie kinderen, drie huizen en ontelbaar veel reizen verder zijn we inmiddels en nog steeds niet uitgepraat of uitgekeken (uitgezoend, uitgelachen), Vijftien was ik toen, vijfenveertig nu. God only knows what I ‘d be without you. De Beach Boys zitten de laatste tijd opvallend vaak in mijn hoofd.
Die eerste zoendatum, 2 oktober, zijn we altijd blijven vieren. Maar de komende twee weken ben ik in in Nederland voor een propvolle kinderboekenweek. Ilco regelde soepel dat hijzelf dan niet naar Amerika, Afrika of Europa moest reizen. Maar de meisjes waren enorm beledigd, ze hadden al een lied gemaakt. Uiteindelijk zongen ze dat dit weekend voor ons, terwijl Ilco en ik moesten zitten op de ‘love seat’  die ze voor ons hadden gebouwd
Op 2 oktober zelf is het kinderboekenbal en voor de zoveelste keer heb ik geen kaartje (en zelfs geen zin om bij iedereen te gaan lopen smeken). Alleen enorm sneue en enorm stoere schrijvers komen niet naar het bal;  ik heb maar besloten er vanaf nu een geuzendingetje van te maken. Bovendien, ik moet dus naar een hotel in Emmen, waar ik de volgende ochtend al om half 9 voor een klas moet staan.
Ik zie me nu al zitten in de trein, of in die hotelkamer, zachtjes zingend in mijn eentje: ‘As long as there are stars above you...’

Categorieën
Verhalen van de berg

Ik wil geen hond

Vrouwen met stoere kaplaarzen en de zee in hun ogen. Die hun haren wild laten wapperen in herfststormen en dan hun verkleumde handen genietend vouwen om een mok thee. Natuurvrouwen, vaak met iets sproeterigs in hun gezicht en blozende wangen. Die hebben een hond.

Ik hou niet van thee. En ook niet van honden. Dat uitlaten alleen al, hoe moet dat op hoge hakken? Dat ze zo naar hond ruiken en dat zelf niet eens erg vinden. En hoe ze je aankijken ook, zo hondachtig. Dat trouwe en viervoeterige maakt dat ik voortdurend voel dat ik tekort schiet.  Nee, doe mij maar een kattige kat.

Zwanger

Andalusiers zijn behoorlijk slordig met hun huisdieren. De zwerfkatten hebben we op het moment redelijk onder controle, slechts vijf. Dat is wel eens vijftien geweest, of nog meer. Maar nu kwam er weer voor de zoveelste keer een hond aanlopen. Best een leuk beestje, maar ik wil geen hond. De vorige keren brachten we ze steeds naar de Dog Rescue en die lieve vrijwilligers (ook van die natuurvrouwen) verschepen ze dan naar reikhalzende baasjes in Duitsland en Nederland. Maar bij de Dog Rescue is op dit moment een gigantisch overschot. Dus begonnen de kinderen die hond maar te voeren, want ‘je kan haar toch niet laten verhongeren, mama?’  Het volgende moment heette de hond Floortje. En daar ga je.
‘Volgens mij is Floortje zwanger,’  zei paarden-Liz die het weten kan want ze heeft zelf een stuk of tien zwerfhonden op haar terrein. En ik wilde het niet, maar het ging toch gebeuren. Want 1 zwerfhond kan je nog zo’n beetje wegdenken, maar een nest vol puppies? Dus reed ik ineens twintig kilometer door de campo naar de dierenarts. Die haar voor een kleine honderd euro aborteerde van acht piepkleine mini-Floortjes. Daar had ik vervolgens nog best lang last van, want ja, je gaat het je toch voorstellen.

Bang

Na haar operatie werd Floortje pas goed het jonge beestje dat ze eigenlijk zelf nog was. Elke ochtend wandel ik met Dunya de berg omlaag naar de schoolbus en van puur plezier dat ze mee mocht, sprong Floortje steeds zo hoog tegen Dunya op dat ik meteen weer merkte dat ik eigenlijk bang ben voor honden.
‘Zo trek ik het echt niet,’  zei ik ‘s avonds thuis. Waarop mijn hele gezin, inclusief echtgenoot, begon over hondenhokken bouwen en hondentraining. ‘Maar ik wil geen hond,’  zei ik nog zwakjes.
De rest van de dag waren Chaia en Dunya Floortje aan het trainen en vanmorgen liet Dunya mij zien dat Floortje al geweldig luisterde naar ‘zit’  en ‘lig’. Is die hond definitief Nederlandstalig geworden.
Het naar de bus lopen ging iets beter, dat moet ik toegeven. En toen ik later terugliep de berg op, bezag ik mezelf zo vanaf een afstandje: kijk, daar loopt een vrouw heel alleen door de klei, stoer, met haar hond. Wie had dat nou gedacht?

Categorieën
Verhalen van de berg

Vies! Heel vies!

Ik ben een omgekeerde Assepoester. En daar komen soms enorm ranzige dingen van.
Asspoester mag niet naar het bal of de prins en alle andere leuke dingen en stort zich dan maar vol hartstocht op het huishouden. Die kan zelfs een erwtje uit de as oppoetsen tot het glanst en je het zo op wilt eten. Ik daarentegen…
Ik ben nu even terug op de berg in Spanje waar ik meteen verdrink in dingen die allemaal nog moeten voor de kinderboekenweek. Een enorm ingewikkeld reisschema maken, over hoe je van Joure naar Emmen komt bijvoorbeeld. Een column schrijven en eigenlijk ook nog een LINDA-stuk waar ik gruwelijk in ben vastgelopen. Daarnaast probeer ik dan een huishouden te runnen – of te doen alsof. En de Franse slag leidt tot beestjes. Maar niet van die gezellige Assepoester-vogeltjes.

Beestjes

Koken met mieren doe ik bijvoorbeeld al tijden, dat went snel. Maar die vliegende motjess in al mijn keukenkasten? Ik heb ze lang proberen weg te denken, maar daar worden het alleen maar meer van. Inmiddels moet ik ze niet alleen uit de rijst maar ook uit de bloem en zelfs de koffie vissen. Een beetje huisvrouw had natuurlijk allang alle kasten leeggehaald en de aangebroken verpakkingen weg, kortom het probleem rigoreus aangepakt.
Zelfs mijn man, die ook eindelijk weer thuis is, is er een stuk beter in dan ik. Uitgeput en met een driedubbele jetlag begint hij onmiddellijk de keukenvloer te dweilen en alle vieze theedoeken (die inderdaad een beetje stijvig zijn) te wassen. En terwijl hij met de vuiniszak (inderdaad erg vol en stinkend) naar buiten loopt, ruimt hij meteen alle plantenpotten op die ineens zijn omgewaaid. Die aarde overal op de grond had ik heus wel gezien natuurlijk, maar op zo’n halfslachtige manier: zonder er conclusies aan te verbinden.

Toilettas

Even later staat Ilco zijn toilettas uit te soppen, echt waar. ‘Die was na ruim drie weken best een beetje stoffig geworden en nu is hij weer helemaal klaar voor de volgende reis,’  zegt hij blij.
Ik durf jullie amper te vertellen wat er met mijn eigen toilettas was gebeurd. Na Indonesie had ik die ongesopt in een kastje gegooid en toen ik naar Nederland ging zag ik pas hoe vol hij was met lege shampooflesjes, ontplofte kralenkettingen en opgestifte lippenstiften. Ik kieperde hem om boven de badkamervloer en kijk… daar kwam zomaar een lange dunne worm tevoorschijn. Hij leefde nog.

Categorieën
Verhalen van de berg

Uitverkocht in heel Haarlem (?)

De gecensureerde versie: in heel Haarlem is geen exemplaar van Kom  hier Rosa meer te vinden. Bij de Vries, de laatste boekwinkel van de tournee van Chaia en mij, is nu een wachtlijst van mensen die een gesigneerd exemplaar willen hebben.

De tournee zit erop. Morgen vliegen we weer terug naar Spanje en ik stuiter nog steeds van de adrenaline.

Boekverkoper van het jaar

Niet dat het altijd makkelijk was. Ik heb nog steeds blaren, inmiddels ook op mijn handen, van het sjouwen met een zware flamencokoffer. En vandaag, de laatste dag, hadden we nog een interessant probleem in Haarlem. Want: daar stonden Chaia en ik in onze jurken met onze flamencospulletjes, klaar om Kom hier Rosa te promoten. En toen was het boek er niet…
‘Dit is me nog nooit overkomen,’  zei de lieve meneer die net nog ‘boekverkoper van het jaar’  was geworden. Kom hier Rosa was besteld, uiteraard. Maar die bestelling was op een of andere manier niet aangekomen bij de winkel. En dat ontdekten ze een half uurtje voor de presentatie.
Een woeste speurtocht door Haarlem leverde een stuk of tien boeken op. Van de kinderboekwinkel tot de Kennnemmer Boewkinkel, ze stuurden allemaal hun exemplaren van Kom hier Rosa naar ons toe. Maar die waren natuurlijk in een mum van tijd uitverkocht. Zodat we, heel interessant, een boekpresentatie deden zonder boeken.

De boekwinkel van mijn jeugd

‘Ik maak het goed in de kinderboekenweek.’  Dat zei de lieve boekverkoper die zich doodschaamde – en ik vertrouw hem helemaal.
Ondertussen ging er een soort raar gerucht door de winkel ‘dat deze druk nu al uitverkocht’  was – wat natuurlijk alleen maar fijn was.
En danste Chaia. En las ik. In de boekwinkel die toevallig ook de boekwinkel van mijn jeugd was. Daar kocht ik mijn schoolboeken, daar leerde ik de wereld van de literatuur stukje bij beetje kennen. Daar ontmoette ik nu ineens mijn oude leraren van heel, heel lang geleden. En daar stond ik nu zelf!

De rest van de avond ga ik alleen nog maar champagne drinken met mijn lieve vriendin Mylou, zonder wie dit boek er nooit had kunnen komen. Ik ben al begonnen, er staat een glas naast mijn computer.
En het boek? Dat moet het vanaf nu zonder mij en zonder Chaia stellen. Het vliegt uit – God weet waarheen. Dag lieve Rosa, dag hartenboek (zoals Edward van de Vendel het noemde), goede reis!

Categorieën
Verhalen van de berg

Artiestenbestaan

Ik zit met Chaia in de trein vanuit Utrecht. Onderuitgezakt chocola te eten, als echte artiesten, met onze koffers vol met dansspullen.

‘Dichter bij roem ga ik niet komen,’  zei ik gisteren nog bij de eerste, officiële presentatie. Want daar stond ik met mijn boek op een podium, en ik zag een haag van telefoontjes die een foto van mij maakten. Er was cava en bloemen. En een echte boekentaart!

Gigantisch

Vandaag staan we in een gigantische boekwinkel voor een man of twintig dapper voor te lezen (ik) en te dansen (Chaia). Twintig man in een gigantische boekwinkel is geen bijzonder opwindende aanblik, kan ik wel verklappen.
Voor mezelf maakt het me niet eens zoveel uit. Ik sta er tenminste, in een gigantische boekwinkel. Overal ligt mijn boek en hangt mijn foto op posterformaat aan de muur. Er is bovendien een heerlijke recensie in het lokale krantje over dat Kom hier Rosa zo’n bepalend boek kan worden dat je steeds herleest en dat het je altijd bijblijft. En de mensen die er zijn, zijn lief en leuk. Ik zet een stuk of acht handtekeningen, dat zijn er toch weer acht verkocht.
Maar Chaia. Is dit voor haar niet extra moeilijk? Ze moet ook nog eens door een microfoon praten en de muziek is veel te zacht. En dan blijft de cd van het flamencolied ook nog eens hangen op een tic. Wat doe ik haar aan?

Blaren

‘Nou, Utrecht hebben we alvast in onze zak,’  zeg ik als we met onze koffers door Hoog Catherijne terug strompelen, allebei met blaren op onze voeten (zij van het dansen, ik gewoon van ‘wie mooi wil zijn moet pijn lijden’-schoentjes.
Maar Chaia zegt kordaat: ‘Mam, niet zo cynisch doen. Ik zag overal in die winkel mensen omkijken. Een oude man die stiekem met je boek naar een verre kassa sloop. Die oma die heel enthousiast was. En dan die twee meisjes die echt voor jou waren gekomen –  die waren ook enorm geinteresseerd.’
Nou goed dan. Ik koop chocola voor nieuwe energie. En verder gaan we, op onze tournee. Morgen naar Maastricht!

Categorieën
Verhalen van de berg

De ultieme natte droom van elk meisje

‘Ach, is het je eerste?’
Mijn stoere Spaanse vriendin Toñi kijkt bepaald vertederd naar me.
Ja, het is mijn eerste. Ik heb er 45 voor moeten worden, maar ik voel me nog steeds als een puber voor haar eerste bal.

De flamencojurk. Elk meisje uit Andalusie heeft er eentje. Er is zelfs een oma in het dorp die ze maakt. Kort, lang, in alle kleuren. Want dat het rood of zwart moet zijn, is echt onzin. Bloem heeft er eentje in abrikoos, Chaia een bruine. Zelfs die stipjes hoeven niet. Het is de vorm – dat zeemeerminachtige-  en die laagjes over elkaar. Dat maakt het een echte feria-jurk, want zo heet het eigenlijk.
En dit weekend is er weer feria, dorpskermis, en trekt de boerenkar door het dorp, volgeladen met meisjes en vrouwen in van die jurken. Ook Bloem zit erin met haar beste vriendin. Te giechelen, met hun interessante kapsels waar een echte kapster die ochtend uren mee bezig is geweest. Onderweg stoppen ze steeds om te dansen en te drinken. Sommige vrouwen moeten eruit getild worden, zo strak is de jurk.
Kennen jullie me inmiddels goed genoeg om te weten dat ik nooit maar dan ook nooit in zo’n kar zal stappen? Ik vind het heerlijk om ernaar te kijken, nog veel leuker om erover te schrijven, maar eraan meedoen… brrr.

Een heks in halloweenkostuum

Maar ja die jurk… is dat niet de ultieme natte droom van ieder meisje? En nu, met de presentatie van KOM HIER ROSA voor de boeg, is er eindelijk een aanleiding.
Bij de dorpsoma kon ik hem niet laten maken – dan moet ik ook elke keer mee in die kar. Dus ik ben naar de flamencowinkel in Granada gegaan. Eerst kocht ik een flamenco-oefenjurk. Zat heel lekker, had rode stippen en zwierde vrolijk in het rond. Maar ik voelde me toch een beetje een soort heks in halloweenkostuum. Helemaal toen mijn dochters zeiden dat niemand in zo’n oefenjurk de straat op gaat, dat het toch een beetje was als een onderjurk. ‘En de bovenkant is zwart, dat doet je helemaal niks’  zei mijn meest trendy vriendin Jacq die hier even op bezoek was.
Dus nu heb ik na vier jaar Spanje eindelijk een echte feriajurk gekocht. Groen. Hij hangt al de hele week verwachtingsvol op een hangertje en NU stop ik hem in mijn koffer.

Categorieën
Verhalen van de berg

Blozen

Ik heb hier een beeldschoon krantje van de Jonge Jury voor me liggen. Vossenjacht is mijn eerste boek dat officieel voor twaalfplus is, en ik sta zomaar bij de ‘kerntitels’.  Hoera! Nu hoor ik dus ook bij de echte boeken die je moet lezen als je naar de middelbare school gaat. Of echt… Het draait op die scholen geloof ik vooral om snelle boeken waar handige verslagen van te vinden zijn. Of young adult, maar ook dat heeft vaak een hoog zap-gehalte: fijn en nikserig als een suikerspin.
Maar goed, Vossenjacht is nu vertaald in schoolwerk: lees dit en dat fragment en beantwoord dan die-en-die vragen, individueel of in groepjes. Zo gaat dat dus. En onmiddellijk zie ik ook de valkuil.

Vossenjacht zou een gevaarlijk boek moeten zijn – dat was tenminste ooit mijn bedoeling. Het gaat over meelopen en populair willen zijn en hoe dat uit de hand kan lopen. Ik wilde dat je er als lezer ook niet helemaal ongeschonden uit zou komen, dat je verleid zou worden door de mooie, slimme ‘generatie Alpha’  en pas aan het eind zou voelen dat je over een of andere gewetensgrens was gestapt onderweg.
Maar de moraal die er kennelijk toch in zat wordt genadeloos blootgelegd door de goedbedoelde schoolopdrachten. Met als dieptepunt de opdracht: ‘Schrijf een artikel voor de schoolkrant waarin je uitlegt dat alles wat met generatie Alpha te maken heeft onzin is (gebruik 150 tot 200 woorden)’.  Huppekee, angel eruit!

Zo schieten we niet op natuurlijk

Zo schieten we natuurlijk niet op met jongeren tot lezen te verleiden. In ieder geval heeft het niet veel te maken met waarom ikzelf zo enorm veel boeken lees. Boeken die soms wapens zijn. Die je wereld even op hun kop zetten. Die je laten blozen. Boeken waarbij je zachtjes in je eentje zit te lachen. Die het onbenoembare benoemen zonder het te verpesten. Dat je ineens denkt: o ja, natuurlijk, zo zit het in elkaar. Dat je vanzelf minder bang wordt – of juist banger. Dat je ervan moet huilen, ergens in een stil hoekje Dat je verliefd wordt op een boek en per ongeluk ook een beetje op de schrijver. Of op een personage! Boeken die je uit slapeloze nachten en ondraaglijke momenten komen redden. Boeken die nieuw zijn en ruiken naar echt papier. Beduimelde boeken die hun blaadjes al verliezen. Boeken op beeldschermen waar je nooit een bril of een lampje bij nodig hebt. Boeken die verdergaan in volgende boeken en verder en verder als een  levenslang verhaal.

Dan gaat het allang niet meer over dat je het ‘moet’  lezen of over dat er zulke slimme samenvattingen van op internet te vinden zijn. Ik heb het hier over liefde, echte grote liefde die op elk moment kan toeslaan, ook – en misschien juist – op de middelbare school!

Vandaag verschenen als column op Leesplein:
http://www.leesplein.nl/LL_plein.php?hm=1&sm=2&id=102